Deze tijden van corona zetten geen rem op het enthousiasme van Kristiaan Borret, Bouwmeester maître architecte van Brussel (BMA), noch op het aantal projecten dat hij wil begeleiden. Integendeel, hij wil de zaken met nog meer zorg en aandacht aanpakken.
...

Deze tijden van corona zetten geen rem op het enthousiasme van Kristiaan Borret, Bouwmeester maître architecte van Brussel (BMA), noch op het aantal projecten dat hij wil begeleiden. Integendeel, hij wil de zaken met nog meer zorg en aandacht aanpakken. Wat houdt de functie van Bouwmeester maître architecte voor u in? KRISTIAAN BORRET: De kwaliteit van de projecten verbeteren is mijn belangrijkste opdracht. Dan bedoel ik kwaliteit in brede zin, niet alleen op esthetisch vlak maar ook vanuit stedenbouwkundig oogpunt. We willen de lat voldoende hoog leggen en ik doe dat niet alleen maar met een heel team. We werken nauw samen met de openbare diensten en de privébouwheren. We begeleiden ook de vergunningsaanvragen. Bij elk project of samenwerking is een goede dialoog noodzakelijk. Daarom organiseren we veel ontwerpwedstrijden, dat is de beste manier om vooraf het proces te optimaliseren. In een wedstrijd kun je de architecten vergelijken en bepalen wie voor een bepaald project de beste is. Er zijn geen goede of slechte architecten, elk project vereist een verschillende aanpak. Wat bevalt u het meest aan uw job? KRISTIAAN BORRET: Ik hou zielsveel van dit werk. De functie is niet zo scherp afgelijnd, het is geen rustige job. De positie van Bouwmeester kun je vergelijken met die van een koorddanser. Je bent onafhankelijk, maar niet volledig vrij. Je moet een evenwicht vinden, met iedereen samenwerken maar toch een persoonlijke aanpak bewaren, met iedereen overleggen maar toch een eigen mening verdedigen. Brussel is een grote stad met veel inwoners. Het statuut van internationale stad speelt ook een grote rol. Mijn opdracht heeft een impact op de Europese instellingen, op de kantorenmarkt... De internationale dimensie is een belangrijk onderdeel van de functie van BMA in Brussel. Ook het migratievraagstuk staat hoog op de agenda. Brussel is een kosmopolitische stad, twee op drie Brusselaars zijn er niet geboren of hebben een ouder die er niet geboren is. Dat weerspiegelt zich in de structuur van de stad. Die is niet homogeen. Daarin schuilt net de kracht van Brussel. Je wordt geconfronteerd met moeilijke wijken, stedelijke fricties, een gebrek aan harmonie... Maar de verscheidenheid past goed bij de stad. We moeten de complexiteit en diversiteit van Brussel omarmen in de plaats van te willen terugdringen. Ik vind die verscheidenheid fascinerend. Hoe stemt u de stedelijke ontwikkeling af op die bijzondere identiteit van Brussel? KRISTIAAN BORRET: Kwaliteit is universeel en komt in onze aanpak op de eerste plaats. Bepaalde criteria gelden altijd, zowel in een 19e-eeuwse wijk als in een kantorenwijk: architecturale codes die voor de hele stad van toepassing zijn. Een ander belangrijk criterium is de integratie van een gebouw in zijn omgeving. Die richtlijnen verschillen van buurt tot buurt. Maar een totaalaanpak is belangrijk, zelfs in een gefragmenteerd project. Een goed voorbeeld is het Kanaalplan, dat drie gemeenten en een groot aantal wijken omvat, met grote onderlinge verschillen, leg Tour&Taxis maar eens naast Biestebroek. Maar het plan is wel coherent met een behoud van economische activiteiten en een mix van functies en bevolkingsgroepen. Die mix is een belangrijk onderdeel van elk architecturaal project. Is het Kanaalplan het belangrijkste project in Brussel? KRISTIAAN BORRET: Zeker, door zijn omvang alleen al. Maar daarnaast zijn er nog andere grote projecten in volle ontwikkeling. Een stad heeft grote werven nodig maar ook metamorfoses op kleine schaal. Met doelgerichte