Het spaarboekje brengt niets meer op, feitelijk is het een verliesboekje. De banken bieden niet meer dan de wettelijke minimumrente van 0,11 procent. Als het van de financiële instellingen afhing, zouden ze aan spaarders zelfs geld vragen om hun centen op een spaarboekje te mogen deponeren. Ondertussen wordt het leven duurder, vorig jaar bedroeg de inflatie bijna 1 procent. Dat wil dus zeggen dat het geld op uw spaarboekje toen 0,89 procent aan koopkracht verloor.
...

Het spaarboekje brengt niets meer op, feitelijk is het een verliesboekje. De banken bieden niet meer dan de wettelijke minimumrente van 0,11 procent. Als het van de financiële instellingen afhing, zouden ze aan spaarders zelfs geld vragen om hun centen op een spaarboekje te mogen deponeren. Ondertussen wordt het leven duurder, vorig jaar bedroeg de inflatie bijna 1 procent. Dat wil dus zeggen dat het geld op uw spaarboekje toen 0,89 procent aan koopkracht verloor. Die 0,89 procent lijkt niet veel, maar op lange termijn gaat het om een serieus bedrag: als u in 2002 10.000 euro op een spaarboekje had staan, is dat nu ondanks de ontvangen rente nog 8500 euro waard. Zo'n 1500 euro ging door de inflatie in rook op. Het ziet er niet naar uit dat die trend snel zal veranderen. Integendeel, verwacht wordt dat de inflatie zal oplopen, zodat het verschil tussen de rente en de inflatie zal toenemen en uw geld op een spaarboekje nóg meer aan koopkracht zal verliezen. Vandaar: verliesboekje. Vorig jaar trokken massaal veel landgenoten met hun geld naar de beurs, de handel in Belgische aandelen nam in 2020 met een derde toe. Maart was de drukste maand: door de corona-uitbraak en de lockdown kelderde de beurs. De Bel20, de index met de voornaamste aandelen op de beurs van Brussel, donderde 40 procent naar beneden. Voor velen was dat, met de lage rente in het achterhoofd, het sein om aandelen te kopen. Bovendien kon iedereen die tijdens de coronacrisis voltijds kon blijven werken, tegelijk minder uitgeven aan ontspanning, horecabezoek, reizen enzovoort - en dus meer opzijleggen. Ook het aanzwellende spaarvarken dreef de mensen richting beurs. Dat steeds meer onervaren beleggers hun heil zoeken in aandelen houdt gevaren in. Want aandelen kopen is iets heel anders dan uw geld plaatsen op een spaarboekje. Zo is het geld op uw spaarboekje onmiddellijk beschikbaar. En het verliest wel aan koopkracht, maar u kunt het nooit helemaal kwijtraken. Zelfs als morgen uw bank failliet zou gaan, is de inleg tot 100.000 euro gewaarborgd door de overheid. Op de beurs kunt u wél al uw geld verliezen, zoals Lernout & Hauspie of Fortis in het recente verleden hebben geïllustreerd. Wie in aandelen wil beleggen komt wel wat valkuilen tegen. De vier belangrijkste zijn: onvoldoende kennis, ondoordacht kiezen, ongelukkige timing en ongelofelijke kuddegeest. Hoe vermijdt u die? De financiële kennis van de Vlamingen is ondermaats, je kunt zelfs spreken van financieel analfabetisme. Hoeveel mensen kennen bijvoorbeeld het verschil tussen een aandeel en een obligatie? Om geld op een spaarboekje te plaatsen is die kennis niet noodzakelijk, dat gaat als vanzelf. Om te beleggen op de beurs moet u wel weten waar u mee bezig bent, anders zijn financiële ongelukken gegarandeerd. Het is onverstandig om in een aandeel te beleggen omdat uw buurman dat ook doet. Of omdat u er iets over in de krant hebt gelezen. Of omdat uw bank of een beleggingsadviseur dat aanraadt. Vertrouw niet blind op hen, blijf kritisch, maak uw eigen overweging, want het gaat tenslotte om uw zuurverdiende centen. Geloof ook nooit de 'gouden beleggingstip', want die bestaat niet. Meer zelfs, mijd mensen die gouden bergen voorspiegelen. Als het