Vanuit zijn woonkamer heeft de Limburgse opbouwwerker Karel Bollen zicht op een jaarlijks weerkerend ritueel van voedselverspilling. De appels in de aangrenzende boomgaard rijpen tijdens de zomer om in het najaar af te vallen en weg te rotten. Het is voedsel dat verloren gaat maar nergens geregistreerd staat. Het telt niet mee in de statistieken die men nu probeert bij te houden van wat tussen boom en fruitschaal van de band rolt en vergist of verbrand wordt. Wereldwijd zou het over 1,3 miljard ton gaan. Zou, want nauwkeurige cijfers zijn er niet. Nadat het geoogst, geplukt of geslacht is, wordt voedsel uitgedrukt in geld en opbrengst, niet in gewicht.
...

Vanuit zijn woonkamer heeft de Limburgse opbouwwerker Karel Bollen zicht op een jaarlijks weerkerend ritueel van voedselverspilling. De appels in de aangrenzende boomgaard rijpen tijdens de zomer om in het najaar af te vallen en weg te rotten. Het is voedsel dat verloren gaat maar nergens geregistreerd staat. Het telt niet mee in de statistieken die men nu probeert bij te houden van wat tussen boom en fruitschaal van de band rolt en vergist of verbrand wordt. Wereldwijd zou het over 1,3 miljard ton gaan. Zou, want nauwkeurige cijfers zijn er niet. Nadat het geoogst, geplukt of geslacht is, wordt voedsel uitgedrukt in geld en opbrengst, niet in gewicht. In Waste: Uncovering the Global Food Scandal, verschenen in 2009, kleefde de Britse journalist Tristram Stuart een reële omvang op de voedselberg: hij zou 2400 meter hoog zijn, met een doorsnede van 3,2 kilometer. Veel gaat verloren omdat het de cosmetische norm niet haalt. Of omdat we na bijna veertig jaar na de invoering van de houdbaarheidsdatum nog altijd het onderscheid niet begrijpen tussen 'Te houden tot' (THT) en 'Te gebruiken tot' (TGT). THT is een advies, TGT is een rode lijn: na die datum is het product bedorven. Dat we THT en TGT door elkaar blijven halen, illustreert al hoe eenvoudig het is om voedsel te verspillen. En toch: voor veel mensen is voedsel niet eens beschikbaar. In de schaduw van de berg van 2400 meter hoog staan wereldwijd een miljard mensen die zich niets kunnen voorstellen bij een 'restjesdag'. Ook deze berekening maakte Stuart: van het brood dat in Groot-Brittannië in de vuilniszak belandt, zouden elders 30 miljoen mensen kunnen leven. Voedselverlies is in essentie een verhaal over ongelijkheid. Alleen wie te veel heeft, smijt weg. Maar het is ook een verhaal over onze toekomst. Als we in 2050 werkelijk met 9 miljard mensen zullen zijn, zal iedere wegrottende appel er één te veel zijn. Bij Samenlevingsopbouw RIMO Limburg probeert Karel Bollen een deel van de voedselberg te herverdelen. Elke vrijdagochtend rijdt hij naar de veiling van Mechelen. Vanaf halfacht worden in een aparte opslagplaats de producten samengebracht die in amper enkele uren waardeloos geworden zijn. Afhankelijk van het seizoen zijn het sla, tomaten, asperges, courgettes, witloof. Alleen wortelen en aardappelen zijn er zelden bij: hun afzet is continu en verzekerd. Maar als op een week vol regen een paar dagen zon volgen, oogsten alle boeren tegelijk en overspoelen dezelfde producten de veiling. Het overaanbod nekt dan de prijs. Wat uit de markt valt, raapt de overheid op. Wie de groenten wil hebben, mag ze komen halen. RIMO Limburg is een van de geaccrediteerde voedselophalers die de kratten en palletten in gekoelde bestelwagens laden. Daarna verdelen ze die op hun beurt over sociale kruideniers, voedselbanken en verenigingen waar armen het woord nemen. Karel Bollen gaat zorgvuldig te werk. In Depot Margot van RIMO Limburg, dat hij in Genk beheert, wil hij geen komkommer verloren laten gaan. Alles wat hij in zijn bestelwagen tilt, is op voorhand besteld via De Schenkingsbeurs, het onlineplatform 'voor het beheer van voedselschenkingen'. Wekelijks vervoert Bollen