De Bolwerksquare is niet echt het gezelligste plein van Brussel. Volk passeert er genoeg, de uitgang van metrohalte Naamsepoort zorgt voor een gestage stroom passanten. Maar zelden blijft iemand er langer dan noodzakelijk hangen. Shoppers slaan gezwind de Elsensesteenweg in, pendelaars benen naar de vele kantoren langs de Kleine Ring. Zou iemand de naam van de rommelige transitzone kennen? De kans is klein, maar daar komt binnenkort verandering in. Vanaf 30 juni heet deze plek officieel de Lumumbasquare. Ook wie geen straatnaamborden leest, zal er niet naast kunnen kijken. Op termijn moet er een monument verrijzen ter nagedachtenis van Patrice Emery Lumumba, de eerste premier van de onafhankelijke staat Congo, die op 17 januari 1961 door politieke rivalen werd vermoord. Met impliciete maar effectieve Belgische steun, zo weten we sinds ons land op aanbeveling van de parlementaire Lumumba-commissie in 2002 excuses aanbood aan de nabestaanden en aan het Congolese volk.
...

De Bolwerksquare is niet echt het gezelligste plein van Brussel. Volk passeert er genoeg, de uitgang van metrohalte Naamsepoort zorgt voor een gestage stroom passanten. Maar zelden blijft iemand er langer dan noodzakelijk hangen. Shoppers slaan gezwind de Elsensesteenweg in, pendelaars benen naar de vele kantoren langs de Kleine Ring. Zou iemand de naam van de rommelige transitzone kennen? De kans is klein, maar daar komt binnenkort verandering in. Vanaf 30 juni heet deze plek officieel de Lumumbasquare. Ook wie geen straatnaamborden leest, zal er niet naast kunnen kijken. Op termijn moet er een monument verrijzen ter nagedachtenis van Patrice Emery Lumumba, de eerste premier van de onafhankelijke staat Congo, die op 17 januari 1961 door politieke rivalen werd vermoord. Met impliciete maar effectieve Belgische steun, zo weten we sinds ons land op aanbeveling van de parlementaire Lumumba-commissie in 2002 excuses aanbood aan de nabestaanden en aan het Congolese volk. Toch zal de Bolwerksquare niet verdwijnen. De naamsverandering beperkt zich tot een hoekje van het plein dat op het grondgebied van Brussel-stad ligt. Het is bekend dat de negentien hoofdstedelijke gemeenten niet uitblinken in het coördineren van beleidsmaatregelen. Dat verklaart nochtans niet waarom Elsene, bevoegd voor driekwart van de Bolwerksquare, weigert mee te stappen in het eerbetoon. Jarenlang hebben actiegroepen geijverd voor een Lumumbaplein achter de Sint-Bonifatiuskerk, in het hart van de 'Congolese' Matongéwijk in Elsene. Dat bleek onbespreekbaar voor MR-burgemeester Dominique Dufourny, die aan het hoofd staat van een coalitie met de PS - de partij van de Brusselse burgemeester Philippe Close, die zopas uitpakte met zijn Lumumba-initiatief. Kenners van de hoofdstedelijke politiek spreken van een electorale zet. Anders dan vaak wordt aangenomen, telt Brussel-stad veel meer Congolese Belgen dan Elsene, in totaal een dikke 6000. Potentiële kiezers die de PS op 14 oktober hoopt te verleiden. Zeker in Brussel-stad, waar socialisten en liberalen elkaar rauw lusten, telt iedere stem. Bij Mireille Tsheusi-Robert heeft Close alvast gescoord. 'Een uitstekende locatie', zegt ze. 'Het monument zal zelfs zichtbaar zijn vanaf de Kleine Ring. De Lumumbasquare wordt de nieuwe poort tot de Matongéwijk.' Tsheusi-Robert is voorzitter van Bamko, een feministische Afrikaans-Belgische vereniging die met vier gelijkgezinde actiegroepen de campagne voor het Lumumba-eerbetoon trekt. 'Dat doen we al sinds 2003', zegt ze. 