Nadat een coronavirus de globale economie door elkaar schudde, was het recent de beurt aan een gigantisch containerschip. De Ever Given, zo'n 400 meter lang en geladen met 20.000 containers, lag dagenlang gestrand in het midden van het Suezkanaal en blokkeert daarmee de wereldwijde scheepvaart en logistiek. Het kost de economie handenvol geld en toont in één klap de kwetsbaarheid van toeleveringsketens en hoe afhankelijk de wereld is van import en economische groei. Dit geeft stof tot nadenken over deze globalisering. Ons pleidooi: een sterkere, onafhankelijke en duurzame Vlaamse maakindustrie.

Fragiele toeleveringsketen

Niet alleen de Ever Given stond stil. Zo'n 50 schepen nemen dagelijks de Suez-route, maar lagen opgelijnd te wachten voor het kanaal. Elke dag kwamen daar schepen bij. Resultaat: een immense trechter die niet direct opgelost zal raken. Dit heeft tot gevolg dat leveringstijden voor goederen stijgen, en dat distributeurs en klanten geduld zullen moeten uitoefenen. Sommige bedrijven zullen vragen om schepen in andere havens te laten aankomen, met onvoorziene extra logistieke ketens en efficiëntieverlies tot gevolg. Bovendien zullen er op langere termijn tekorten zijn aan specifieke producten over de hele wereld. En dat zowel voor basisgrondstoffen als voor afgewerkte producten. Prijsstijgingen en miljarden euro's economische schade staan ons te wachten. Niet meteen een fraai toekomstbeeld.

Onshoring

De containers bestaan grotendeels uit consumptiegoederen zoals kleding, meubelen, fabricageonderdelen en auto-onderdelen. Bij de wachtende schepen zitten ook veetransport, hout, apparatuur, vlees, papier, bier en chocola. Zelfs een lading aan Nederlandstalige kinderboeken vaart mee. Veel van die materialen kunnen we evengoed in eigen land produceren. Vaak gaat het om afgewerkte producten die in het verleden in eigen regio werden vervaardigd, maar door lage lonen en lakse of ontbrekende milieuwetgeving werden verplaatst.

Waarom de blokkade van de wereldwijde scheepvaart een kans is voor de maakindustrie.

Tycho Van Hauwaert,expert Circulaire economie en Industrie bij Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen

Het valt niet langer te ontkennen dat deze industriepolitiek tegen haar limieten botst. Gelukkig is er ook een oplossing: via onshoring, het terughalen van de productie naar onze contreien, koppelen Westerse fabrikanten zich af van de globale afhankelijkheid, (inclusief politieke spanningen en sociale onrust) en kunnen ze opnieuw hun eigen koers varen. Het voorbije decennium zijn er meer dan 100.000 banen verloren gegaan in de Europese industrie, goed voor zo'n 10% werkgelegenheid in de sector. Door te investeren in innovatieve en duurzame industrieën, brengen we ook welvaart naar Europa en kan de Westerse industrie toonaangevend zijn voor de industrie van de toekomst.

Naar een duurzame Vlaamse maakindustrie

Van onze Vlaamse materialenvoetafdruk bevindt bijna 90% zich in het buitenland. Als Vlamingen consumeren we dus voornamelijk geïmporteerde materialen. Een doelstelling uit het Vlaams Energie- en Klimaatplan is om die materialenvoetafdruk met 30 % te reduceren tegen 2030. Door minder te importeren, maar ook door in te zetten op materialenefficiëntie, circulair gebruik van grondstoffen en minder te consumeren, kan onze voetafdruk naar beneden.

Het zal niet lukken om alles zelf te produceren, daarvoor hebben we simpelweg te weinig basisgrondstoffen. Wat we wél kunnen doen, is toeleveringsketens beperken, de afhankelijkheid van specifieke bronnen zoals mineralen en ertsen verminderen, circulaire businessmodellen ontwikkelen (bijvoorbeeld: leasen in plaats van kopen) en inzetten op knowhow en geschoolde arbeid. Digitalisering en robotisering zullen ons daarbij helpen. Zie hier: de duurzame Vlaamse maakindustrie.

De circulaire economie biedt ons daarvoor heel wat kansen. Door het gebruik van primaire grondstoffen te beperken, worden we er automatisch minder afhankelijk van. Als Vlaanderen zich als recycling hub op de kaart zal zetten, versterkt het ook onze maakindustrie. Twee vliegen in één klap.

Hierbij mag de maakindustrie niet aan haar lot overgelaten worden. De politiek zal een actieve rol moeten spelen en haar investerings- en ondersteuningsbeleid moeten bijsturen. Europees flankerend beleid zal ook noodzakelijk zijn en de lidstaten zullen aan hetzelfde zeel moeten trekken. Via een koolstofheffing aan de grens of het werken met standaarden op de markt voor producten, zullen geïmporteerde goederen minder interessant worden voor de Europese consument. Zo kunnen we duurzame en innovatieve industrieën hier ontwikkelen.

Wat de blokkade in beweging kan zetten

Hoewel de gestrande boot iedereen veel last bezorgd heeft, kan kan de blokkering van het Suezkanaal op langere termijn een positief gevolg hebben. Het duizelingwekkend aantal getransporteerde containers over de zeeën heeft een gigantische milieu- en klimaatimpact. Als de nasleep van de blokkade een stimulans wordt om bevoorradingsketens korter te maken en onze eigen maakindustrie te versterken, dan zetten we belangrijke stappen richting een duurzame industriële transitie. En daar varen zowel de economie als het milieu wel bij.

