Eind vorig jaar kwamen enkele wetenschappelijke studies tot de opmerkelijke conclusie dat het coronavirus niet vanuit China de wereld heeft veroverd, maar vanuit Europa. SARS-CoV-2 sprong in China over van vleermuizen naar de mens - al dan niet via een tussenstap in andere dieren - maar zou vooral vanuit Europa naar Amerika en Afrika zijn geëmigreerd.
...

Eind vorig jaar kwamen enkele wetenschappelijke studies tot de opmerkelijke conclusie dat het coronavirus niet vanuit China de wereld heeft veroverd, maar vanuit Europa. SARS-CoV-2 sprong in China over van vleermuizen naar de mens - al dan niet via een tussenstap in andere dieren - maar zou vooral vanuit Europa naar Amerika en Afrika zijn geëmigreerd. Viroloog Philippe Lemey van het Rega Instituut aan de KU Leuven bestudeert de verspreiding van het coronavirus aan de hand van genetische analyses van grote aantallen stalen. Ook hij stelde vast dat Europa een belangrijk tussenstation was in de wereldwijde veroveringstocht. 'Er is rechtstreekse verspreiding vanuit China geweest,' zegt Lemey, 'maar de virusvariant die in Noord-Italië ontstond, was veel besmettelijker dan de oorspronkelijke variant uit China. Hij heeft andere varianten in Europa en Amerika weggeconcurreerd. Hij was gewoon succesvoller dan de andere.' Hetzelfde gebeurt vandaag met de zeer besmettelijke Britse variant van het virus? Philippe Lemey: Inderdaad. Als de Britse variant zich in Europa wijd verspreidt, zal hij waarschijnlijk de plaats innemen van de varianten die hier nu circuleren. Iets vergelijkbaars zagen we met de Italiaanse variant in Noord-Amerika. Hij drong binnen via de stad New York op de oostkust, maar bereikte vrij snel de westkust, waar hij de tot dan toe dominante Washington-variant wegdrukte. U toont in een Science-paper aan dat het virus in de staat Washington twee introducties nodig had om voet aan de grond te krijgen. Lemey: Er zijn waarschijnlijk redelijk wat introducties geweest, maar de eerste bekende patiënt was een man die op 15 januari uit China kwam. Hij was zich bewust van het risico en toen hij symptomen van een besmetting kreeg, heeft hij hulp gezocht. Dat was het eerste gedocumenteerde geval, maar het was wellicht niet de eerste introductie en zeker niet de laatste. Er is later een tweede virusvariant binnengekomen die de eerste overruled heeft. Een Britse studie stelt dat er in het Verenigd Koninkrijk meer dan duizend introducties waren voor het virus er kon circuleren. Lemey: Zelfs dat is wellicht een onderschatting. In die periode kreeg het land elke dag 30.000 terugkerende reizigers uit vooral Frankrijk en Spanje te verwerken. Daar zal een groot aantal besmette mensen bij geweest zijn. Engeland is dus besmet vanaf het Europese vasteland? Lemey: Inderdaad. Een veelvoud aan introducties is wellicht nodig, omdat veel besmette mensen het virus slechts in beperkte mate doorgeven. Het virus moet het geluk hebben dat het terechtkomt in iemand met veel contacten, die als een superspreader fungeert. Meestal is dat het begin van een belangrijke verspreiding. Uit uw studie blijkt dat het virus in Europa eerst in Duitsland opdook via een toeleverancier van een autobedrijf. Maar de Duitsers zijn er toen in geslaagd het te verslaan. Lemey: De Duitse autoriteiten lanceerden onmiddellijk de eerste contacttracing in Europa. Dat ging goed, want er waren nog bijna geen introducties, zodat het aantal besmettingen beperkt was. Alle contacten van de besmette persoon werden geïdentificeerd, opgespoord en getest. We hebben die specifieke variant van het virus later nergens meer gezien. De Italiaanse variant verschilde in één mutatie van de Duitse, zodat we de twee goed konden onderscheiden. Er zijn wel Italiaanse onderzoekers geweest die beweerden dat het virus in Noord-Italië geïntroduceerd werd door een besmette Duitse vrouw die er op skivakantie was, maar dat strookt niet met onze analyses. Dankzij het snelle ingrijpen van de Duitsers hadden anderelanden meer tijd om zich beter voor te bereiden, schrijft u. Lemey: Dat moet ik toch wat nuanceren. De introductie in Noord-Italië volgde amper een week na de Duitse. Het belangrijkste wat de Duitse ervaring leerde, was dat er snel moest worden ingezet op