Enkele dagen geleden besloot de Franse regering om eerdere versoepelingen van haar coronamaatregelen terug te draaien. Een toename in het aantal besmettingen en een stagnerend cijfer in het aantal vaccinaties maakten dit in haar ogen onvermijdelijk. Naast het terugdraaien van enkele versoepelingen en het opvoeren van de controles, kondigde de Franse regering aan dat tegen 15 september iedereen in de zorgsector gevaccineerd moet zijn. Met deze verplichting kwam zij terug op een eerder gemaakte belofte door president Emmanuel Macron dat vaccinaties niet verplicht zouden worden.

De aankondiging werd onthaald op verontwaardiging en protest van het zorgpersoneel, maar de Franse overheid toont zich standvastig. Wie zich niet laat vaccineren, kijkt best uit naar andere carrièrepaden. Wie werkt met de meeste kwetsbaren in de samenleving, heeft de verantwoordelijkheid om hen te beschermen, zo luidt de redenering.

Al snel werd die redenering overgenomen door de voorstanders van een verplichte vaccinatie in ons eigen land. Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) gaf te kennen dat verplichte vaccinaties voor hem geen taboe zijn. Federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) gaf eerder al te kennen een hoge vaccinatiegraad onder het zorgpersoneel te willen en liet zich ontvallen dat als dit niet lukt door te overtuigen, het zal moeten met verplichtingen. Ook andere spelers uit de zorgsector spraken zich uit voor een verplichte vaccinatie.

Voorstanders van verplichte vaccinatie zetten het grondbeginsel van de rechtsstaat onder druk.

Proportionaliteit

Er vallen goede redenen te geven voor dit standpunt. De medische wenselijkheid van een hoge vaccinatiegraad is duidelijk en ook vanuit politiek-filosofisch ooghoek kan het worden verdedigd. De politiek hoort ernaar te streven om het grootst mogelijke voordeel voor de grootst mogelijke groep te realiseren. Het bewerkstelligen (en eventueel afdwingen) van een hoge vaccinatiegraad beantwoordt perfect aan dit utilistische principe.

Opvallend is evenwel hoe gemakkelijk er wordt voorbijgegaan aan dat andere politiek leidmotief, waar de liberale rechtsstaten anders zo prat op gaan: de mensenrechten. Nochtans verbonden de Europese regeringen zich ertoe om de verwerkelijking en de eerbiediging van deze onvervreemdbare rechten die alle mensen van nature toekomen, op hun grondgebied te waarborgen.

Het fundament van de mensenrechten is het recht op zelfbeschikking, waaronder het beslissingsrecht over het eigen lichaam valt. Een verplichte vaccinatie schendt dat recht. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat het recht op zeggenschap over het eigen lichaam (en de eigen gezondheid) onder meer inhoudt dat er geen sprake kan zijn van niet-gewilde behandelingen. Het in twijfel trekken van dit recht (of het herroepen ervan zoals in Frankrijk) omwille van utilitaire afwegingen, is een riskante onderneming en plaatst de liberale rechtsstaat op een hellend vlak. Het schept een precedent dat overheden in de toekomst sneller in de verleiding zal brengen om aan dit recht voorbij te gaan, terwijl het onduidelijk blijft op welke criteria zij zich hiervoor kan beroepen.

In de discussie omtrent verplichte vaccinaties beroepen voorstanders zich op de volksgezondheid. Een hoge vaccinatiegraad is de beste garantie op groepsimmuniteit. Dit zou eerder een reden zijn om na te denken over een algemene verplichting (wat de Franse president Macron nog steeds in overweging neemt, en vandaag al geldt voor andere vaccins, zoals het poliovaccin). Alleen wordt de discussie toegespitst op het zorgpersoneel, omdat zij met de meest kwetsbaren werken.

Hier loopt de redenering echter mank. Allereerst vergeten de pleitbezorgers van een verplichte vaccinatie een vitaal onderdeel van de utilitaire logica: het proportionaliteitsbeginsel. Als het belang van een individu of van een kleine groep wordt opgeofferd ten voordele van een grotere groep, dan moet de schade voor die individuen redelijk zijn. Het al dan niet tijdelijk verlies van een job (met bijhorend inkomensverlies) en de gevolgen die hiermee samenhangen, is een hoge en zelfs buitenproportionele kost. Eén die bovendien als een boemerang kan terugkomen, want als een aanzienlijk deel van de zorgverleners voet bij stuk houdt, dan verliest de zorgsector personeel dat ze nu al niet kan missen. Of de meest kwetsbaren hier op lange termijn bij gebaat zullen zijn, is maar zeer de vraag.

