Over de omvang van de financiële stromen tussen de gewesten in ons land zijn in het verleden al verschillende studies uitgevoerd. Volgens die eerdere studies stroomt er jaarlijks, afhankelijk van de gebruikte parameters en methode, 6 tot 8 miljard euro van Vlaanderen naar de andere regio's.

De Nationale Bank heeft nu een nieuwe studie gepubliceerd met als titel 'Intergewestelijke overdrachten via de federale overheid en sociale zekerheid'. Daarin hebben onderzoekers de transfers in 2019 onder de loep genomen.

Uit de analyse blijkt dat Vlaanderen in 2019 6,2 miljard euro heeft bijgedragen en Brussel 900 miljoen euro. 'Die bedragen komen ten goede aan Wallonië dat bijgevolg impliciet 7,1 miljard euro heeft ontvangen dat jaar', luidt het. Uitgedrukt per inwoner droeg de Vlaming in 2019 900 euro bij en de Brusselaar 800 euro. Waalse inwoners ontvingen gemiddeld 1.900 euro via de herverdeling door de federale overheid en de sociale zekerheid.

De studie brengt ook het radarwerk achter de geldstromen in kaart. Demografische en sociaaleconomische kenmerken spelen een belangrijke rol. Zo kent het Brussels gewest een erg jonge bevolking met weinig gepensioneerden en dus liggen de pensioenuitgaven er duidelijk lager. Vlaanderen draagt vooral bij door de hogere werkgelegenheidsgraad tegenover de andere gewesten. En dat Wallonië de grote ontvanger is, heeft dan weer vooral te maken met de lagere werkgelegenheidsgraad en de lager dan gemiddelde inkomens.

Jonge bevolking in Brussel

De omvang van de transfers is volgens de onderzoekers door de loop der jaren heen afgenomen, vooral dan door de vergrijzing in Vlaanderen. Door die verouderende bevolking stijgen de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg. 'De bijdrage van Vlaanderen in pensioenen is negatief geworden in 2003 en diept sindsdien verder uit', staat te lezen in de studie. Die demografische evolutie maakt dat de transfers vanuit Vlaanderen 'in de voorbije 20 jaar met een half procentpunt van het bruto binnenlands product (bbp) zijn gedaald'. Omgekeerd verwachten de onderzoekers dat Brussel in de toekomst netto nog meer zal bijdragen door de jonge bevolking.

Wat de werkgelegenheidsgraad betreft, hangt volgens de Nationale Bank veel af van het gevoerde beleid. Als de andere gewesten die werkgelegenheidsgraad kunnen opkrikken naar het Vlaamse niveau (in 2019 was dat 76 procent) 'zullen de transfers vanuit Vlaanderen dalen'.

De onderzoekers hebben niet alleen de intergewestelijke stromen in kaart gebracht, maar hebben ook een opdeling per provincie gemaakt. Die opdeling bevestigt grotendeels die tussen de gewesten: de Vlaamse provincies zijn grotendeels nettobijdragers terwijl de Waalse provincies samen netto-ontvangers zijn. Maar er zijn ook twee Vlaamse provincies die netto meer ontvangen dan ze bijdragen: Limburg en West-Vlaanderen. In de laatste provincie speelt daarbij het grotere aandeel gepensioneerden een doorslaggevende rol.

Wallonië krijgt relatief minder dan noorden Nederland

De studie heeft de transfers in België ook met de financiële stromen in andere EU-landen. Wat blijkt? De financiële transfers tussen de Belgische gewesten zijn 'relatief beperkt'. Zo liggen de transfers niet alleen in Polen en Roemenië een stuk hoger, maar ook in buurlanden als Frankrijk, Duitsland en Nederland. 'Het Waals Gewest ontvangt bijvoorbeeld minder dan het noorden van Nederland of Saksen-Anhalt in Duitsland. In de andere zin wijkt het Vlaams Gewest minder af van het nationale gemiddelde dan de regio Hamburg, het westen van Nederland of Île-de-France', luidt het.