'De eerste aanzet kwam van wijlen acteur-muzikant Dieudonné Kabongo. Geen toeval, er zijn veel artiesten die zich achter deze zaak hebben geschaard. Voor ons is dit is een grote stap: eindelijk erkenning van de rol die Congolezen in de geschiedenis hebben gespeeld. Kent u dit gezegde: 'Jachtverhalen worden altijd door jagers en nooit door leeuwen verteld'? Zo is het ook met de manier waarop België naar zijn koloniale verleden kijkt. Het perspectief van de onderdrukten, van de Congolese bevolking, ontbreekt volkomen. Dit is slechts een begin, ons doel is België echt te dekoloniseren. Bewustmaking is daarbij de voornaamste opdracht. Vooral het geschiedenisonderwijs moet beter. Eén op de vier Franstalige scholieren weet niet eens meer dat Congo ooit een Belgische kolonie was.' Ook Nadia Nsayi, beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Pax Christi en Broederlijk Delen, gewaagt van een doorbraak. 'Ik was al als student in Leuven betrokken bij deze campagne', zegt ze. 'Natuurlijk is Lumumba omstreden. Veel Belgen houden hem verantwoordelijk voor het geweld dat onmiddellijk na de onafhankelijkheid is losgebarsten. Ook de Congolezen zijn verdeeld, vooral in de Kasaistreek nemen ze hem het bloedig neerslaan van de secessie kwalijk. Dat neemt niet weg dat Lumumba een icoon is van de dekolonisatiestrijd. Tot vér buiten Congo. Je kunt zijn status haast vergelijken met die van Che Guevara. In de Afrikaans-Belgische gemeenschap staat een overgrote meerderheid achter dit eerbetoon.' Nsayi hoopt dat Brussel navolging krijgt, bij voorkeur in steden die zichtbaar van de koloniale rijkdom hebben geprofiteerd. 'Ik denk aan Oostende en Antwerpen, mijn eigen stad. Het is nog niet zover, zeker niet onder het huidige stadsbestuur. Brussel, met zijn grote en goed georganiseerde Congolese gemeenschap, loopt voorop. Maar ook in Antwerpen en andere Vlaamse steden voel ik iets bewegen. De dynamiek richt zich niet alleen op de figuur van Lumumba, het gaat om de manier waarop we op ons koloniale verleden terugkijken.' Aan actiecomités en burgerbewegingen is er inderdaad geen gebrek. Afrikaanse Belgen trekken de kar, vaak met de hulp van wisselende coalities waarin alle tinten van links herkenbaar zijn, van syndicaal en groen via anders globalistisch tot anarchistisch en klein-links. Niet zelden draait de plaatselijke beweging rond een monument of straatnaambord. Dat is ook in Bergen zo, het bolwerk van burgemeester en PS-voorzitter Elio Di Rupo, die zijn Brusselse collega en partijgenoot Close eigenlijk de loef afstak. In september 2017 keurde de gemeenteraad unaniem een motie goed om het portaal van het stadhuis op te smukken met een Lumumba-plaket, en om uit te kijken naar een geschikte straat die de naam van de vermoorde Congolese premier zou kunnen dragen. Het plaket komt te hangen tegenover een bronswerk met halfverheven figuren, in 1930 geplaatst als hulde aan de Belgische pioniers van Congo Vrijstaat. Bordjes in evenwicht, is de redenering. De motie kwam er na een typische betoging van dekolonisatieactivisten voor het standbeeld van Leopold II in Bergen. Ze hingen foto's op van werkonwillige rubberkappers met geamputeerde armen - bewijzen van de gruwelen die werden gepleegd toen Congo Vrijstaat nog als een privé-ondermening van de Belgische koning werd gerund. Het draaiboek voor de actie lag klaar. Standbeelden van de monarch met de lange baard kregen het de voorbije jaren hard te verduren. In januari werd de buste van Leopold II in het Dudenpark in Vorst door onbekenden ontvoerd en vervangen door