kleine ingrepen kan je de levenskwaliteit van een stad verbeteren. Een straat opknappen leidt ook tot meer welzijn in de stad. Of een plein met enkele bomen. Het hoeft niet altijd grootschalig te zijn. Met het BMA-team werken we veel op kleine projecten. Maar een totaalvisie blijft belangrijk? KRISTIAAN BORRET: Ja, maar een totaalvisie die zich vertaalt in een praktische aanpak op het terrein. We hebben genoeg profeten die grootse ideeën verkondigen over de ontwikkeling van een stad. Ik geef liever de voorrang aan concrete realisaties. Beïnvloeden uw aanvullende opleidingen wijsbegeerte en politieke wetenschappen uw aanpak? KRISTIAAN BORRET: Ik denk het. Een Bouwmeester moet kennis hebben van governance, van onderhandelingen en van het politieke spel. Wijsbegeerte heeft me zeker geholpen, Ik heb een tijd veel Hannah Arendt gelezen, een filosofe die veel belang aan de relevantie van de publieke ruimte hechtte. Ze inspireert me vandaag nog altijd. Wat zijn de stedelijke uitdagingen van vandaag en morgen? KRISTIAAN BORRET: Het klimaat, de sociale gelijkheid, een betaalbare huisvesting, een goede vermenging - dat is de basiswaarde van stedelijkheid. Daarnaast spelen ook bereikbaarheid en mobiliteit een grote rol. Al die thema's staan met elkaar in verband. Natuurlijk blijft de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving het voornaamste aandachtspunt van een Bouwmeester.Het klimaat is een nieuw thema. KRISTIAAN BORRET: Zo nieuw is dat onderwerp niet, maar er is wel een groeiende bewustwording van het belang van de klimaatverandering en zijn impact op de steden. Urbanisme is een traag proces, projecten van enkele jaren geleden zouden vandaag misschien anders worden aangepakt. Bij onze keuzes moeten we in elk geval rekening houden met de urgentie van het klimaatvraagstuk. Ik denk dat dit in Brussel gebeurt. De coronacrisis vergrootte overigens de aandacht voor de levenskwaliteit in een stad, met vooral aandacht voor de openbare ruimte. Nogmaals, naast de grote projecten kan een reeks kleine ingrepen al een verschil maken. We zoeken naar een evenwicht in de transformatie van een stad.Is er burgerinspraak in de stedelijke politiek van Brussel? KRISTIAAN BORRET: Een van mijn prioriteiten is om de burger, en meer in het algemeen het middenveld van de georganiseerde burgers, nauwer bij de werking van de Bouwmeester te betrekken. In mijn eerste mandaat streefde ik ernaar om de Bouwmeester transversaal tussen de publieke sectoren te positioneren. Nu, tijdens ons tweede mandaat, is het tijd om ons meer open te stellen. Behalve de publieke instanties en de bouwpromotoren levert nog een hele reeks actoren professioneel werk, zoals de wijkverenigingen maar ook nieuwe groepen met veel impact als Pic Nic The Street en Filter Café Filtre. De voetgangerszone in Brussel kwam er mede dankzij een dialoog tussen de stad en Pic Nic The Street. De inbreng van die organisaties is belangrijk in het maken van de stad. We willen in elk geval komaf maken met het vooroordeel dat het BMA-team een soort van geheim comité zou zijn. Al bij het begin trokken we de kaart van de transparantie. Onze wedstrijden dragen daartoe bij. In 2020 maakten we de jurering van die wedstrijden openbaar, de mensen kunnen ze bijwonen. We willen nu een stap verder gaan en publieke participatie onderzoeken op het moment van de lancering van de wedstrijd en dus niet alleen na de bekendmaking van de winnaar. Het toont hoe vernieuwend we willen werken. Wat is de Kwaliteitskamer, een initiatief dat u na aan het hart ligt? KRISTIAAN BORRET: Een Bouwmeester definieert zelf niet wat kwaliteit is, maar moet het debat erover in een open, professioneel en gecoördineerd kader garanderen. Alle partijen moeten samen in dezelfde zaal met elkaar in dialoog kunnen gaan en hun argumenten op