De eerste tien maanden van 2020 zijn in België 6777 bedrijven failliet gegaan, 31 procent minder dan in dezelfde periode in 2019. Door die faillissementen gingen dit jaar al 16.435 banen verloren: dat is een daling van bijna 9 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. De cijfers komen van bedrijfsdataleverancier Graydon. Eric Van den Broele, directeur bij Graydon, dook op verzoek van Knack in zijn archief. 'Het zal veel mensen vreemd in de oren klinken,' zegt hij, 'maar het is inderdaad van 2000 geleden dat het aantal faillissementen nog zo laag was.' Wat is er aan de hand? Het coronavirus heeft ons toch in de grootste economische crisis sinds de twee wereldoorlogen gestort?
...

De eerste tien maanden van 2020 zijn in België 6777 bedrijven failliet gegaan, 31 procent minder dan in dezelfde periode in 2019. Door die faillissementen gingen dit jaar al 16.435 banen verloren: dat is een daling van bijna 9 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. De cijfers komen van bedrijfsdataleverancier Graydon. Eric Van den Broele, directeur bij Graydon, dook op verzoek van Knack in zijn archief. 'Het zal veel mensen vreemd in de oren klinken,' zegt hij, 'maar het is inderdaad van 2000 geleden dat het aantal faillissementen nog zo laag was.' Wat is er aan de hand? Het coronavirus heeft ons toch in de grootste economische crisis sinds de twee wereldoorlogen gestort? 'Het is een ijzeren wet: de arbeidsmarkt volgt de economische conjunctuur altijd met een zekere vertraging', zegt arbeidseconoom Stijn Baert (UGent). 'Als het economisch slechter gaat, zullen werkgevers op korte termijn hun arbeid oppotten: ze ontslaan niemand, want dat kost geld en het wordt hun ook sociaal aangerekend. Ze proberen de crisis intern op te vangen.' 'Op langere termijn kunnen ze dat niet volhouden. Dat zullen we nu opnieuw zien: uit enquêtes blijkt dat de werkgevers verwachten dat ze in 2020 gemiddeld 10 procent minder omzet zullen halen. In 2021 vrezen ze nog eens 10 procent minder. Dat zullen ze niet kunnen opvangen met dezelfde loonlasten. Dus zullen ze beginnen na te denken over ontslagen. Hetzelfde hebben we tijdens de financiële crisis in 2008-2009 gezien: de ergste problemen op de arbeidsmarkt volgden pas in 2010. ' De traditionele vertraagde reactie van de arbeidsmarkt is dit keer nog versterkt door maatregelen die onze regeringen namen bij het uitbreken van de coronacrisis. 'Dat was een ongeziene ingreep in ongeziene omstandigheden', benadrukt Eric Van den Broele. Van 18 maart tot 17 juni stelde de regering-Wilmès bijvoorbeeld een moratorium in op faillissementen van bedrijven die voor deze crisis nog financieel gezond waren: voor die bedrijven startten de fiscus en de RSZ geen faillissementsprocedures meer op wegens fiscale of sociale schulden. Na 17 juni volgde het gerechtelijk verlof: toen werden er evenmin veel faillissementen uitgesproken. En vorige week besliste de regering-De Croo om opnieuw een moratorium in te voeren, 'voor de laatste keer', tot 31 januari. Bedrijven werden nog op andere manieren te hulp gesneld. De overheid verleende uitstel van betaling voor de btw-aangiften, de sociale bijdragen en de bedrijfsvoorheffing. Bedrijven die minder inkomsten hadden door de lockdown konden een beroep doen op hinder- en compensatiepremies. Ook het systeem van tijdelijke werkloosheid werd onmiddellijk uitgerold: wie door de coronacrisis zonder werk kwam te zitten, kreeg toch nog 70 procent van zijn loon. Daardoor konden de bedrijven hun kosten terugdringen zonder tot ontslagen te hoeven overgaan. Op een bepaald moment zaten er meer dan een miljoen mensen in het systeem van tijdelijke werkloosheid. 'Zonder al die maatregelen zou 40 procent van de bedrijven nu in moeilijkheden zijn', weet Eric Van den Broele. De tijdelijke werkloosheid was goed voor de hele economie: de koopkracht van veel mensen bleef overeind, gezinnen konden blijven consumeren. Ook de hypotheekleningen, bijvoorbeeld, konden zonder haperingen verder worden afbetaald. Dat voorkwam dat banken met te veel wanbetalers te maken kregen en de vastgoedmarkt instortte. Alles samen draait het hier om vele miljarden euro's voor rekening van de overheid. Het gevolg: we stevenen af op een begrotingstekort van pakweg 50 miljard euro voor 2020. Volgens de Europese Commissie zal het tekort op de Belgische begroting oplopen tot 11,2 procent van het bbp (bruto binnenlands product, wat we met zijn allen aan goederen en diensten voortbrengen). We moeten al terug naar de vermaledijde jaren tachtig om nog zo'n groot begrotingstekort te zien. Economen als Paul De Grauwe (London School of Economics) en Gert Peersman (UGent) hebben er al bij herhaling op gewezen dat de overheid geen andere keuze had: anders zou er een kaalslag onder de bedrijven zijn geweest, met torenhoge werkloosheid als gevolg. 