Toen Liesbeth Homans nog minister van Wonen en Gelijke Kansen was, stak ze haar kritiek op praktijktests niet onder stoelen of banken. 'Racisme en discriminatie bestaan wel degelijk,' gaf ze toe, 'maar 40 procent van de verhuurders in Antwerpen in die hoek zetten is werkelijk grotesk.' Een praktijktest is een test met fictieve brieven en telefoontjes bestemd voor de huurmarkt en de arbeidsmarkt, om na te gaan of 'Jan' meer kansen krijgt dan 'Mohammed'. Het gaat daarbij doorgaans om het eerste contact, dus níét over de vraag of ze uiteindelijk het huis kunnen huren of de job krijgen. In elk onderzoek met praktijktests komt een scheeftrekking aan het licht. In een recente test in Mechelen werd in 31 procent van de gevallen iemand met een Marokkaanse naam gediscrimineerd ten opzichte van iemand met een Belgische naam. Ouder onderzoek in Gent gaf soortgelijke resultaten. I...

Toen Liesbeth Homans nog minister van Wonen en Gelijke Kansen was, stak ze haar kritiek op praktijktests niet onder stoelen of banken. 'Racisme en discriminatie bestaan wel degelijk,' gaf ze toe, 'maar 40 procent van de verhuurders in Antwerpen in die hoek zetten is werkelijk grotesk.' Een praktijktest is een test met fictieve brieven en telefoontjes bestemd voor de huurmarkt en de arbeidsmarkt, om na te gaan of 'Jan' meer kansen krijgt dan 'Mohammed'. Het gaat daarbij doorgaans om het eerste contact, dus níét over de vraag of ze uiteindelijk het huis kunnen huren of de job krijgen. In elk onderzoek met praktijktests komt een scheeftrekking aan het licht. In een recente test in Mechelen werd in 31 procent van de gevallen iemand met een Marokkaanse naam gediscrimineerd ten opzichte van iemand met een Belgische naam. Ouder onderzoek in Gent gaf soortgelijke resultaten. In Antwerpen, het onderzoek waar minister Homans op reageerde, kregen vier op de tien mensen met een vreemde naam geen antwoord als ze informeerden naar een huurwoning. Maar gaat het in zulke gevallen altijd om expliciet racisme? Volgens Homans niet: 'Verhuurders willen elke maand de huur ontvangen. Logisch, toch? Kiezen voor een huurder met een stabiel inkomen is racisme noch discriminatie.' Dat was twee jaar geleden, en er zijn nog talloze vroegere versies van die discussie. Een democratie is vaak niet veel meer dan de stapsgewijze verwerking van steeds weer dezelfde problemen. Dat is vermoeiend maar finaal voordelig. Afgelopen woensdag werd een resolutie voorgesteld door de Vlaamse regeringspartijen. In die resolutie, die ingediend werd door Katrien Partyka (CD&V), Nadia Sminate (N-VA) en Sihame El Kaouakibi (Open VLD), ging het over veel meer dan de praktijktests. Het belang van het nog op te richten Vlaamse gelijkekanseninstituut werd benadrukt, net zoals de rol van het Nederlands, ook in Brussel. Ook in de verwijzing naar het 'kansenverhaal' droeg de tekst duidelijk het stempel van de centrumrechtse, Vlaamse coalitie: kansen zijn er, jawel, maar 'met een focus op de zelfredzaamheid van het individu'. Toch was het bagarre, en nog geen klein beetje. En zoals wel vaker ging de ruzie over een symbool. In dit geval: niet de werking, maar de naam van de praktijktests. In de resolutie viel het woord nergens, maar werd gewag gemaakt van 'een onafhankelijk en academisch monitoringsysteem'. Vlaams minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD) had het vrijdag plots wél over 'praktijktests', en con gusto: hij gebruikte het woord maar liefst 25 keer. Daarmee gaf Somers de N-VA een koekje van eigen deeg, want hij reageerde op een eerdere demarche van N-VA-minister Matthias Diependaele, die 'praktijktests' afwees omdat de overheid daarmee elke Vlaming zou benaderen als een racist. Zo bleef wel de essentie buiten beeld: dat er een of andere vorm van praktijktest moet komen, ondanks de gevoeligheden binnen de Vlaamse regering. Als Somers meer wil dan een goaltje scoren in de media, dan zal hij erop moeten toezien dat het monitoringsysteem ook vruchten afwerpt. Niet het symbool maar het effect is belangrijk. Of discriminatie met praktijktests de wereld uit zal zijn, is zeer de vraag. Ook wetenschappers zien in dat bijvoorbeeld verhuurders geen racisten hoeven te zijn om te discrimineren. Socioloog Pieter-Paul Verhaeghe stelde het een tijd geleden helder in Knack: 'Het klopt dat slechts een kleine minderheid van de verhuurders echt racist is. Het gaat om zo'n 10 procent.' Bij grotere groepen speelt een belangrijker argument: zal ik mijn geld krijgen? Heeft de verhuurder een 'stabiel inkomen'? Verhaeghe wees er net op dat het díé groep is die je kunt sensibiliseren met praktijktests. In die zin had Homans dus een punt: niet elke verhuurder die faalt voor de praktijktest is een racist. Maar die falende verhuurder geeft natuurlijk wel mensen met een vreemde naam minder kansen dan anderen, op basis van een vooroordeel. De verhuurder die zich vijf seconden verplaatst in de situatie van de ander, moet beseffen dat er dan iets schort. Het is precies dat besef dat praktijktests moeten bijbrengen. Alle onderzoek wijst erop dat ze dat ook doen. Waar wacht de politiek nog op? De politici die nu nog de praktijktests tegenhouden, kunnen beter zwijgen over zelfredzaamheid. Hun flinke woorden zijn hol.