tafel kunnen leggen. Het volstaat niet om te zeggen: 'Ik zie dat niet graag.' Nee, je moet uitleggen waarom niet. Elke keuze moet op duidelijke wijze in het verslag worden uitgelegd. Die Kwaliteitskamer is organisch gegroeid. In het begin op gewestelijk en gemeentelijk niveau. Sinds 2019 is ze in de vorm van projectvergaderingen opgenomen in het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). Dit kwaliteitsprincipe maakt dus voortaan deel uit van de normale werking. In een volgende fase willen we de aanwezigheid van externe experten integreren. In landen als Nederland en Zwitserland is dat al een courante praktijk. Kwaliteit hoeft niet louter van de inbreng van publieke instanties af te hangen. Ik ben voorstander van transparantie en expertise. De BMA heeft geen macht, maar dat vind ik goed. We willen autoriteit verwerven door transparantie, dialoog en duidelijkheid. Wat zijn de grote projecten in Brussel? KRISTIAAN BORRET: Er zijn de strategische projecten in de vorm van de nieuwe wijken die gestuurd worden door instanties als Perspective, MSI (Maatschappij voor Stedelijke Inrichting) en Citydev: het Mediapark op de Reyerssite, de Kazernes van Elsene, het Weststation... Belangrijke strategische gebouwen in volle ontwikkeling zijn het Actiris-gebouw in de buurt van de Beurs en de transformatie van de WTC-Torens in de Noordwijk. Ten slotte kijk ik uit naar de vooruitgang op het terrein van het Kanaalplan in de komende jaren. Vandaag is innovatie niet een nieuw gebouw neer te poten, maar wel een bestaand gebouw te beschermen en te transformeren. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de Kazernes van Elsene: hergebruik van de gebouwen, kringloopeconomie, het idee van de stad in de stad, sociale mix... De transitie, met een tijdelijke invulling van de ruimte, is een aantrekkelijk gegeven. De mogelijkheid om sommige van die tijdelijke gebruikers te behouden op de afgewerkte site is zinvol. Het project moet ook een evenwicht tussen de open ruimte en de gebouwen vinden, dat is een interessante oefening. De Kazernes waren al die jaren een afgesloten enclave, nu wordt dat een open plek, maar wel met het behoud van haar karakter van verborgen paradijs. Vanuit urbanistisch oogpunt is dat zeer waardevol.Hergebruik is dus een prioriteit? KRISTIAAN BORRET: Ja, maar op een gerichte manier. Hergebruik moet de eerste reflex worden waar het mogelijk is, met name op plaatsen waar promotoren een gebouw zouden afbreken om er een nieuw neer te zetten met dezelfde functie. Hergebruik is beter voor de duurzaamheid, niet per se duurder en het veroorzaakt minder hinder voor de omwonenden omdat de werven minder lang duren. En het leidt tot een interessante architecturale esthetiek, een mix van oud en nieuw. Die aanpak biedt meerwaarde en niet alleen voor gebouwen met een erfgoedwaarde. Is geduld een noodzakelijke deugd voor een Bouwmeester? KRISTIAAN BORRET: Je moet tegelijk geduldig en ongeduldig zijn. Het is soms nodig om zeer kort op de bal te spelen, maar je moet ook goed je moment afwachten om een idee te doen lukken. Tegelijk moet je je ervan bewust zijn dat een beslissing in sommige gevallen pas vijf jaar later voelbaar wordt. Ik weet maar al te goed dat ik bescheiden moet zijn. Een stad is in permanente ontwikkeling. Ze is zoals een tweede natuur, sterker en onafhankelijker dan wij. Wij kunnen geen controle op een stad uitoefenen, alleen een steentje bijdragen in haar ontwikkeling. Hoe ziet uw ideaal Brussel eruit? KRISTIAAN BORRET: Zoals het nu is, maar beter. Brussel moet zijn complexiteit, verscheidenheid en sociale mix behouden. Vermenging vormt de essentie van de stedelijkheid. De stad is de plaats waar je dingen vindt die anders zijn, waar je mensen ontmoet die anders zijn, waar je vreemde en onverwachte ervaringen beleeft.