'Het verschil loopt op tot 174 punten, wat ongeveer overeenkomt met vier schooljaren achterstand', zegt hoogleraar Ides Nicaise (KU Leuven) maandag in Het Nieuwsblad, De Standaard, Het Belang van Limburg en de Gazet van Antwerpen.

De school is zelfs veel bepalender voor die score dan de thuissituatie van kinderen. Dat blijkt uit een analyse van de KU Leuven van vijftien jaar gelijkekansenbeleid in ons onderwijs. Nicaise voerde het onderzoek met doctoraatsstudente Emilie Franck.

Uit die analyse blijkt ook dat de kloof tussen kansarme en kansrijke leerlingen tussen 2003 en 2015 een beetje is verkleind, maar dat de prestaties nog altijd afhangen van de plek op de sociale ladder. Wie het thuis minder breed heeft, lager opgeleide ­ouders heeft en thuis een andere taal spreekt, doet het gemiddeld veel slechter. 'De overheid ­zou in ­alle scholen een hoge kwaliteit en een sociale mix moeten ­nastreven. Te veel kwetsbare kinderen komen op dezelfde scholen terecht.'

'Het verschil loopt op tot 174 punten, wat ongeveer overeenkomt met vier schooljaren achterstand', zegt hoogleraar Ides Nicaise (KU Leuven) maandag in Het Nieuwsblad, De Standaard, Het Belang van Limburg en de Gazet van Antwerpen.De school is zelfs veel bepalender voor die score dan de thuissituatie van kinderen. Dat blijkt uit een analyse van de KU Leuven van vijftien jaar gelijkekansenbeleid in ons onderwijs. Nicaise voerde het onderzoek met doctoraatsstudente Emilie Franck. Uit die analyse blijkt ook dat de kloof tussen kansarme en kansrijke leerlingen tussen 2003 en 2015 een beetje is verkleind, maar dat de prestaties nog altijd afhangen van de plek op de sociale ladder. Wie het thuis minder breed heeft, lager opgeleide ­ouders heeft en thuis een andere taal spreekt, doet het gemiddeld veel slechter. 'De overheid ­zou in ­alle scholen een hoge kwaliteit en een sociale mix moeten ­nastreven. Te veel kwetsbare kinderen komen op dezelfde scholen terecht.'