Het verhogen van het minimumloon is een faire maatregel. Er zijn van die momenten waarop je als syndicalist moet durven stilstaan en rondom je kijken. En dat is niet altijd een opbeurende ervaring. Vooral nu niet, in het kielzog van de 'Zweedse coalitie' van Charles Michel en het rechtsliberaal beleid dat is gevoerd.

We hebben er lang voor gevreesd en het onwaarschijnlijk geacht, maar nu zien we ook bij ons werkende armen. Een verschijnsel dat lange tijd een ver-van-ons-bed-show was, maar nu ook realiteit is.

Verhogen van het minimumloon is niet meer dan fair.

Het gaat om werkende mensen, waaronder ook werknemers met vaste contracten, die er niet langer in slagen om de eindjes aan elkaar te knopen. Het zijn soms loontrekkenden die een tweede job nodig hebben om er te geraken. We zien arbeiders die staan aan te schuiven bij de voedselbank.

Dit soort schrijnende realiteiten dachten we als vakbond al een eeuw geleden uit de wereld geholpen te hebben. De situtaite van vandaag is een scherpe wake-upcall. En de oorzaken zijn niet ver te zoeken. Terwijl ondernemingen uitpakken met dividendenuitkeringen, ligt het minimumloon in België nog altijd op 9,65 euro per uur. Dat komt neer op € 1.590 per maand. Bruto, welteverstaan. Probeer daar maar mee rond te komen.

Situatie in de VS

Een paar maanden geleden sprak Nicholas Allen van de Amerikaanse dienstenvakbond SEIU een volle congreszaal toe in Blankenberge. Met heel duidelijke argumenten, in een onberispelijk Frans, hield hij zo'n achthonderd syndicalisten, maar ook linkse opinie- en beleidsmakers geboeid. Het verhaal begint in 2012, in New York met een staking in de fastfoodsector, bekend om zijn weinig appetijtelijke en onderbetaalde "McJobs". De actievoerders zijn met niet meer dan een paar honderd "working poor" en worden in het begin hartelijk uitgelachen. Hoe naïef van hen om niet minder dan een verdubbeling van hun (minimum)loon op te eisen, alsof dat realistisch was of zelfs wenselijk in deze tijden van onontkoombare soberheid. Het minimumuurloon stond toen op 7,25 dollar.

De Democratische Partij plafonneerde haar meest ambitieuze doelstellingen, ten tijde van de Obama-campagne, op een magere $10 per uur. Zelfs binnen de vakbond wordt de staking voor $15 gezien als een experiment, een Don Quichot-strijd. Maar dankzij de steun van de syndicale machine, verspreidt de beweging zich als een lopend vuurtje in meer dan 100 steden en naar andere sectoren waar werknemers als uitschot behandeld worden, zoals de schoonmaak en de thuiszorg. Vandaag maakt de eis voor $15 effectief deel uit van het partijprogramma bij de Democraten, met dank onder andere aan de kandidatuur van Bernie Sanders in 2016.

Of is het andersom? Het nieuw minimumloon wordt ook wettelijk opgenomen in een hele resem gemeenten en staten, inclusief grote, zoals Californië of New York. Naar schatting is dit de grootste financiële injectie in de portemonnees van de arbeidersklasse sinds de New Deal van president Roosevelt in de jaren '30.

Extra inkomen voor arbeiders

Los van humanitaire, mensenrechtelijke of zelfs ideologische aspecten is het optrekken van de koopkracht van de laagste inkomens een economische no-brainer. Zelfs de hardnekkigste liberaal weet dat extra inkomen in handen van de arbeidersklasse zal circuleren en de economie van een land alleen maar ten goede kan komen. Voor die arbeiders is een hoger minimumloon immers extra zuurstof, iets dat letterlijk broodnodig is en dus meteen ook - noodgedwongen - wordt opgebruikt. Kapitaal in handen van kapitalisten daarentegen, zal voor een groot deel blijven slapen op bankrekeningen in ministaatjes. In het beste geval zal het 'dienen' voor speculatie op de financiële markten. Hoe dan ook heel ver van de werkelijke economie en van ieder maatschappelijk nut.

Kloof tussen mannen en vrouwen aanpakken

Anno 2019 verdienen vrouwen nog altijd minder voor hun werk dan mannen. Meer bepaald gemiddeld 6% minder, voor voltijdse betrekkingen. Ze komen vaak terecht in jobs met minder goede arbeidsvoorwaarden. In de jobs waar je gewoon mee (over)leeft, zijn vrouwen nog altijd oververtegenwoordigd. Bovendien zijn ze vaak verplicht om deeltijds te werken, waardoor hun inkomsten nog eens extra laag liggen. Als je daar rekening mee houdt, loopt de loonkloof tussen mannen en vrouwen zelfs op tot 20%. Het optrekken van het minimumloon zou vrouwen een duw in de rug geven, met als automatisch gevolg een vermindering van de genderongelijkheid.

Tijd is rijp

Ik had het in het begin van deze uiteenzetting over onze historische rol als vakorganisatie in tijden van schrijnende ongelijkheid. Ook vandaag zien we dat mensen bereid zijn om op te komen voor gendergelijkheid, voor het milieu, voor hun koopkracht (al dan niet met gele hesjes). Het is in feite telkens dezelfde boodschap die herhaald word: 'dit is onrechtvaardig en wij zijn het beu'. Dat geldt ook voor de vraag om een hoger minimumloon. Al jaren willen zowel regering als werkgevers daar niets van horen. We hopen dat ze het binnenkort beginnen voelen.

Werner Van Heetvelde is Voorzitter Algemene Centrale - ABVV.