De tijdelijke uitbreiding van het sociaal tarief naar iedereen met recht op verhoogde tegemoetkoming werd in december 2020 ingevoerd in volle coronacrisis en geldt nog tot eind dit jaar. Dat was een goede maatregel die veel gezinnen behoed heeft voor overlevingsschulden of een zeer penibele woonsituatie. 1 miljoen Belgen lopen risico op energiearmoede. Die manifesteert zich op 2 manieren. Ofwel slagen mensen er niet in om hun energierekening te betalen, bouwen ze schulden op en dreigen ze terug te vallen op een budgetmeter of, erger nog, een minimale levering. Voor elektriciteit betekent dat een vermogen van 10 ampère. Daarmee moet je voortdurend afwegen wat je doet in huis. Koken? De wasmachine aanzetten? Ofwel gaan mensen over tot extreem onderverbruik, net uit vrees voor hoge energiefacturen. Die mensen zetten zichzelf in de kou.

Voor gas bestaat geen minimale levering als dusdanig. Het OCMW kan wel een minimale levering toekennen, maar dat is een gunst, geen recht. In gemeenten waar OCMW's geen minimale levering toekennen, dreigt - buiten de winterperiode - afsluiting.

Uitbreiding sociaal energietarief is eerste buffer tegen energiearmoede op korte termijn.

Als de uitbreiding van het sociaal tarief na Nieuwjaar niet verlengd wordt, dreigt het voor veel gezinnen in armoede nog een bijzonder gure winter te worden. Voor veel mensen is het elke dag dikketruiendag. 's Morgens en 's avonds de verwarming even aanzetten en voor de rest drie extra truien aantrekken. Of maar 1 kamer verwarmen. Met alle gevolgen vandien voor de gezondheid van mensen, die sowieso al in een bijzonder kwetsbare situatie overleven.

We vragen al langer een uitbreiding van het sociaal tarief

Daarom vragen wij al langer een structurele uitbreiding van het sociaal tarief voor iedereen met recht op verhoogde tegemoetkoming. Zo bouw je een stevige buffer in tegen energiearmoede. We hoorden deze week verschillende politici verklaren dat een uitbreiding niet de oplossing is, wel mensen aanzetten tot energiebesparing.

Voor mensen in armoede klinkt dat bijzonder wrang in de oren. Zij zijn al kampioen in zuinig energiegebruik, maar hebben vaak geen vat op hun reële gebruik door de gebrekkige kwaliteit van hun woning. Huurders botsen daarbij tegen een dubbele muur. Zelf hebben ze niet de middelen om te investeren in pakweg dakisolatie of dubbele beglazing. En de huisbaas ziet er het nut niet van in, want de investering die hij in zijn huurhuis doet, levert hem persoonlijk niets op, maar wel de huurder.

Daarom schuiven wij het geconventioneerd huren naar voor. Stimuleer verhuurders via fiscale of renovatiepremies om hun patrimonium energiezuinig te renoveren. Verbind die steun dan aan de voorwaarde van een conformiteitsattest (garantie op minimale kwaliteit) en een huurprijs die haalbaar is voor huurders met een klein budget. In die zin is het een gemiste kans dat de aangekondigde hervorming van de Vlaamse renovatiepremie geen opening maakt naar private verhuurders.

Overigens speelt de gebrekkige kwaliteit ook in het sociale woningaanbod. De kleine helft van de woningen vertoont grote gebreken. Ook daar moet dringend een inhaalbeweging gebeuren op het vlak van renovatie, want ook daar lopen mensen tegen hoge energiekosten aan door slechte isolatie.

Elektriciteitsfactuur is uitgegroeid tot tweede belastingbrief

Dan is er nog de elektriciteitsfactuur zelf, die de voorbije decennia uitgegroeid is tot een tweede belastingbrief. Volgens de meest recente gegevens van de VREG (augustus 2021) bedraagt de effectieve energieprijs 34,19% van de elektriciteitsfactuur. Daarnaast heb je o.a. de taksen en heffingen op elektriciteit, vaak forfaitair en dus niet inkomensgerelateerd. Zowel de Vlaamse als de federale overheid zijn hier in hetzelfde bedje ziek. Het maakt de factuur niet alleen ondoorgrondelijk, ze drijft de prijs ook kunstmatig op, ongeacht of je nu veel of weinig gebruikt. Het is op zijn minst een grondig onderzoek waard om te zien wat het effect zou zijn van de afschaffing van die heffingen en de verrekening via meer progressieve belastingen, om de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen.

