Zo riep Jimmy Carter in 1979 de noodtoestand uit na de gijzeling in de Amerikaanse ambassade van Teheran. George W. Bush nam zijn toevlucht tot de uitzonderlijke maatregel na de aanslagen van 11 september 2001. En Barack Obama ging hen achterna toen de Mexicaanse griepepidemie op haar hoogtepunt was. Peter Schuck, emeritus hoogleraar in de rechten aan Yale, bestempelt het feit op zich dat de president over de macht beschikt om miljarden dollar te verspillen om een idiote kiesbelofte te vervullen, als schandalig. In een bijdrage in de New York Times dringt hij er op aan dat het Congres striktere voorwaarden definieert voor het toepassen van de in 1976 gestemde "National Emergencies Act". (Belga)