Vlaams Belang maakt een sprong vooruit en is volgens het onderzoek met 24,5 procent de grootste partij van Vlaanderen, een stijging met 6 procentpunt. De partij staat weer op haar topniveau van 2004. Dat Tom Van Grieken en co van de regeringsboten geweerd blijven en dat de 'klassieke' partijen blijven aanmodderen tijdens het formatieproces geeft Vlaams Belang extra electorale brandstof.

Het resultaat wijst erop dat de coronacrisis de politieke tegenstellingen van het voorbije jaar nog verder heeft uitgediept, zo melden VRT NWS en De Standaard zaterdag. Het onderzoek werd uitgevoerd door de VUB en de Universiteit Antwerpen.

N-VA boert 4,5 procentpunt achteruit en blijft nu steken op 20,3 procent. Een nieuwe electorale oplawaai dus, na het forse verlies vorig jaar. Na de nationalistische kopgroep volgt een peloton van vier klassieke partijen die min of meer aan elkaar gewaagd zijn: CD&V met 11,9 procent (-3,6 procentpunt), Open VLD met 11,6 procent (-1,5 procent), Groen met 11,1 procent (+1 procentpunt) en SP.A met 11 procent (+0,6 procentpunt). Aan de linkerzijde boekt de PVDA 2,9 procentpunten winst. Peter Mertens en de zijnen staan nu op 8,2 procent.

N-VA-voorzitter Bart De Wever is met grote voorsprong de populairste politicus, zijn Vlaams Belang-collega is een opgemerkte tweede. Daarna volgen respectievelijk Alexander De Croo (Open VLD), Conner Rousseau (SP.A), Peter Mertens (PVDA), Jan Jambon (N-VA), Koen Geens (CD&V), Maggie De Block (Open VLD), Theo Francken (N-VA) en Hilde Crevits (CD&V).

Uit het onderzoek blijkt voorts dat de Vlamingen het meest wakker liggen van de gezondheidszorg en de politieke crisis. Andere belangrijke thema's zoals de communautaire problematiek, migratie, milieu en klimaat zijn wat weggedeemsterd.

Vlaams Belang maakt een sprong vooruit en is volgens het onderzoek met 24,5 procent de grootste partij van Vlaanderen, een stijging met 6 procentpunt. De partij staat weer op haar topniveau van 2004. Dat Tom Van Grieken en co van de regeringsboten geweerd blijven en dat de 'klassieke' partijen blijven aanmodderen tijdens het formatieproces geeft Vlaams Belang extra electorale brandstof. Het resultaat wijst erop dat de coronacrisis de politieke tegenstellingen van het voorbije jaar nog verder heeft uitgediept, zo melden VRT NWS en De Standaard zaterdag. Het onderzoek werd uitgevoerd door de VUB en de Universiteit Antwerpen. N-VA boert 4,5 procentpunt achteruit en blijft nu steken op 20,3 procent. Een nieuwe electorale oplawaai dus, na het forse verlies vorig jaar. Na de nationalistische kopgroep volgt een peloton van vier klassieke partijen die min of meer aan elkaar gewaagd zijn: CD&V met 11,9 procent (-3,6 procentpunt), Open VLD met 11,6 procent (-1,5 procent), Groen met 11,1 procent (+1 procentpunt) en SP.A met 11 procent (+0,6 procentpunt). Aan de linkerzijde boekt de PVDA 2,9 procentpunten winst. Peter Mertens en de zijnen staan nu op 8,2 procent. N-VA-voorzitter Bart De Wever is met grote voorsprong de populairste politicus, zijn Vlaams Belang-collega is een opgemerkte tweede. Daarna volgen respectievelijk Alexander De Croo (Open VLD), Conner Rousseau (SP.A), Peter Mertens (PVDA), Jan Jambon (N-VA), Koen Geens (CD&V), Maggie De Block (Open VLD), Theo Francken (N-VA) en Hilde Crevits (CD&V). Uit het onderzoek blijkt voorts dat de Vlamingen het meest wakker liggen van de gezondheidszorg en de politieke crisis. Andere belangrijke thema's zoals de communautaire problematiek, migratie, milieu en klimaat zijn wat weggedeemsterd.