Over de omvang van de financiële stromen tussen de gewesten in ons land zijn in het verleden al verschillende studies uitgevoerd. Volgens die eerdere studies stroomt er jaarlijks, afhankelijk van de gebruikte parameters en methode, 6 tot 8 miljard euro van Vlaanderen naar de andere regio's. De Nationale Bank heeft nu een nieuwe studie gepubliceerd met als titel 'Intergewestelijke overdrachten via de federale overheid en sociale zekerheid'. Daarin hebben onderzoekers de transfers in 2019 onder de loep genomen. Uit de analyse blijkt dat Vlaanderen in 2019 6,2 miljard euro heeft bijgedragen en Brussel 900 miljoen euro. 'Die bedragen komen ten goede aan Wallonië dat bijgevolg impliciet 7,1 miljard euro heeft ontvangen dat jaar', luidt het. Uitgedrukt per inwoner droeg de Vlaming in 2019 900 euro bij en de Brusselaar 800 euro. Waalse inwoners ontvingen gemiddeld 1.900 euro via de herverdeling door de federale overheid en de sociale zekerheid. De studie brengt ook het radarwerk achter de geldstromen in kaart. Demografische en sociaaleconomische kenmerken spelen een belangrijke rol. Zo kent het Brussels gewest een erg jonge bevolking met weinig gepensioneerden en dus liggen de pensioenuitgaven er duidelijk lager. Vlaanderen draagt vooral bij door de hogere werkgelegenheidsgraad tegenover de andere gewesten. En dat Wallonië de grote ontvanger is, heeft dan weer vooral te maken met de lagere werkgelegenheidsgraad en de lager dan gemiddelde inkomens. De omvang van de transfers is volgens de onderzoekers door de loop der jaren heen afgenomen, vooral dan door de vergrijzing in Vlaanderen. Door die verouderende bevolking stijgen de uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg. 'De bijdrage van Vlaanderen in pensioenen is negatief geworden in 2003 en diept sindsdien verder uit', staat te lezen in de studie. Die demografische evolutie maakt dat de transfers vanuit Vlaanderen 'in de voorbije 20 jaar met een half procentpunt van het bruto binnenlands product (bbp) zijn gedaald'. Omgekeerd verwachten de onderzoekers dat Brussel in de toekomst netto nog meer zal bijdragen door de jonge bevolking. Wat de werkgelegenheidsgraad betreft, hangt volgens de Nationale Bank veel af van het gevoerde beleid. Als de andere gewesten die werkgelegenheidsgraad kunnen opkrikken naar het Vlaamse niveau (in 2019 was dat 76 procent) 'zullen de transfers vanuit Vlaanderen dalen'. De onderzoekers hebben niet alleen de intergewestelijke stromen in kaart gebracht, maar hebben ook een opdeling per provincie gemaakt. Die opdeling bevestigt grotendeels die tussen de gewesten: de Vlaamse provincies zijn grotendeels nettobijdragers terwijl de Waalse provincies samen netto-ontvangers zijn. Maar er zijn ook twee Vlaamse provincies die netto meer ontvangen dan ze bijdragen: Limburg en West-Vlaanderen. In de laatste provincie speelt daarbij het grotere aandeel gepensioneerden een doorslaggevende rol. De studie heeft de transfers in België ook met de financiële stromen in andere EU-landen. Wat blijkt? De financiële transfers tussen de Belgische gewesten zijn 'relatief beperkt'. Zo liggen de transfers niet alleen in Polen en Roemenië een stuk hoger, maar ook in buurlanden als Frankrijk, Duitsland en Nederland. 'Het Waals Gewest ontvangt bijvoorbeeld minder dan het noorden van Nederland of Saksen-Anhalt in Duitsland. In de andere zin wijkt het Vlaams Gewest minder af van het nationale gemiddelde dan de regio Hamburg, het westen van Nederland of Île-de-France', luidt het.