contacttracing en screening. Duitsland was wat dat betreft lang de beste leerling van de klas. De eerste virusgolf bleef er vrij beperkt. Het land kampt nu wel met een zware tweede golf. Misschien is dat een gevolg van de bescheiden eerste golf? Lemey: Dat is moeilijk te zeggen. Er zit veel variatie in de patronen. In België was zowel de eerste als de tweede golf zwaar. Misschien werd Duitsland slachtoffer van zijn initiële succes. De deelstaat Beieren beloofde in de zomer gratis tests voor iedereen, maar daardoor is het systeem onder druk gekomen. De testcapaciteit was onvoldoende om het vol te houden, zeker door de toestroom van terugkerende reizigers. Mensen met symptomen konden niet snel genoeg getest worden, wat de verspreiding van het virus bevorderde. Hebben jullie zicht op hoe het virus zich bij ons genesteld heeft? Was de krokusvakantie de trigger? Lemey: We hebben helaas geen echt sterke gegevens over de eerste introducties in ons land, maar het ziet ernaar uit dat het virus er al was voor de krokusvakantie. We weten evenwel niet hoe succesvol die vroege verspreiding was. Vervolgens kwamen er massaal veel introducties, ook na de krokusvakantie. Mijn collega's Simon Dellicour en Piet Maes hebben het genoom van 740 vroege coronavirusstalen uit ons land geanalyseerd en zijn tot de conclusie gekomen dat daar 331 onafhankelijke introducties bij waren. Is een van die 331 dan de basis voor onze epidemie geworden? Lemey: Een aantal van die varianten bleef samen circuleren. Dat is het beeld voor heel Europa: de epidemie steunt op een mengeling van varianten. De meeste West-Europese varianten vind je in alle landen, België inbegrepen. Is de grenzen sluiten niet de beste oplossing om het virus tegen te werken? Lemey: (aarzelend) Het lijkt moeilijk om in Europa grenzen te sluiten. Daarom is het screenen en in quarantaine plaatsen van reizigers zo belangrijk. Idealiter screen je iedereen, plaats je iedereen in quarantaine en screen je na een paar dagen nog eens. Nu de Britse variant er is, zou er nog een screening na tien dagen moeten komen, aangezien die misschien langer besmettelijk is. Als je de screening logistiek niet op punt hebt, blijft quarantaine een goede basis om op terug te vallen. Hoe erg is de situatie rond de nieuwe Britse variant?Lemey:Piet Maes detecteerde de eerste Britse varianten in ons land al eind november. Sindsdien zijn er alleen maar bijgekomen, vooral met reizigers tijdens en na de kerstvakantie. De opmars lijkt niet meer te stuiten. We zien nog geen impact op de besmettingscurves, maar er zit een onzichtbare dynamiek onder, die maakt dat de druk op de gezondheidszorg weer snel kan toenemen. We kunnen alleen maar hopen dat we hem onder controle krijgen. Maar als die variant een superspreadercachet zou krijgen, dreigt er een nieuwe explosieve situatie.Is het mogelijk om hem in de hand te houden?Lemey:De genomische bewaking, waarbij je focust op de verschillende virusvarianten, wordt momenteel opgedreven. Die kun je koppelen aan de contacttracing. De snelle respons op de uitbraken van de Britse variant toont aan dat dit ook gebeurt.Een derde golf in de lente is een realistisch uitgangspunt? Lemey: (zucht) Ik heb het er moeilijk mee om dat zo expliciet te stellen. Niet alleen wegens de wetenschappelijke onzekerheid, ook omdat ik zwartgalligheid probeer te vermijden. Als de besmettingsgraad stijgt, moeten er misschien strengere maatregelen komen om een derde golf te vermijden, want die dreigt te clashen met onze inspanningen om zo snel mogelijk zo veel mogelijk mensen te vaccineren. Een lockdown of het uitvallen van medisch personeel zou de vaccinatielogistiek kunnen bemoeilijken. Er duiken overal nieuwe virusvarianten op. In Japan, dit jaar gastland van de Olympische Spelen, maken ze zich zorgen over een variant uit Brazilië. Lemey: De vraag is niet zozeer of er varianten zijn dan wel of ze, zoals de Britse en de Zuid-Afrikaanse variant, besmettelijker zijn dan hun voorgangers. In de zomer hadden we in Europa een Spaanse virusvariant die onder meer in het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland de viruspopulatie overnam, maar er is geen evidentie dat hij besmettelijker was dan zijn voorgangers en dus maakte