Al wekenlang is het onrustig voor het Brusselse Klein Kasteeltje. Elke dag komen honderden mensen samen aan het aanmeldcentrum van opvangdienst Fedasil om hun asielaanvraag in te dienen. En elke dag krijgen mensen te horen dat ze de dag erna maar moeten terugkomen. Volgens de ngo Vluchtelingenwerk Vlaanderen moet een groot deel van de afgewezen mensen - hoofdzakelijk alleenstaande mannen - de nacht op straat doorbrengen. De organisatie spreekt van een 'dramatische situatie'.
...

Al wekenlang is het onrustig voor het Brusselse Klein Kasteeltje. Elke dag komen honderden mensen samen aan het aanmeldcentrum van opvangdienst Fedasil om hun asielaanvraag in te dienen. En elke dag krijgen mensen te horen dat ze de dag erna maar moeten terugkomen. Volgens de ngo Vluchtelingenwerk Vlaanderen moet een groot deel van de afgewezen mensen - hoofdzakelijk alleenstaande mannen - de nacht op straat doorbrengen. De organisatie spreekt van een 'dramatische situatie'.Ook bij Fedasil is het onrustig. De werknemers legden al driemaal het werk neer in evenveel weken tijd. De laatste keer was afgelopen donderdag. 'Ze zijn begaan met de situatie van asielzoekers en het doet pijn om hen buiten te zien wachten, zonder enige kans op opvang', zegt Tony Six van het ABVV.Opvang: het hoge woord is eruit. De opvangcapaciteit van zo'n 27.000 plaatsen in 80 centra is compleet verzadigd. Een grotere instroom van asielzoekers en een trage uitstroom spelen mee. Tel daar het capaciteitsverlies door de coronamaatregelen en de overstromingen in Wallonië bij, en al snel is er sprake van een perfecte storm die uitmondt in een opvangcrisis. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) wil meer personeel en kortere asielprocedures maar ook meer opvangcapaciteit. Al in juli besliste de federale regering om op zoek te gaan naar 5400 bufferplaatsen, die Fedasil flexibel kan inzetten in tijden van nood. Er werden ruim 1000 plekken gevonden, maar de rest van de zoektocht verloopt stroef. Volgens twee bevoorrechte bronnen stellen privé-eigenaars soms onrealistische eisen, zoals de betaling van álle aanpassingswerken. 'Ze proberen te profiteren van de crisis bij Fedasil.'De zoektocht gaat onverdroten voort. De overheid grijpt daarvoor terug naar vertrouwde plekken. Zo worden de sites in Geel (112 plaatsen) en Lombardsijde (175) opnieuw geactiveerd. Ook in Lommel lopen er onderhandelingen over 350 nieuwe plaatsen. In het Waalse Glons gaat het om 400 plekken. Opvallend is dat de burgemeesters niet op de hoogte waren van de gesprekken. Ze reageren misnoegd. 'Wij waren graag vroeger betrokken geweest, niet pas aan het einde van de rit', zegt Vera Celis, N-VA-burgemeester van Geel.Volgens Fedasil neemt de staatssecretaris nochtans meteen contact op met de burgemeester zodra er een concreet plan is voor een bepaalde site. 'Daarna neemt Fedasil de communicatie met het gemeentebestuur op zich', zegt woordvoerster Mieke Candaele. 'We bezorgen de gemeente de nodige draaiboeken, en stellen altijd voor om gezamenlijk te communiceren naar de buurt, bijvoorbeeld via flyers of een infoavond.' In augustus heeft Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) vanuit het Agentschap Integratie en Inburgering een verbindingsofficier aangesteld, die mee nadenkt over de lokale communicatiestrategie - een directe uitloper van de brandstichting in het asielcentrum in Bilzen vorig jaar.Fedasil erkent dat de onderhandelingen met lokale besturen en private eigenaars veel tijd en energie vergen. Het overleg wordt nog meer bemoeilijkt door het feit dat er vooral opvang wordt gezocht voor mannen. 'Lokale besturen of eigenaars geven expliciet de voorkeur aan families, maar de realiteit is nu eenmaal dat wij opvang nodig hebben voor al onze doelgroepen, dus ook voor alleenstaande mannen.' Is het dan toeval dat burgemeesters er pas op het einde bij betrokken worden? Oud-Fedasil-topman Bob Pleysier denkt van niet. 