Volgens de allerlaatste cijfers, die maandagavond verspreid werden, zou de schuld over vijf jaar iets lager uitkomen, op 94,22%. Maar volgens parlementslid Maurits Vande Reyde zijn de cijfers hoe dan ook zorgwekkend en wijzen ze nogmaals op de urgentie van het afremmen van de schuldgroei om toekomstige crises aan te kunnen en om beleid te financieren. De rente op de schuld loopt namelijk aanzienlijk op.

Met de meerjarenraming blikt de regering vooruit op het vorderingensaldo (het overschot of tekort op het budget) en de schuldratio van de komende jaren. Zoals bekend wil de regering in 2027 een structureel evenwicht bereiken, evenwel zonder de kosten verbonden aan de Oosterweelverbinding en het relanceplan Vlaamse Veerkracht mee in rekening te brengen. Morgen/dinsdag licht minister van Financiën en Begroting Matthias Diependaele (N-VA) de cijfers toe in het parlement.

Uit de raming die twee weken geleden werd ingediend, blijkt dat het tekort geleidelijk aan kleiner zal worden, maar de komende jaren nog aanzienlijk zal zijn. Zo wordt in 2026 nog steeds een tekort van bijna 900 miljoen euro verwacht. Ook het vorderingensaldo na correcties (dus zonder Oosterweel en relanceplan) laat dan nog een tekort van bijna 400 miljoen euro zien.

Geconsolideerde schuld

Uit de cijfers die maandagavond werden verspreid, blijkt dat de schuld in de periode 2022-2026 zou toenemen van 36,6 miljard euro eind 2021 tot 53,5 miljard euro eind 2026, of een stijging met 16,9 miljard euro. Het gaat om de zogenaamde geconsolideerde schuld, dus inclusief de schuld van de ziekenhuisinfrastructuur die in het kader van de zesde staatshervorming naar de deelstaten werd overgeheveld. De geraamde begrotingstekorten (inclusief Oosterweel), investeringen in sociale huisvesting, uitgaven aan schoolinfrastructuur en het relanceplan zijn de belangrijkste factoren die de schuldtoename verklaren.

Door de groeiende schuld stijgt ook de schuldratio (uitgedrukt in percentage van de ontvangsten): van 61,48% eind 2020 tot naar verwachting 94,22% eind 2026. Dit jaar zal de Vlaamse regering haar eigen schuldnorm, die zegt dat de schuldgraad niet meer dan 65% mag bedragen, voor het eerst overschrijden. Eind dit jaar zou de schuld 69,65% bedragen, een forse stijging veroorzaakt door de crisis en de onvermijdelijke begrotingstekorten en het relanceplan die er het resultaat van zijn. Ook het Rekenhof zei eerder al dat de schuldtoename in 2020 en 2021 'buiten de wil van de regering' om gebeurde.

Ongezien

Vlaams parlementslid Maurits Vande Reyde (Open Vld) wijst erop dat de schuld voornamelijk door de opeenvolgende begrotingstekorten wordt veroorzaakt en dat de rentekosten mee stijgen. 'Tegen 2026 gaat bijna 450 miljoen euro van de beleidsruimte naar rente-uitgaven', becijferde hij al.

'Dat is voor Vlaanderen ongezien. Dat de schuld tot meer dan 100% van de ontvangsten na 2026 kan stijgen, is zeer zorgwekkend. De netto-actief positie is daarbij ook voor het eerst negatief. Dat wil zeggen dat we in Vlaanderen meer schulden hebben dan de overheid bezittingen heeft in bijvoorbeeld wegen en gebouwen. Dat toont aan dat we momenteel nog geen gezond begrotingspad hebben voor na corona. Het afremmen van de schuldgroei is absoluut noodzakelijk willen we toekomstige generaties niet belasten. Dat kan enkel door kritisch te kijken waar de overheid de middelen aan uitgeeft, zoals bijvoorbeeld het te genereuze Vlaamse subsidiebeleid.'

Het relanceplan Vlaamse Veerkracht moet volgens Vande Reyde prioritair inzetten op investeringen die de productiviteit aanzwengelen en de werkzaamheidsgraad doen stijgen. 'Dat is nodig om uit dit begrotingsdal te klimmen. De nieuwe cijfers zetten deze urgentie nog kracht bij.'

Minister Diependaele geeft in een reactie toe dat de schuldratio de komende jaren stijgt, 'maar minder hard dan verwacht werd bij constant beleid'. Hij is tevreden dat de schuldgraad onder de 100% van de inkomsten blijft. 'Door de vele investeringen die we nu doen, niet in het minst via het relanceplan, stijgt onze schuld de komende jaren wel. Dit zijn strategische beleidskeuzes in bijvoorbeeld infrastructuur of innovatie wat we de volgende jaren terugverdienen. Een hogere schuldpositie is ook niet per definitie slecht. Het is momenteel echter belangrijker om te investeren om zo de economie op peil te houden, dan onze schuld te laten krimpen. Het is dus een bewuste keuze die we maken.'

Volgens de allerlaatste cijfers, die maandagavond verspreid werden, zou de schuld over vijf jaar iets lager uitkomen, op 94,22%. Maar volgens parlementslid Maurits Vande Reyde zijn de cijfers hoe dan ook zorgwekkend en wijzen ze nogmaals op de urgentie van het afremmen van de schuldgroei om toekomstige crises aan te kunnen en om beleid te financieren. De rente op de schuld loopt namelijk aanzienlijk op.Met de meerjarenraming blikt de regering vooruit op het vorderingensaldo (het overschot of tekort op het budget) en de schuldratio van de komende jaren. Zoals bekend wil de regering in 2027 een structureel evenwicht bereiken, evenwel zonder de kosten verbonden aan de Oosterweelverbinding en het relanceplan Vlaamse Veerkracht mee in rekening te brengen. Morgen/dinsdag licht minister van Financiën en Begroting Matthias Diependaele (N-VA) de cijfers toe in het parlement. Uit de raming die twee weken geleden werd ingediend, blijkt dat het tekort geleidelijk aan kleiner zal worden, maar de komende jaren nog aanzienlijk zal zijn. Zo wordt in 2026 nog steeds een tekort van bijna 900 miljoen euro verwacht. Ook het vorderingensaldo na correcties (dus zonder Oosterweel en relanceplan) laat dan nog een tekort van bijna 400 miljoen euro zien.Geconsolideerde schuldUit de cijfers die maandagavond werden verspreid, blijkt dat de schuld in de periode 2022-2026 zou toenemen van 36,6 miljard euro eind 2021 tot 53,5 miljard euro eind 2026, of een stijging met 16,9 miljard euro. Het gaat om de zogenaamde geconsolideerde schuld, dus inclusief de schuld van de ziekenhuisinfrastructuur die in het kader van de zesde staatshervorming naar de deelstaten werd overgeheveld. De geraamde begrotingstekorten (inclusief Oosterweel), investeringen in sociale huisvesting, uitgaven aan schoolinfrastructuur en het relanceplan zijn de belangrijkste factoren die de schuldtoename verklaren.Door de groeiende schuld stijgt ook de schuldratio (uitgedrukt in percentage van de ontvangsten): van 61,48% eind 2020 tot naar verwachting 94,22% eind 2026. Dit jaar zal de Vlaamse regering haar eigen schuldnorm, die zegt dat de schuldgraad niet meer dan 65% mag bedragen, voor het eerst overschrijden. Eind dit jaar zou de schuld 69,65% bedragen, een forse stijging veroorzaakt door de crisis en de onvermijdelijke begrotingstekorten en het relanceplan die er het resultaat van zijn. Ook het Rekenhof zei eerder al dat de schuldtoename in 2020 en 2021 'buiten de wil van de regering' om gebeurde.Ongezien Vlaams parlementslid Maurits Vande Reyde (Open Vld) wijst erop dat de schuld voornamelijk door de opeenvolgende begrotingstekorten wordt veroorzaakt en dat de rentekosten mee stijgen. 'Tegen 2026 gaat bijna 450 miljoen euro van de beleidsruimte naar rente-uitgaven', becijferde hij al. 'Dat is voor Vlaanderen ongezien. Dat de schuld tot meer dan 100% van de ontvangsten na 2026 kan stijgen, is zeer zorgwekkend. De netto-actief positie is daarbij ook voor het eerst negatief. Dat wil zeggen dat we in Vlaanderen meer schulden hebben dan de overheid bezittingen heeft in bijvoorbeeld wegen en gebouwen. Dat toont aan dat we momenteel nog geen gezond begrotingspad hebben voor na corona. Het afremmen van de schuldgroei is absoluut noodzakelijk willen we toekomstige generaties niet belasten. Dat kan enkel door kritisch te kijken waar de overheid de middelen aan uitgeeft, zoals bijvoorbeeld het te genereuze Vlaamse subsidiebeleid.' Het relanceplan Vlaamse Veerkracht moet volgens Vande Reyde prioritair inzetten op investeringen die de productiviteit aanzwengelen en de werkzaamheidsgraad doen stijgen. 'Dat is nodig om uit dit begrotingsdal te klimmen. De nieuwe cijfers zetten deze urgentie nog kracht bij.'Minister Diependaele geeft in een reactie toe dat de schuldratio de komende jaren stijgt, 'maar minder hard dan verwacht werd bij constant beleid'. Hij is tevreden dat de schuldgraad onder de 100% van de inkomsten blijft. 'Door de vele investeringen die we nu doen, niet in het minst via het relanceplan, stijgt onze schuld de komende jaren wel. Dit zijn strategische beleidskeuzes in bijvoorbeeld infrastructuur of innovatie wat we de volgende jaren terugverdienen. Een hogere schuldpositie is ook niet per definitie slecht. Het is momenteel echter belangrijker om te investeren om zo de economie op peil te houden, dan onze schuld te laten krimpen. Het is dus een bewuste keuze die we maken.'