een met vogelzaad afgewerkt exemplaar. De antikoloniale beeldenstorm heeft intussen een lange traditie. Legendarisch was de actie van het anarchistische collectief De Stoete Ostendenoare, dat in 2004 een hand van een beeld uit het monument 'De Drie Gapers' op de Oostendse zeedijk afzaagde. Het verminkte beeld stelde een Congolees voor, beaat opkijkend naar een imposant ruiterstandbeeld van Leopold II, die volgens het opschrift de Congolezen van de slavernij der Arabieren heeft bevrijd. Aan vandalisme of iconoclasme heeft Seckou Ouologuem zich nooit gewaagd. De Antwerpse slam poet en performer met Malinese roots nam wel het voortouw bij een actie om pater Constant De Deken van zijn voetstuk in Wilrijk te halen. De missionaris-scheutist staat te boek als een ontdekkingsreiziger en antropoloog - een kwalificatie die hem niet belette om zijn reiservaringen in de Congo Vrijstaat met gierend racistische clichés te doorspekken. Decennialang had pater De Deken zonder contestatie op zijn sokkel in zijn geboortestad gestaan. Na een tijdelijke verhuizing als gevolg van openbare werken zou hij naar de Bist terugkeren, zo stond in het bestuursakkoord dat N-VA, CD&V en Open VLD in 2012 voor het district hadden afgesloten. 'Toen pas viel het ons op hoe flagrant racistisch dat beeld is', zegt Ouologuem. 'De missionaris plant zijn knie in de rug van een knielende Congolees, het lijkt wel een symbool van witte suprematie en zwarte onderwerping.' De verontwaardiging leidde tot de oprichting van Decolonizebelgium, een burgerbeweging van dichters, rappers en slammers uit verschillende landen. Het collectief maakte tijdens een sit-in zijn eis bekend: er moest een bordje bij het standbeeld met historisch correcte uitleg over de missionaris en zijn tijd. Pas na lang soebatten stond het districtsbestuur een compromis toe. Decolonizebelgium mocht op eigen kosten een bordje maken, in samenwerking met het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Echt bevredigend is die uitkomst niet voor het collectief. 'Het beeld staat nog altijd op een prominente plek', zegt Ouologuem. 'Ze hebben er zelfs een spot op gericht, zodat het 's avonds des te meer opvalt.' Moeten koloniale monumenten uit het straatbeeld verdwijnen en naar een museum verhuizen? Mireille Tsheusi-Robert en Nadia Nsayi zijn genuanceerd. Verwijderen hoeft niet meteen, maar uitleg met wat context is een must. Even belangrijk vinden ze aandacht voor de andere kant van het koloniale plaatje. 'Het mag niet bij één Lumumbaplein blijven', vindt Tsheusi-Robert. 'Er moet veel meer publieke erkenning komen voor slachtoffers en tegenstanders van racisme en kolonialisme. Als feministe vind ik dat er ook vrouwen bij moeten. Iemand als Winnie Mandela verdient zeker een straat in België.' Idesbald Goddeeris, professor koloniale geschiedenis aan de KU Leuven, pleit wél voor een selectieve beeldenstorm. 'Natuurlijk kun je niet alle monumenten zomaar weghalen, zeker niet als ze in de lokale geschiedenis zijn ingebed. Maar ik verzet me tegen de eenzijdigheid van het straatbeeld. We hebben in België wel erg veel monumenten ter verheerlijking van ons koloniale verleden. De meeste dateren uit het interbellum, het hoogtepunt van de koloniaal-patriottische propaganda. Leopold II had de kolonie in 1908 aan België overgedragen, in een schandaalsfeer nadat internationaal commotie was ontstaan over wreedheden in Congo Vrijstaat. De monumenten moesten helpen om die pijnlijke bladzijde om te slaan en de bevolking warm te maken voor de koloniale