Het alarm over onze geestelijke gezondheid die door de coronapandemie wordt geteisterd, klinkt almaar luider. Maar helpt het voorspellen van een tsunami aan geestelijke gezondheidsproblemen het beleid vooruit als het zich niet op feiten en cijfers kan baseren? Als iets ons overspoelt zijn het onheilstijdingen over groeiende wachtlijsten voor mensen met een eetproblematiek, over stijgend gebruik van alcohol en andere drugs, over toename van gedwongen opnames, over het geplaagde toekomstperspectief van onze twintigers. 'We roepen op om allen mee te roeien want het water staat ons aan de lippen!'

Als psychiater maak ik me meer zorgen over de ongerustheid en argwaan die dergelijke onheilspellende paniekberichten bij een volledige bevolking teweegbrengen. Ze doen me stokstijf stilstaan, starend als een hert in een koplamp, wachtend op... Ja, op wat eigenlijk? Ik ben crisispsychiater! En ik maak toch ook gewoon deel uit van deze maatschappij? Waar wacht ik op om iets te ondernemen?

Waar zijn de cijfers en grafieken als het over geestelijke gezondheid gaat?

Die gedachten schieten me te binnen terwijl ik naar het Journaal kijk en met cijfers om de oren word geslagen. Cijfers over het aantal besmettingen, cijfers over het aantal opnames, cijfers over de overlijdens en het getal "R". Cijfers van een jaar geleden en van vorige week, netjes naast elkaar vergeleken. Tabellen en grafieken met dunne zwarte stippellijnen en aangevuld met dikke volle rode lijnen. Rechte lijnen, exponentiële lijnen! Mooi gemaakte, bewegende infographics over de verspreiding van het virus doorheen het land, en de wereld.

En aan de hand van die mooi verpakte cijfers, druk-druk-druk besproken cijfers, wordt duidelijk hoe groot de omvang is van het probleem. Er worden maatregelen uitgevaardigd, door Alexander en Jan en Frank en Wouter, die zich nu meer dan ooit met de burger verbonden voelen. En omdat de cijfers draconisch zijn, zijn de maatregelen draconisch. En we volgen dit, toch min of meer, allemaal: de cijfers vergroten het draagvlak en maken het enigszins aannemelijk waarom het allemaal zo drastisch moet, nu al bijna een jaar lang.

Data vs anekdote

Maar wat als het over onze geestelijke gezondheid gaat? Waar zijn de cijfers? De mooie grafieken? De dure infographics? Hoe anders loopt het in psyche-land. Daar worden we overspoeld door verhalen en anekdotes. Een magistrate die klaagt over haar "wachtnacht", weer een persoon die worstelt met een problematiek, nogmaals een expert die een epidemie van deze of gene mentale toestand voorspelt. Aangrijpende verhalen die al even angstaanjagend zijn, dat wel. Maar geen cijfers. Wel fake news over stijgende aantallen suïcides. Fake, want gebaseerd op een buikgevoel: actuele cijfers zijn niet eens bekend. Wetenschappers zeggen wel eens: 'Het meervoud van anekdote is niet data; het enkelvoud van data is niet anekdote'.

Hoe weten we dat er een epidemie van psychische problemen op ons af komt als we geen cijfers hebben die dit aantonen? Hoe kunnen we vergelijken met vorige jaren als er niets te vergelijken valt? Hoe weten we welke richting we met zijn allen op moeten roeien als we niet weten vanwaar de tsunami zou komen? We tasten in het donker en ploeteren verder, we missen cijfers in psyche-land.

Wel zijn er lichtpuntjes met een fel schijnsel. In het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven, het grootste van Vlaanderen, verzamelen artsen en wetenschappers al jaren cijfers over de crisisaanmeldingen en stippelt er zijn beleidskoers mee uit. Het platform De ZorgSamen heeft snel cijfers verzameld in een barometer, over de mentale draagkracht van de hulpverleners en werkt samen met partners zoals Doctors4Doctors om dan ook effectief hulp te bieden aan de hulpverleners. Het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) verzamelt al jarenlang cijfers over suïcide en kan over deze complexe problematiek praktijkgericht voorlichten. Daarmee konden we in dit land een dalende trend in suïcides bekomen.

Niet blind varen

Er is veel meer zicht op veel meer problematieken nodig dan die enkelvoudige koplampen ons kunnen geven. We hebben een heuse vuurtoren nodig, een hoge, stevige cijfervuurtoren die met regelmaat zijn licht werpt op de geestelijke gezondheid en ons toont waar alle klippen zijn en vanwaar de tsunami's komen.

Zo'n data-gestuurd beleid is waar de geestelijke gezondheid nood en recht op heeft. Om licht te kunnen schijnen waar het nu nog zo donker is, om richting te kunnen geven aan allen die willen meeroeien. Ik wil de mentale gevolgen van (de maatregelen tegen) corona niet bagatelliseren, wel aangeven dat we ons maar beter niet baseren op een buikgevoel of particuliere ervaringen om een beleid te sturen.

Ik mis cijfers, ik mis richting, ik mis licht. Van een psychiater mag dat een ongewone uitspraak zijn, maar als we het over "gevoelige" thema's hebben, hebben we het beter niet alleen over gevoelens. We nemen er ook beter de cijfers bij. Wie bouwt die vuurtoren?

