Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

Ze wordt steeds meer een buitenmens, zegt ze, en met de glimlach neemt ze ons mee op een wandeling in het glooiende Vlaams-Brabant. Het is een zachte dag, de herfstkleuren gedijen goed in de namiddagzon, en Annemie Struyf zit zichtbaar lekker in haar vel. Er staat een derde reeks op stapel van haar tv-programma waarin ze Belgen volgt die naar een ander land verhuisd zijn - naar het Hoge Noorden deze keer - en ze heeft een boek uit dat Durf dromen heet. 'Een fundamentele vraag die elke mens zich geregeld zou moeten stellen, is: zit ik wel in het leven dat ik wil leven? Het antwoord kan confronterend zijn. We zijn geneigd om verloren dromen te wijten aan omstandigheden buiten onszelf: een partner die niet mee wilde, een job die het onmogelijk maakte. Soms zijn er uiteraard praktische bezwaren, maar ik denk toch dat veel mensen die vaak gebruiken om zich erachter te verstoppen. We leven maar één keer, en in dat leven hebben we soms meer beslissingsruimte dan we denken. Het speelveld waarin we keuzes kunnen maken en dromen najagen is vaak groter dan het op het eerste gezicht lijkt. Het hoeft trouwens niet zo groot te zijn als emigreren naar het buitenland. Zelf heb ik een huisje in Frankrijk, en voorlopig vind ik het prima om daar geregeld naartoe te trekken zonder definitief te verhuizen.' Hebt u zichzelf vaak de vraag gesteld of u wel het leven leidde dat u wilde? En hebt u ernaar gehandeld? Annemie Struyf: Ook voor mezelf vind ik het gezond om regelmatig een check-up van mijn keuzes te doen. Ik denk wel dat ik voor veel van mijn dromen ben gegaan, ook al was het soms niet makkelijk om ze te combineren. Ik wilde heel graag een groot gezin, een toffe job en veel reizen. Dromen die realiteit geworden zijn. Dat moet je dan kunnen zien en erkennen. Ook nu doe ik dat. Mijn werk is enorm fijn, mijn vijf kinderen groeien godzijdank gezond en gelukkig op, en ik zit in een nieuwe relatie die heel fris is en mij nieuwe energie geeft. (Annemie Struyf scheidde vier jaar geleden van haar echtgenoot, met wie ze 40 jaar samen was, nvdr) Dit is een fijne fase van mijn leven. Uw geest is nu wellicht wel bedaarder dan vier jaar geleden. Struyf: Zeker, maar dat is nu eenmaal hoe het gaat. Een mensenleven is een aaneenschakeling van periodes waarin je rust gevonden hebt en periodes waarin je met je rug tegen de muur wordt geplakt. Hoe ouder je wordt, hoe meer je die rotatie van het leven kunt herkennen en accepteren. Hebt u periodes gekend waarin u met de rug tegen de muur geplakt werd? Struyf: Ik ben een gelukskind, ik kom uit een warm gezin en mijn jeugd is rimpelloos verlopen, maar uiteraard heb ik ook al zeer moeilijke periodes gekend. Er zijn mensen gestorven die ik doodgraag zag. Ik heb een echtscheiding achter de rug. Maar ik weet nu dus beter dan vroeger dat het diepe verdriet na verloop van tijd toch weer zal wegebben en je er weer bovenop komt. (zwijgt even) Ik hoor de laatste tijd veel verhalen over jonge mensen die zelfmoord plegen. Dat raakt me enorm. Misschien besef je op die leeftijd nog niet dat na een donkere winter altijd weer de lente komt. Natuurlijk heeft de ene mens een grotere kwetsbaarheid dan de andere. Soms is het beschermingsmechanisme al op heel jonge leeftijd beschadigd. Maar ik denk toch dat mensen sterker zijn dan ze denken. We leven in een tijd waarin het te veel gaat over slachtofferschap. Terwijl er werkelijk niets constructiefs zit in slachtofferschap. 'Wat is er mij aangedaan', ik heb het zelf ook meer dan eens gedacht tijdens moeilijke periodes, maar ik kwam er na een tijd wel achter dat het je geen stap verder brengt. De enige manier om uit de donkerte te klauteren, is jezelf niet meer als slachtoffer te zien. In uw boek bent u heel duidelijk over uw eigen lichaam en geest: 'Ik ben 58 en verliefd. Ik ben gezond en energiek en wil nog zo veel.' Struyf: Ik krijg heel veel reacties van mensen op die woorden. Blijkbaar is het een boodschap van hoop. Liefde, verliefdheid en seks associëren we vooral met jonge mensen. Dat ik dit op mijn 58e toch nog allemaal kan ervaren, vind ik een bevrijdende gedachte. Ik schrik ervan hoeveel mensen die hoop hebben opgegeven. Had u het vier jaar geleden kunnen vermoeden? Struyf: Nee. Je wordt nu eenmaal ouder, en in het maatschappelijke denken over vrouwen