Momenteel krijgen de laagste uitkeringen overigens nog altijd een corona-supplement van €50 per maand. Deze en andere tijdelijke maatregelen, zoals de opschorting van degressiviteit voor werkloosheidsuitkeringen, lopen eind deze maand af. Wij hopen dat deze federale steunmaatregelen ook na september verlengd worden. Ook dat geeft de meest kwetsbare huishoudens extra financiële ruimte om basisbehoeften zoals energie te financieren.

En als we de energiefactuur hervormen, laten we dan meteen ook komaf maken met twee onrechtvaardigheden in de energieprijzen. Maak werk van één Vlaams distributienettarief zodat wie woont in Kortrijk evenveel betaalt als in Hasselt. Nu betaalt de ene Vlaming voor hetzelfde product en bij een gemiddeld verbruik 220 euro per jaar meer. Een tweede anomalie is het zogenaamde 'ontradingstarief'. Gezinnen met energieschulden die door hun leverancier gedropt worden komen bij de netbeheerder terecht en die rekent hen een gemiddeld duurder tarief aan. Wie schulden heeft, moet hetzelfde product dus nog eens duurder aankopen. We stellen voor dat deze gezinnen gedurende 6 maanden een gereguleerd lager tarief aangerekend krijgen, zodat ze een eerlijke kans krijgen om hun openstaande schuld bij de commerciële leverancier af te lossen.

Zolang de politieke moed ontbreekt om echt werk te maken van een beleid dat energiearmoede structureel terugdringt (via geconventioneerd huren, hervorming van de elektriciteitsfactuur en grotere ambitie in de renovatie van sociale woningen), is de structurele uitbreiding van het sociaal energietarief een belangrijke piste om op korte termijn de strijd aan te binden met te hoge energiefacturen.

Heidi Degerickx is algemeen coördinator Netwerk tegen Armoede.

Jan Maris is opbouwwerker bij Samenlevingsopbouw.

Caroline Van Der Hoeven is coördinator van het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding (BAPN).

