Door een combinatie van de nieuwste technieken in de biologie konden de Vlaamse onderzoekers het DNA en de eiwitten van voorhistorische gistcellen nabouwen. "Uit tientallen DNA-codes hebben we via complexe algoritmes de oude DNA-code kunnen voorspellen", aldus Steven Maere (VIB/UGent). "Deze stukjes prehistorisch DNA hebben we nagebouwd om zo de overeenkomstige oude eiwitten aan te maken." De wetenschappers zochten specifiek naar de manier waarop gisten zich aangepast hebben om verschillende suikers te kunnen afbreken. "We vonden dat het oer-gen voor het eiwit dat instaat voor de vertering van maltose (suiker in graan), tijdens de evolutie een aantal keren gekopieerd werd", aldus Karin Voordeckers (VIB/KULeuven). "Het DNA van sommige kopieën is lichtjes gewijzigd, waardoor nieuwe eiwitten ontstonden die andere suikers kunnen afbreken. Door deze veranderingen te modelleren in de overeenkomstige eiwitten, begrijpen we nu hoe slechts enkele wijzigingen in het DNA konden leiden tot de ontwikkeling van nieuwe activiteiten in deze eiwitten." De wetenschappers denken dat dit soort verdubbelingen van het DNA heel vaak aan de basis liggen van het ontstaan van schijnbaar "nieuwe" eiwitten, schrijven ze in het vooraanstaande wetenschappelijk tijdschrift PloS Biology. Het VIB wijst erop dat een belangrijke onbeantwoorde vraag in Darwins evolutietheorie net luidt hoe nieuwe eigenschappen schijnbaar uit het niets kunnen opduiken. (COR 207)

Door een combinatie van de nieuwste technieken in de biologie konden de Vlaamse onderzoekers het DNA en de eiwitten van voorhistorische gistcellen nabouwen. "Uit tientallen DNA-codes hebben we via complexe algoritmes de oude DNA-code kunnen voorspellen", aldus Steven Maere (VIB/UGent). "Deze stukjes prehistorisch DNA hebben we nagebouwd om zo de overeenkomstige oude eiwitten aan te maken." De wetenschappers zochten specifiek naar de manier waarop gisten zich aangepast hebben om verschillende suikers te kunnen afbreken. "We vonden dat het oer-gen voor het eiwit dat instaat voor de vertering van maltose (suiker in graan), tijdens de evolutie een aantal keren gekopieerd werd", aldus Karin Voordeckers (VIB/KULeuven). "Het DNA van sommige kopieën is lichtjes gewijzigd, waardoor nieuwe eiwitten ontstonden die andere suikers kunnen afbreken. Door deze veranderingen te modelleren in de overeenkomstige eiwitten, begrijpen we nu hoe slechts enkele wijzigingen in het DNA konden leiden tot de ontwikkeling van nieuwe activiteiten in deze eiwitten." De wetenschappers denken dat dit soort verdubbelingen van het DNA heel vaak aan de basis liggen van het ontstaan van schijnbaar "nieuwe" eiwitten, schrijven ze in het vooraanstaande wetenschappelijk tijdschrift PloS Biology. Het VIB wijst erop dat een belangrijke onbeantwoorde vraag in Darwins evolutietheorie net luidt hoe nieuwe eigenschappen schijnbaar uit het niets kunnen opduiken. (COR 207)