De coronacrisis schudde de wereld door elkaar, en niet alleen op het vlak van gezondheid en economie. Elke portemonnee ondervond er de gevolgen van. Daarbij moeten we beseffen dat een crisis niets uitzonderlijk is. Ons spaargeld werd de afgelopen vijftig jaar zeker zes keer flink op de proef gesteld. In de jaren zeventig met de oliecrisis, gevolgd door de tweede oliecrisis begin jaren tachtig. In 1993 was er de nasleep van de Golfoorlog. In 2000-2001 spatte de dotcomzeepbel uit elkaar en waren er de aanslagen op de Twin Towers in New York. Zeven jaar later volgde de bankencrisis, en rond 2012-2013 ook nog de eurocrisis. Zowat om de tien jaar maken we dus een recessie of crash mee.
...

De coronacrisis schudde de wereld door elkaar, en niet alleen op het vlak van gezondheid en economie. Elke portemonnee ondervond er de gevolgen van. Daarbij moeten we beseffen dat een crisis niets uitzonderlijk is. Ons spaargeld werd de afgelopen vijftig jaar zeker zes keer flink op de proef gesteld. In de jaren zeventig met de oliecrisis, gevolgd door de tweede oliecrisis begin jaren tachtig. In 1993 was er de nasleep van de Golfoorlog. In 2000-2001 spatte de dotcomzeepbel uit elkaar en waren er de aanslagen op de Twin Towers in New York. Zeven jaar later volgde de bankencrisis, en rond 2012-2013 ook nog de eurocrisis. Zowat om de tien jaar maken we dus een recessie of crash mee. Wat de coronacrisis wel bijzonder maakt, is dat het om de zwaarste crisis gaat sinds de Tweede Wereldoorlog. Uit de eerste maanden kunnen nu al lessen getrokken worden. Welke spaar- en investeringsmogelijkheid is bestand tegen zo veel druk? Wat gebeurde er met het spaargeld? En wat moeten we doen met onze zuurverdiende centen na de coronacrisis? Wat volgt is een overzicht van de resultaten van 'de coronatest', te beginnen bij het spaarboekje, via vastgoed, aandelen en obligaties, tot en met de dollar, cryptomunten zoals de bitcoin, en goud. De eerste coronagolf had op meer dan één manier een zware impact op het spaarboekje. Zo dikte het totaalbedrag op de spaarboekjes tijdens de beginweken van de crisis aan met zowat 5 miljard euro, tot ruim 285 miljard. Minstens even opvallend is dat het totaalbedrag op zichtrekeningen in die periode nog veel sterker aangroeide: plus 36 miljard euro, tot ruim 288 miljard. Meteen stond er voor het eerst meer geld op zichtrekeningen dan op spaarboekjes. De reden voor die sterke aanwas ligt voor de hand: doordat er bijna geen winkels open waren en in alle restaurants en horecazaken de deuren verplicht op slot gingen, gaven we drastisch minder uit. Veel consumenten beslisten hun geld gewoon op hun zichtrekening te parkeren, ervan uitgaand dat uitstel van consumptie geen afstel hoeft te betekenen. Dat ook het bedrag op de spaarboekjes in een hoger tempo steeg dan in dezelfde periode vorig jaar, komt wellicht omdat veel consumenten de toekomst donker inzagen. Dus spaarden ze meer en legden ze een grotere buffer aan. Dat pessimisme uitte zich ook in een zeer laag consumentenvertrouwen. De stijgende bedragen op zicht- en spaarrekeningen verbergen een andere trend. Niet iedereen kon immers (blijven) sparen: de Nationale Bank merkte dat de spaarbuffer van almaar meer gezinnen tijdens de coronacrisis afnam. Zo klom het aantal gezinnen dat het moet stellen met een spaarbuffer van - slechts - drie maanden loon van 27 procent in juni tot 34 procent in juli. Die huishoudens moesten hun spaargeld aanspreken om hun lopende uitgaven, zoals de huur of rekeningen van gas en elektriciteit, te betalen. Voor wie wel kan sparen, zullen de gevolgen van de coronacrisis ook op lange termijn doorwegen. De rente, die nu al op een historisch dieptepunt staat, zal nog jaren dicht bij nul procent blijven. Dat is een gevolg van een rist maatregelen die de centrale banken namen om de economische