Begin dit jaar voerde staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Franken (N-VA) de mogelijkheid in om op gemeentelijk niveau een retributie van 50 euro aan te rekenen voor het 'vernieuwen en verlengen' van een tijdelijke verblijfskaart van het type A. Die kaart wordt onder meer uitgereikt aan erkende vluchtelingen, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en arbeidsmigranten. Het opmaken van de nodige documenten 'zorgt voor een bijkomende werklast voor de lokale besturen, wat deze nieuwe taks rechtvaardigt', aldus Franc...

Begin dit jaar voerde staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Franken (N-VA) de mogelijkheid in om op gemeentelijk niveau een retributie van 50 euro aan te rekenen voor het 'vernieuwen en verlengen' van een tijdelijke verblijfskaart van het type A. Die kaart wordt onder meer uitgereikt aan erkende vluchtelingen, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en arbeidsmigranten. Het opmaken van de nodige documenten 'zorgt voor een bijkomende werklast voor de lokale besturen, wat deze nieuwe taks rechtvaardigt', aldus Francken. Elke gemeente kan autonoom beslissen of ze de zogenaamde 'vreemdelingentaks' aanrekent. 'Voor een stad als Antwerpen betekent dit een forse jaarlijkse extra inkomst', schreef Francken in februari nog op zijn persoonlijke blog. Maar dat betwijfelt Kamerlid Monica De Coninck (SP.A), die de details onder de loep nam. Vluchtelingen die in ons land binnenkomen, krijgen een A-kaart die vijf jaar geldig is, en die niet vernieuwd hoeft te worden maar daarna omgezet wordt in een B-kaart. Voor je eerste A-kaart hoef je geen retributie te betalen, voor de B-kaart evenmin. De nieuwe heffing is dus alleen van toepassing wanneer iemand zijn kaart moet vernieuwen omdat ze bijvoorbeeld gestolen of verloren is. In Antwerpen waren er voor 2016 zes vluchtelingen voor wie dat het geval was, wat omgerekend 300 euro zou opbrengen. 'De retributie is niet meer dan windowdressing, een maatregel die bij de mensen stoer overkomt maar in de realiteit heel beperkt blijft', zegt De Coninck. In de Kamercommissie Binnenlandse Zaken ondervroeg ze Theo Francken over de zaak. Hij wierp op dat de vergoeding ook betaald moet worden wanneer nieuwkomers van woonplaats veranderen. 'De meeste asielzoekers die als vluchteling erkend worden, zullen niet in Lubbeek blijven wonen. Daar gaat het dan mogelijk om.' Dat lijkt voorbarig, want behalve Lubbeek, waar Francken titelvoerend burgemeester is, heeft alleen Antwerpen de vergoeding al ingevoerd. Alleen wie naar Lubbeek of Antwerpen verhuist, zal op dit moment dus extra moeten betalen. Toch erkent De Coninck dat het afleveren van tijdelijke verblijfsdocumenten een aanzienlijke verhoging van de werkdruk kan betekenen voor de stadsdiensten. Ze hekelt dat het net de federale overheid is die zwaar doorrekent wanneer iemand een arbeidskaart, verblijfsvergunning of visum aanvraagt. 'De federale overheid vraagt daarvoor 250 à 350 euro, maar het werk gebeurt vooral op lokaal niveau. Een deel van het federale geld zou dus beter doorvloeien naar de lokale besturen.'