De tijdelijke uitbreiding van het sociaal tarief naar iedereen met recht op verhoogde tegemoetkoming werd in december 2020 ingevoerd in volle coronacrisis en geldt nog tot eind dit jaar. Dat was een goede maatregel die veel gezinnen behoed heeft voor overlevingsschulden of een zeer penibele woonsituatie. 1 miljoen Belgen lopen risico op energiearmoede. Die manifesteert zich op 2 manieren. Ofwel slagen mensen er niet in om hun energierekening te betalen, bouwen ze schulden op en dreigen ze terug te vallen op een budgetmeter of, erger nog, een minimale levering. Voor elektriciteit betekent dat een vermogen van 10 ampère. Daarmee moet je voortdurend afwegen wat je doet in huis. Koken? De wasmachine aanzetten? Ofwel gaan mensen over tot extreem onderverbruik, net uit vrees voor hoge energiefacturen. Die mensen zetten zichzelf in de kou.Voor gas bestaat geen minimale levering als dusdanig. Het OCMW kan wel een minimale levering toekennen, maar dat is een gunst, geen recht. In gemeenten waar OCMW's geen minimale levering toekennen, dreigt - buiten de winterperiode - afsluiting.Als de uitbreiding van het sociaal tarief na Nieuwjaar niet verlengd wordt, dreigt het voor veel gezinnen in armoede nog een bijzonder gure winter te worden. Voor veel mensen is het elke dag dikketruiendag. 's Morgens en 's avonds de verwarming even aanzetten en voor de rest drie extra truien aantrekken. Of maar 1 kamer verwarmen. Met alle gevolgen vandien voor de gezondheid van mensen, die sowieso al in een bijzonder kwetsbare situatie overleven.Daarom vragen wij al langer een structurele uitbreiding van het sociaal tarief voor iedereen met recht op verhoogde tegemoetkoming. Zo bouw je een stevige buffer in tegen energiearmoede. We hoorden deze week verschillende politici verklaren dat een uitbreiding niet de oplossing is, wel mensen aanzetten tot energiebesparing.Voor mensen in armoede klinkt dat bijzonder wrang in de oren. Zij zijn al kampioen in zuinig energiegebruik, maar hebben vaak geen vat op hun reële gebruik door de gebrekkige kwaliteit van hun woning. Huurders botsen daarbij tegen een dubbele muur. Zelf hebben ze niet de middelen om te investeren in pakweg dakisolatie of dubbele beglazing. En de huisbaas ziet er het nut niet van in, want de investering die hij in zijn huurhuis doet, levert hem persoonlijk niets op, maar wel de huurder.Daarom schuiven wij het geconventioneerd huren naar voor. Stimuleer verhuurders via fiscale of renovatiepremies om hun patrimonium energiezuinig te renoveren. Verbind die steun dan aan de voorwaarde van een conformiteitsattest (garantie op minimale kwaliteit) en een huurprijs die haalbaar is voor huurders met een klein budget. In die zin is het een gemiste kans dat de aangekondigde hervorming van de Vlaamse renovatiepremie geen opening maakt naar private verhuurders.Overigens speelt de gebrekkige kwaliteit ook in het sociale woningaanbod. De kleine helft van de woningen vertoont grote gebreken. Ook daar moet dringend een inhaalbeweging gebeuren op het vlak van renovatie, want ook daar lopen mensen tegen hoge energiekosten aan door slechte isolatie. Dan is er nog de elektriciteitsfactuur zelf, die de voorbije decennia uitgegroeid is tot een tweede belastingbrief. Volgens de meest recente gegevens van de VREG (augustus 2021) bedraagt de effectieve energieprijs 34,19% van de elektriciteitsfactuur. Daarnaast heb je o.a. de taksen en heffingen op elektriciteit, vaak forfaitair en dus niet inkomensgerelateerd. Zowel de Vlaamse als de federale overheid zijn hier in hetzelfde bedje ziek. Het maakt de factuur niet alleen ondoorgrondelijk, ze drijft de prijs ook kunstmatig op, ongeacht of je nu veel of weinig gebruikt. Het is op zijn minst een grondig onderzoek waard om te zien wat het effect zou zijn van de afschaffing van die heffingen en de verrekening via meer progressieve belastingen, om de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen.Momenteel krijgen de laagste uitkeringen overigens nog altijd een corona-supplement van €50 per maand. Deze en andere tijdelijke maatregelen, zoals de opschorting van degressiviteit voor werkloosheidsuitkeringen, lopen eind deze maand af. Wij hopen dat deze federale steunmaatregelen ook na september verlengd worden. Ook dat geeft de meest kwetsbare huishoudens extra financiële ruimte om basisbehoeften zoals energie te financieren.En als we de energiefactuur hervormen, laten we dan meteen ook komaf maken met twee onrechtvaardigheden in de energieprijzen. Maak werk van één Vlaams distributienettarief zodat wie woont in Kortrijk evenveel betaalt als in Hasselt. Nu betaalt de ene Vlaming voor hetzelfde product en bij een gemiddeld verbruik 220 euro per jaar meer. Een tweede anomalie is het zogenaamde 'ontradingstarief'. Gezinnen met energieschulden die door hun leverancier gedropt worden komen bij de netbeheerder terecht en die rekent hen een gemiddeld duurder tarief aan. Wie schulden heeft, moet hetzelfde product dus nog eens duurder aankopen. We stellen voor dat deze gezinnen gedurende 6 maanden een gereguleerd lager tarief aangerekend krijgen, zodat ze een eerlijke kans krijgen om hun openstaande schuld bij de commerciële leverancier af te lossen.Zolang de politieke moed ontbreekt om echt werk te maken van een beleid dat energiearmoede structureel terugdringt (via geconventioneerd huren, hervorming van de elektriciteitsfactuur en grotere ambitie in de renovatie van sociale woningen), is de structurele uitbreiding van het sociaal energietarief een belangrijke piste om op korte termijn de strijd aan te binden met te hoge energiefacturen. Heidi Degerickx is algemeen coördinator Netwerk tegen Armoede. Jan Maris is opbouwwerker bij Samenlevingsopbouw. Caroline Van Der Hoeven is coördinator van het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding (BAPN).