tussen de 500 en 2000 kilo van Mechelen naar de plafondhoge rekken die RIMO Limburg huurt in een magazijn van maatwerkbedrijf Bewel. Het zegt iets over de kleinschaligheid van de meeste restverwerkers. Onderweg denkt Bollen vaak aan de groenten die hij achterlaat. Het verlies bij de Vlaamse veilingen bedraagt amper 1,5 procent: dat lijkt minimaal, maar in absolute hoeveelheden is het 3627 ton. Dat zijn zo'n 3000 volle bestelwagens achter elkaar. En dan heb je nog het onzichtbare voedselverlies, bij de boer zelf. Soms kweekt hij wel, maar oogst hij niet. Omdat de aubergine wat dikker is dan de norm of de komkommer te veel kronkelt, waardoor er geen vier of zes stuks meer in de op maat gemaakte verpakking passen. Op Vlaamse boerderijen blijft jaarlijks zo'n 425.000 tot 700.000 ton aan voedsel achter. Weesvoedsel heet het. De boeren ploegen de doorgeschoten sla of scheve paprika's gewoon weer onder, of voeren ze af naar de vergistingsinstallatie om er biogas van te maken. Ook in de teelt van die vergaste groenten is kostbare energie gekropen. Maar voor het veld van de boer geldt wat voor de boomgaard achter het huis van Bollen geldt: soms wegen de kosten niet op tegen de opbrengst. In plaats van iedere vrijdag 150 kilometer heen en weer naar de veiling te rijden, wil Karel Bollen liever een netwerk van lokale boeren opzetten. Het voedsel aan het begin van de keten redden. Het struikelblok is dat geoogste aardappelen gewassen, gesorteerd en verpakt moeten worden. Voor de boer is het eenvoudiger om wat tussen de mazen van het net valt gewoon te laten liggen. 'Maar', zegt Bollen stellig, 'we zullen een oplossing vinden.' Bollen heeft de wetenschap aan zijn kant. De zogenoemde Ladder van Moerman beschrijft hoe je voedsel(resten) kunt gebruiken, via een 'cascade van waardebehoud'. Bovenaan staat het wenselijke verwerkingsproces: afval voorkomen. Onderaan de te vermijden aanpak: storten. Voedsel dat voor menselijke consumptie bedoeld is, zo luidt de algemene regel, moet ook voor menselijke consumptie dienen. Gezien de Europese ambitie om tegen 2030 het voedselverlies te halveren, heeft Vlaanderen samen met de hele voedselverwerkende nijverheid een 'Ketenroadmap' opgesteld. Die verzamelt aanbe- velingen, beloftes en actieplannen om de 907.000 ton die we nu wegsmijten tegen 2020 al met 15 procent te verminderen. Is het misschien zinvoller om het voedselverlies voor te stellen als een land in plaats van een berg? Dat doet de Amerikaanse ondernemer en milieubeschermer Paul Hawken in zijn recente boek Drawdown: The Most Comprehensive Plan Ever Proposed to Reverse Global Warming. Voedselverlies, zo berekent hij, is verantwoordelijk voor 4,4 gigaton aan broeikasgassen per jaar. Dat is 8 procent van het wereldwijde totaal. Als land zou het na de VS en China de hoogste uitstoot hebben. Om het voedsel dat we wegsmijten te produceren, heb je een oppervlakte groter dan die van Canada nodig. De milieu-impact van een appel die wegrot onder een boom is minder groot dan die van een supermarktappel die in de vuilnisbak belandt. Voedselverlies, wordt vaak gezegd, is het belachelijkste milieuprobleem. En toch kost het absurd veel moeite om het te voorkomen. Neem nu die lat van 50 procent minder tegen 2030. Als ik Kris Roels van de studiedienst van het departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse regering ernaar vraag, fronst hij de wenkbrauwen. 'De keten is zo verweven dat verminderen alleen kan als iedereen samenwerkt.' Neem nu de verkoop van lelijke groenten: die is een schot in de roos. Op de veiling krijg ik zelfs te horen dat het aanbod de vraag niet kan volgen. En Delhaize maakt zich sterk 150 ton lelijke groenten te recupereren. Maar je mag dat succes niet overdrijven: uit onderzoek naar het effect van cosmetische eisen op voedselverlies maken we op dat bij de boeren nog zo'n 120.000 ton aan onverkochte groenten en fruit blijft liggen.' Maatregelen bedoeld om de ene sector te vergroenen kunnen ook een pervers effect hebben op de andere. Bij Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, wijzen ze erop dat voedselverlies vermijden moeilijk is als er tegelijk subsidies stromen naar het biogas dat uit overtollig voedsel gewonnen wordt. 