onderneming. In één moeite door werden Leopold II en zijn hele Congo Vrijstaat gerehabiliteerd, dankbaar gebruik makend van de gezwollen patriottische sfeer en de monarchistische cultus rond koning-ridder Albert I. Daarom staan er zo veel pioniers van de Vrijstaat op een sokkel, voornamelijk Belgische militairen die eigenlijk maar een klein aandeel hadden in de stichting van Congo. Aan de buitenlanders en missionarissen die een even grote rol speelden, werd veel minder brons of marmer besteed.' Niet alleen het aantal koloniale beelden, plaketten en naamborden maakt België uniek. Even frappant is volgens Goddeeris het ontbreken van de koloniale subjecten in de openbare ruimte. 'In Londen staat Gandhi, nochtans een van voortrekkers in de strijd tegen het Britse kolonialisme, op Parliament Square. Nederland heeft verscheidene monumenten voor de slachtoffers van de slavernij. In Bremen staat een antikolonialistisch gedenkteken. Wij hebben niets. Precies daarom is het toekomstige Lumumbaplein in Brussel zo'n belangrijk symbool. Trouwens, ik vind niet dat alle koloniale monumenten moeten verdwijnen. Laten we geval per geval beoordelen, afhankelijk van de plaatselijke dynamiek. Maar gecontesteerde monumenten mogen voor mijn part weg. Gemeentebesturen weten doorgaans niet wat ze ermee aanmoeten. Waarom zou je dan geen museum van koloniale propaganda oprichten? Of een beeldentuin, zoals in Boedapest of Moskou, waar ze een collectie communistische beelden in een park hebben gedropt. Het alternatief, de bordjes met context die de voorbije jaren bij verschillende beelden werden geplaatst, is niet efficiënt. De meeste van die teksten zijn wollig, onvolledig en naast de kwestie.' Veel animo om koloniale monumenten weg te halen, heeft Goddeeris nog niet gezien. Integendeel, er komen er nog bij. In 2008 werd in Deinze een vergeten gedenkzuil voor Jules Van Dorpe, een houwdegen van Congo Vrijstaat, op een heraangelegd plein geplaatst. 'Het stadsbestuur zag het louter als een decoratieve opportuniteit, ' zegt Goddeeris, 'het had hadden wellicht geen benul van de bedenkelijke reputatie van Van Dorpe. Erger nog was Genval, waar drie jaar eerder een borstbeeld van Leopold II in ere werd hersteld. Dat was geen onwetendheid maar pure symboliek. In koloniale kringen waren ze zeer verbolgen over De geest van koning Leopold en de plundering van de Congo, de bestseller van Adam Hochschild, die definitief het imago van Leopold II als koloniale massamoordenaar heeft gevestigd. Het beeld in Genval was daar een reactie op.' Daarmee rijst de vraag: wie zit in de koloniale monumentenstrijd in het kamp van Leopold? 'Identitair rechts' lijkt een beredeneerde gok. De aanvallen op het koloniale erfgoed kunnen worden gezien als de zoveelste veldslag in de sluipende cultuuroorlog. 'Afrikaanse migranten die aan de historische grondvesten van onze blanke maatschappij knagen' - die gedachte. Maar zo eenduidig is het niet, blijkt uit een artikel dat Goddeeris in een historisch vakblad publiceerde. Pakweg tien jaar geleden stond Vlaams Belang op de barricaden tégen Leopold II en zijn koloniale helden. Het was een manier om de monarchie en de Belgische instellingen in diskrediet te brengen. Maar in Wilrijk wierp de plaatselijke partijafdeling zich dan weer op als onvoorwaardelijke verdediger van 'onze' Pater De Deken, belaagd als hij werd door gekleurde nieuwkomers van wie sommigen zelfs een islamitische geloofsovertuiging aankleefden. In Diksmuide voerde de N-VA het verzet aan tegen het pompeuze monument van