In Sint-Genesius-Rode botste vorig jaar een brommobiel met vier jonge meisjes aan boord tegen een SUV. Twee tieners overleefden de klap niet. Volgens een plaatselijke krant kwam het afgelopen zomer ergens op een Kempisch fietspad tot een handgemeen tussen een vader die zijn twee kinderen met een bakfiets naar school bracht en een gehaaste koerier op een elektrische fiets. De laatste werd er gek van dat het fietspad niet breed genoeg was om de bakfiets in te halen. En in West-Vlaanderen reed een jongeman op een monowheel een bejaarde dame aan die met een rollator op het trottoir liep.
...

In Sint-Genesius-Rode botste vorig jaar een brommobiel met vier jonge meisjes aan boord tegen een SUV. Twee tieners overleefden de klap niet. Volgens een plaatselijke krant kwam het afgelopen zomer ergens op een Kempisch fietspad tot een handgemeen tussen een vader die zijn twee kinderen met een bakfiets naar school bracht en een gehaaste koerier op een elektrische fiets. De laatste werd er gek van dat het fietspad niet breed genoeg was om de bakfiets in te halen. En in West-Vlaanderen reed een jongeman op een monowheel een bejaarde dame aan die met een rollator op het trottoir liep. Eigenlijk is het nog een wonder dat het niet vaker fout loopt, want het wordt steeds drukker op Vlaamse fietspaden en trottoirs. Hoe meer mensen uit ecologische of praktische overwegingen naar alternatieven zoeken voor de auto, hoe meer nieuwe vervoersmiddelen op de weg verschijnen. En dat is niet altijd evident. Vooral omdat veel van die nieuwe weggebruikers hun plaats niet kennen. Dat begon halfweg de jaren negentig met de introductie van de elektrische fiets. Was een fiets mét motor nog wel een fiets? Nog ingewikkelder werd het toen de snellere speedpedelec, die ondertussen sterk in opmars is, er zo'n zeven jaar geleden bij kwam: wettelijk gezien is dat een bromfiets, maar dan wel één die heel goed op een fiets lijkt. 'En we zijn nog niet op het eindpunt', zegt industrieel ingenieur Bram Rotthier, onderzoeker (KU Leuven) en lector Energietechnologie (Odisee). 'De manier waarop we ons verplaatsen, zal in de toekomst alleen maar diverser worden. De komende jaren zullen er meer en meer toestellen bij komen die sneller, zwaarder en wellicht ook breder zijn. Daardoor zal het almaar moeilijker worden om nog aan die oude indeling vast te houden.' Vandaag wordt in de wegcode een onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën: rijwielen, gemotoriseerde rijwielen, bromfietsen, speedpedelecs, motorfietsen, driewielers en vierwielers met motor en voortbewegingstoestellen. Vooral in die laatste categorie zitten veel relatief nieuwe en vooral minder bekende vervoersmiddelen. Enerzijds zijn er de niet-gemotoriseerde voortbewegingstoestellen, zoals steps en skateboards. Anderzijds de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen, waaronder elektrische rolstoelen, hoverboards, monowheels, e-steps en e-skateboards. Om in die categorie ondergebracht te worden, mag een vervoersmiddel maximaal een meter breed zijn en hoogstens 25 kilometer per uur kunnen halen. Maar wáár moet je ermee rijden? 'Dat hangt ervan af', zegt Philip Temmerman van het verkeersagentschap Vias institute. 'Rijd je er stapvoets mee, dan gelden de regels voor voetgangers en moet je dus op het trottoir rijden. Als je sneller vooruitgaat, word je gelijkgesteld met een fietser en moet je op het fietspad of, als dat er niet is, op de rijbaan.' Wat het helemaal verwarrend maakt, is dat niet in de wet staat wat stapvoets betekent. Sommigen verwijzen naar de Europese norm van 6 km/u, een politierechter hanteerde tijdens een rechtszaak de grens van 4,8 km/u, en er zijn ook specialisten die de lat hoger leggen. Daarbij komt nog dat zulke trage toestellen doorgaans geen snelheidsmeter hebben. Een andere categorie die het verkeer danig heeft veranderd, zijn de elektrische fietsen. Volgens fietsbeursorganisator Velofollies waren die met zo'n 235.000 stuks vorig jaar al goed voor meer dan 47 procent van de Belgische fietsenverkoop. Toch zorgen ze niet meteen voor grote verwarring op de weg aangezien bestuurders geacht worden zich als gewone fietsers te gedragen. Een andere zaak zijn de steeds populairdere speedpedelecs, met een veel bescheidener marktaandeel van 3,5 procent (14.100 stuks), die tot 45 km/u halen. Die mogen soms wat gewone fietsers mogen, maar soms ook niet. Zo hoef je op een speedpedelec geen volledig gesloten helm te dragen, maar mag je niet rechtdoor of rechtsaf door het rode licht waar fietsers dat wel mogen. Vier jaar geleden werden de verkeersregels aangepast waardoor er aparte categorieën werden gecreëerd voor speedpedelecs en voortbewegingstoestellen. 