gevolgen van de coronacrisis te lijf te gaan. Ook de Europese Centrale Bank (ECB) kondigde aan dat ze met alle middelen de Europese economie zal stutten. Een verhoging van de rente - een maatregel die de voorbije jaren al enkele keren was uitgesteld - moeten we de eerste jaren niet verwachten. Spaarders moeten er met andere woorden niet op rekenen dat de rente op een klassieke spaarrekening snel boven het wettelijke minimum van 0,11 procent zal uitstijgen. Een ander gevolg is dat sparen ook de komende jaren synoniem zal zijn met koopkracht verliezen. Want de inflatie, de stijging van de levensduurte, zal aan de lage rente blijven knabbelen. Wie twintig jaar geleden 100 euro op zijn spaarboekje stortte, houdt daar vandaag ondanks de ontvangen rente nog slechts 80 euro aan koopkracht van over. Ook in de toekomst moet de spaarder er rekening mee houden dat met de minste inflatie het geld op het spaarboekje minder waard wordt. Het spaarboekje blijft een verliesboekje. Heeft de eerste coronagolf een invloed gehad op de prijzen van huizen, appartementen en bouwgronden? Toen het land op 18 maart 2020 in lockdown ging, viel de woningmarkt stil: acht weken lang mochten makelaars de verkopers en potentiële kopers niet met elkaar in contact brengen. De verwachting was dat de vastgoedprijzen voor het eerst sinds de jaren tachtig een duik zouden nemen. De vraag zou afnemen, omdat heel wat mensen door de coronacrisis minder inkomen zouden hebben en ervoor vreesden dat ze hun job zouden verliezen. Bank-verzekeraar KBC voorspelde zelfs dat - in het meest pessimistische scenario - de woningprijzen in 2020 met 6 procent zouden zakken en in 2021 nog eens met 4 procent. Maar toen de lockdownperiode in mei afliep, bleek dat de Belg nog altijd hunkert naar een eigen woning en graag profiteert van de historische lage rente, waardoor de hypotheekleningen spotgoedkoop blijven: de vraag trok onmiddellijk aan. Vastgoedmakelaars meldden dat ze het veel drukker hadden dan normaal. Het aantal gezinnen neemt onverminderd toe, zodat almaar meer mensen op zoek moeten naar een woning. Tegelijkertijd nam het aanbod op de vastgoedmarkt een beetje af: de bouwsector kwam tijdens de lockdown twee maanden niet in actie, zodat er geen nieuwe appartementen of woningen op de markt kwamen. Ook niet onbelangrijk was dat de banken, onder bepaalde voorwaarden, gezinnen tegemoet kwamen die het moeilijk hadden met de afbetaling van hun lening. Zo vermeden ze een reeks gedwongen verkopen omdat de hypotheek niet langer zou worden afgelost. Dat zou tot een ruimer aanbod van woningen hebben geleid, en misschien tot een prijsval. Kortom, alles werd in het werk gesteld om de gemoedsrust en stabiliteit op de vastgoedmarkt te bewaren. Wat voor de aankoop van een eerste, eigen huis tijdens de eerste coronagolf geldt, gaat ook op voor de aankoop van een tweede eigendom. Na afloop van de lockdown boomde de vastgoedsector aan zee - kustappartementen vormen sinds jaar en dag een belangrijke pijler van de tweedeverblijvenmarkt in ons land. Deels is dat te danken aan een inhaalbeweging, want maandenlang was het onmogelijk om aan zee iets te kopen. Maar dan nog spreken de notarissen van een overrompeling: van juni tot midden juli 2020 werd een kwart meer verkopen geregistreerd dan tijdens dezelfde periode een jaar eerder, en dat was al een recordjaar. En de prijzen stegen er fors. Ondertussen kelderde de interesse voor een tweede verblijf in het buitenland, bijvoorbeeld Spanje. De Belg ontdekte de voordelen van een tweede verblijf aan de eigen kust. De verwachte prijsdaling op de vastgoedmarkt is er tijdens de eerste golf van de coronacrisis niet gekomen, integendeel. De vraag of de woningprijzen in ons land zullen blijven stijgen, klinkt wel steeds luider. De Nationale Bank zei al eerder dat onze woningprijzen 6,5 