het niet zoveel uit. Bij ons ontstond er even paniek over een Kempische variant. Lemey: Op basis van fout geïnterpreteerde informatie, want het ging gewoon om de virusvariant waar we courant mee te maken hebben. Is het mogelijk dat er een echt gevaarlijke variant van het virus opduikt? Lemey: Ja, hoewel een virus vanuit evolutionair oogpunt er geen voordeel uit haalt erg agressief en ziekteverwekkend te zijn, want dat is minder gunstig voor zijn verspreiding. Een sterker ziekteverwekkend karakter zou wel een neveneffect kunnen zijn van een mutatie die een hogere besmettelijkheid veroorzaakt. Het virus gaat zich dan gemakkelijker voortplanten, waardoor iemand zieker kan worden. Maar dat hebben we met dit virus nog niet gezien. Een extreem dodelijk coronavirus zit er niet in? Lemey: We hebben al duizenden mutaties in dit virus gezien, maar niets dat in die richting gaat. Maar zeg nooit nooit. Nieuwe varianten ontstaan in patiënten die langdurig ziek zijn? Lemey: Dat lijkt te zijn gebeurd met de Britse variant. Het is niet uitzonderlijk dat er in een patiënt een variant met één nieuwe mutatie ontstaat, maar de Britse variant heeft er veertien. Dat is een evolutionaire sprong. Daarom gaat men ervan uit dat hier een langdurige infectie in een immunologisch verzwakt lichaam heeft gespeeld, waardoor een virus gemakkelijker mutaties kon opstapelen. De vaccinatiecampagnes komen nu op gang. Moeten we de hele wereld vaccineren om het virus uit te roeien? Lemey: Het zal cruciaal zijn om zo veel mogelijk mensen te vaccineren. Je ziet dat met de strijd tegen de mazelen. Daar is een heel goed vaccin voor, maar omdat vaccinatie nooit 100 procent van een populatie dekt, vindt het virus altijd nieuwe onbeschermde lichamen. Dat zal voor het coronavirus niet anders zijn. We zien dat de vier coronavirussen die al courant in de mensheid circuleren, vooral jonge kinderen infecteren. Het is niet uitgesloten dat ook het huidige coronavirus zich zal blijven verspreiden als een infectie van kinderen. Wat niet zo erg lijkt, aangezien de meeste kinderen er niet ziek van worden. Is het al bekend of vaccinatie vermijdt dat je het virus aan iemand doorgeeft? Lemey: Ik ben geen vaccinoloog, maar je kunt na een vaccinatie effectief nog besmet raken, zij het hopelijk in beperkte mate en korter. Vaccinatie maakt de kans op het besmetten van anderen sowieso een stuk kleiner. Virologen kunnen de evolutie van het virus steeds beter voorspellen. Wat denkt u dat er in 2021 zal gebeuren? Lemey: Het is nog altijd moeilijk om daar iets zinvols over te zeggen. We zitten nog altijd met een hoge graad van infecties, en we hebben de dreiging van de Britse variant. Tegelijk zijn we begonnen met de vaccinatiecampagne. Het is moeilijk in te schatten hoe die drie gaan convergeren. De vraag is vooral, denk ik, wat we gaan doen als we de risicopopulatie van bejaarden en zorgverleners gevaccineerd hebben. Gaan we de maatregelen dan versoepelen en toelaten dat het virus zich verspreidt in het niet-gevaccineerde deel van de bevolking, met het risico op een nog altijd licht verhoogde mortaliteit? Als alle risicopatiënten zijn gevaccineerd, kunnen we weer hopen op meer vrijheid. Maar of dat betekent dat we dan in de zomer opnieuw grootschalige concerten kunnen organiseren, moeten we afwachten.De druk om dat te doen zal snel verhogen. Lemey: Misschien terecht. Als het virus minder slachtoffers kan maken, kunnen er andere afwegingen komen. Het is aan het beleid om daarin knopen door te hakken. Hebt u de striemende kritiek van uw collega-viroloog Emmanuel André op de Belgische politiek gelezen in Nature? Hij klaagde onder meer het gebrek aan langetermijnplanning aan. Lemey: Ik heb er iets van opgepikt. Eind vorige zomer zijn alle virusbestrijders gefrustreerd geraakt. Het was de kroniek van een aangekondigde tweede golf. De motivatie om de maatregelen te verstrengen was er niet meer, niet bij de bevolking en niet bij de politiek. Er waren spanningen tussen wetenschappers en politici, tussen politici onderling en wetenschappers onderling. Dat waren misschien te veel spanningen voor een klein land om een coherent beleid te kunnen voeren. Een rapport van de London School of Economics and Political