Ziel verliezen

In deze buitenproportionele kost ligt ook het verschil met andere verplichte vaccins voor zorgpersoneel, bijvoorbeeld voor hepatitis B. De verplichting voor deze vaccins wordt opgelegd aan het begin van de beroepscarrière - vaak zelfs al aan het begin van de opleiding - waardoor iemand voor zichzelf kan uitmaken of dit een breekpunt is en desnoods een andere beroepsweg kan inslaan.

Voor diegenen die al jaren investeerden in hun studies en carrière, is de kostprijs van deze keuze vele malen hoger en daardoor misschien niet eens meer een echte keuze.

Tot slot zetten de voorstanders van een verplichte vaccinatie het grondbeginsel van de rechtsstaat onder druk. Door zorgverleners het zeggenschap over hun eigen lichaam te ontzeggen om de gezondheid van anderen te beschermen, worden de rechten van de ene ondergeschikt gemaakt aan die van de andere. Daar dit de basis zou leggen voor een rechtsonzekerheid die uiteindelijk iedereen treft, zou deze (rechts)ongelijkheid de toets van de proportionaliteit nooit doorstaan.

In tegenstelling tot wat het artsensyndicaat BVAS stelt, weegt het fundamentele recht op zelfbeschikking wel degelijk op tegen de collectieve en deontologische verantwoordelijkheid van de zorgverlener. Er kan aan hen worden gevraagd om hun verantwoordelijkheid te nemen naar hun patiënten en cliënten toe (bijvoorbeeld door alle voorzorgsmaatregelen in acht te nemen), maar zij mogen er niet toe worden gedwongen om hun recht op zelfbeschikking op te geven.

In een liberale rechtsstaat kan een overheid haar burgers informeren, sensibiliseren en zelfs sturen, maar door (sommigen onder) hen het zeggenschap over hun eigen lichaam uit handen te nemen, geeft zij toe op haar eigen (morele) grondbeginselen. Zoals de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben al opmerkte, moeten de liberale democratieën er goed op letten dat zij in hun strijd tegen het coronavirus, hun ziel niet verliezen. Achter het pleidooi van een verplicht vaccin schuilt een logica die wegleidt van het liberale rechtskader. Behoedzaamheid is dus aangewezen.

Jonathan Lambaerts studeerde sociaal-cultureel werk, filosofie en godsdienstwetenschappen. Hij werkt momenteel als docent filosofie aan de Thomas More hogeschool.