'De problemen zouden zo groot zijn geweest dat ze tot grote politieke omwentelingen zouden hebben geleid', aldus De Grauwe. Hij verwijst naar de jaren dertig, toen de overheid niet ingreep om de gevolgen van een diepe recessie op te vangen. Grote armoede werd toen de voedingsbodem voor onder meer het nazisme. Het zijn allemaal te verantwoorden ingrepen, maar ze leiden volgens Van den Broele wel tot een kunstmatige economie. 'We mogen ons niet blindstaren op de daling van de faillissementen', zegt hij. 'Die komen er nog wel.' Commentator Stefaan Michielsen verwijst in de zakenkrant De Tijd naar de strips van Suske en Wiske. 'Daarin verkoopt Jerommeke een dreun aan een rots. In eerste instantie gebeurt niets. Maar even later valt het rotsblok in gruzelementen uiteen.' Hoe zit dat precies? 'Door alle maatregelen is er een pauzeknop ingedrukt', zegt professor Sarah Vansteenkiste van het Steunpunt Werk (KU Leuven). Ook in andere Europese landen zijn de faillissementen dankzij maatregelen niet of nauwelijks toegenomen. In Nederland waren er in de eerste helft van dit jaar net 2000, tegenover 1949 in 2019. Maar onze noorderburen hebben geen moratorium ingesteld. 'België is een van de Europese landen waar het aantal faillissementen het sterkst is teruggevallen', zegt Vansteenkiste. Dat het aantal faillissementen bij ons met meer dan 30 procent is gedaald, noemt arbeidsmarktexpert Jan Denys (Randstad) 'indrukwekkend'. Om er meteen aan toe te voegen: 'Dat betekent eigenlijk dat de maatregelen om onze bedrijven te beschermen té goed zijn.' En dat verwondert Denys niet. Hij verwijst naar wat economen de 'zombiebedrijven' noemen: bedrijven die al zeker tien jaar bestaan, maar minstens drie jaar na elkaar onvoldoende opbrengsten hadden om hun kosten te betalen. Volgens de Nationale Bank zijn die zombiebedrijven 'betrekkelijk inefficiënt' omdat ze een lage productiviteit hebben. Ze worden te weinig aangezet om te herstructureren en zijn niet in staat om te investeren en te innoveren, zodat hun achterstand op andere bedrijven almaar groter wordt. De OESO drukte ons al in 2013, lang voor de coronacrisis, met de neus op de feiten: in België was 9 procent van de bedrijven toen een zombiebedrijf en stonden die zombiebedrijven in voor 14 procent van de werkgelegenheid. In Frankrijk was dat respectievelijk 2 en 5 procent. 'Onze regering probeert de bedrijven te helpen, bijvoorbeeld met het moratorium op faillissementen', zegt Vansteenkiste, 'maar zo worden ook de ongezonde bedrijven in stand gehouden. Dat is niet goed.' Economen waarschuwen dat de vernieuwing van de economie en het bedrijvenweefsel op die manier vertraging oploopt. Als we niet opletten, creëren we zelfs een zombie-economie. Een deel van de miljarden euro's aan overheidssteun is dus terechtgekomen bij zombiebedrijven en bedrijven die in normale omstandigheden failliet zouden zijn gegaan. Miljarden werden zo verkwist. Selectieve steun zou beter geweest zijn, maar het is een aartsmoeilijke oefening voor de overheid om alleen gezonde bedrijven te steunen. 'Geen zombiebedrijven in leven houden klinkt goed, maar hoe ga je nu meteen goede en slechte bedrijven uit elkaar houden?' vroeg Paul De Grauwe zich vorige week af in Humo. 'Gaan we in volle tweede lockdown een comité oprichten dat de boekhouding van honderdduizenden bedrijven uitpluist?' In elk geval zijn de zombiebedrijven een blok aan ons been, ook op de arbeidsmarkt. 'Door de technologische achterstand van die bedrijven riskeren hun werknemers vaardigheden te verliezen, omdat ze niet meer voldoende worden opgeleid of omdat ze te weinig in aanraking komen met de nieuwe technologieën', zo merkte de Nationale Bank jaren geleden al op. 'Dat beperkt ook hun kansen op een nieuwe baan als hun bedrijf sluit.' Ook de tijdelijke werkloosheid heeft nadelen. 'Dat is een koelkast', zegt Stijn Baert, 'mensen zonder werk worden er tijdelijk in opgeborgen. Maar hoe zullen ze er ooit weer uit komen?' Sarah Vansteenkiste is het daarmee eens. 