écht een gouden tip was, zouden ze die niet aan uw neus hangen. Het is de eerste valkuil: beleggen zonder bagage. Hoe ontsnapt u daaraan? Investeren in de tweede helft van je leven (Lannoo), dat ondergetekende samen met Michaël van Droogenbroeck heeft geschreven, plaatst beleggen in aandelen in de brede context van alle spaar- en investeringsmogelijkheden en helpt u af te wegen of aandelen iets voor u zijn. Wie specifiek alles wil weten over beleggen op de beurs, kan terecht bij Iedereen belegger (Lannoo) van Pierre Huylenbroeck, ex-hoofdredacteur van De Tijd.Natuurlijk, de wereld staat niet stil, de economie gaat op en af, de rente en inflatie wijzigen... Het is zaak om daar als belegger goed van op de hoogte te blijven. Als lezer van Knack zit dat wel snor, maar het kan natuurlijk geen kwaad om andere media te volgen, bijvoorbeeld meer gespecialiseerde publicaties als het financieel-economisch magazine Trends, ons zusterblad, en/of zakenkrant De Tijd. Als u voldoende kennis over beleggen hebt verzameld, kunt u (voorzichtig) aan de slag. Maar alleen met geld dat u - minstens een tijdje - kunt missen. Want vergeet nooit: er kleeft altijd een risico aan beleggen in aandelen. Trek dus zeker niet met geleend geld naar de beurs, want u moet dat tijdig kunnen terugbetalen en dat is met beleggen in aandelen niet gegarandeerd. O ja, wat het verschil is tussen een aandeel en een obligatie? Als u een aandeel koopt, wordt u voor een klein deeltje mede-eigenaar van de onderneming, met een obligatie niet, dan leent u geld uit aan die onderneming. Als aandeelhouder deelt u in de winst of het verlies van de onderneming, onder meer met het dividend, het deel van de winst dat wordt verdeeld onder de aandeelhouders. Obligatiehouders krijgen geen dividend maar wel rente, een vergoeding omdat u geld uitleent. Met aandelen loopt u dan ook een hoger risico dan met obligaties. Alleen, vandaag staat de rente zo laag dat de meeste obligaties helemaal niet aantrekkelijk zijn. En dus wordt er vooral belegd in aandelen. Maar welke aandelen moet u dan kiezen? Het is een vaste regel voor wie in aandelen wil beleggen: leg niet al uw eieren in één mand. Om het risico te verminderen, spreidt u het best uw beleggingen over verschillende aandelen, bij voorkeur uit verschillende sectoren en verschillende regio's. Maar met héél veel verschillende aandelen in portefeuille, drukt u het rendement. Bovendien wordt het dan een hele klus om al die aandelen op te volgen. Beperk uw portefeuille daarom tot een 15-tal verschillende aandelen, zo blijft het overzichtelijk. Welke aandelen moet u kiezen? Daar komt de tweede valkuil kijken: keuzes maken zonder goed na te denken. Hoe vermijdt u die valkuil? Eén, koop alleen aandelen van bedrijven die u kent en grondig onderzocht hebt. Twee, denk na over welke sectoren het morgen goed zullen doen, welke bedrijven garen spinnen bij bijvoorbeeld de vergrijzing of mobiliteit of klimaatverandering. Drie, probeer in te schatten in welke regio in de wereld het economisch goed zal gaan en houd daarmee rekening als u aandelen koopt. Vervolgens gaat u op zoek naar bedrijven die aan die drie criteria beantwoorden en erin uitblinken. Dan wacht u drie maanden en volgt u het bedrijf op de voet. Bent u daarna nog altijd overtuigd van uw keuze? Dan kunt u kopen. Toegegeven: dat is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Maar heeft iemand ooit beweerd dat beleggen in aandelen makkelijk is? U kunt ook beleggen met wat minder inspanning. Bijvoorbeeld via beleggingsfondsen. Als u spaarcenten hebt, zal uw bank u zeker ooit voorstellen om een beleggingsfonds aan te kopen, waarin een hele reeks aandelen uit bepaalde sectoren en/of regio's