Het Brusselse hof van beroep heeft de vordering afgewezen die Jean Lambrecks in 1997 had ingesteld tegen de Belgische staat. De vader van Eefje Lambrecks had de Belgische overheid gedagvaard omdat die in de fout zou gegaan zijn bij de vrijlating en de daaropvolgende begeleiding van Marc Dutroux, en in het gerechtelijk onderzoek naar de verdwijning van Eefje Lambrecks en Ann Marchal. Het hof stelde één dergelijke fout vast maar oordeelde dat die geen rechtstreeks oorzakelijk verband hield met de schade van de familie Lambrecks.

Vader Lambrecks had verwezen naar het rapport van de Commissie-Dutroux en naar de boeken die Marc Verwilghen, voorzitter van die commissie, en voormalig procureur Bourlet, die het onderzoek naar Dutroux had gevoerd, hadden geschreven. Zowel het Commissierapport als beide boeken hadden immers verschillende dysfuncties bij politie en justitie blootgelegd.

Het hof van beroep oordeelde echter dat de boeken van Verwilghen en Bourlet persoonlijke meningen vertolkten en dat ze onvoldoende bewijs vormden. Ook het rapport van de Commissie Dutroux was voor het Brusselse hof van beroep onvoldoende grond om de staat te veroordelen. Aan De Standaard zegt Patrick Hofströssler, de advocaat van de Belgische staat, dat het rapport van de commissie-Dutroux 'nuttige informatie is', maar geen 'vonnis is geweest': 'De parlementaire onderzoekscommissie zocht naar disfuncties om het systeem beter te laten functioneren en heeft in een rapport geconcludeerd dat het wettelijk kader en organisatie anders moet. Maar de rechter bij het hof van beroep vindt niet dat hij gebonden is door die conclusie en vond dat hij zelf moest oordelen of er fouten zijn gebeurd en of die leiden tot een schadevergoeding.'

Het hof onderzocht daarop zelf of de overheid in de fout was gegaan en vond slechts één punt waarop dat het geval was. Zo was gebleken dat Dutroux na zijn vrijlating onvoldoende werd opgevolgd omdat de sociaal assistente die hem moest begeleiden, verdronk in de dossiers.

Dat de overheid onvoldoende middelen vrijmaakte om de opvolging van gedetineerden degelijk te laten verlopen, wordt door het hof van beroep als een fout beschouwd maar het is volgens het hof niet bewezen dat de feiten zich zonder die fout niet zouden hebben voorgedaan. (Belga/SD)

Het Brusselse hof van beroep heeft de vordering afgewezen die Jean Lambrecks in 1997 had ingesteld tegen de Belgische staat. De vader van Eefje Lambrecks had de Belgische overheid gedagvaard omdat die in de fout zou gegaan zijn bij de vrijlating en de daaropvolgende begeleiding van Marc Dutroux, en in het gerechtelijk onderzoek naar de verdwijning van Eefje Lambrecks en Ann Marchal. Het hof stelde één dergelijke fout vast maar oordeelde dat die geen rechtstreeks oorzakelijk verband hield met de schade van de familie Lambrecks.Vader Lambrecks had verwezen naar het rapport van de Commissie-Dutroux en naar de boeken die Marc Verwilghen, voorzitter van die commissie, en voormalig procureur Bourlet, die het onderzoek naar Dutroux had gevoerd, hadden geschreven. Zowel het Commissierapport als beide boeken hadden immers verschillende dysfuncties bij politie en justitie blootgelegd.Het hof van beroep oordeelde echter dat de boeken van Verwilghen en Bourlet persoonlijke meningen vertolkten en dat ze onvoldoende bewijs vormden. Ook het rapport van de Commissie Dutroux was voor het Brusselse hof van beroep onvoldoende grond om de staat te veroordelen. Aan De Standaard zegt Patrick Hofströssler, de advocaat van de Belgische staat, dat het rapport van de commissie-Dutroux 'nuttige informatie is', maar geen 'vonnis is geweest': 'De parlementaire onderzoekscommissie zocht naar disfuncties om het systeem beter te laten functioneren en heeft in een rapport geconcludeerd dat het wettelijk kader en organisatie anders moet. Maar de rechter bij het hof van beroep vindt niet dat hij gebonden is door die conclusie en vond dat hij zelf moest oordelen of er fouten zijn gebeurd en of die leiden tot een schadevergoeding.'Het hof onderzocht daarop zelf of de overheid in de fout was gegaan en vond slechts één punt waarop dat het geval was. Zo was gebleken dat Dutroux na zijn vrijlating onvoldoende werd opgevolgd omdat de sociaal assistente die hem moest begeleiden, verdronk in de dossiers. Dat de overheid onvoldoende middelen vrijmaakte om de opvolging van gedetineerden degelijk te laten verlopen, wordt door het hof van beroep als een fout beschouwd maar het is volgens het hof niet bewezen dat de feiten zich zonder die fout niet zouden hebben voorgedaan. (Belga/SD)