Ik weet niet of ik deze pluim wel op mijn hoed wil steken, maar ik denk dat ik in België de term 'dekolonisatie' in het publieke debat heb geïntroduceerd. Aan het begin van de jaren 2000 ging de discussie niet over de kolonies van de derde wereld, maar wel over wat toen bekend stond als 'het immigratie- en integratiedebat'. Toen vergeleek ik de de dynamiek tussen de kolonisator en de gekoloniseerden met wat toen 'de autochtonen' en 'de allochtonen' werd genoemd. De meeste politici van buitenlandse afkomst noemde ik toen 'evolués', een verwijzing naar de Belgisch koloniale geschiedenis en de Congolezen die toen in dienst waren bij Belgische kolonisatoren. Mijn benadering werd destijds sterk afgekeurd, en velen vonden dat ik overdreef.
...

Ik weet niet of ik deze pluim wel op mijn hoed wil steken, maar ik denk dat ik in België de term 'dekolonisatie' in het publieke debat heb geïntroduceerd. Aan het begin van de jaren 2000 ging de discussie niet over de kolonies van de derde wereld, maar wel over wat toen bekend stond als 'het immigratie- en integratiedebat'. Toen vergeleek ik de de dynamiek tussen de kolonisator en de gekoloniseerden met wat toen 'de autochtonen' en 'de allochtonen' werd genoemd. De meeste politici van buitenlandse afkomst noemde ik toen 'evolués', een verwijzing naar de Belgisch koloniale geschiedenis en de Congolezen die toen in dienst waren bij Belgische kolonisatoren. Mijn benadering werd destijds sterk afgekeurd, en velen vonden dat ik overdreef. Nochtans was het niet onlogisch om die parallellen te trekken. Ook toen al waren in heel wat Europese steden, grote gemeenschappen van mensen van wie de roots in de oude koloniale gebieden lagen. Denk maar aan de Algerijnen in Frankrijk, de Congolezen en de Rwandezen in België, de Zuid-Oost-Aziaten in het Verenigd Koninkrijk en de Latijns-Amerikanen in Spanje. Er was toen een duidelijk verband tussen die immigratie en het koloniale verleden. Als gevolg daarvan waren er sommige koloniale opvattingen die ook een rol speelden bij het vormgeven van de relatie tussen deze gemeenschappen en hun nieuwe samenlevingen en hun autoriteiten.Wat ik toen opmerkte, is vooral dat de gastlanden en hun autoriteiten deze immigrantengemeenschappen zagen als een fremdkorper van "barbaren" die beschaafd moeten worden. De koloniale beruchte "mission civilisatrice" moest dus in de Europese metropool volbracht worden, nadat deze in de kolonie had gefaald. Die koloniale blik werd veralgemeend en toegepast op bijna alle andere immigrantengemeenschappen, ook degenen die niet uit de koloniën kwamen. En dat was de grond waarop het integratiebeleid werd gebouwd. Dat deze gemeenschappen, en vooral de tweede en volgende generaties, deze koloniale opvattingen bestreden en ze als problematisch beschouwden, is een essentieel onderdeel van de conflictdynamiek rond de kwesties van identiteit en etniciteit in Europa. Komaf maken met deze koloniale houding in de context van migratie in Europa zag ik toen, en zie ik nog steeds, als een noodzakelijke verderzetting van de dekolonisatie in het zuiden.Wij wilden gezien worden als burgers en niet als koloniale onderdanen die beschaafd moesten worden. We wilden dat de staat en de samenleving ons burgerschap accepteerden. Om ons niet langer op te sluiten in categorieën van 'geïntegreerd en niet-geïntegreerd', net zoals de gekoloniseerden werden gezien als 'evolués en niet-evolués'. Dit is altijd de kern geweest van mijn dekolonisatiediscours.Breder bekeken gaat dekolonisatie voor mij ook over de manier waarop de gruwel uit de koloniale periode wordt toegelicht en veroordeeld. Dat betekent dat er een einde gemaakt wordt aan de rechtvaardiging en verering van "koloniale helden", die vaak massamoordenaars en bandieten waren. In tegenstelling tot in de pre-moderne tijden, pleegden die koloniale "helden" hun misdaden in het moderne tijdperk dat al doordrenkt was van de ideeën van de Verlichting. Ze kunnen daarom niet genieten van het voordeel van de twijfel dat gegeven wordt aan alle massamoordenaars in de eeuwen daarvoor. Want om de gruweldaden te rechtvaardigen moest ten tijde van de kolonies een hele theorie gecreëerd en verspreid worden die de inboorlingen van de