Dit voorjaar sms'te mijn grootvader me vanuit zijn serviceflat: 'Het is hier precies een gevang!' Hebt u ook zulke berichtjes gekregen?
...

Dit voorjaar sms'te mijn grootvader me vanuit zijn serviceflat: 'Het is hier precies een gevang!' Hebt u ook zulke berichtjes gekregen? Bruno Vanden Broecke: Ja. Enkele maanden geleden brak mijn tante een heup. Na de operatie kwam ze in een woonzorgcentrum terecht. Sinds het coronavirus is uitgebroken, mogen de bewoners daar op dinsdag en donderdag telkens twintig minuten lang een familielid zien. Met een mondmasker en achter plexiglas. Dat is schrijnend, maar ik begrijp het ook wel. Onlangs was epidemioloog Luc Bonneux te gast in Terzake. Hij legde uit dat er in landen waar de samenleving voor haar ouderen zorgt - zoals Denemarken en Noorwegen - geen oversterfte was in de woonzorgcentra. In landen waar de ouderenzorg gefragmenteerd en semiprivaat is, en geleid wordt door bedrijven die bezuinigen op het personeel, is die oversterfte er wél. Dan weet je wat het probleem is, toch? Is Jonathan gegroeid uit de frustratie over de ouderenzorg? Vanden Broecke: Toneel is geen aanklacht. Toneel wil mensen raken en aan het denken zetten. Dat is wat we met Jonathan hopen te doen. Maar het wordt wel een ander stuk dan we gepland hadden. Wat waren u en Valentijn Dhaenens dan van plan? Vanden Broecke: We zouden in 2021 voor KVS een stuk maken over de oorsprong en de menselijke kant van artificiële intelligentie. Geen cynisch stuk, hè! Nee, een stuk gehouwen uit vooruitgangsoptimisme en geïnspireerd door de vragen die, bijvoorbeeld, historicus en futuroloog Yuval Noah Harari in zijn boeken stelt. Valentijn zou Jonathan de robot spelen - daar is hij perfect voor geschikt (lacht) - en ik zou met hem praten over het mens-zijn. Toen, midden in de lockdown, belde Michael De Cock, de artistiek leider van de KVS. Hij vroeg ons om al in september in première te gaan, op het achterplein van de schouwburg. Graag! 'Ik ben Jonathan. Ik zal u begeleiden tot het einde.' Die zin is in de teaser te zien. Hebt u hem op dat bankje geschreven? Vanden Broecke: Die zin, de hele tekst, is ontstaan tijdens die gesprekken én door iets wat ons allemaal raakte: dat mensen niet fysiek afscheid mochten nemen van geliefden die stierven aan covid-19. Zo is een stuk gegroeid waarin we het oorspronkelijk onderwerp combineerden met wat dit voorjaar ieders hart gebroken heeft. We spelen een bevreemdende ontmoeting tussen Herman en de zorgrobot Jonathan. Die robot zorgde voor Hermans moeder, Claudine. Het wordt geen komedie, maar dat Jonathan als robot niet alle sociale vaardigheden beheerst, zorgt wel voor humor. De cartoonist Lectrr suggereerde vorige maand in een cartoon dat we onze favoriete artiesten straks mogelijk aan het werk zien als personeelslid van onze favoriete supermarkt. Vanden Broecke:(lacht) In de supermarkt vragen veel mensen me oprecht hoe het met me is. Het gaat, zo goed als mogelijk. We doen alles om te kunnen spelen. De cultuurcentra helpen daarbij. Het publiek wil niets liever. En binnenkort sluit ik me drie maanden op met Matteo Simoni, Ruth Beeckmans en Peter De Graef om een tweede filmscenario te schrijven. De coronacrisis heeft me doen nadenken over wat ik echt wil vertellen aan de wereld. En Jonathan is daar het intiemste voorbeeld van.