'Daarmee zijn we een van de eerste landen met een specifieke wetgeving voor speedpedelecs', zegt Rotthier. 'Alleen kennen de meeste mensen de nieuwe regels niet, zelfs niet voor de vervoersmiddelen die ze zelf gebruiken. Zo'n nieuwe verkeersregel verschijnt in Het Belgisch Staatsblad en haalt dan misschien even het journaal of de krant. Meer niet. Je moet al actief naar informatie op zoek gaan om te weten wat er is veranderd.' Zo houden veel weggebruikers de verschillende verkeersborden die een fietspad aanduiden amper uit elkaar. Nochtans zouden ze daaraan moeten zien of ze er al dan niet welkom zijn met, bijvoorbeeld, een speedpedelec. 'Verkeerseducatie is cruciaal', zegt Rotthier. 'Het zou een optie kunnen zijn om, zoals in sommige andere landen, bestuurders om de tien jaar terug te laten komen om hun kennis van de veranderende wegcode bij te spijkeren. Al zou het nog beter zijn om te stoppen met de hele tijd subcategorieën bij te creëren. Zoals het nu gaat, moeten er elke keer weer nieuwe verkeersborden worden bedacht, raakt niemand er nog aan uit en zullen we ons op den duur vastrijden.' Daarom pleit hij ervoor om de verkeersregels zo veel mogelijk te baseren op hoe snel je daadwerkelijk rijdt en niet waarméé je rijdt. 'Ik begrijp niet dat mensen het een probleem vinden dat een speedpedelec die tot 45 km/u kan halen toch op het fietspad mag', zegt hij. 'We laten een Porsche die vlot tot 200 km/u kan toch ook in de bebouwde kom toe? Als de bestuurder zich aan de maximaal toegelaten snelheid houdt, is er geen probleem. De kruissnelheid van een grote groep speedpedelecgebruikers ligt trouwens eerder op 30 à 35 km/u. Verplichten we die bestuurders om op de rijbaan te rijden, dan is de kans groot dat automobilisten zich daaraan ergeren en zelfs agressief reageren.' Hoewel ongevallen of valpartijen met zo'n nieuw vervoersmiddel geregeld de media halen, weet niemand precies hoe vaak ze voorkomen. 'We hebben nog geen zicht op het aantal ongevallen met voortbewegingstoestellen', zegt Temmerman. 'Vooral doordat dat pas sinds vorig jaar een aparte categorie is op het ongevallenregistratieformulier.' Wellicht worden de meeste ongevallen met dat soort vervoersmiddelen niet eens gemeld, want heel vaak is er geen tweede partij bij betrokken. Wel staat vast dat niet elk vervoersmiddel even veilig is. Zo is de elektrische bolderkar, bekend onder de merknaam Stint, in Nederland verboden sinds een tragisch ongeval in Oss in 2018 vier kinderen het leven kostte. Het onderzoek dat daarop werd ingesteld, bracht een reeks technische mankementen aan de Stint aan het licht. De constructeur werkt nu aan een verbeterd model, maar in afwachting mag je er in Nederland nog altijd de openbare weg niet mee op. In België daarentegen zijn elektrische bolderkarren tot nader order niet verboden, maar Vias institute adviseert toch om er niet mee rond te rijden zolang er geen duidelijkheid is over de veiligheid van het toestel. Ook scootmobielen, de karretjes die in Vlaanderen vooral bekend werden door het tv-programma Benidorm Bastards, zouden niet altijd stabiel genoeg zijn. 'Zeker als mensen zware boodschappentassen aan het stuur hangen, komt het evenwicht weleens in gevaar', legt woordvoerder Stef Willems van Vias institute uit. 'Bovendien moet je bij sommige modellen aan een hendel trekken als je gas wilt geven en dat gaat tegen ons gevoel in. Vandaar dat veel mensen de neiging hebben om in noodsituaties gas te geven in plaats van te remmen.' Andere toestellen worden als vervoersmiddel gebruikt terwijl ze daar eigenlijk niet voor geschikt zijn. Zelfs niet om de spreekwoordelijke last mile af te leggen. 