Dat schrijven de kranten van Mediahuis.

Na bijna 2,5 jaar spreekt Mehdi Nemmouche zich daar voor het eerst over uit.

Op 24 mei 2014 vielen bij een aanslag op het Joods Museum vier doden. Zes dagen later werd Nemmouche door douaniers in Marseille aangehouden. Ze hadden in zijn reistas de kalasjnikov, het pistool, de kleren en de camera gevonden die bij de aanslag op werden gebruikt. Toch bleef hij erbij: hij had niets te maken met het bloedbad. De wapens had hij naar eigen zeggen in Brussel gevonden, en wel in een auto die niet op slot was.

Nu geeft hij volgens de kranten toe dat die uitleg geen steek had, maar hij ontkent nog altijd dat hij de schutter was.

'Geen vertrouwen'

Hoe de vork dan wel aan de steel zit, wil de hoofdverdachte van de aanslag wel vertellen, maar niet aan de speurders. Nemmouche eist daarvoor een assisenproces, omdat hij beroepsrechters niet vertrouwt.

Vandaag/donderdag buigt de raadkamer in Brussel zich over het uitleveringsverzoek van het Franse gerecht, in een onderzoek naar de gijzeling van vier Franse journalisten in Syrië. Zij werden in 2013-2014 tien maanden vastgehouden in een gevangenis van de terreurorganisatie Islamitische Staat. Drie van de vier journalisten herkenden in Nemmouche een van hun bewakers. De advocaat van ­Nemmouche verzet zich tegen de uitlevering.

(Belga/RR)