Science bestempelt België samen met het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Italië als landen met een zwak bestuur, vanwege hun belabberde aanpak van de coronacrisis. Lemey: Ik begrijp dat, maar je moet de invloed van belangengroepen niet onderschatten. Het is aan de politiek om een goede balans te vinden. Soms gaat dat goed, soms niet en dan komt er kritiek. We zijn nu aan het bekijken of de versoepelingen rond reizen in de zomer de tweede golf hebben aangestuurd. We doen daarvoor grootschalige analyses van genomen van veel virusvarianten. Het is nog te vroeg voor definitieve uitspraken, maar het lijkt erop dat rond half augustus terugkerende reizigers in de meeste Europese landen voor extra verspreiding van het virus hebben gezorgd. Vooral in landen waar relatief weinig virus circuleerde, hebben reizigers het aantal besmettingen een boost gegeven. Nieuwe varianten uit het buitenland wonnen snel terrein. Landen zoals Duitsland, die veel inspanningen hadden geleverd om de virusverspreiding laag te houden, zijn toen overspoeld door nieuwe introducties. Hoe zit het in China, waar alles is begonnen? Daar leek het leven opnieuw zijn normale gang te gaan, maar sinds kort komen er weer berichten over nieuwe besmettingen. Lemey: Ook in China zullen ze vaccinatie nodig hebben om de pandemie te verslaan. Ze zijn er niet virusvrij. Als we de cijfers mogen geloven, zijn er weinig nieuwe besmettingen: de laatste twee weken zo'n 1500 op een bevolking van 1,4 miljard mensen. Maar als er één geval in een miljoenenstad komt, gaan ze er onmiddellijk in lockdown tot ze iedereen hebben getest. Zo kunnen ze de virale verspreiding laag houden. Het is een goede strategie die illustreert dat je niet altijd hoeft te kiezen tussen economie en volksgezondheid, maar dat je de twee kunt combineren. De manier waarop ze het aanpakken, zou wel niet kunnen in een rechtsstaat als de onze. Is er al meer duidelijkheid over hoe het virus in China de sprong naar de mens heeft gemaakt? Lemey: Nee. Toen zeventien jaar geleden het SARS-virus de sprong van vleermuizen naar de mens maakte, wisten we in deze fase van het onderzoek al dat civetkatten als tussengastheer hadden gefungeerd. Nu weten we daar nog niets over. Ons onderzoek heeft aangetoond dat het huidige coronavirus een generalist is, die veel diersoorten kan besmetten, zoals nertsen, honden en katten. Maar het kan van generalist evolueren naar een virus met een hoge besmettelijkheid in één bepaalde gastheer, en dat is in de mens gebeurd. Als we op basis van genetische verschillen tussen ons virus en het meest verwante coronavirus uit vleermuizen een gemeenschappelijke voorouder zoeken, moeten we minstens veertig tot zeventig jaar terug in de tijd. We zitten dus met een grote hiaat in de kennis, die we graag zouden opvullen, want dan kunnen we misschien vermijden dat er nog een sprong komt via dezelfde weg. Is het mogelijk dat we nieuwe pandemieën zullen kunnen voorkomen? Lemey: We kunnen het alleen maar hopen. We hebben veel geleerd uit de huidige pandemie, al was het maar hoe kwetsbaar onze maatschappij voor een virusaanval is. We hebben gelukkig ook gezien dat de wetenschap goed gewapend is om een virale aanval te bestrijden, kijk naar de snelheid waarmee er vaccins tegen het coronavirus zijn gemaakt. Ik denk dat een uitbraak niet te voorspellen valt, maar we moeten wel proberen om er zo snel mogelijk bij te zijn en die in de kiem te smoren. Zijn er nieuwe ideeën over hoe dat zou kunnen? Lemey: Doorgedreven genoomanalyses van virussen in patiënten zijn natuurlijk belangrijk, maar je zou ook kunnen denken aan een systeem waarin smartphones fungeren als instrument voor gezondheidsfuncties. Als zou blijken dat er ergens een opstoot van koortsaanvallen is, zonder dat er iets als griep circuleert, kan er proactief onderzocht worden wat er aan de hand is. Het is een laagdrempelig informatiekanaal dat als alarmsignaal kan fungeren. De bedoeling is nieuwe uitbraken snel de kop in te drukken, met als nadeel dat mensen er na verloop van tijd niet meer bang voor zijn. Lemey: Dat is de klassieke preventieparadox, die in alle omstandigheden moeilijk te bestrijden is. Maar ook daarvan weten we nu dat hij bestaat.