procent te hoog liggen. Er wordt dus steeds meer rekening mee gehouden dat de vastgoedprijzen ooit zullen zakken. Maar wanneer? Midden februari 2020, toen China al verregaande maatregelen had genomen tegen het coronavirus, bereikte de index van de Brusselse beurs, de Bel20, met zowat 4200 punten het hoogste peil in dertien jaar. Maar toen de eerste coronagevallen in Italië opdoken en het duidelijk werd dat er ook in de rest van Europa mensen besmet waren, kregen de beurzen snel klappen. Tussen midden februari en half maart tuimelde de Bel20 met 40 procent naar beneden, naar 2400 punten. Het was van 2013, in de nadagen van de eurocrisis, geleden dat de Belgische sterindex nog zo laag had gestaan. Bijna alle aandelen deelden in de klappen. Door de onzekerheid over de economische gevolgen van corona moesten talloze ondernemingen hun vooruitzichten voor dit jaar intrekken en een winstwaarschuwing de wereld insturen. Dat versterkte nog meer de deprimerende sfeer op de beursvloer. Uiteindelijk werd het dieptepunt midden maart bereikt. Het gebeurde ongeveer tegelijk met het ogenblik dat in ons land de lockdown van kracht werd. Maar al snel vonden beleggers de lage koersen het ideale moment om aandelen bij te kopen. De Bel20 zou in de zomer weer aantrekken tot 3500 punten. Andere beurzen deden het nog beter. De Duitse DAX-korf met dertig steraandelen had eind juli weer aangeknoopt bij het niveau van januari, vóór de coronacrisis. Het snelle herstel van de aandelenmarkten na de eerste coronagolf heeft ongetwijfeld te maken met de gigantische herstelplannen die politici en centrale bankiers lanceerden om een exit te vinden uit de economische crisis en met de honderden miljarden die daarvoor werden gecreëerd. En dat terwijl veel spaarders wanhopig op zoek waren naar hogere rendementen dan die van het spaarboekje. Het snelle herstel van de aandelenmarkten illustreert dat de beurs lang niet altijd de reële economie weerspiegelt, want die heeft de coronacrisis absoluut nog niet verteerd. Er wachten ons nog heel wat faillissementen en de werkloosheid zal nog toenemen. Of het herstel van de economie er snel komt, of net bemoeilijkt zal worden door nieuwe opstoten van het virus, valt onmogelijk in te schatten. Die onzekerheid kan de beurskoersen nog een hele tijd sterk beïnvloeden. Het is dan ook allesbehalve zeker dat de aandelenkoersen de komende tijd nog zullen stijgen. Obligaties zijn een soort lening die je geeft aan de overheid (dat zijn de staatsbons) of aan een bedrijf. Anders dan bij een aandeel word je zo geen eigenaar van het bedrijf, maar wel schuldeiser van het land of bedrijf waaraan je geld uitleent. Aangezien de rente al een hele poos laag staat en dat nog een hele tijd het geval zal zijn, kunnen landen en bedrijven op de financiële markten geld lenen tegen uiterst lage of zelfs negatieve rentes: er wordt betaald om geld te mogen uitlenen. Obligaties zijn tegenwoordig geen aantrekkelijke belegging meer. Naast het lagerentebeleid is er nog een andere actie van de ECB die een grote impact heeft op het rendement van obligaties. Meteen na het uitbreken van de coronacrisis beslisten de centrale bankiers om nog meer dan vroeger massaal schuldpapier op te kopen. Opnieuw met de bedoeling om de rente voor overheden en bedrijven laag te houden, zodat de economie weer uit de startblokken kan schieten. Naast de klassieke staatsobligaties koopt de ECB daarom ook bedrijfsobligaties op. Onder meer van de Belgische ondernemingen Solvay, AB InBev, Cofinimmo en Befimmo heeft de ECB al leningen gekocht. Door de combinatie van de extreem lage rente en de rechtstreekse inmenging van de ECB op de obligatiemarkten is het moeilijk voor beleggers om obligaties te vinden die enig rendement opleveren. Wie een beetje rendement wil, lijkt veroordeeld tot obligaties met een hoger