speelt jeugdigheid en uiterlijke schoonheid een grote rol. Oudere mannen die voor jongere vrouwen kiezen, dat mechanisme zie ik ook heel duidelijk rondom mij. Niet voor niets zitten de databanken van relatiebemiddelaars vol vrouwen van boven de 50 met kinderen. Maar ik heb vroeger pedagogie gestudeerd en de theorie van de selffulfilling prophecy heeft me altijd gefascineerd: als je ervan overtuigd bent dat je oud en onaantrekkelijk bent, dan hou je zelf die realiteit in stand. Hoe bent u uit die gedachten geraakt? Struyf: Op een bepaald moment heb ik heel bewust het slachtofferschap achter mij gelaten en gedacht: ik wil mijn leven weer in handen nemen. Ik ben toen veel beginnen te wandelen, en daardoor is er veel openheid en rust gekomen. Buiten komen en bewegen is echt het beste medicijn. En ook: de stilte opzoeken. In de stilte kun je echt loskomen van jezelf en antwoorden vinden. Ik wil niet al te spiritueel klinken, maar ik weet ondertussen wel heel zeker dat de beste remedies voor pijn en tegenslag in de eenvoudigste zaken liggen. Door uw werk bent u al enkele keren in gevaarlijke situaties terechtgekomen. Kent u doodsangst? Struyf: Zeker. Tijdens mijn reportagewerk ben ik enkele keren echt in gevaar geweest. Zoals in Kenia, waar we op het nippertje ontsnapt zijn aan de dood. We waren er voor een reportage over vrouwenbesnijdenis, en werden plots van heel dichtbij bedreigd door een groep mannen met machetes. Ik kon alleen maar denken: het is gedaan. Het gevoel dat toen over mij kwam, vergeet ik nooit meer. Ik kan het nog het best omschrijven als een eindeloze desolaatheid. (rilt) Zelfs zoveel jaren later voel ik het helemaal opnieuw als ik het vertel. Gelukkig zijn we niet in paniek geslagen. Hou je verstand erbij, dacht ik, dan kun je misschien nog ontsnappen. Want als je wegloopt, komt het dierlijke in de potentiële dader nog meer naar boven. Sindsdien ben ik toch wat voorzichtiger geworden. Er moet nu wel een héél goede reden zijn voor ik nog eens naar landen zoals Afghanistan of Congo trek. Als het is om een onrecht bloot te leggen, zou ik er nog over nadenken, maar anders: nee. Misschien speelt mijn bijgeloof ook mee. Ik heb al drie keer kunnen rekenen op een beschermengel, hoe dikwijls kun je het lot tarten? Bent u meer of minder idealistisch dan vroeger? Struyf: Mijn idealisme is veranderd. Ik ben vaak enorm teleurgesteld in de ontwikkelingssamenwerking. Het is een thema dat bijna nooit in de actualiteit komt - misschien omdat men bang is dat mensen dan geen geld meer geven aan ngo's - maar ik ben zo veel bedrog en misstanden tegengekomen in die wereld. Toch probeer ik mijn geloof te behouden in projecten die levens verbeteren, want ik wil niet verbitterd worden of alle goede doelen op één hoop gooien. Ik bekijk nu gewoon beter waaraan ik mijn energie, tijd en geld besteed. Ik heb zelf nog een klein project lopen in Kenia rond meisjesbesnijdenissen (Hope for Girls, vernoemd naar Struyfs jongste, geadopteerde dochter, nvdr), maar dat project heb ik samen met drie collega's helemaal zelf in handen. Niemand - noch hier, noch in Kenia - kan geld uit het fonds besteden zonder dat de anderen dat weten. Is er een karaktertrek die u zou inwisselen als u dat kon? Struyf:(denkt na en lacht dan) Dit klinkt nu misschien arrogant, maar eigenlijk heb ik vrede met mezelf. Wat niet betekent dat ik al mijn kanten mooi vind. Ik ken bijvoorbeeld mensen die veel milder zijn dan ik, en dat bewonder ik wel. Ik vind mezelf niet zo mild. Ik ben nogal direct, ook tegen mijn kinderen. Mijn woorden wikken en wegen, dat doe ik niet genoeg. Maar zoals ik zei: ik kan leven met wie ik ben, en mijn omgeving blijkbaar ook. Mensen zien u veel op tv, maar ziet u zichzelf graag? Struyf: Ik zou het heel erg vinden mocht ik niet tevreden zijn met wie ik ben en hoe ik eruitzie. Als je bedenkt wat het leven mij gegeven heeft, zou ik het beschamend en ondankbaar vinden om te klagen over iets wat dunner kan, of dikker, of oei, mijn rimpels. In alle eerlijkheid, ik vraag me ook weleens af of ik de huid rond mijn ogen toch niet eens zou laten optrekken, omdat ik zo veel op tv kom. Maar die gedachte verdwijnt even snel als ze gekomen is. Dit lichaam heeft mij al die tijd zo goed gediend, het zou toch te gek zijn om nu ontevreden te zijn omdat de jaren zich erop aftekenen? Hebt u ooit sterallures gehad? Struyf: Ik denk echt van niet. 