zitten en waarmee u dus meteen aan risicospreiding doet. Maar let op: zonder risico zijn ze niet. Bovendien betaalt u voor een beleggingsfonds instap-, beheers- en uitstapkosten aan de bank of fondsbeheerder. En soms ook nog bewaarkosten. Dat loopt al snel op tot meer dan 5 procent en dat knabbelt natuurlijk aan uw rendement. Er zijn andere mogelijkheden om op een gemakkelijke manier gespreid te beleggen. U kunt bijvoorbeeld aandelen kopen van een holding, een onderneming die niets anders doet dan in andere bedrijven participeren. Zo zit u meteen in een hele reeks bedrijven die door de holding actief worden opgevolgd en geniet u mee van hun kennis en ervaring. Op de Brusselse beurs vindt u bijvoorbeeld GBL, de holding van de familie Frère, die onder meer aandeelhouder is van sportmerk Adidas, luierfabrikant Ontex en drank- en wijnproducent Pernod Ricard. Andere bekende holdings zijn Ackermans & van Haaren en Sofina. Een andere mogelijkheid is dat u een tracker koopt. Die volgt een beursindex of een aandelenfonds als zijn schaduw. Het aanbod aan trackers is haast onbeperkt. Er zijn er die een bepaalde index volgen (bijvoorbeeld de Bel20), of een sector (bijvoorbeeld biotech) of een thema (bijvoorbeeld vergrijzing). De kosten liggen lager dan bij een beleggingsfonds. Maar vergeet nooit: ook met trackers, holdings en beleggingsfondsen bent u afhankelijk van de grillen van de beurs en kunt u dus (een deel van) uw inleg verliezen. Timing is daarbij uiterst belangrijk, de derde valkuil. Het moment waarop u aandelen koopt of verkoopt is heel belangrijk. Een eenvoudig voorbeeld illustreert dat. De Bel20 verloor vorig jaar 7 procent. Wie dus begin januari 2020 een fonds of tracker kocht dat de Bel20 volgt, keek in december 2020 tegen een ernstig verlies aan. Ook veel aandelen gingen in het rood. Het aandeel van bioscoopuitbater Kinepolis verloor vorig jaar 41 procent, Marie Jo-lingeriefabrikant Van de Velde 23 procent, bank-verzekeraar KBC 15 procent en holding GBL 12 procent. Nee, 2020 was geen feestjaar op de beurs. Maar stel dat u die aandelen kocht op 18 maart 2020, toen de lockdown van kracht werd en de beurs op haar dieptepunt zat. Tussen midden maart en het einde van het jaar steeg de Bel20 met meer dan 40 procent. Het aandeel van Kinepolis steeg in die periode 30 procent, Van de Velde 35 procent, KBC 45 procent en GBL 41 procent. Ja, vanaf maart was 2020 wél een feestjaar op de beurs. Of hoe belangrijk timing is. Hoe kunt u deze valkuil uit de weg gaan? Dat is vrij eenvoudig: u koopt elke maand of elk kwartaal op hetzelfde tijdstip voor een vast bedrag. Of de beurs nu hoog of laag staat: u koopt de uitverkoren aandelen van ondernemingen of holdings, of u schaft trackers aan. Dat levert u uiteindelijk gemiddeld een lagere aankoopprijs op. Ooit komt dan het volgende cruciale moment: wanneer verkoopt u uw aandelen? Een aandeel verkopen is voor veel beleggers duizendmaal moeilijker dan een aandeel kopen. Vaak worden beleggers verliefd op hun aandeel, denken ze dat het aandeel nog meer zal stijgen en houden ze het te lang. Soms durven ze hun verlies niet te nemen en maken ze zichzelf wijs dat het tij wel zal keren. Want het is niet makkelijk om toe te geven dat je ondanks alle huiswerk toch een foute aankoop hebt gedaan. Kortom, beleggers verkopen bijna altijd te vroeg of te laat. Pierre Huylenbroeck, die ook het beleggersblad Mister Market Magazine uitgeeft, heeft een heel mooie beleggersstrategie uitgestippeld, die u als handleiding kunt gebruiken bij de verkoop van aandelen. Als een aandeel fors stijgt, bijvoorbeeld het dubbele waard werd van de aankoopprijs, brengt u alles in stelling om een deel, pakweg 45 procent van dat pakket, te