overzeese gebieden ontmenselijkte. Dat is precies hoe racisme werd geconstrueerd in dienst van het kolonialisme. We argumenteerden toen, en nog steeds, dat je om racisme in Europa te bestrijden, de koloniale wortels ervan moet erkennen en aanpakken. Ook dàt is voor mij dekolonisatie.Wat dekolonisatie niet moet zijn, is een moralistische veroordeling van de hele westerse beschaving als racistisch en onderdrukkend. Het mag niet de bedoeling zijn om het hele streven naar Verlichting in twijfel te trekken, of een poging om de fundamenten van de exacte wetenschappen te te betwisten. Daarbij aansluitend mag het ook geen poging zijn om de westerse literatuur en cultuur als geheel te problematiseren. Wat ik altijd verdedigd heb, is om wat echt koloniaal is te dekoloniseren, maar nooit om daar te ver in te gaan en dat door te trekken naar ons hele referentiekader. Hoewel dekolonisatie ook deels een cultureel proces is, en dat het in die zin gezien kan worden als een epistemologische breuk met een bepaald koloniaal "pensée unique", mag het nooit worden beschouwd als een alternatief en universeel epistemisch systeem. Het is ook geen rivaliserend universele bouwwerk van kennis voor de verlichting en haar wetenschappelijke grondslagen. Dekolonisatie moet dan ook meer een 'paradigma-reiniging' zijn en geen paradigmaverschuiving.Het definiëren van dekolonisatie als zo'n complete en universele paradigmaverschuiving, vindt zijn oorsprong in een mix van het marxisme van Gramsci en het postmodernisme van Foucault. Daar ligt de basis voor het veld van de postkoloniale studies. Uit dit intellectueel werk dat enkele zeer interessante en verrijkende studies bevat, kwam het idee van 'epistemische dekolonisatie' naar voren, met de bekende gedachte dat kolonisatie ook een kolonisatie van de geesten was. Het kolonialisme vernietigde de kennissystemen van de inheemse bevolking en verving het door westerse kennissystemen. (Met als gevolg dat dit proces op de een of andere manier moet worden omgekeerd.) En natuurlijk zullen er zeker ideeën uit het Westen zijn die hun weg gevonden hebben naar de voormalige koloniën, maar het is maar de vraag of die de oude culturen en tradities wel vervangen of vernietigd hebben. De paradox ligt net hierin dat ideeën over democratie, burgerschap, mensenrechten, maar ook socialisme, nationalisme en revolutie aan de basis lagen van de dekoloniale strijd.Het opnieuw valideren van oude tradities en geschiedenissen, is een nobel onderdeel van elk dekolonisatieproces. Niettemin kan niemand ontkennen dat het kolonialisme, zij het met de bedoeling van uitbuiting en overheersing, de moderniteit in de gekoloniseerde regio's introduceerde en instrumenten en ideeën met zich meedroeg die bewaard en gekoesterd moesten worden. Denk maar aan de wegen, ziekenhuizen, scholen en elektriciteitsnetten, die gebouwd werden met als bedoeling een criminele onderneming te vergemakkelijken en allerminst uit filantropie. Het is infrastructuur die behouden werd en gebruikt werd door de gedekoloniseerde landen. Alleen een dwaze leider zou oproepen tot dekolonisatie door de moderne infrastructuur te vernietigen. Ook alleen een dwaas roept op tot dekolonisatie door moderne ideeën te bestrijden.Epistemische dekolonisatie is nog meer problematisch als ze het fundament van de wetenschap betwist ten gunste van oude en inheemse 'kennissystemen'. Pleiten tegen de wetenschap en voor bijgeloof en pseudowetenschap is geen dekolonisatie, het is 'decivilisatie'. Mensen die oproepen om geschiedeniscurricula te dekoloniseren, evenals de relaties met het mondiale Zuiden en het immigratiebeleid, hebben gelijk. Het is goed om naar hen te luisteren. Mensen die oproepen om de humane en sociale wetenschappen te dekoloniseren, kunnen enkele geldige punten hebben, terwijl ze op andere punten ongelijk hebben. Het is goed om met hen in gesprek te gaan.Mensen die oproepen om exacte wetenschappen, wiskunde, natuurkunde, biologie en geneeskunde te dekoloniseren, zijn charlatans en fanatici, ze moeten genegeerd worden.Helaas is het deze epistemische dekolonisatie die wortel schiet in activistische en academische kringen in het westen. Het vindt ook zijn weg naar politieke kringen. De regeringen