'Voor producenten van pakweg hoogcalorische koekjes of chocolade is het voordeliger hun producten met fouten naar de biogasinstallatie te vervoeren dan om ze te recupereren', vertelt Liesje De Schamphelaire, adviseur Natuur en Milieu. 'Alle experimenten tonen aan dat acties zelden een langdurig effect hebben', vertelt Kris Roels nog. 'En maatregelen met echte impact, zoals varkens voederen met resten uit restaurants in plaats van met geïmporteerde soja, hebben nog een lange wettelijke weg te gaan. Sinds de dollekoeienziekte is dat type van circulaire economie verboden. 'Mocht het onder duidelijke voorwaarden opnieuw toegelaten worden, dan zou 100.000 ton voedseloverschot een hoogwaardige bestemming krijgen.' Tot het zover is, ziet hij toch redenen om optimistisch te zijn. 'De nieuwe, kleine bedrijven die met voedselverlies aan de slag gaan, schieten als paddenstoelen uit de grond.' Rond het kanaal in het hart van Brussel is zo'n nieuwe keten van voedselverwerking gegroeid. Het centrale knooppunt is Atelier Groot Eiland aan de kant van Molenbeek. Iedere weekavond vertrekt daar rond 17 uur een bestelwagen. Bij een Delhaize verderop haalt hij kaas, yoghurt, vlees en alle andere bederfelijke waren op die vier dagen van hun definitieve vervaldatum verwijderd zijn. Witte en bruine broden worden apart ingeladen. Vlees en zuivel zijn voor de keuken van Bel Mundo, waar ze bereid worden met groenten uit de eigen tuin. Het brood gaat de oven in. Na verhitting tot 80 graden is het weer wat het ooit was: meel. Dat meel verhuist naar de overkant van het kanaal, naar de brouwerszaal van het Brussels Beer Project. Samen met gerstemout vormt het er de basis van het Babylon-bier. De voorbije twee jaar werd zo 15 ton brood tot bier gebrouwen. Soep maken van de groenten die in de veiling onverkocht achterblijven: dat heeft Karel Bollen al geprobeerd. Hij wilde er zelfs een sociaaleconomisch model rond bouwen. Met een soepproducent, een sociale kruidenier en een sociaal restaurant. Algauw bleek die soep per kilo zo'n vier keer duurder te zijn dan een variant bereid met diepvriesgroenten uit Roemenië. Wat in België voorlopig onbetaalbaar blijkt, gebeurt in Frankrijk wel. In plaats van de aankoop van diepvriesgroenten uit Roemenië te ondersteunen, investeert de overheid er in de verwerking van voedseloverschotten. Le Potager de Marianne, nabij Parijs, herverpakt overschotten van de veiling en verkoopt ze tegen gesubsidieerde prijzen aan sociale restaurants en kruideniers. Soms is het niet eenvoudiger dan dat: een verschuiving van middelen. 'In Vlaanderen zouden daarvoor twee ministers moeten overleggen en samenwerken: Joke Schauvliege (CD&V), bevoegd voor landbouw, en minister Liesbeth Homans (N-VA), bevoegd voor sociale economie', zegt Bollen. 'Dat blijkt nu de grootste hindernis. Terwijl er aan ideeën geen gebrek is. Het is zelfs opvallend hoe overal in Europa soortgelijke initiatieven ontstaan.' Dat ontdekte Joris Depouillon op een tournee door ons continent. Nadat hij een aantal keer in de vuilnisbakken van de plaatselijke supermarkt in Ertvelde was gedoken, drong bij hem het besef door dat we minstens zo veel wegsmijten als opeten. In Parijs liep hij stage bij Re-Belle, een bedrijf dat jam maakt van ongewenst fruit uit supermarkten. Hij kwam in contact met de Deense ontwikkelaars van Too Good to Go: via die app kunnen bakkers en supermarkten tegen sluitingstijd hun overschot aan brood afficheren. Via via hoorde hij dat in Zwitserland en Groot-Brittannië aan soortgelijke apps gewerkt wordt. Hij wist ook waarom: 'Logistiek is een knelpunt van voedseloverschotten.' En dus richtte Depouillon Foodwin op: een overlegplatform van bedrijven die werken met voedseloverschotten. Even vreesde hij dat het niet zou werken, omdat alle leden teren op dezelfde grondstof: afgeschreven voedsel. Maar toen haalde hij er de cijfers bij en volgden zowel de geruststelling als de kater: alle initiatieven samen slagen er momenteel in om 1 procent van de overschotten te verwerken. 