Jacques de Dixmude, held van Congo Vrijstaat én van het IJzerfront. Voor de gelegenheid stonden antikolonialisten en flaminganten schouder aan schouder, zij het niet per se met dezelfde motieven. Voor de N-VA was Generaal Jacques niet alleen een koloniale geweldenaar, maar vooral een franskiljon wiens standbeeld na de Eerste Wereldoorlog door het Belgische establishment werd opgedrongen. De echte oppositie tegen de koloniale beeldenstormers zit uitgerekend bij datzelfde establishment. Misschien ligt het aan de leeftijd, maar de vertegenwoordigers zijn minder zichtbaar in het debat en vooral minder aanwezig op sociale media dan de dekolonisatieactivisten. Wie heeft ooit gehoord van UROME-KBUOL, een koepel waarvan de Nederlandstalige afkorting staat voor Koninklijke Belgische Unie voor de Overzeese Landen? 'We tellen 32 aangesloten verenigingen', zegt woordvoerder Robert Devriese. 'Samen zo'n 3000 leden, die banden hebben met Congo, Rwanda en Burundi. Ook twee Congolese verenigingen hebben zich aangesloten, een ervan draagt zelfs de naam van Leopold II. Weinig Belgen beseffen het, maar veel Congolezen koesteren het grootste respect voor Leopold II als stichter van hun land.' Devriese is een gepensioneerde diplomaat die in Congo is geboren en getogen. Op z'n twaalfde maakte hij in Leopoldstad de onafhankelijkheid mee. Het Brusselse eerbetoon aan hoofdrolspeler Patrice Lumumba ligt hem zwaar op de maag. 'Het is de hoogste tijd om die figuur te demystificeren', zegt hij. 'Lumumba was helemaal geen staatsman, de meeste Congolezen haten hem als de pest. Lumumba had veel bloed aan zijn handen, vraag dat maar in Kasai of Katanga. Moet je zo'n man op een voetstuk plaatsen? Ik begrijp dat de behoefte bestaat aan monumenten voor Congolezen. Maar waarom polariseren? Voor mijn part mogen ze de Grote Markt in Brussel omdopen tot Plein van de Belgisch-Congolese Samenwerking. Of als ze per se een standbeeld willen, kies dan voor Etienne Tshisekedi, die man heeft echt gestreden voor zijn volk. Ik heb dat allemaal geschreven in een open brief aan de Brusselse burgemeester. Niet dat ik me illusies maak, want dat hele Lumumbaplein is in de allereerste plaats een verkiezingsstunt. De stem van de Afrikaanse Belgen weegt veel zwaarder dan de onze, want electoraal stellen oud-kolonialen niets voor.' Dat betekent niet dat ze geen invloed hebben. Devriese maakt er geen geheim van dat hij en zijn medestanders politici aanklampen om hun punt te maken. Het verzet van Elsene tegen een Lumumbaplein werd mede door KBUOL ingefluisterd. De grote luisterbereidheid bij de MR hoeft niet te verbazen. Als het koloniale, koningsgezinde establishment ergens op de ledenlijst weegt, dan is het wel bij de Franstalige liberale partij, waar een aristocratische stamboom weinig opzien baart. De overwegend bejaarde KBUOL-bestuurders hebben er intussen een dagtaak aan: reageren op iedere actie tegen koloniale monumenten. 'Ze gaan echt te ver', zegt Devriese. 'In Hasselt wilden ze het beeld van Leopold II neerleggen, met zijn gezicht naar de grond gekeerd, als teken van schaamte. Daar hebben we gelukkig een stokje voor gestoken, dankzij onze goede contacten met de burgemeester.' Dat koloniale monumenten een doorn in het oog zijn bij Afrikaanse Belgen, daar kan de gewezen diplomaat naar eigen zeggen geen enkel begrip voor opbrengen. 