in België (op verschillende niveaus) luisteren aandachtiger dan ooit naar deze theorieën en gaan een proces van onderhandelingen en dialogen aan met activisten en academici die dit soort ideeën dragen.En hoewel ik niet geloof dat welk bestuursniveau dan ook gehoor zal geven aan de oproep van de epistemische dekolonialen om de moderniteit en haar wetenschappelijke basis te betwisten, het risico bestaat wel dat ze zullen overcompenseren door minder belangrijke maar belachelijke eisen te aanvaarden en absurde acties te ondernemen die elke serieus gesprek over de echte nodige dekolonisatie verstoren. De recente beslissing van de Gentse bibliotheek om een disclaimer voor racisme toe te voegen aan de boeken van Pipi Langkous is daar een voorbeeld van. (Nu weet ik niet hoe gevaarlijk Pipi Langkous is, ik heb het niet gelezen, dus ik kan niet zeggen of de disclaimer absoluut een must was. Wat ik je kan vertellen is dat ik als tiener "Mein Kampf" ook heb gelezen zonder nazi te worden.)Het probleem bij Pipi Langkous zou liggen in het gebruik van het woord 'neger'. Ik ben het ermee eens dat dit woord niet meer gebruikt mag worden, aangezien zwarte mensen er tegenwoordig aanstoot aan nemen. Maar in de tijd dat Pipi Langkous werd geschreven, werd Neger/Negro op een niet-pejoratieve manier gebruikt. Zelfs Malcolm X sprak over de Negro-gemeenschap en de Negro-strijd. Moeten we bij de memoires van Malcolm X ook een disclaimer plaatsen waarin staat dat het boek racistische taal bevat? En zelfs als het destijds racisme was, het boek is wat het is, het verhaal is wat het is, een momentopname van dat tijdperk. Het plaatsen van disclaimers door autoriteiten op boeken is niet alleen paternalistisch, het kan ook een eerste stap zijn naar censuur.We hebben een volwassen gesprek over dekolonisatie nodig, en daarom wil ik vier dekolonisatie-regels voorstellen die beleidsmakers kunnen helpen een besluit te nemen als het lastig wordt:Regel 1: Geen enkele premoderne historische figuur mag naar moderne maatstaven worden beoordeeld. Leopold II, opereerde in de moderne tijd en zijn wreedheden werden destijds zelfs bekritiseerd in kranten in andere Europese landen. Daarom is de eis om hem niet meer te eren en zijn nalatenschap te dekoloniseren meer dan terecht. Godfried van Bouillon en Karel de Grote daarentegen, waren premoderne figuren en kunnen niet worden onderworpen aan enig dekoloniaal of ander moreel onderzoek met behulp van moderne of postmoderne waarden.Regel 2: Geen enkele figuur mag enkel en alleen worden beoordeeld op basis van een problematisch deel van zijn nalatenschap, terwijl andere delen van die nalatenschap zijn belangrijkste bijdrage zijn. Thomas Jefferson was een slavenhouder maar zijn nalatenschap is de bijdrage aan de grondwet van de Verenigde Staten en noties van democratie, daarvoor moet hij geëerd worden. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor schrijvers als Rousseau en Voltaire. (In het geval van Leopold II waren de wreedheden in Congo net zijn grootste onderneming.) Regel 3: Geen enkel kunst- of cultuurproduct mag worden beoordeeld op basis van de meningen of politiek of gedrag van de maker. Kunst en culturele producten moeten gewaardeerd worden op basis van hun creativiteit en de kwaliteitsnormen van hun vak. De muziek van Wagner mag bijvoorbeeld niet afgewezen vanwege de ideeën van Wagner.Regel 4: Exacte wetenschap is geen ideologische constructie, maar methodisch bewijsbaar en falsifieerbaar. We moeten weigeren dat onze kinderen wordt geleerd dat wetenschap en pseudowetenschap gelijk zijn. Laat staan kwakzalverij en bijgeloof. De methode van de moderne wetenschap moet worden verdedigd en gehandhaafd.Dekolonisatie is in de eerste plaats een politieke daad, en heeft betrekking op hoe we de relatie tussen het mondiale Noorden en Zuiden benaderen, en hoe we de verheerlijking van het kolonialisme, verleden en heden, kwijtraken ten gunste van een benadering van wederzijds respect in binnen- en buitenland. Als je je daaraan houdt, is dat een goede zaak, en kan het een remedie zijn voor sommige spanningen in de samenleving. Maar net als alle andere remedies, kan een overdosis ervan leiden tot een giftig en gevaarlijk resultaat.