risico: bedrijven die financieel minder sterk staan en daardoor meer risico op wanbetaling inhouden. Kortom, de coronacrisis en het lagerentebeleid van de centrale banken zijn geen goed nieuws voor de liefhebbers van obligaties. De volgende jaren moeten we daar niet veel van verwachten. Traditioneel is de dollar de veilige haven waar spaarders en beleggers gaan schuilen als het stormt. En als de dollar dan sterker wordt, winnen beleggingen in dollars, zoals aandelen van Amerikaanse bedrijven, aan waarde dankzij de wisselkoers. Bij het begin van de coronacrisis was dat ook het geval: je moest meer euro's uitgeven om hetzelfde aantal dollars te krijgen. Voor Belgen die beleggingen in dollars aanhielden, leverde de sterkere dollar extra rendement op. Maar naarmate de coronacrisis vorderde en het aantal besmettingen in de VS opliep, werd de negatieve impact op de Amerikaanse economie groter. De consumptie in de VS stagneerde. De dollar verzwakte. Bovendien liet de Amerikaanse centrale bank, de Fed, massaal nieuwe dollars drukken, nóg een reden waarom de koers van de dollar begon te dalen. Het gevolg van de verzwakking van de dollar was dat de euro weer sterker werd. Zeker toen de Europese Unie een plan voor de aanpak van de economische gevolgen van de coronacrisis uitrolde en een herstelfonds van 750 miljard euro in het leven riep. Voor het eerst in twee jaar moest je in juli 2020 meer dan 1,17 dollar voor 1 euro neertellen. Voor Belgen die beleggingen in dollars hadden, was dat minder goed nieuws: hun rendement nam door de zwakkere dollar weer af. Tijdens de eerste golf van de coronacrisis schommelden de wisselkoersen van de munten sterk en werd nog maar eens onderstreept dat het ontzettend moeilijk is om ze te voorspellen. De dollar verbleekte, zodat er nog drukker werd gespeculeerd of die munt nog wel een toevluchtsoord is in bange dagen. Hoe dan ook, tijdens het bewind van president Donald Trump brokkelde het vertrouwen in het groene biljet verder af. Trump vindt de zwakke dollar ook helemaal niet zo erg: het zorgt ervoor dat Amerikaanse producten goedkoper worden op de exportmarkt, terwijl invoer duurder wordt. Zo draagt de zwakke dollar bij tot de Make America great again-doctrine. Het ziet ernaar uit dat de dollar nog lang een eerder zwakke munt zal blijven. Cryptomunten zijn een recent verschijnsel. De bekendste digitale munt, de bitcoin, werd pas in augustus 2008 voor het eerst gelanceerd. Zo'n digitale munt bestaat alleen maar uit een computercode, waar geen financiële instellingen aan te pas komen en waar centrale banken geen vat op hebben. Het virtuele geld wordt alleen door de gebruikers in stand gehouden via onlinenetwerken. De coronacrisis was de eerste serieuze crisis die de bitcoin moest doorstaan. Hoe bracht hij het ervan af? De wisselkoersschommelingen van cryptomunten zoals de bitcoin waren altijd al enorm. Het was voor de uitbraak van de coronacrisis niet uitzonderlijk dat de koers in één dag 30 procent hoger of lager ging. Tijdens de eerste coronagolf was dat niet anders. Bij het begin van de crisis veerde de koers op: in februari 2020 betaalde je voor één bitcoin meer dan 9500 euro, zo'n 40 procent meer dan in het begin van dat jaar. Niemand kon verklaren waarom. In maart crashte de bitcoin en halveerde de koers tot bijna 4500 euro. En in de zomer van 2020 steeg hij weer tot meer dan 10.100 euro. Voor de koers van de bitcoin valt geen zinnige uitleg te geven. Hij gedroeg zich als een ongeleid projectiel, en dat ís hij ook. Sommige analisten denken dat de bitcoin richting 100.000 dollar of meer kan stijgen. Anderen zijn ervan overtuigd dat de prijs met 80 procent of meer kan zakken. De Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Robert Shiller, auteur van een boek over financiële bubbels, bestempelt de bitcoin 'als het beste