Dat onze maatschappij in een ijltempo aan het wijzigen is, door de technologische vooruitgang is voor iedereen duidelijk. De opportuniteiten die technologie biedt zijn schijnbaar eindeloos en komen op alle mogelijke vlakken tot uiting. En ja, dat is overwegend een goede zaak maar anderzijds zijn er ook een aantal schaduwzijden verbonden aan deze technologische omwenteling, waar we als maatschappij waakzaam voor moeten zijn. Niet iedereen kan het zich immers permitteren om technologisch mee te zijn, en daardoor ontstaat een technologische kloof.

Dit is vooreerst het geval binnen de economie waar bedrijven die de middelen hebben om te investeren in technologie ontegensprekelijk concurrentiële voordelen hebben tegenover bedrijven die deze middelen niet hebben. We kunnen hier bijvoorbeeld denken aan multinationals die veel meer in staat zijn om big data-technologie aan te wenden dan lokale KMO's en hierdoor economische voorsprong creëren, ten nadele van deze KMO's.

Maar ook op sociaal vlak is het gevaar voor technologische ongelijkheid sterk aanwezig. Het Steunpunt tot Bestrijding van Armoede, Bestaansonzekerheid en Sociale Uitsluiting publiceerde in 2017 cijfers over de digitale kloof in België en de EU. Uit deze cijfers blijkt dat 82% van de Belgische huishoudens beschikt over een computer. Dat is evenveel als het EU-gemiddelde en als in Frankrijk, maar wel een pak lager dan de andere ons omringende landen. Zo hebben 91% van de huishoudens Duitsland de beschikking over een computer. In Luxemburg is dat 95% en in Nederland zelfs 96%. Gelijkaardige vaststellingen komen ook terug in de cijfers over de huishoudens die over een internetconnectie beschikken. In België is dat 85% evenveel als het EU-gemiddelde, maar in Frankrijk hebben 86% van de huishoudens internet, in Duitsland 92%, en in Luxemburg en Nederland zelfs 97%.

Deze cijfers tonen onmiskenbaar aan, dat ook in ons land, nog steeds heel wat mensen geen toegang hebben tot wat wij ondertussen als een basisbehoefte zijn gaan beschouwen, met name het hebben van een computer en de beschikking over een internetaansluiting. En dat heeft niet te onderschatten gevolgen, zo blijkt uit een rapport van het Netwerk tegen Armoede van 2017. Digitalisering heeft een kost en voor heel wat mensen uit de onderkant van de maatschappij is de aankoop van een computer, een internetabonnement, printer, papier, inktpatronen, etc. geen evidente zaak en daardoor dreigen zij maatschappelijk achterop te geraken. Het kan immers niet worden ontkend dat op het vlak van onderwijs, maar ook op het vlak van dienstverlening, huisvesting, arbeidsmarkt, gezondheid, vrije tijd "gedigitaliseerd zijn" een must is geworden. De technologische kloof is dan ook op sociaal een bittere realiteit voor heel wat mensen.

Het spreekt voor zich dat er hier een belangrijke taak voor de overheid is weggelegd, om ervoor te zorgen dat de technologische kloof zowel op economisch vlak als op sociaal vlak wordt gedicht. Maar koken kost natuurlijk geld, en de vraag is of het niet is aangewezen om via een data-belasting de middelen te verzamelen om een technologisch gelijkheidsbeleid te financieren. Het gaat inderdaad misschien om de zoveelste nieuwe belasting, maar nieuwe tijden vereisen nieuwe maatregelen. Daar waar een belasting tot op heden vooral tot doel had om financieel te herverdelen, is het misschien thans aangewezen om via een belasting te komen tot een technologische herverdeling.

Dit idee werd reeds geopperd door beleidsmakers in de Amerikaanse Staat Californië, toch de woonstaat van tech-giganten zoals Apple en Microsoft in Silicon Valley. Zij pleiten voor de invoering van een sms-belasting, met als doel het financieren van een fonds om mensen met een laag inkomen te kunnen voorzien van mobiele telefonie. Nu lijkt een sms-belasting, gelet op het dalend sms-verkeer nu niet meteen de meest voor de hand liggende keuze, maar een belasting op dataverkeer biedt meer perspectieven. En gelet op het stijgende volume van het dataverkeer, heeft piste qua belasting enorme schaalvoordelen. Dit betekent dat zelfs met een kleine heffing op data reeds zeer veel middelen kunnen worden ingezameld door de overheid om een technologisch gelijkheidsbeleid te gaan voeren. Volgens het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie waren er in 2017 in ons land in totaal 4,379 miljoen vaste breedband- en 8,588 miljoen mobiele breedband-aansluitingen. Een bescheiden belasting per aansluiting zou aldus reeds een aardig bedrag aan belastinginkomsten kunnen opleveren. En indien deze belasting wordt gecombineerd met een beperkte solidariteitsbijdrage op het datagebruik zelf, kunnen de nodige middelen worden ingezameld om een economische en sociaal technologisch beleid te gaan voeren.

De invoering van een data-belasting mag misschien op het eerste zicht wat confronterend lijken, het is wel een uitgelezen manier om de overheid toe te laten maatregelen te nemen om de technologische kloof binnen de economie en binnen de maatschappij te dichten. De overheid zou er ook voor kunnen opteren om dat niet te doen en geen dergelijk beleid te voeren, maar dan moeten we er ons van bewust zijn dat dit ook een maatschappelijke kost zal meebrengen om de bedrijven en de burgers op te vangen die uit de technologische boot zijn gevallen. In de aanloop naar de verkiezingen is dit toch een piste die onze politici best eens onder ogen zien.

In het boek Homo Roboticus (VUBpress 2019) en de boekvoorstelling in Opera De Munt op 7 februari discussiëren we verder de economische, maatshappelijke en ethische kant van robots. Voor meer info: homo-roboticus.be