Enkele dagen geleden besloot de Franse regering om eerdere versoepelingen van haar coronamaatregelen terug te draaien. Een toename in het aantal besmettingen en een stagnerend cijfer in het aantal vaccinaties maakten dit in haar ogen onvermijdelijk. Naast het terugdraaien van enkele versoepelingen en het opvoeren van de controles, kondigde de Franse regering aan dat tegen 15 september iedereen in de zorgsector gevaccineerd moet zijn. Met deze verplichting kwam zij terug op een eerder gemaakte belofte door president Emmanuel Macron dat vaccinaties niet verplicht zouden worden.De aankondiging werd onthaald op verontwaardiging en protest van het zorgpersoneel, maar de Franse overheid toont zich standvastig. Wie zich niet laat vaccineren, kijkt best uit naar andere carrièrepaden. Wie werkt met de meeste kwetsbaren in de samenleving, heeft de verantwoordelijkheid om hen te beschermen, zo luidt de redenering. Al snel werd die redenering overgenomen door de voorstanders van een verplichte vaccinatie in ons eigen land. Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) gaf te kennen dat verplichte vaccinaties voor hem geen taboe zijn. Federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) gaf eerder al te kennen een hoge vaccinatiegraad onder het zorgpersoneel te willen en liet zich ontvallen dat als dit niet lukt door te overtuigen, het zal moeten met verplichtingen. Ook andere spelers uit de zorgsector spraken zich uit voor een verplichte vaccinatie.Er vallen goede redenen te geven voor dit standpunt. De medische wenselijkheid van een hoge vaccinatiegraad is duidelijk en ook vanuit politiek-filosofisch ooghoek kan het worden verdedigd. De politiek hoort ernaar te streven om het grootst mogelijke voordeel voor de grootst mogelijke groep te realiseren. Het bewerkstelligen (en eventueel afdwingen) van een hoge vaccinatiegraad beantwoordt perfect aan dit utilistische principe.Opvallend is evenwel hoe gemakkelijk er wordt voorbijgegaan aan dat andere politiek leidmotief, waar de liberale rechtsstaten anders zo prat op gaan: de mensenrechten. Nochtans verbonden de Europese regeringen zich ertoe om de verwerkelijking en de eerbiediging van deze onvervreemdbare rechten die alle mensen van nature toekomen, op hun grondgebied te waarborgen.Het fundament van de mensenrechten is het recht op zelfbeschikking, waaronder het beslissingsrecht over het eigen lichaam valt. Een verplichte vaccinatie schendt dat recht. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat het recht op zeggenschap over het eigen lichaam (en de eigen gezondheid) onder meer inhoudt dat er geen sprake kan zijn van niet-gewilde behandelingen. Het in twijfel trekken van dit recht (of het herroepen ervan zoals in Frankrijk) omwille van utilitaire afwegingen, is een riskante onderneming en plaatst de liberale rechtsstaat op een hellend vlak. Het schept een precedent dat overheden in de toekomst sneller in de verleiding zal brengen om aan dit recht voorbij te gaan, terwijl het onduidelijk blijft op welke criteria zij zich hiervoor kan beroepen.In de discussie omtrent verplichte vaccinaties beroepen voorstanders zich op de volksgezondheid. Een hoge vaccinatiegraad is de beste garantie op groepsimmuniteit. Dit zou eerder een reden zijn om na te denken over een algemene verplichting (wat de Franse president Macron nog steeds in overweging neemt, en vandaag al geldt voor andere vaccins, zoals het poliovaccin). Alleen wordt de discussie toegespitst op het zorgpersoneel, omdat zij met de meest kwetsbaren werken.Hier loopt de redenering echter mank. Allereerst vergeten de pleitbezorgers van een verplichte vaccinatie een vitaal onderdeel van de utilitaire logica: het proportionaliteitsbeginsel. Als het belang van een individu of van een kleine groep wordt opgeofferd ten voordele van een grotere groep, dan moet de schade voor die individuen redelijk zijn. Het al dan niet tijdelijk verlies van een job (met bijhorend inkomensverlies) en de gevolgen die hiermee samenhangen, is een hoge en zelfs buitenproportionele kost. Eén die bovendien als een boemerang kan terugkomen, want als een aanzienlijk deel van de zorgverleners voet bij stuk houdt, dan verliest de zorgsector personeel dat ze nu al niet kan missen. Of de meest kwetsbaren hier op lange termijn bij gebaat zullen zijn, is maar zeer de vraag.In deze buitenproportionele kost ligt ook het verschil met andere verplichte vaccins voor zorgpersoneel, bijvoorbeeld voor hepatitis B. De verplichting voor deze vaccins wordt opgelegd aan het begin van de beroepscarrière - vaak zelfs al aan het begin van de opleiding - waardoor iemand voor zichzelf kan uitmaken of dit een breekpunt is en desnoods een andere beroepsweg kan inslaan. Voor diegenen die al jaren investeerden in hun studies en carrière, is de kostprijs van deze keuze vele malen hoger en daardoor misschien niet eens meer een echte keuze.Tot slot zetten de voorstanders van een verplichte vaccinatie het grondbeginsel van de rechtsstaat onder druk. Door zorgverleners het zeggenschap over hun eigen lichaam te ontzeggen om de gezondheid van anderen te beschermen, worden de rechten van de ene ondergeschikt gemaakt aan die van de andere. Daar dit de basis zou leggen voor een rechtsonzekerheid die uiteindelijk iedereen treft, zou deze (rechts)ongelijkheid de toets van de proportionaliteit nooit doorstaan. In tegenstelling tot wat het artsensyndicaat BVAS stelt, weegt het fundamentele recht op zelfbeschikking wel degelijk op tegen de collectieve en deontologische verantwoordelijkheid van de zorgverlener. Er kan aan hen worden gevraagd om hun verantwoordelijkheid te nemen naar hun patiënten en cliënten toe (bijvoorbeeld door alle voorzorgsmaatregelen in acht te nemen), maar zij mogen er niet toe worden gedwongen om hun recht op zelfbeschikking op te geven.In een liberale rechtsstaat kan een overheid haar burgers informeren, sensibiliseren en zelfs sturen, maar door (sommigen onder) hen het zeggenschap over hun eigen lichaam uit handen te nemen, geeft zij toe op haar eigen (morele) grondbeginselen. Zoals de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben al opmerkte, moeten de liberale democratieën er goed op letten dat zij in hun strijd tegen het coronavirus, hun ziel niet verliezen. Achter het pleidooi van een verplicht vaccin schuilt een logica die wegleidt van het liberale rechtskader. Behoedzaamheid is dus aangewezen.Jonathan Lambaerts studeerde sociaal-cultureel werk, filosofie en godsdienstwetenschappen. Hij werkt momenteel als docent filosofie aan de Thomas More hogeschool.