's Avonds na je werk thuiskomen bij je vijf kinderen, waar het avondeten klaargemaakt moet worden en de afwas wacht, dat zorgt er wel voor dat je weinig sterallures kweekt. Ik denk nog vaak aan mijn meter. Ze was de jongste zus van mijn moeder, een onwaarschijnlijk mooie vrouw. Ze had de looks van een filmster. Ik weet nog dat ik eens bij haar in de auto zat toen ik 13 was en tegen haar zei: zo mooi als jij ga ik nooit worden, ik ben maar gewoon. Weet je wat ze antwoordde? 'Annemietje, schoonheid is een vergiftigd geschenk. Als ik kon kiezen, zou ik liever wat gewoner zijn.' Hebt u een zuiver geweten? Struyf: Ik heb, zoals iedereen wellicht, fouten gemaakt. Fouten die mijn geweten bezwaren. Omdat ik te voorbarig ben geweest. Of te gulzig. Maar ik probeer daaruit te leren, want ik heb veel last van schuldgevoelens als ik iets niet goed heb gedaan. Vroeger kon ik bijvoorbeeld wel eens een leugentje om bestwil vertellen, maar zelfs dat weegt op mijn geweten. Je rijdt je er uiteindelijk toch mee vast, en het tast je integriteit aan. Ik wil dat niet meer. Ik wil zuiver op de graat zijn. Hebt u ergens spijt van? Struyf: Ik moet nu aan Samantha uit Sex and the City denken. Als zij die vraag krijgt, antwoordt ze: 'Coulda, woulda, shoulda.' Zo is het maar net. Natuurlijk zou je sommige zaken anders aanpakken als je het kon overdoen, maar zo werkt het niet, hè. Je leeft en handelt nu. 'We leven maar één keer', zei u daarnet ook. Houdt de eindigheid van het bestaan u bezig? Struyf: Tijd verkwanselen is geen goed idee meer op deze leeftijd. Terwijl je een groot deel van je leven met een gevoel van onsterfelijkheid hebt geleefd, worden de jaren nu telbaar. Ik denk soms: het wordt weer winter, en daarna weer lente. Hoeveel keer ga ik die cyclus nog meemaken? Waarschijnlijk geen dertig keer meer. Dat is een heel telbaar gegeven. Tijd wordt steeds meer een kostbaar goed. Net daarom moet je hem goed besteden. U hebt zichzelf ooit als dominant omschreven. Geldt dat nog steeds? Struyf: Op professioneel vlak misschien soms wel, ja. Door met iedereen rekening te houden en voortdurend compromissen te sluiten ga ik niet het niveau halen dat ik wil voor mijn werk. En waar ik echt niet tegen kan, is als mensen zich verstoppen en zich niet aan afspraken houden. Dan word ik een heel ambetant mens. Voor medewerkers op wie ik onvoldoende kan rekenen, kan ik best streng zijn. Sommigen zullen dan van mij zeggen dat ik een harde tante ben. So be it. Als ik een goed programma wil afleveren, moet ik lijnen trekken. In mijn huidige redactieploegje werken gelukkig heel fijne en betrokken mensen. Dat is een zaligheid. Waarvan droomt u nog? Struyf: Mijn grote droom is een beetje aan het uitkomen. Ik ben heel gelukkig in mijn nieuwe relatie, maar dat had ik al gezegd, denk ik. (lacht) Er zijn wel nog enkele kleinere dromen. Zo hoop ik volgend voorjaar met een goede vriendin naar Santiago de Compostela te rijden met de koersfiets. We zeggen dat al zo lang, en we willen het niet blijven uitstellen. U bent sportief? Struyf: Ik heb een tijdje in een wielerclub voor vrouwen gezeten, ik loop drie keer per week, en wandelen doe ik sinds enkele jaren dus ook heel veel. Vroeger als kind was ik ontzettend onsportief. Voor turnen was ik altijd gezakt. Ik werd altijd als laatste van de klas gekozen voor de ploegsporten, zo erg was het. Maar nu sport ik dus veel, ja. Competitief ben ik nog altijd niet. Mijn tijden meet ik bijvoorbeeld nooit. Ook niet als ik loop. Ik vroeg me onlangs nog af hoe het toch komt dat ik na jaren lopen nog altijd even uitgeput thuiskom als ik mijn kilometers heb gedaan. Maar zo onlogisch is het niet. Ik doe altijd hetzelfde aantal kilometers, ik verleg mijn grenzen niet. Daar heb ik geen zin in. (lacht)Oh, er is trouwens nog iets waar ik van droom. Deze zomer heb ik in Frankrijk wekenlang buiten in een tentje geslapen, samen met mijn lief. Heerlijk was dat. Ik heb nog nooit zo goed geslapen. Een van de Belgische koppels in Noorwegen raadde me aan om dat ook eens in de winter te proberen. Zet het uit je hoofd dat het mooi weer moet zijn om in een tent te slapen, zeiden ze. Dat wil ik binnenkort eens doen. Eerst een paar keer in de tuin slapen, daarna in het bos. Terug naar de eenvoud. Geloof mij, het werkt helend voor een mens.