voorbeeld op dit moment van een zeepbel'. En een ongeschreven wet in de economische wereld luidt: vroeg of laat spat een zeepbel uit elkaar. Goud is net als de dollar een toevluchtsoord in tijden van rampspoed. Bij het uitbreken van de coronacrisis kreeg de goudprijs eerst rake klappen, maar al snel keerde het tij en brak de goudprijs record na record. Midden maart, op het moment dat de beurzen op hun dieptepunt zaten, schommelde de goudprijs rond de 1470 dollar. Minder dan een half jaar later, begin augustus 2020, schoot hij door de grens van 2000 dollar. Dat komt neer op een winst van meer dan 35 procent. De indrukwekkende stijging van de goudprijs - die altijd in dollar wordt uitgedrukt - is gedeeltelijk te danken aan de verzwakking van de dollar. Maar ze bewijst vooral dat goud de ultieme veilige haven blijft in tijden van angst. Oud-voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Alan Greenspan noemde goud ooit 'de kanarie in de koolmijn'. De goudprijs geeft een indicatie van hoe zeker of onzeker beleggers naar de evolutie van de economie kijken. Als je met die uitspraak in het achterhoofd kijkt naar de koers van de goudprijs tussen maart en augustus 2020 moet je besluiten dat de beleggers hoogst onzeker zijn. Het goud troefde tijdens de eerste coronagolf alle andere investeringen met voorsprong af, maar of en hoe fel de goudprijs nog zal stijgen, is onvoorspelbaar. Sommigen vinden goud sowieso zwaar overschat. 'De reële waarde van goud is niet zo hoog', zei de Gentse econoom Gert Peersman ooit. 'Wat kun je ermee doen? Hooguit een valse tand steken.' Na de coronacrisis zit de spaarder tussen twee vuren. Aan de ene kant is er de lage rente, die met de coronacrisis nog veel langer uiterst laag zal blijven. Het gevolg is dat bijvoorbeeld spaarboekjes en obligaties, waar rente belangrijk is, weinig of helemaal geen rendement zullen opleveren. Rekening houdend met de inflatie verdampt je spaargeld daar zelfs. Aan de andere kant zijn er investeringen zoals vastgoed, aandelen en goud, waarvan de prijzen fel gestegen zijn, onder meer omdat de beleggers ernaartoe stromen op zoek naar wat rendement. Voor vastgoed komt daar nog bij dat de prijzen omhoog worden gestuwd omdat je nu door de lage rente zeer goedkoop kunt lenen. Het gevolg is wel dat de prijzen zeer hoog liggen, veel te hoog volgens sommigen. Het is zeker niet uitgesloten dat er ooit een prijscorrectie komt. Ook dan gaat heel wat geld in rook op. Meer dan ooit is het dus zinvol om alle plus- en minpunten van elke investeringsvorm goed af te wegen. Natuurlijk kun je je geld ook stoppen in zaken waar het financiële rendement niet op de eerste plaats komt. Kunst en andere passionele beleggingen gingen niet gebukt onder de eerste coronagolf. Goede doelen dan weer wel, omdat er geen wervingsacties op straat konden worden gehouden. Het Rode Kruis, Amnesty International, Artsen zonder Grenzen, Unicef enzovoort haalden veel minder geld op dan in andere jaren. Tot slot een curieuze vaststelling: tijdens de eerste coronagolf investeerden we flink in onze eigen gezondheid. Terwijl fitnesscentra, sporthallen en zwembaden gesloten waren en er niet in ploegverband mocht worden gevoetbald, beleefde bijvoorbeeld het wandelen een opmerkelijke opgang. Er werd veel gestapt, alleen of in de kleine bubbel door bossen, weilanden, heidelandschappen of simpelweg in de buurt, een blokje om. Ook opvallend was dat de coronacrisis de verkoop van fietsen tot een ongeziene hoogte dreef. De vraag was zo groot dat veel producenten niet konden leveren omdat er een tekort was aan onderdelen. In die zin kun je zeggen dat de coronacrisis voor sommigen bijdroeg tot een verbetering van de gezondheid. Als we dat volhouden, zal deze hele episode toch iets hebben opgeleverd. Zelfs iets waarvan de waarde niet in geld is uit de drukken.