De Vlaamse Auteursvereniging heeft vandaag beslist de vernietiging te vragen van de benoeming van Mia Doornaert tot voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL). Die benoeming is, zoals de afgelopen weken al regelmatig in de pers is verschenen, onwettig tot stand gekomen. De benoeming van de voorzitter van het VFL moet gebeuren op voordracht van het voltallige nieuwe bestuur. Aangezien dat bestuur nog niet voltallig is, is de benoeming van Doornaert onreglementair. Meester Paul Bekaert zal daarom een procedure instellen bij de Raad van State.

Tot zover de technische overweging. In allerhande discussies is de afgelopen tijd gebleken dat er ook inhoudelijke bezwaren tegen Doornaert zijn. Bij het bekend raken van het nieuws, op 13 juli, heb ik in De Standaard laten weten dat veel auteurs Doornaerts maatschappijbeeld niet zullen delen.

Waarom de Vlaamse Auteursvereniging de VFL-benoeming van Mia Doornaert aanvecht.

Dat mag niet verbazen aangezien Doornaert het bij herhaling heeft over 'progressieven', met relativerende aanhalingstekens, en zij ook termen als 'gevierde schrijver' of 'culturele elite' uitgesproken ironisch gebruikt. Ik heb er toen echter ook bij gezegd dat dit verschil van inzicht geen probleem hoeft te zijn. Als Doornaert zich ondanks haar visie op 'de hippe culturele scene' wil inzetten voor de schrijvende bewoners van de Vlaamse Parnassus, by all means.

Of nu ja, nu ook weer niet met alle middelen. Daar schuilt namelijk precies het probleem. Het mooie van democratie is dat we onszelf besturen. Daar stellen we uiteraard politici en bestuurders voor aan, maar her en der zijn er instellingen gecreëerd die op armlengte van de politiek opereren. Het VFL is zo'n instelling. Het is voor een overheid nu eenmaal moeilijk, zo niet onmogelijk om literaire of artistieke oordelen te vellen. Dat kan de sector beter zelf organiseren, met de politiek binnen handbereik.

Dat betekent in het geval van het VFL ook dat auteurs meepraten over het beleid. De Vlaamse Auteursvereniging voert constant overleg met het VFL, maar auteurs hebben vanaf de oprichting van het fonds ook altijd een of meerdere vertegenwoordigers gehad in het bestuur. De eerste voorzitter van het VFL was Paul De Wispelaere. De nieuwe voorzitter zal wegen op het beleid dat auteurs direct treft. Het minste dat we kunnen vragen, is of we in ieder geval mogen meepraten.

Dit laatste blijkt ons niet gegund. De politieke benoeming van Doornaert is tot stand gekomen zonder enige inspraak van auteurs, of van welke andere speler in het boekenvak dan ook. Op 28 juli jongstleden heeft VAV een brief aan minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) gestuurd met daarin een aantal bezorgdheden over de gevolgde procedure én over de onzekerheid over onze vertegenwoordiging in het nieuwe bestuur. Geen antwoord. Ook andere pogingen om met het ministerie in gesprek te raken, leverden weinig op. Meer dan een aankondiging van een antwoord op ons schrijven - nu ook alweer weken geleden - zat er niet in. De teneur van dit inkijkje dat ons werd geschonken was: ziehier een kluitje, daar is het riet.

De beslissing om de benoeming van Mia Doornaert aan te vechten, is dus het resultaat van een fundamenteel democratische overweging. Het recht op inspraak is een groot goed in een overlegcultuur als de onze. Sinds de verlichting wordt de macht de bevolking niet meer opgelegd, maar proberen we het zo te regelen dat het overheidsbeleid ten goede komt aan het volk. Dat we het niet altijd met elkaar eens zullen zijn, is een gegeven. Maar we zouden het wel altijd eens moeten zijn over de fundamenten van de democratie. Zeker daar waar regels bestaan die inspraak garanderen van de mensen op wie het beleid direct van toepassing is, moeten die regels worden geëerbiedigd.

