4407 niet-begeleide minderjarigen arriveerden in 2018 in ons land. Dat is 30 procent meer dan in 2017. Wat daarbij opvalt, zo meldt het nieuwe rapport van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, is de hoge instroom van Eritrese tieners: zij maken bijna een derde uit van het totaal.
...

4407 niet-begeleide minderjarigen arriveerden in 2018 in ons land. Dat is 30 procent meer dan in 2017. Wat daarbij opvalt, zo meldt het nieuwe rapport van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, is de hoge instroom van Eritrese tieners: zij maken bijna een derde uit van het totaal. Wordt een niet-begeleide minderjarige op het Belgisch grondgebied aangetroffen, dan moet dat meteen worden gemeld aan de Dienst Voogdij. Die neemt vingerafdrukken, voert eventueel een leeftijdstest uit en zorgt via Fedasil voor de eerste opvang en omkadering. Vervolgens moet een voogd worden aangesteld. In de praktijk verdwijnt een onbekend aantal niet-begeleide minderjarigen spoorloos en krijgt minder dan een op drie kinderen snel een voogd. Die staat hen bij op de moeilijke zoektocht naar onderdak, onderwijs, psychologische hulp en invulling van de vrije tijd. 'Het is hartverwarmend dat meer dan 500 mensen bereid zijn om als voogd de zorg voor niet-begeleide minderjarigen op zich te nemen', zegt Charlotte Vandycke, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. 'Het gros van hen doet veel meer dan wat wettelijk van ze wordt verwacht, maar niet zelden botsen ze op grote obstakels.' Uit de gesprekken die Vluchtelingenwerk Vlaanderen voerde met 70 voogden, kinderen en andere betrokkenen blijkt dat velen klem raken in het bestuurlijke kluwen: Vlaanderen is bevoegd voor onderwijs, jeugdbeleid, welzijn en integratie van nieuwkomers, maar de opvang van asielzoekers, verblijfsprocedures en de voogdij zijn federale materies. Bovendien voeren steden en gemeenten een eigen integratie- en jeugdbeleid. Er zijn veel goede initiatieven, maar het overzicht is zoek. Veel voogden klagen over onaangepaste opvang in grote centra. Veel kinderen moeten ook geregeld verhuizen van de ene naar de andere opvangplaats. Altijd weer is het van nul af aan: een nieuwe school, nieuwe vrienden, een nieuwe taal... Laat dat voor elke puber lastig zijn, deze kinderen dragen bovendien vaak trauma's met zich mee. Ze hebben gespecialiseerde hulp nodig maar komen doorgaans op wachtlijsten terecht. Soms loopt het daardoor mis en leiden zelfmoordpogingen tot psychiatrische opname. Ook de begeleiding op school moet beter, zodat het gros niet meteen eindigt in een deeltijds schooltraject. 'Dat is een gigantische verspilling van talent', zo meent een van de ondervraagde voogden. De voogden vragen ook meer ondersteuning bij verblijfsprocedures. Ze beschikken over een lijst van info en nummers, maar die is sinds 2007 niet meer aangepast. Velen vinden dat ze met hun problemen nergens terecht kunnen. 'Een hulplijn zou een goed plan zijn.' 'Het traject van deze kinderen in België', stelt medewerker bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen Jolien Potemans, 'kent kleine overwinningen, maar vooral tegenslagen, onzekerheid en verdriet. We moeten ons afvragen: hoeveel kan een kind aan? En zodra ze achttien zijn, staan ze er niet zelden alleen voor. Zoek dan maar werk, een huis, een toekomst.'