Veertig is Laurens ten Dam nu. Twee jaar geleden zwaaide de Alkmaarder af als profwielrenner na een carrière in dienst van onder meer Rabobank, Team Sunweb en CCC - met als uitschieter de Ronde van Frankrijk van 2013, de zogenoemde 'Tour van Bau en Lau', waarin hij samen met zijn ploegmaat Bauke Mollema hoge ogen gooide en als dertiende Parijs bereikte.
...

Veertig is Laurens ten Dam nu. Twee jaar geleden zwaaide de Alkmaarder af als profwielrenner na een carrière in dienst van onder meer Rabobank, Team Sunweb en CCC - met als uitschieter de Ronde van Frankrijk van 2013, de zogenoemde 'Tour van Bau en Lau', waarin hij samen met zijn ploegmaat Bauke Mollema hoge ogen gooide en als dertiende Parijs bereikte. En toch leeft Ten Dam nog altijd als een prof. Een professionele avonturier welteverstaan, die als gravelfietser de wereld rondtrekt. Na zijn deelname aan de Migration Gravel Race in Kenia, met zijn vriend en wielrenner Thomas Dekker, en de Unbound Gravel 200 in Kansas, start Ten Dam straks als een van de favorieten in de Leadville 100 MTB, een hoog aangeschreven gravelwedstrijd in Colorado. 'Voor zulke wedstrijden moet je serieus trainen', zegt hij. 'Als je daar onvoorbereid aan de start komt, is het gewoon niet leuk. Ik hou het in elk geval zo lang mogelijk vol, ik wil nog wel een tijdje prof spelen.' Sinds zijn laatste rit op de weg, de Ronde van Lombardije in 2019, zat Ten Dam niet stil. Hij maakte een documentaire over De renner van Tim Krabbé, begon een eigen podcast, schrijft columns voor kranten en tijdschriften, traint nog altijd regelmatig met zijn vrienden Tom Dumoulin en Bram Tankink én hij groeide uit tot de ambassadeur van het gravelfietsen. Die sport, een mengvorm van mountainbiken en wegwielrennen (zie kader), zit duidelijk in de lift: de verkoop van gravelfietsen en de bijbehorende kleding groeit snel en de wedstrijden schieten als paddenstoelen uit de grond. Voor Ten Dam is het de ideale manier om zijn leven als fietser nog enkele jaren te verlengen. Dankzij het 'gravelen' kan hij blijven doen wat hij het liefst doet: fietsen en de wereld ontdekken. Ten Dam was acht toen hij op tv Gert-Jan Theunisse naar de overwinning op Alpe d'Huez zag rijden, in de Tour van 1989. Met zijn wapperende manen, zijn oorbellen en zijn grijs met roze wielerschoenen zette Theunisse de verbeelding van de jonge Ten Dam - die later een tijdje antikraak ging wonen in een voormalig klooster en als prof al rondtrok met een camper - in vuur en vlam. Speelt u nog altijd Gert-Jan Theunisse na? Laurens ten Dam:(lacht en denkt dan na) Misschien wel. Die ging na zijn carrière ook door op de mountainbike, omdat hij dat leuker vond dan het fietsen op de weg. Het is in elk geval onbewust, ik kopieer hem zeker niet. Maar met zijn haarband en zijn worstenhelmpje zag hij er toen best rock-'n-roll uit, hij was niet het type 'gelikte jongetje'. En dat sprak me onmiddellijk aan, ja. Hij is nog altijd iemand naar wie ik erg opkijk. Uw vader nam jarenlang deel aan de Elfstedentocht op de fiets. Ook dat maakte een diepe indruk. Ten Dam: Dat was toch elke keer een rit van 230 kilometer. Mijn vader vertrok 's ochtends altijd heel vroeg, nog voor ik wakker was. Toen hij terugkwam, helemaal kapot meestal, mocht ik friet en frikandellen halen in de friterie, dat vond ik prachtig. 's Avonds luisterde ik naar de stoere verhalen die hij en mijn opa vertelden, over wat ze allemaal hadden meegemaakt die dag. Zodra ik zestien ben, dacht ik, ga ik met mijn vader mee. Maar het is er nog altijd niet van gekomen. Ik ben vrij jong prof geworden en ik moest de dag van de Fietselfstedentocht altijd wel ergens koersen. Vanaf mijn elfde zijn mijn vader en ik wel samen fietsvakanties gaan maken, en zo werd mijn wereld meteen zoveel groter. We reden door prachtige natuur, op plekken waar ik anders nooit zou komen. Is dat ook wat u aantrekt in het gravelfietsen? Ten Dam: Ja, de fiets blijft iets wat mijn wereld vergroot. Kenia, Colorado, Kansas: wanneer zou ik daar ooit gekomen zijn? Op de gravelfiets laat je bovendien de asfaltwegen achter je en daardoor wordt je wereld ook alleen maar groter. Gert-Jan Theunisse zei over het mountainbiken dat je veel meer in de natuur bent en dat er veel minder haantjesgedrag is dan in het profwielrennen, en dat is bij gravel ook, vind ik. Maar toch wilt u straks winnen in de Leadville 100. En toen u onlangs tweede werd in de Unbound 200 was u heel even diep ontgoocheld. Ten Dam: Het smaakt naar meer. Toen ik hiermee begon, had ik helemaal die ambitie niet. 