Door met minder meer te doen, gaan we binnen de grenzen van de planeet, een duurzame industriële transitie tegemoet.

Nadat een coronavirus de globale economie door elkaar schudde, was het recent de beurt aan een gigantisch containerschip. De Ever Given, zo'n 400 meter lang en geladen met 20.000 containers, lag dagenlang gestrand in het midden van het Suezkanaal en blokkeert daarmee de wereldwijde scheepvaart en logistiek. Het kost de economie handenvol geld en toont in één klap de kwetsbaarheid van toeleveringsketens en hoe afhankelijk de wereld is van import en economische groei. Dit geeft stof tot nadenken over deze globalisering. Ons pleidooi: een sterkere, onafhankelijke en duurzame Vlaamse maakindustrie. Fragiele toeleveringsketenNiet alleen de Ever Given stond stil. Zo'n 50 schepen nemen dagelijks de Suez-route, maar lagen opgelijnd te wachten voor het kanaal. Elke dag kwamen daar schepen bij. Resultaat: een immense trechter die niet direct opgelost zal raken. Dit heeft tot gevolg dat leveringstijden voor goederen stijgen, en dat distributeurs en klanten geduld zullen moeten uitoefenen. Sommige bedrijven zullen vragen om schepen in andere havens te laten aankomen, met onvoorziene extra logistieke ketens en efficiëntieverlies tot gevolg. Bovendien zullen er op langere termijn tekorten zijn aan specifieke producten over de hele wereld. En dat zowel voor basisgrondstoffen als voor afgewerkte producten. Prijsstijgingen en miljarden euro's economische schade staan ons te wachten. Niet meteen een fraai toekomstbeeld.OnshoringDe containers bestaan grotendeels uit consumptiegoederen zoals kleding, meubelen, fabricageonderdelen en auto-onderdelen. Bij de wachtende schepen zitten ook veetransport, hout, apparatuur, vlees, papier, bier en chocola. Zelfs een lading aan Nederlandstalige kinderboeken vaart mee. Veel van die materialen kunnen we evengoed in eigen land produceren. Vaak gaat het om afgewerkte producten die in het verleden in eigen regio werden vervaardigd, maar door lage lonen en lakse of ontbrekende milieuwetgeving werden verplaatst. Het valt niet langer te ontkennen dat deze industriepolitiek tegen haar limieten botst. Gelukkig is er ook een oplossing: via onshoring, het terughalen van de productie naar onze contreien, koppelen Westerse fabrikanten zich af van de globale afhankelijkheid, (inclusief politieke spanningen en sociale onrust) en kunnen ze opnieuw hun eigen koers varen. Het voorbije decennium zijn er meer dan 100.000 banen verloren gegaan in de Europese industrie, goed voor zo'n 10% werkgelegenheid in de sector. Door te investeren in innovatieve en duurzame industrieën, brengen we ook welvaart naar Europa en kan de Westerse industrie toonaangevend zijn voor de industrie van de toekomst. Naar een duurzame Vlaamse maakindustrieVan onze Vlaamse materialenvoetafdruk bevindt bijna 90% zich in het buitenland. Als Vlamingen consumeren we dus voornamelijk geïmporteerde materialen. Een doelstelling uit het Vlaams Energie- en Klimaatplan is om die materialenvoetafdruk met 30 % te reduceren tegen 2030. Door minder te importeren, maar ook door in te zetten op materialenefficiëntie, circulair gebruik van grondstoffen en minder te consumeren, kan onze voetafdruk naar beneden. Het zal niet lukken om alles zelf te produceren, daarvoor hebben we simpelweg te weinig basisgrondstoffen. Wat we wél kunnen doen, is toeleveringsketens beperken, de afhankelijkheid van specifieke bronnen zoals mineralen en ertsen verminderen, circulaire businessmodellen ontwikkelen (bijvoorbeeld: leasen in plaats van kopen) en inzetten op knowhow en geschoolde arbeid. Digitalisering en robotisering zullen ons daarbij helpen. Zie hier: de duurzame Vlaamse maakindustrie.De circulaire economie biedt ons daarvoor heel wat kansen. Door het gebruik van primaire grondstoffen te beperken, worden we er automatisch minder afhankelijk van. Als Vlaanderen zich als recycling hub op de kaart zal zetten, versterkt het ook onze maakindustrie. Twee vliegen in één klap.Hierbij mag de maakindustrie niet aan haar lot overgelaten worden. De politiek zal een actieve rol moeten spelen en haar investerings- en ondersteuningsbeleid moeten bijsturen. Europees flankerend beleid zal ook noodzakelijk zijn en de lidstaten zullen aan hetzelfde zeel moeten trekken. Via een koolstofheffing aan de grens of het werken met standaarden op de markt voor producten, zullen geïmporteerde goederen minder interessant worden voor de Europese consument. Zo kunnen we duurzame en innovatieve industrieën hier ontwikkelen.Wat de blokkade in beweging kan zettenHoewel de gestrande boot iedereen veel last bezorgd heeft, kan kan de blokkering van het Suezkanaal op langere termijn een positief gevolg hebben. Het duizelingwekkend aantal getransporteerde containers over de zeeën heeft een gigantische milieu- en klimaatimpact. Als de nasleep van de blokkade een stimulans wordt om bevoorradingsketens korter te maken en onze eigen maakindustrie te versterken, dan zetten we belangrijke stappen richting een duurzame industriële transitie. En daar varen zowel de economie als het milieu wel bij. Door met minder meer te doen, gaan we binnen de grenzen van de planeet, een duurzame industriële transitie tegemoet.