Na de verkiezingen kreeg een rist niet herkozen parlementsleden de vraag of ze hun uittredingsvergoeding zouden opnemen. Onder meer Jo Vandeurzen (CD&V), Herman De Croo (Open VLD), Siegfried Bracke (N-VA), Eric Van Rompuy (CD&V), Pieter De Crem (CD&V) en Johan Vande Lanotte (SP.A) werden daarover door de media aan de tand gevoeld. Sommigen verwezen naar het systeem 'dat nu eenmaal bestaat', anderen wrongen zich in bochten om de vergoeding te verantwoorden.
...

Na de verkiezingen kreeg een rist niet herkozen parlementsleden de vraag of ze hun uittredingsvergoeding zouden opnemen. Onder meer Jo Vandeurzen (CD&V), Herman De Croo (Open VLD), Siegfried Bracke (N-VA), Eric Van Rompuy (CD&V), Pieter De Crem (CD&V) en Johan Vande Lanotte (SP.A) werden daarover door de media aan de tand gevoeld. Sommigen verwezen naar het systeem 'dat nu eenmaal bestaat', anderen wrongen zich in bochten om de vergoeding te verantwoorden. Hoe zit dat eigenlijk met die vergoedingen in andere landen? Het European Centre for Parliamentary Research and Documentation (ECPRD) vergeleek eind 2016 de vergoedingen van parlementsleden van EU-landen, maar ook van kandidaat-EU-landen en een aantal niet-Europese landen zoals de VS, Australië en Israël (zie kader onderaan). Dat levert een soms wat diffuus beeld op, met grote verschillen wat betreft salarissen en andere voordelen en vergoedingen. Het beste vergelijkingspunt blijft het netto maandsalaris. In de Europese Unie (28 landen) zitten Belgische parlementariërs bij de club van acht landen waar een parlementslid meer dan 7000 euro netto per maand verdient. Herman Matthijs, VUB-professor publieke financiën, bekeek de cijfers. Hij wijst op de discrepantie tussen rijkere en armere EU-landen. 'De verschillen zijn enorm. Een Roemeens parlementslid verdient bijvoorbeeld maar 1150 euro. De Belgen zijn dus zeker niet slecht betaald.' Opvallend is ook dat de salarissen niet in verhouding staan tot de bevolking van een land. In een klein land als Ierland (5 miljoen inwoners) verdient een parlementslid 7271 euro, meer dan een Franse collega (7100 euro) in een land met 67 miljoen inwoners. Maar de best betaalde parlementsleden in de EU blijven de leden van het Europees Parlement: die krijgen maandelijks 8213 euro op de rekening, afgezien van alle bijkomende, variabele vergoedingen. 'Dat heeft vooral te maken met hun zeer voordelige fiscale systeem met een vlaktaks van 25 procent. Dat soort fiscale voordeel hebben Belgische parlementsleden niet, behalve een stukje onbelaste kostenvergoeding', verduidelijkt Matthijs. En de uittredingsvergoeding? Die bestaat in veel landen helemaal niet. Ook in België staat ze al enige tijd ter discussie. Matthijs wijst erop dat parlementsleden vroeger ook een reguliere baan hadden, naast hun mandaat. Daar konden ze na afloop op terugvallen. 'De laatste jaren is dat veranderd. De meeste parlementariërs zijn zogenaamde beroepspolitici die nergens op kunnen terugvallen als ze hun mandaat verliezen. Dat verklaart ook waarom ze zichzelf die uittredingsvergoedingen toekennen.' Te weinig parlementsleden hebben nog echt affiniteit met de gewone samenleving, vindt Matthijs. 'Beroepspolitici zijn ook heel afhankelijk van hun partij. Ze leven van het systeem.' Over de bedragen van de uittredingsvergoedingen ziet Matthijs nogal wat demagogie in de media. 'Het gaat om brutobedragen. Die worden bovendien niet zomaar in één keer uitbetaald, maar in maandelijkse schijven. We mogen ook niet vergeten dat een werknemer die na twintig jaar ontslagen wordt, ook al snel recht heeft op anderhalf tot twee jaar opzeggingsvergoeding. Maar de uittredingsvergoedingen zijn hoe dan ook royaal in België.' Toch vindt Matthijs de salarissen en uittredingsvergoedingen (vroeger maximaal 48 maandlonen, nu beperkt tot maximaal 24 maandlonen) van parlementsleden niet te hoog. 'Er zijn veel topambtenaren en ceo's bij autonome overheidsbedrijven als Proximus, NMBS en Bpost die een pak meer verdienen. Nee, het grootste probleem is dat we te veel politieke mandatarissen hebben in dit land. 150 Kamerleden, 124 Vlaams Parlementsleden, halftijdse senatoren, provincieraadsleden, gemeenteraadsleden, schepenen, burgemeesters. Ik vind dat te veel. Al die mandaten maken de totale kostprijs hoog. Dát vind ik het probleem. Tel daarbij de royale financiering van politieke partijen en je krijgt een peperduur systeem.'