'Een hoverboard, bijvoorbeeld, is ideaal voor in je tuin, maar het is geen goed idee om ermee naar de bakker te gaan', zegt Willems. 'Niet alleen is het toestel daar niet voor gemaakt, onze infrastructuur is er ook niet op afgestemd. Bij de kleinste oneffenheid kun je zwaar onderuitgaan.' Daarnaast zijn er ook voortbewegingstoestellen die officieel wel op het trottoir mogen rijden, maar daar in de praktijk niet op hun plaats zijn. 'Elektrische steps, bijvoorbeeld, hebben niets te zoeken tussen de voetgangers', legt Willems uit. 'Niet alleen omdat ze zelden trager rijden dan 6 kilometer per uur, maar ook door de aard van de gebruikers. Gedraag je op zo'n step dus alsjeblief als een fietser en rij niet op het trottoir.' Als de overheid haar burgers wil verleiden om hun auto thuis te laten en naar duurzamere mobiliteitsvormen over te stappen, mag ze hen natuurlijk niet té veel beperkingen opleggen. 'Worden we te streng voor fietsen, speedpedelecs en voortbewegingstoestellen, dan zullen mensen geneigd zijn om weer in de auto te stappen', zegt Bram Rotthier. 'Natuurlijk moeten er regels zijn, maar het overtreden van bijvoorbeeld de alcohollimiet kan op een andere manier bestraft worden dan bij het besturen van een wagen.' Aan de andere kant is het natuurlijk ook niet de bedoeling dat gewone fietsers, voor wie het fietspad aanvankelijk was bedoeld, in het gedrang komen. 'We moeten voorkomen dat zij het gevoel krijgen dat ze niet meer welkom zijn op het fietspad of er door snelheidsduivels worden weggepest', vindt Willems. 'Wie daar met een snellere fiets rijdt, moet eigenlijk doen wat hij zelf van een automobilist verwacht. Nu is dat niet altijd het geval en dat zorgt soms voor spanningen.' De situatie zal er wellicht niet op verbeteren naarmate het drukker wordt op het fietspad, met alle frustraties van dien. 'Eigenlijk zou men op een fietspad een plaatselijke snelheidsbeperking moeten kunnen instellen die lager ligt dan op de weg ernaast', vindt Rotthier. 'Op een fietspad in de omgeving van een school of in het drukke stadscentrum zouden we dan bijvoorbeeld een maximumsnelheid van 25 km/u kunnen vast leggen.' Vandaag kan een snelheidsbeperking die alleen op het fietspad geldt wettelijk niet. Wegbeheerders die zich zorgen maken over de drukte op een fietspad, grijpen daarom vaak naar het enige wapen dat ze in handen hebben: verkeersborden waarmee bepaalde categorieën weggebruikers, zoals speedpedelecs, worden geweerd. 'Het probleem is dat dan ook bestuurders die traag met zo'n voertuig rijden niet meer welkom zijn op het fietspad', legt Rotthier uit. 'Onderweg naar school kan je dan dus ook niet heel traag naast je kind rijden met je speedpedelec.' Blijven er almaar meer speedpedelecs en voortbewegingstoestellen bijkomen, dan zullen die hoe dan ook wat meer ruimte moeten krijgen. 'Het aantal asfaltstroken dat we ter beschikking hebben, is niet oneindig. Er zit dus niet veel anders op dan de infrastructuur tussen de verschillende weggebruikers te herverdelen', zegt Rotthier. Daar is ook de Gentse schepen van Mobiliteit Filip Watteeuw (Groen) van overtuigd. 'Wordt er vandaag een straat heraangelegd, dan begint men nog altijd met het inplannen van de ruimte voor auto's, vervolgens voor de fietsers en dan pas voor de voetgangers', zegt hij. 'Eigenlijk zou het andersom moeten en zou de plek die overblijft naar het autoverkeer moeten gaan.' Dan zouden er bredere fietspaden kunnen worden aangelegd zodat gewone en elektrische fietsen en voortbewegingstoestellen elkaar veilig kunnen inhalen. Een grotere uitdaging vindt Watteeuw de opgang van snellere voertuigen, zoals de speedpedelec. 'De snelheid van gewone en elektrische fietsen en bakfietsen verschilt onderling niet zoveel', legt hij uit. 'Moeilijker wordt het als daar een speedpedelec met een snelheid van 45 km/u tussen rijdt. Dat zouden we natuurlijk kunnen oplossen door het fietspad nóg breder te maken, maar daar kun je natuurlijk niet eindeloos mee door blijven gaan. Ook aan fietspaden zijn er grenzen.