In 2018 maakte de federale regering het mogelijk voor mensen om in hun vrije tijd tot 6.000 euro per jaar onbelast bij te verdienen. De maatregel werd vooral ingevoerd met het oog op (sport)verenigingswerk, maar ook diensten van burger aan burger en activiteiten in de deeleconomie werden erin opgenomen. In april van dit jaar vernietigde het Grondwettelijk Hof de regeling echter omdat het die discriminerend vond, waardoor onbelast bijverdienen vanaf 2021 in principe niet meer mogelijk is. De sportsector, die ongeveer 70 procent van de bijklussers vertegenwoordigt, drong sindsdien al verschillende keren aan op een nieuw statuut op maat. Anders zouden gezinnen volgend jaar al snel honderden euro's extra lidgeld moeten ophoesten, klonk het. Open Vld-Kamerlid Tania De Jonge diende daarom enkele maanden geleden een voorstel in om de wet bij te schaven. Het kernkabinet kwam vorige week overeen om dat voorstel als basis te nemen. De nieuwe regeling is enkel van toepassing op het verenigingswerk in de sportclubs en zal maximaal een jaar gelden. Intussen werkt de regering een definitieve regeling uit, die ook voor verenigingen in bijvoorbeeld de socioculturele sector zal gelden. Het voorstel kreeg maandagnamiddag groen licht in de Kamercommissie Sociale Zaken. N-VA onthield zich en PVDA stemde tegen. Concreet blijft het plafond van 6.000 euro per jaar aan bijverdiensten behouden, maar om tegemoet te komen aan de opmerkingen van het Grondwettelijk Hof vervalt de volledige (para)fiscale vrijstelling van de inkomsten. In de plaats daarvan komt er een sociale bijdrage van 10 procent op de inkomsten ten laste van de verenigingen. Daarnaast is er ook een fiscale heffing van 10 procent op de inkomsten, te betalen door de verenigingswerker. Ook de voorwaarde om vier vijfden aan de slag te zijn, vervalt. Daarnaast mogen verenigingswerkers nog maximaal 50 uren verenigingswerk per maand uitvoeren, gemiddeld genomen op kwartaalbasis, en worden er extra beschermingen ingebouwd. Het gaat onder meer om regels rond het uurrooster, gewaarborgde rustpauzes en een kader voor een beperkte opzegtermijn en -vergoeding. De tekst verhuist nu naar de plenaire vergadering, waar er later deze week wordt gestemd. De Vlaamse Sportfederatie VSF reageerde afgelopen weekend al teleurgesteld op het voorstel. Voorzitter Koen Umans noemde de invoering van 10 procent RSZ-bijdragen "een onhaalbare kaart" voor de sportclubs. Volgens Open Vld-politica De Jonge blijft het echter een fiscaal zeer gunstig tarief. Bovendien is de kans groot dat het Grondwettelijk Hof de regeling opnieuw vernietigt als er fiscaal niets voorzien werd. "Dat zou geen goed scenario zijn voor de verenigingen", zegt ze. (Belga)

In 2018 maakte de federale regering het mogelijk voor mensen om in hun vrije tijd tot 6.000 euro per jaar onbelast bij te verdienen. De maatregel werd vooral ingevoerd met het oog op (sport)verenigingswerk, maar ook diensten van burger aan burger en activiteiten in de deeleconomie werden erin opgenomen. In april van dit jaar vernietigde het Grondwettelijk Hof de regeling echter omdat het die discriminerend vond, waardoor onbelast bijverdienen vanaf 2021 in principe niet meer mogelijk is. De sportsector, die ongeveer 70 procent van de bijklussers vertegenwoordigt, drong sindsdien al verschillende keren aan op een nieuw statuut op maat. Anders zouden gezinnen volgend jaar al snel honderden euro's extra lidgeld moeten ophoesten, klonk het. Open Vld-Kamerlid Tania De Jonge diende daarom enkele maanden geleden een voorstel in om de wet bij te schaven. Het kernkabinet kwam vorige week overeen om dat voorstel als basis te nemen. De nieuwe regeling is enkel van toepassing op het verenigingswerk in de sportclubs en zal maximaal een jaar gelden. Intussen werkt de regering een definitieve regeling uit, die ook voor verenigingen in bijvoorbeeld de socioculturele sector zal gelden. Het voorstel kreeg maandagnamiddag groen licht in de Kamercommissie Sociale Zaken. N-VA onthield zich en PVDA stemde tegen. Concreet blijft het plafond van 6.000 euro per jaar aan bijverdiensten behouden, maar om tegemoet te komen aan de opmerkingen van het Grondwettelijk Hof vervalt de volledige (para)fiscale vrijstelling van de inkomsten. In de plaats daarvan komt er een sociale bijdrage van 10 procent op de inkomsten ten laste van de verenigingen. Daarnaast is er ook een fiscale heffing van 10 procent op de inkomsten, te betalen door de verenigingswerker. Ook de voorwaarde om vier vijfden aan de slag te zijn, vervalt. Daarnaast mogen verenigingswerkers nog maximaal 50 uren verenigingswerk per maand uitvoeren, gemiddeld genomen op kwartaalbasis, en worden er extra beschermingen ingebouwd. Het gaat onder meer om regels rond het uurrooster, gewaarborgde rustpauzes en een kader voor een beperkte opzegtermijn en -vergoeding. De tekst verhuist nu naar de plenaire vergadering, waar er later deze week wordt gestemd. De Vlaamse Sportfederatie VSF reageerde afgelopen weekend al teleurgesteld op het voorstel. Voorzitter Koen Umans noemde de invoering van 10 procent RSZ-bijdragen "een onhaalbare kaart" voor de sportclubs. Volgens Open Vld-politica De Jonge blijft het echter een fiscaal zeer gunstig tarief. Bovendien is de kans groot dat het Grondwettelijk Hof de regeling opnieuw vernietigt als er fiscaal niets voorzien werd. "Dat zou geen goed scenario zijn voor de verenigingen", zegt ze. (Belga)