Europa brokkelt af, in snel tempo. We hebben de brexit nog niet verwerkt of er stapelen zich al opnieuw donkere wolken op boven het azuur van de Middellandse Zee. De politieke situatie in Italië onderstreept opnieuw de kwetsbaarheid van de eurozone, terwijl de reactie van de noordelijke lidstaten wijst op toenemend wantrouwen en onbegrip. 'De beurzen zullen Italië wel leren hoe het moet stemmen', stelde de Duitse Eurocommissaris Günther Oettinger, waarop de Italianen de Duitse arrogantie en hegemonie op de korrel namen. Dan hebben we het nog niet eens over de turbulentie in Oost-Europa. De kruipende crisis van Europa zet zich voort en wij weten niet hoe we daarmee om moeten gaan.
...

Europa brokkelt af, in snel tempo. We hebben de brexit nog niet verwerkt of er stapelen zich al opnieuw donkere wolken op boven het azuur van de Middellandse Zee. De politieke situatie in Italië onderstreept opnieuw de kwetsbaarheid van de eurozone, terwijl de reactie van de noordelijke lidstaten wijst op toenemend wantrouwen en onbegrip. 'De beurzen zullen Italië wel leren hoe het moet stemmen', stelde de Duitse Eurocommissaris Günther Oettinger, waarop de Italianen de Duitse arrogantie en hegemonie op de korrel namen. Dan hebben we het nog niet eens over de turbulentie in Oost-Europa. De kruipende crisis van Europa zet zich voort en wij weten niet hoe we daarmee om moeten gaan. Er zijn weinig regio's economisch zo afhankelijk van de rest van Europa als Vlaanderen. Vlaanderen is dus erg kwetsbaar als de gestage verzwakking van de Europese Unie zich doorzet. Op korte termijn bedreigt die vooral de Vlaamse uitvoer. Zeker als een nieuwe groeivertraging andere lidstaten aanzet om bijvoorbeeld de belastingen of de lonen te laten dalen. Helemaal problematisch wordt het als lidstaten subtiel de toegang tot hun markt beperken. Op lange termijn blijft er onzekerheid over de euro. De euro is door politici gecreëerd en kan dus ook door politici naar de knoppen worden geholpen. Ik heb de afgelopen maanden een aantal Vlaamse politici horen stellen dat het misschien ook kansen schept, om met de sterke lidstaten verder te gaan in een nieuwe muntunie. Of dat soort standpunten ernstig zijn, weet ik niet, maar ze zijn wel typerend voor de stuurloosheid. De gedachte alleen al: met een verzwakte Belgische economie een muntunie opzetten met vooral krachtige landen als Nederland en Duitsland. Waanzin is het. Vlaanderen is ook terughoudend wat de fiscale harmonisering in Europa betreft, maar ziet als kleine economie nog het meest af van de competitieve lastenverlaging. Er zit al even weinig cohesie in het Vlaamse strategische denken over Europa als in Europa zelf. Maar wat doen we dan? Veel vat op de toekomst van de eurozone en van de Europese Unie in het algemeen hebben we niet. Wat zijn de opties dan wel? Meer handel buiten de Europese Unie stimuleren? Tja, de toegang tot markten buiten Europa is nog beperkter. Denk maar aan het protectionisme van Donald Trump, het economisch nationalisme van China of de talrijke restricties in India. De kans dat we onze uitvoer kunnen heroriënteren, is klein. Zelfs Nederland, dat een veel krachtigere economische diplomatie heeft dan wij, is daar niet in geslaagd. Mijns inziens moeten we enerzijds onze economie op termijn minder afhankelijk maken van buitenlandse markten. Dat betekent in de eerste plaats dat we binnenlandse consumenten zo veel mogelijk moeten laten bedienen door binnenlandse producenten. En niet, zoals we nu vaak doen, onze markt laten kaalvreten door buitenlandse bedrijven die hun positie grotendeels te danken hebben aan een afgeschermde thuismarkt, allerhande fiscale gunsten, sociale dumping, bijna-monopolie of andere marktverstoringen. Ik hoor het koor van dogmatische vrijhandelsprofeten al klinken, maar in deze wereld moeten we realistisch zijn. Het impliceert ook dat we zelf gaan investeren en niet steevast gaan aankloppen bij de grote buurlanden om onze investeringsbehoeften, in energie en elders, in te vullen. Dat maakt ons enkel kwetsbaarder. Maak ruimte voor eigen bedrijven, laat ze onderling concurreren, maar behoed ze voor problematische concurrentie van buiten uit. Anderzijds moeten we blijven nadenken over hoe we de Europese markt kunnen versterken, weliswaar zonder de verwachting dat dat ook lukt. Vlaanderen zou er bijvoorbeeld bij de Europese Commissie op moeten aandringen een veel krachtiger handelsbeleid te voeren tegen het economisch nationalisme van Peking en Washington. We moeten nadenken hoe we de onvermijdelijke miljardentransfers van surpluslanden naar landen met een tekort kunnen omzetten in investeringen die de productiviteit verhogen. We moeten met dat geld investeren in nieuwe industrie en slimme steden in het Zuiden, in plaats van er enkel overheidsobligaties en vakantieappartementen te kopen. Economisch realisme, dat moet het leitmotiv zijn. We moeten voor onze eigen economie de ambitie hebben om productiviteit, duurzaamheid, creativiteit en waardigheid na te streven, en naar buiten toe vooral te voorkomen dat we al te zeer afhankelijk worden. Afhankelijkheid is op zich geen probleem, als zij wederzijds is en dat is nu vaak niet het geval.