'Niet voedsel is te goedkoop, wel voedselverspilling', meent Depouillon. Het brengt ons terug bij de Ladder van Moerman: verwerken is goed, voorkomen is beter. Ook de giganten van de voedingsindustrie beseffen dat duurzaam produceren de toekomst heeft. Daarom heeft Sodexo, de reus onder de grootkeukens, de International Food Waste Coalition opgericht, samen met andere voedingsgrootmachten als McCain, Unilever Food Solutions, Pepsico en Ardo en met steun van het Wereld Natuur Fonds en de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Het doel? 'Zero waste is moeilijk,' vertelt Hélène Castel, die vanuit de Brusselse hoofdzetel van Sodexo de coalitie coördineert, 'maar ruimte voor verbetering is er zeker.' Een vierde van het voedsel dat wordt bereid en opgediend in de schoolkantines die Sodexo mee uitbaat, wordt na de maaltijd weggegooid. Dat cijfer, naast de overtuiging dat voedsel waarderen een kwestie van opvoeding en educatie is, betekende de start van de eerste concrete actie van de coalitie. In zes scholen in Italië, Frankrijk en Engeland controleerden leerlingen en keukenpersoneel een schooljaar lang het voedsel dat van het bord op de afvalhoop belandde. 'Onder meer door de porties aan te passen en kinderen meer tijd te geven om te eten, slaagden ze erin het verlies met 12 procent te verminderen.' Voor koks en personeel geldt dan weer dezelfde oeroude gouden regel: beheer je voorraadkast of stock verstandig. Planning is de sleutel. Voor de klant in de supermarkt betekent dat: hou je vast aan je boodschappenlijst; de stockbeheerder van de grootkeuken moet onder andere zijn aankoopbeleid aanpassen aan vakantieperiodes en op tijd contact opnemen met voedselbanken als verlies dreigt. 'Vorig jaar hebben we zo een ton aan voedselbanken geschonken', vertelt Florence Rossi. Als directeur Corporate Social Responsibility bij Sodexo probeert ze de preventie van voedselverlies te plaatsen in de evolutie naar gezond en duurzaam voedsel. 'Dat betekent: werken met lokale leveranciers, kiezen voor producten uit verantwoorde landbouw enzovoort. In 200 van onze restaurants zijn we er de voorbije 2 jaar in geslaagd het voedselverlies met 600 ton te verminderen. Dat is het gewicht van 2 blauwe vinvissen.' Over de halvering van voedselverlies tegen 2030 heeft ook Rossi haar bedenkingen. 'Het is meer dan ambitieus. Maar waarom niet? Er zijn nog genoeg sectoren waar het verlies makkelijk te vermijden is. In ziekenhuizen, bijvoorbeeld, wordt tot 40 procent van het eten weggesmeten. Het grootste deel is te wijten aan een overdreven uniformisering: iedere patiënt krijgt zijn plateau op hetzelfde moment. Waarom zou je je menu en je tijden niet aanpassen aan de patiënt? Waarom zou een patiënt niet à la carte kunnen kiezen? Een test toont aan dat het voedselverlies op die manier met de helft afneemt.' 'Een kritiek is: het is duurder om het zo te organiseren. Maar als een patiënt sneller het ziekenhuis verlaat omdat hij goed en gezond eet, is dat toch vooral winst voor de maatschappij?' Binnenkort start in een Brussels ziekenhuis een proefproject waaruit dat moet blijken. Rossi maakt een schroefbeweging ter hoogte van haar slaap. 'Het is een kwestie van omdenken. Op dit moment is verspilling te gemakkelijk. We móéten er iets aan doen.'