verkopen. Zo houdt u winnaars in portefeuille, maar hebt u ook alvast het bedrag van de aankoop zo goed als gerecupereerd. Durf dus nu en dan winst te nemen. En wat als de koers van een aandeel zakt? Als een aandeel keldert tot minder dan 70 procent van de aankoopprijs, doet u het hele pakket van de hand. Zonder nadenken. Durf dus ook uw verlies te pakken. Dat doet pijn, maar het is beter om door de zure appel te bijten, dan te wachten tot hij helemaal rot is. Wie zijn aandelen Fortis of Lernout & Hauspie de deur uitsmeet toen ze 71 procent minder waard waren, was achteraf heel blij. Dat brengt ons bij de volgende valkuil: overdreven koersen, zeepbellen. Nu steeds meer mensen hun geld op de beurs beleggen, neemt het gevaar op zeepbellen toe. De Amerikaanse econoom Robert Shiller, die met Irrational Exuberance een klassieker schreef over bubbels, spreekt van een zeepbel als beleggers een product, zoals bijvoorbeeld aandelen, kopen niet zozeer omdat ze geloven dat het bedrijf zoveel waard is, maar wel omdat 'stijgende prijzen de verwachting scheppen van verder stijgende prijzen'. Precies dat zou er nu aan de hand kunnen zijn: het vele spaargeld dat naar de beurs stroomt, duwt de aandelenkoersen omhoog, zonder dat dat nog beantwoordt aan de economische realiteit. Het is een ijzeren wet in de economie: vroeg of laat barst de bubbel en volgt een crash. Vooreerst dit: er komt zeker nog een crash, de beurskoersen zullen zonder twijfel nog naar beneden donderen. Een zware correctie komt gemiddeld één keer om de tien jaar voor. Begin deze eeuw barstte de internetzeepbel, acht jaar later maakten we de bankencrisis mee, vorig jaar de coronapandemie. En ongetwijfeld is het morgen weer iets anders, want bubbels kunnen in alle geledingen van de economie ontstaan. De lage rente en het feit dat de Europese Centrale Bank massaal veel geld bijdrukt, voedt op dit moment die zeepbellen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waarschuwde al voor een 'correctie', want de aandelenkoersen hebben nog maar weinig te maken met de situatie in de reële economie. Het is heel moeilijk om als belegger zo'n crash te vermijden, maar de vuistregels hierboven over aandelen kopen en verkopen helpen om de schade te beperken. En om zelfs te profiteren bij een crash. Er zijn nog een aantal aanbevelingen over zeepbellen en hoe u die uit de weg kunt gaan. Een van de voornaamste luidt: laat u niet leiden door hebzucht. Snel veel geld verdienen is een zeer slechte leidraad voor beleggingen. Zo is er al enige tijd de opmerkelijke koersstijging van de bitcoin, die de recordhoogtes aan elkaar rijgt. De bitcoin is net als andere cryptomunten een speculatieve belegging, die niets met de economische realiteit te maken heeft en waar ook niemand garandeert dat u uw geld ooit terugziet. Maar de stijgende koersen van de bitcoin trekken veel beleggers aan en dat doet de koers nog meer stijgen. Precies, de definitie van een zeepbel. Wie verstandig belegt, volgt de weg van de geleidelijkheid. Hier en daar zal er een put in de weg zijn, dat is onvermijdelijk. Maar wie belegt, moet oog hebben voor de lange termijn, pakweg vijf of tien jaar. Hij moet niet voortdurend kopen en verkopen, maar geduldig zijn portefeuille opbouwen. Een beurswijsheid zegt: beleggen is een kwestie van cash, moed en geduld. In die volgorde. Meestal beschikken beleggers wel over wat spaargeld, en heel wat gezinnen konden tijdens de coronacrisis meer sparen dan voorheen. Beleggers zijn over het algemeen ook dapper, en vandaag is dat makkelijker dan ooit nu de rente zo laag staat. Maar vaak ontbreekt het beleggers aan geduld. En dat wordt tijdens deze coronacrisis ook op andere vlakken grondig getest.