Matthijs De Ridder is voorzitter van de Vlaamse Auteursvereniging, hij schrijft deze opinie op eigen titel.

De Vlaamse Auteursvereniging heeft vandaag beslist de vernietiging te vragen van de benoeming van Mia Doornaert tot voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL). Die benoeming is, zoals de afgelopen weken al regelmatig in de pers is verschenen, onwettig tot stand gekomen. De benoeming van de voorzitter van het VFL moet gebeuren op voordracht van het voltallige nieuwe bestuur. Aangezien dat bestuur nog niet voltallig is, is de benoeming van Doornaert onreglementair. Meester Paul Bekaert zal daarom een procedure instellen bij de Raad van State. Tot zover de technische overweging. In allerhande discussies is de afgelopen tijd gebleken dat er ook inhoudelijke bezwaren tegen Doornaert zijn. Bij het bekend raken van het nieuws, op 13 juli, heb ik in De Standaard laten weten dat veel auteurs Doornaerts maatschappijbeeld niet zullen delen.Dat mag niet verbazen aangezien Doornaert het bij herhaling heeft over 'progressieven', met relativerende aanhalingstekens, en zij ook termen als 'gevierde schrijver' of 'culturele elite' uitgesproken ironisch gebruikt. Ik heb er toen echter ook bij gezegd dat dit verschil van inzicht geen probleem hoeft te zijn. Als Doornaert zich ondanks haar visie op 'de hippe culturele scene' wil inzetten voor de schrijvende bewoners van de Vlaamse Parnassus, by all means. Of nu ja, nu ook weer niet met alle middelen. Daar schuilt namelijk precies het probleem. Het mooie van democratie is dat we onszelf besturen. Daar stellen we uiteraard politici en bestuurders voor aan, maar her en der zijn er instellingen gecreëerd die op armlengte van de politiek opereren. Het VFL is zo'n instelling. Het is voor een overheid nu eenmaal moeilijk, zo niet onmogelijk om literaire of artistieke oordelen te vellen. Dat kan de sector beter zelf organiseren, met de politiek binnen handbereik. Dat betekent in het geval van het VFL ook dat auteurs meepraten over het beleid. De Vlaamse Auteursvereniging voert constant overleg met het VFL, maar auteurs hebben vanaf de oprichting van het fonds ook altijd een of meerdere vertegenwoordigers gehad in het bestuur. De eerste voorzitter van het VFL was Paul De Wispelaere. De nieuwe voorzitter zal wegen op het beleid dat auteurs direct treft. Het minste dat we kunnen vragen, is of we in ieder geval mogen meepraten. Dit laatste blijkt ons niet gegund. De politieke benoeming van Doornaert is tot stand gekomen zonder enige inspraak van auteurs, of van welke andere speler in het boekenvak dan ook. Op 28 juli jongstleden heeft VAV een brief aan minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) gestuurd met daarin een aantal bezorgdheden over de gevolgde procedure én over de onzekerheid over onze vertegenwoordiging in het nieuwe bestuur. Geen antwoord. Ook andere pogingen om met het ministerie in gesprek te raken, leverden weinig op. Meer dan een aankondiging van een antwoord op ons schrijven - nu ook alweer weken geleden - zat er niet in. De teneur van dit inkijkje dat ons werd geschonken was: ziehier een kluitje, daar is het riet. De beslissing om de benoeming van Mia Doornaert aan te vechten, is dus het resultaat van een fundamenteel democratische overweging. Het recht op inspraak is een groot goed in een overlegcultuur als de onze. Sinds de verlichting wordt de macht de bevolking niet meer opgelegd, maar proberen we het zo te regelen dat het overheidsbeleid ten goede komt aan het volk. Dat we het niet altijd met elkaar eens zullen zijn, is een gegeven. Maar we zouden het wel altijd eens moeten zijn over de fundamenten van de democratie. Zeker daar waar regels bestaan die inspraak garanderen van de mensen op wie het beleid direct van toepassing is, moeten die regels worden geëerbiedigd. Matthijs De Ridder is voorzitter van de Vlaamse Auteursvereniging, hij schrijft deze opinie op eigen titel.