'Heel wat tijdelijk werklozen zullen écht werkloos worden zodra de coronacrisis voorbij is. Tijdelijke werkloosheid is bovendien een gouden kooi: je krijgt nog altijd een mooi deel van je loon, waardoor je niet gaat nadenken over je loopbaan en je je niet bijschoolt. Hoe langer dat duurt, hoe pijnlijker de gevolgen dreigen te zijn. Ja, dat baart me echt zorgen.' Hoelang zal de dam nog standhouden die onze overheid heeft opgeworpen om onze economie te beschermen? 'Het zál ontploffen', zegt Eric Van den Broele. Wanneer? 'Als er een eind komt aan het moratorium op faillissementen en het uitstel van betalingen. Dan dreigen we overspoeld te worden door faillissementen en zullen de werkloosheidscijfers angstaanjagend toenemen.' Hoe erg zal het zijn? De onzekerheid over de toekomst is groot, benadrukt iedereen. In het positieve scenario blijft het bij de huidige tweede coronagolf, komt er begin 2021 een vaccin, en zullen we weer een min of meer normaal economisch leven zien. In het negatieve scenario volgt er nog een derde coronagolf, duurt het lang voor er voldoende immuniteit is, en blijft de economische motor sputteren. 'En er zijn nóg twee onzekere factoren', zegt Jan Denys. 'Eén: de brexit. Twee: de opvolging van Donald Trump in de Verenigde Staten. Wat zullen daarvan de gevolgen zijn?' 'Hoe dan ook staan we voor een "inhaalbeweging"', zegt Denys. 'Voor de pakweg 3000 bedrijven die dit jaar in normale omstandigheden failliet zouden zijn gegaan, is het uitstel van executie. De bedrijven die door de pandemie over de kop zullen gaan, komen daar nog bovenop.' Vooral de sector van evenementen en ontspanning, de horeca, het personenvervoer, de luchtvaart, de handel in textiel, kleding en schoenen, enzovoort hebben het zwaar te verduren gekregen. Van den Broele houdt zijn hart vast. Hij verwacht deze winter een toename van de faillissementen. Dat kan een sneeuwbaleffect hebben. 'Een bedrijf kan zelf het faillissement aanvragen: het gaat dan om een zogenoemd faillissement op bekentenis, waarna een puur administratieve procedure voor de rechtbank volgt. Sinds mei 2018 wordt daarbij benadrukt dat je een tweede kans krijgt, dat je weer met een schone lei kunt beginnen. Dat is prima, maar ik vrees dat door de coronacrisis veel bedrijven op bekentenis failliet zullen gaan. Het gevolg is bijvoorbeeld dat hun leveranciers niet zullen worden betaald en ook in moeilijkheden zullen komen. Als daartegen niets wordt ondernomen, zullen we nog jarenlang bedrijven over de kop zien gaan in de nasleep van deze crisis. In het slechtste geval gaat het zeker om 50.000 bedrijven.' Van den Broele pleit voor een uitzonderingswet, zodat de rechtbank bij een faillissement op bekentenis niet de gewone administratieve procedure toepast maar sturend kan optreden. 'Ze schort de schulden dan tijdelijk op, en probeert tot een gedeeltelijke kwijtschelding te komen of een afbetalingsplan op te stellen. Een bijsturing in de wetgeving op de faillissementen zou voorkomen dat een failliet bedrijf andere bedrijven meesleept.' Om hoeveel banen het zal gaan? Eind maart voorspelde de Nationale Bank nog dat er 180.000 zouden verdwijnen. Net voor de tweede lockdown dacht ze dat er netto 80.000 zouden sneuvelen in 2020 en 2021. Jan Denys: 'Dat is een enorme positieve bijstelling, maar 80.000 banen is nog altijd meer dan het dubbele van het aantal dat door de financiële crisis is verdwenen.' Het Planbureau voorspelde voor de zomer op zijn beurt dat er dit en volgend jaar 108.000 banen zouden verdwijnen. Vooral laaggeschoolden zouden getroffen worden. Pas in 2025 zou de Belgische werkloosheidsgraad weer onder 9 procent zitten, het niveau van voor de pandemie. De Vlaamse en de federale regering mogen hun ambitie om de werkzaamheidsgraad te verhogen duidelijk opbergen. 'Ik zal al blij zijn als hij op het peil van voor de coronacrisis blijft', zegt Denys. Gelukkig zijn er een aantal meevallers, zeggen Stijn Baert, Sarah Vansteenkiste en Jan Denys in koor. Zo lag de werkloosheid bij het uitbreken van de coronacrisis erg laag. In Vlaanderen neemt de bevolking op arbeidsleeftijd (18 tot 64 jaar) af. En er zijn ook nog altijd wel wat vacatures, bijvoorbeeld in de zorgsector. 'Maar het blijft moeilijk om de werklozen aan het werk te krijgen', zegt Baert. 'Er is een probleem met opleiding, jobcoaching. De werking van de VDAB komt traag op gang. Problemen waarmee we al jaren kampen, zijn door deze crisis onder het vergrootglas gelegd.'