Thomas Pattyn is psychiater, werkzaam op het Crisisinterventiecentrum en de eenheid voor psychiatrische spoedinterventie van het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven.

Het alarm over onze geestelijke gezondheid die door de coronapandemie wordt geteisterd, klinkt almaar luider. Maar helpt het voorspellen van een tsunami aan geestelijke gezondheidsproblemen het beleid vooruit als het zich niet op feiten en cijfers kan baseren? Als iets ons overspoelt zijn het onheilstijdingen over groeiende wachtlijsten voor mensen met een eetproblematiek, over stijgend gebruik van alcohol en andere drugs, over toename van gedwongen opnames, over het geplaagde toekomstperspectief van onze twintigers. 'We roepen op om allen mee te roeien want het water staat ons aan de lippen!'Als psychiater maak ik me meer zorgen over de ongerustheid en argwaan die dergelijke onheilspellende paniekberichten bij een volledige bevolking teweegbrengen. Ze doen me stokstijf stilstaan, starend als een hert in een koplamp, wachtend op... Ja, op wat eigenlijk? Ik ben crisispsychiater! En ik maak toch ook gewoon deel uit van deze maatschappij? Waar wacht ik op om iets te ondernemen?Die gedachten schieten me te binnen terwijl ik naar het Journaal kijk en met cijfers om de oren word geslagen. Cijfers over het aantal besmettingen, cijfers over het aantal opnames, cijfers over de overlijdens en het getal "R". Cijfers van een jaar geleden en van vorige week, netjes naast elkaar vergeleken. Tabellen en grafieken met dunne zwarte stippellijnen en aangevuld met dikke volle rode lijnen. Rechte lijnen, exponentiële lijnen! Mooi gemaakte, bewegende infographics over de verspreiding van het virus doorheen het land, en de wereld.En aan de hand van die mooi verpakte cijfers, druk-druk-druk besproken cijfers, wordt duidelijk hoe groot de omvang is van het probleem. Er worden maatregelen uitgevaardigd, door Alexander en Jan en Frank en Wouter, die zich nu meer dan ooit met de burger verbonden voelen. En omdat de cijfers draconisch zijn, zijn de maatregelen draconisch. En we volgen dit, toch min of meer, allemaal: de cijfers vergroten het draagvlak en maken het enigszins aannemelijk waarom het allemaal zo drastisch moet, nu al bijna een jaar lang.Maar wat als het over onze geestelijke gezondheid gaat? Waar zijn de cijfers? De mooie grafieken? De dure infographics? Hoe anders loopt het in psyche-land. Daar worden we overspoeld door verhalen en anekdotes. Een magistrate die klaagt over haar "wachtnacht", weer een persoon die worstelt met een problematiek, nogmaals een expert die een epidemie van deze of gene mentale toestand voorspelt. Aangrijpende verhalen die al even angstaanjagend zijn, dat wel. Maar geen cijfers. Wel fake news over stijgende aantallen suïcides. Fake, want gebaseerd op een buikgevoel: actuele cijfers zijn niet eens bekend. Wetenschappers zeggen wel eens: 'Het meervoud van anekdote is niet data; het enkelvoud van data is niet anekdote'.Hoe weten we dat er een epidemie van psychische problemen op ons af komt als we geen cijfers hebben die dit aantonen? Hoe kunnen we vergelijken met vorige jaren als er niets te vergelijken valt? Hoe weten we welke richting we met zijn allen op moeten roeien als we niet weten vanwaar de tsunami zou komen? We tasten in het donker en ploeteren verder, we missen cijfers in psyche-land.Wel zijn er lichtpuntjes met een fel schijnsel. In het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven, het grootste van Vlaanderen, verzamelen artsen en wetenschappers al jaren cijfers over de crisisaanmeldingen en stippelt er zijn beleidskoers mee uit. Het platform De ZorgSamen heeft snel cijfers verzameld in een barometer, over de mentale draagkracht van de hulpverleners en werkt samen met partners zoals Doctors4Doctors om dan ook effectief hulp te bieden aan de hulpverleners. Het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) verzamelt al jarenlang cijfers over suïcide en kan over deze complexe problematiek praktijkgericht voorlichten. Daarmee konden we in dit land een dalende trend in suïcides bekomen.Er is veel meer zicht op veel meer problematieken nodig dan die enkelvoudige koplampen ons kunnen geven. We hebben een heuse vuurtoren nodig, een hoge, stevige cijfervuurtoren die met regelmaat zijn licht werpt op de geestelijke gezondheid en ons toont waar alle klippen zijn en vanwaar de tsunami's komen.Zo'n data-gestuurd beleid is waar de geestelijke gezondheid nood en recht op heeft. Om licht te kunnen schijnen waar het nu nog zo donker is, om richting te kunnen geven aan allen die willen meeroeien. Ik wil de mentale gevolgen van (de maatregelen tegen) corona niet bagatelliseren, wel aangeven dat we ons maar beter niet baseren op een buikgevoel of particuliere ervaringen om een beleid te sturen. Ik mis cijfers, ik mis richting, ik mis licht. Van een psychiater mag dat een ongewone uitspraak zijn, maar als we het over "gevoelige" thema's hebben, hebben we het beter niet alleen over gevoelens. We nemen er ook beter de cijfers bij. Wie bouwt die vuurtoren?Thomas Pattyn is psychiater, werkzaam op het Crisisinterventiecentrum en de eenheid voor psychiatrische spoedinterventie van het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven.