Onze gezondheidszorg zal nooit meer hetzelfde zijn', zegt Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van zorgkoepel Zorgnet-Icuro. 'Veel mensen denken dat de coronacrisis zal worden gevolgd door een postcoronatijdperk waarin we naar de normaliteit terugkeren. Daar geloof ik echt niet in. Vanaf nu zullen we door pieken en dalen blijven gaan. Ook als er een vaccin is, kunnen er nog andere epidemies opduiken. Met die onzekerheid zullen we moeten leren leven. Ook in de gezondheidszorg.'
...

Onze gezondheidszorg zal nooit meer hetzelfde zijn', zegt Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van zorgkoepel Zorgnet-Icuro. 'Veel mensen denken dat de coronacrisis zal worden gevolgd door een postcoronatijdperk waarin we naar de normaliteit terugkeren. Daar geloof ik echt niet in. Vanaf nu zullen we door pieken en dalen blijven gaan. Ook als er een vaccin is, kunnen er nog andere epidemies opduiken. Met die onzekerheid zullen we moeten leren leven. Ook in de gezondheidszorg.' De voorbije weken kwam Cloet geregeld in het nieuws als vurig pleitbezorgster van de zwaar getroffen Vlaamse woonzorgcentra. Vooral haar weerwerk tegen de beslissing van de Nationale Veiligheidsraad om er weer bezoek toe te laten maakte indruk. Die noodkreet had ook effect, want binnen de kortste keren werd de aankondiging afgezwakt en uiteindelijk zelfs teruggedraaid. Woonzorgcentra zijn echter niet Cloets enige bekommernis in volle coronacrisis, want bij Zorgnet-Icuro zijn onder meer ook de Vlaamse ziekenhuizen aangesloten. 'Doorgaans worden ziekenhuizen als een conservatieve sector beschouwd, maar plots blijken ze heel wendbaar te zijn', zegt ze. 'Al wekenlang passen ze zich telkens weer aan de veranderende situatie aan. Van de concurrentie die normaal tussen ziekenhuizen speelt, is nu niets meer te merken. Daarnaast zijn ze bereid om afspraken en gewoonten los te laten en nieuwe paden te bewandelen. Dat heeft me de afgelopen weken soms echt verbaasd.' Zal de huidige crisis gevolgen hebben voor de organisatie en werking van de ziekenhuizen? Margot Cloet: Onvermijdelijk. We zullen een systeem moeten uitwerken dat ons in staat stelt om heel snel op volgende pieken te reageren zonder dat we ons in een permanente crisissituatie bevinden. Dat wil onder meer zeggen dat we nooit meer de volledige ziekenhuiscapaciteit mogen benutten. Vanaf nu zullen ziekenhuizen altijd een aantal bedden moeten vrijhouden voor als we in een nieuwe epidemie terechtkomen. Daar moet de financiering natuurlijk ook op worden afgestemd, zodat die lege bedden de ziekenhuizen geen handenvol geld kosten. Daarnaast is het cruciaal dat we bij een volgende epidemie voor álle patiënten kunnen zorgen. Nu hebben de ziekenhuizen de niet-noodzakelijke zorg stopgezet om zich op de coronapatiënten te kunnen concentreren. Daardoor blijven sommige mensen wekenlang rondlopen met medische problemen die ernstig kunnen zijn of worden, en is de behandeling van veel chronische patiënten tijdelijk stopgezet. Dat gaat van hartklachten die niet worden onderzocht tot MS-patiënten die niet meer naar de kinesist kunnen of psychisch zieken die nu niet behandeld worden. Dat moeten we in de toekomst echt vermijden. Niet alleen door een systeem uit te werken waardoor de héle gezondheidszorg tijdens een epidemie kan blijven draaien, maar ook door daar heel duidelijk over te communiceren. Nu zijn er te veel mensen die niet naar het ziekenhuis gaan omdat ze bang zijn om besmet te worden of het zorgpersoneel nog meer te belasten. Wanneer zullen de ziekenhuizen hun deuren weer voor alle patiënten openzetten? Cloet: Ik hoop dat ze heel binnenkort geleidelijk weer kunnen opstarten. In ons advies pleiten we ervoor om eerst met de consultaties te herbeginnen, vervolgens met de daghospitalisaties en uiteindelijk ook met de ziekenhuisopnames. In Nederland heeft men ondertussen een lijst opgesteld van drieduizend pathologieën die mogen worden behandeld, maar wij zouden liever vastleggen wat we in een eerste fase nog níét zullen doen. Dat is niet alleen een medische, maar ook een ethische keuze. Is het heropenen van fertiliteitsklinieken, bijvoorbeeld, dringend of niet? Geen eenvoudige afweging. Welke maatregelen zullen ziekenhuizen moeten nemen om patiënten in alle veiligheid te kunnen ontvangen? Cloet: Een basisvoorwaarde is dat er voldoende medisch beschermings- materiaal beschikbaar is, maar men zal er bijvoorbeeld ook voor moeten zorgen dat patiënten niet hoeven samen te zitten in overvolle wachtzalen. Een sluitende teststrategie is eveneens cruciaal. Voor een patiënt naar de operatiekwartier wordt gebracht, moet het ziekenhuispersoneel natuurlijk weten of hij besmet is of niet, zowel voor hun eigen veiligheid als voor die van de patiënt zelf. Vergeet ook niet dat er op het moment van de heropstart nog coronapatiënten in de ziekenhuizen zullen liggen die van de anderen moeten worden gescheiden. Daarom is de kans groot dat niet alle ziekenhuizen in hetzelfde tempo zullen kunnen heropstarten. Zo zal dat in het zwaar getroffen Limburg wellicht trager gebeuren. Daarnaast zijn er ook ziekenhuizen waar veel personeel is uitgevallen of waar de infrastructuur het moeilijk maakt om de patiënten bij elkaar vandaan te houden. Zorgnet-Icuro overkoepelt ook een aantal psychiatrische ziekenhuizen. Hoe is de situatie daar? Cloet: Bij het begin van de crisis zijn veel patiënten terug naar huis gegaan, maar de psychiatrische ziekenhuizen zijn ondertussen wel blijven door- werken. Doordat alle aandacht nu al weken op de ziekenhuizen en de ouderenzorg is gericht, zijn ze jammer genoeg buiten de schijnwerpers gebleven. Nochtans zijn er ook daar al verschillende virusuitbraken geweest. Vooral dan in de ouderenpsychiatrie, waar vaak heel kwetsbare mensen opgenomen zijn. In elk geval is het van het grootste belang dat ook de psychiatrische ziekenhuizen zo snel mogelijk weer alle zorg kunnen aanbieden, maar dan zullen ze natuurlijk wel het noodzakelijke beschermingsmateriaal moeten krijgen. