Vlaanderen gaat achteruit op vlak van de drie competenties. Zo daalde de gemiddelde score voor lezen van 511 naar 502 punten, die voor wiskunde van 521 naar 518 en die voor wetenschappen van 515 naar 510. Aan Franstalige kant worden de competenties op vlak van lezen, wetenschappen en wiskunde wel beter. Voor wiskunde eindigen de Franstaligen met 495 punten zelfs voor het eerst boven het gemiddelde van de OESO (489). Het verschil tussen de zwakste en de sterkste leerlingen in Vlaanderen is groter dan het gemiddelde in de OESO-landen. Bij de leesvaardigheid is er bijvoorbeeld een verschil van 275 punten tussen de score van de beste 10 procent (633 punten) en de slechtste 10 procent (359 punten), tegenover een verschil van 260 punten in de OESO. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat de socio-culturele status van een leerling een aanzienlijke impact heeft op zijn schoolprestaties. Zo wordt in Vlaanderen de variantie in bijvoorbeeld de leesprestatie voor 17,3 procent bepaald wordt door de economische, sociale en culturele status (de ESCS-index) van de leerling. Dat is meer dan het gemiddelde in de OESO-landen van 11,9 procent. De index wordt onder meer bepaald door het beroep en het opleidingsniveau van de ouders en de hoeveelheid "educatieve middelen" die een gezin bezit, zoals boeken. Het "Programme for International Student Assessment" (PISA) is een driejaarlijkse internationale studie die al sinds 2000 in opdracht van de OESO de wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid en de leesvaardigheid test bij de 15-jarigen in 79 landen. Voor PISA 2018 werden in Vlaanderen 4.882 leerlingen uit 172 scholen getest. (Belga)