'Top tien in een grote wedstrijd, dat zou mooi zijn', zei ik enkele jaren geleden. 'Maar alles doen om te winnen? Nee, daar ben ik te oud voor geworden.' Alleen heb ik dit jaar Gravel Locos in Amerika gewonnen en ook in Kenia hebben Thomas en ik gewonnen. En blijkbaar werkt het toch verslavend. De pijn gaat zo weer weg, denk ik dan. Maar die overwinning blijft wel mooi staan. Het competitiebeest in u wordt weer wakker? Ten Dam: In de WorldTour raak je dat als profwielrenner wat kwijt, omdat je toch bijna nooit wint. Maar nu komt het terug. Gravelen ligt me ook beter, denk ik. Als prof was ik ook al goed op de lange klimmen, genre Tourmalet of Mont Ventoux. Die inspanning van urenlang een hoge druk op je benen zetten is typisch voor het gravelen. Door de slechte ondergrond en het heuvelachtige parcours moet je continu hard blijven trappen. Om je een idee te geven: in Unbound heb ik tien uur lang een wattage getrapt van 390 watt normalised power. Ik had niet verwacht dat ik dat nog kon. (Ter vergelijking: tijdens de laatste Ronde van Frankrijk trapte de Australiër Ben O'Connor vier uur en 37 minuten lang een normalised power wattage van 344 watt toen hij in Tignes de negende etappe won, nvdr.) 'Het gravelbiken brengt me terug naar het fietsen van pakweg vijftien jaar geleden', hebt u eerder al gezegd. Ten Dam: Misschien wel van vijftig jaar geleden. Ik ben best gebiologeerd door de oude foto's van de Tour, uit de tijd van Koblet, Bartali en Coppi, en die kun je naast die van een gravelwedstrijd als Unbound leggen. In de bergen lagen er toen ook alleen maar gravelwegen, de renners moesten hun eigen fiets repareren en bij een fontein in een dorp hun bidon bijvullen, zij hadden van die tubes om hun nek, wij Camelbacks en andere spulletjes. De lange afstanden, het stof, de jeeps die meerijden... Het is echt terug naar de roots van het fietsen. Je bent weer je eigen baas, je hebt niets te maken met trainers en coaches. Er is meer lol, meer feest, het is een gemeenschap. Dat gevoel is in het profpeloton de laatste jaren toch wat verloren geraakt. Was het liefde op het eerste gezicht? Ten Dam: Ik was op slag verkocht. In de winter van 2015 was ik met mijn vrouw en onze twee kinderen naar Californië verhuisd. Ik herstelde toen van een zware val waarbij ik mijn rug gebroken had, en ik wilde me daar voorbereiden op het nieuwe wegseizoen. Als prof mocht ik niet starten in de kermiskoersen, maar gelukkig wees mijn manager op het bestaan van 'grasshoppers': een serie wedstrijden in het veld. Oud-profs Levi Leipheimer en Ted King waren er de eerste keer bij, Geoff Kabush ook, die als mountainbiker aan de Olympische Spelen had deelgenomen, en verder wat hipsters en huisvrouwen. Het was tachtig kilometer volop koers, ik werd vierde en op het einde, na een lange klim, zat iedereen bier te drinken en chips te eten. Dit is fantastisch, dacht ik. Ik was meteen verslaafd. Datzelfde jaar heb ik nog verschillende wedstrijden gereden en toen ik in 2017 terugkwam in Europa, heb ik hier mijn eigen wedstrijd georganiseerd. Kleding, voeding, sociale media: komt het gravelfietsen met een hele levensstijl? Ten Dam: Tegenwoordig horen die sociale media er nu eenmaal bij. Als je een boel privésponsors hebt weten te verzamelen, moet je die op de een of andere manier toch plezieren. En dankzij sociale media kun je die zichtbaarheid zelf verzorgen: door een podcast, een website of YouTubefilmpjes. En ook de kledij verandert steeds meer. Andere stijl, andere kleuren, meer zakken aan de zijkant van je truitje. Maar je wordt ook niet uitgelachen als je in een simpel lycrapakje aan de start komt. Met een andere fiets en iets andere schoenen ben je er al. Zolang je na de aankomst maar geen hersteldrank bovenhaalt. Ten Dam:(lacht) Er wordt wel altijd bier gedronken, dat klopt. Daarom past het ook zo goed