'Daarmee bewijzen de actievoerders alleen maar hun gebrek aan historische kennis. Ja, de kolonisering van Congo draaide in de eerste plaats om exploitatie en ging gepaard met onrecht en geweld. Dat was in alle kolonies het geval, maar België heeft er wel iets voor in de plaats gegeven. Bij de onafhankelijkheid in 1960 was Congo het rijkste land van Afrika. Kijk waar het nu staat, drie generaties na de onafhankelijkheid.' Intussen wordt in Tervuren naarstig gewerkt. In december gaat het vernieuwde Afrikamuseum open, na een renovatie van vijf jaar die op 66 miljoen euro werd begroot. Er wordt uitgekeken naar de vernieuwde permanente tentoonstelling. Voor de meeste Belgen is Tervuren de eerste en vaak ook enige kennismaking met Midden-Afrika én met ons koloniale verleden. Roger Devriese is er niet gerust op. 'Het gaat de verkeerde kant uit', klaagt hij. 'Tervuren is in handen gevallen van gefrustreerde Congolezen en fanatieke antikolonialisten. Stel je voor, ook daar wilden ze Leopold in de entree strijk leggen, met zijn gezicht op het marmer. Gelukkig is Tervuren een beschermd monument, daar kunnen ze zich niet alles permitteren.' Bambi Ceuppens, als cultureel antropologe verbonden aan het Afrikamuseum en nauw betrokken bij de transformatie, voelt zich niet aangesproken. 'We gaan niet over één nacht ijs', zegt ze. 'Zo worden alle teksten door internationale peer reviewers nagelezen. Een permanente tentoonstelling bouwen is een zware verantwoordelijkheid, dat beseffen we heel goed'. Ze kan Devriese geruststellen: het wordt geen beeldenstorm, noch een tabula rasa. Het in goudletters gevatte huldebetoon aan het genie van de louter door beschavingsijver gedreven Leopold II? Dat blijft gewoon zichtbaar in de majestueuze hal. 'De stempel van Leopold II blijft nadrukkelijk', zegt Ceuppens. 'Niet alleen het gebouw maar ook de inboedel is beschermd. Tervuren blijft wat het altijd al was: het belangrijkste koloniale monument van ons land. Binnen dat kader moeten we ons verhaal vertellen. Daar zit de breuk met het verleden: we zullen bijvoorbeeld veel meer aandacht besteden aan het hedendaagse Congo, en aan de manier waarop het koloniale verleden daarin blijft doorwegen. En ja, sommige iconische stukken verdwijnen uit de permanente tentoonstelling. Zoals de bekende Luipaardman, een beeld dat zowat alle racistische clichés over zwart Afrika en zijn primitieve bewoners samenvat. Maar de liefhebbers mogen gerust zijn: de Luipaardman blijft in Tervuren. We zullen hem samen met soortgelijke beelden in een aparte ruimte tonen.' Ook binnen de Afrikaans-Belgische gemeenschappen weerklinken kritische stemmen over de dekolonisatiebeweging. Volgens sommigen is het een symboolstrijd die de aandacht afleidt van de échte problemen, die onlangs nog door de Koning Boudewijnstichting in kaart werden gebracht. De werkloosheid onder de 110.000 Congolese, Rwandese en Burundese Belgen ligt vier keer hoger dan gemiddeld, ondanks een bovengemiddeld opleidingsniveau. 80 procent van de respondenten noemde zich het slachtoffer van racistische beledigingen en allerlei vormen van discriminatie, onder meer op de woonmarkt. Opvallend: de meesten legden een verband met de koloniale blik die op Afrikaanse Belgen rust. Het verbaast Bambi Ceuppens niet. 'Zwarten worden in België nog altijd als minderwaardig beschouwd', zegt ze. 'Goed in dans en sport, maar onmogelijk serieus te nemen. Die paternalistische blik is sinds de onafhankelijkheid nauwelijks veranderd. Daarom is dit geen achterhoedegevecht. Pas als we ons van die koloniale vooroordelen bevrijden, kunnen Afrikaanse Belgen zich echt emanciperen.' Lees ook: Is onze onwetendheid over ons koloniale verleden de schuld van het onderwijs?