'Het is altijd zo geweest. Eerst beslissen we een centrum te openen, dan pas bellen we de burgemeester. Andersom is het veel moeilijker. Een burgemeester die zelf aan zijn bevolking moet uitleggen dat er een opvangcentrum opent, pleegt volgens velen politieke zelfmoord.'Vluchtelingenwerk Vlaanderen merkt dat er op lokaal niveau nog altijd weerstand is. 'Hoe groter de gezochte centra, hoe groter de drempel', zegt Elias Van Dingenen. 'Het is problematisch dat er alweer in een crisissfeer naar opvangplaatsen gezocht moet worden.'Fedasil kan gelukkig wel een beroep doen op Defensie. De kampen in Glons en Lombardsijde behoren aan het leger toe. 'Als de nood echt hoog is, is er altijd nog Defensie', zegt Pleysier. 'Goed voor snelle opvang, maar de kwaliteit is soms abominabel. Denk aan kazernes zonder dubbele beglazing en een verwarming die maar half werkt.'De zoektocht verloopt soms zo moeilijk dat er zowel voor de locatie als voor de uitbating volledig op de private sector wordt vertrouwd. In Vlaanderen is dat het geval in Hasselt, waar een opvangcentrum wordt gerund door Umami, een cateraar, in samenwerking met MSG Care, een private zorgverstrekker. Het centrum, gevestigd in een oud hotel, herbergt zo'n 125 mensen en lijkt een goede synergie met de buurt te hebben gevonden.Dat is anders in Wallonië. In Spa en Jalhay worden twee centra uitgebaat door het private bedrijf Svasta, een vennootschap op naam van Dominique Nédée, de man achter Corsendonk Hotels. In Spa staan Svasta en het lokale bestuur met getrokken messen tegenover elkaar. MR-burgemeester Sophie Delettre besloot onlangs de capaciteit te halveren van ruim 400 tot 200 plaatsen. De inkrimping werd onder meer ingegeven door een verschroeiend veiligheidsrapport. In dat verslag, dat dateert van oktober, heeft de politie het over 'zwijgplicht' voor het privépersoneel. Zo zouden gevechten niet worden gemeld aan de autoriteiten om de reputatie van het centrum niet te schaden. De politie vreest voor de 'wet van de sterkste' binnen het centrum.Volgens Delettre zitten er te veel mensen samen. Nochtans zegt Svasta de opvangweg te respecteren. Het bestuur ijvert daarom voor een aanpassing. 'Asielzoekers hebben met vier vierkante meter per persoon recht op evenveel ruimte als biokippen', zegt OCMW-voorzitter Nicolas Tefnin (MR) in de krant l'Avenir. 'Dat is niet menselijk.'In het Luikse Jalhay moest Fedasil afgelopen zomer ingrijpen na een scherp artikel op de blog Migrations Libres. Svasta moest meer personeel aannemen en een aanpassing doorvoeren in de tarieven voor het zakgeld en de gemeenschapsdiensten van de bewoners. Voorlopig zitten er geen nieuwe privaat-publieke samenwerkingen in de pijplijn, zegt Fedasil. En maar goed ook, vindt Bob Pleysier. 'Ik heb nooit goed begrepen hoe de overheid iets goedkoper wil regelen door de privésector een graantje te laten meepikken.'Zowel Pleysier als Vluchtelingenwerk Vlaanderen denkt dat grote collectieve centra geen duurzame oplossing vormen. 'Ze zijn funest voor het psychosociale welzijn', zegt Van Dingenen. 'Kleinschalige opvang is de beste garantie voor een goede integratie. Bovendien is het goedkoper.'Dat kan onder meer via lokale opvanginitiatieven (LOI's). Meestal gaat het om gemeubileerde woningen die het OCMW beheert of huurt. 'Dat is het enige systeem in de geschiedenis dat in alle stilte voor veel plaatsen heeft gezorgd', zegt Pleysier. 'Het historische nadeel is dat het moeilijker wordt om mensen terug te sturen wanneer ze in de gemeenschap zijn opgenomen. Dat is de reden waarom de LOI's zijn afgebouwd onder staatssecretaris Theo Francken (N-VA).'Mahdi is van mening dat de grote opvangcentra tot het verleden behoren, en wil de rol van LOI's versterken. Dat denkspoor is van levensbelang, zegt Van Dingenen. 'Kleinschalige opvang is behapbaarder. Inzetten op de goede omkadering van burgerengagement zou echt een verschil kunnen maken. De solidariteit in Vlaanderen is groter dan men vaak laat blijken.'