bij mij, denk ik. Is het ook een economisch verhaal? Nu iedereen een racefiets en een mountainbike in de garage heeft staan, komt de markt simpelweg met een nieuw fietstype? Ten Dam: Er komt zeker ook veel branding bij kijken. Een crossfiets met iets bredere banden is in principe al een gravelfiets, maar in de reclamespotjes wordt het allemaal veel cooler gebracht. Maar anderzijds: je kunt je gravelfiets met enige fantasie bijna voor alles gebruiken. Als je er een paar wegwielen in stopt, of juist wielen met nog bredere banden, kun je er overal mee naartoe. Als ik in mijn leven nog maar één fiets mag hebben, dan kies ik voor de gravelbike. Op vakantie is het ook de enige fiets die ik meeneem. 'Ik zie daar dezelfde cocktail van spiritualiteit en kapitalisme die ik in onze managementcultuur zie', vertelde cultuurfilosoof Lieven De Cauter vorig jaar in Knack over ultralopen, die andere sportieve hype van het moment. 'Slow food, slow running, een hang naar vertraging en verdieping, maar wel ontegensprekelijk gerecupereerd door het neoliberalisme.' Ten Dam: Op onze website staat een soort van manifest: Less stuff, fewer distractions, less stress. Daar zijn veel mensen naar op zoek in de westerse wereld, omdat er de hele tijd zo veel prikkels op ons af komen. Ik was in Kenia: daar hoef je niet uit te leggen wat 'live slow' is. Ze zitten daar net zo lief een hele dag naast de weg naar auto's te kijken en dat is ook prima. Hier wordt het allemaal al snel te veel, en daar worstel ik zelf ook weleens mee. Ik ben een eigen bedrijf aan het opbouwen, ik maak een podcast en films, ik schrijf, ik wil hard kunnen fietsen en ik heb thuis nog een gezin ook: al die dingen in balans houden, het is een kunst. Uw hang naar vertraging klinkt oprecht, maar u maakt wel T-shirts met de naam van uw bedrijf: 'Live slow, ride fast'. Ten Dam: (lacht) En dat terwijl ik net het omgekeerde promoot: minder spullen, minder stress. Je hebt helemaal gelijk. Waarom zouden we iedere winter een nieuwe collectie maken? Die spullen van vorig jaar zitten toch nog prima? Het is zoeken naar een evenwicht. De gravelfietser voelt doorgaans een grote verbondenheid met de natuur. Maar door de wereld rond te vliegen, doet hij die natuur geen goed. Bent u bezorgd om uw ecologische voetafdruk? Ten Dam: Daar raak je een teer punt. Dit jaar alleen al zal ik drie keer de oceaan zijn overgevlogen... (denkt na) Er komen in de gravelwereld steeds meer 'no drive'-evenementen: deelnemers worden verplicht om met de fiets of het openbaar vervoer naar de start te komen. Ik beweer ook niet dat ik op ecologisch vlak goed bezig ben. Maar dat ontslaat me natuurlijk niet van mijn individuele verantwoordelijkheid. Ik betaal wel al jaren trouw mijn belastingen in Nederland - en niet op een gunstigere bestemming als Monaco bijvoorbeeld, zoals veel sporters doen. Ik hoop oprecht dat de Nederlandse overheid de klimaatproblematiek centraal aanpakt. Toen u met profwielrennen stopte, zei u in afscheidsinterviews dat het tijd was om uw recht als opvoeder thuis terug te verdienen. Is dat intussen gelukt? Ten Dam: Ja, als ik nu wegga, zijn de jongetjes verdrietiger dan vroeger. Door corona ben ik veel thuis geweest en ook al fiets ik nog altijd vaak - ik heb dit jaar al 15.000 kilometer op de teller - ik ben veel meer thuis. In plaats van 180 dagen ben ik nu 80 dagen per jaar weg. Daardoor zijn het opnieuw onze kinderen. Heeft corona de sport een boost gegeven? Ten Dam: Ik denk het wel. We konden niet naar het buitenland en dus zijn veel mensen in hun streek beginnen te fietsen. Ook met de gravelbike. Er waren lange wachtlijsten voor nieuwe fietsen. Tot slot nog een vraag die u graag stelt aan de gasten in uw podcast: wat is uw mooiste dag op de fiets ooit? Ten Dam: Ik denk dan toch spontaan aan de allereerste keer dat ik aan Leadville deelnam in 2016. Maar Unbound was onlangs ook een hele mooie dag. En die week in Kenia. En toen ik deze zomer in Frankrijk met mijn kinderen naar de Tour stond te kijken, moest ik terugdenken aan die keer dat ik in de ontsnapping zat naar Alpe d'Huez: dat was ook een prachtige dag. Er zijn er kortom al veel geweest. En hopelijk volgen er nog veel.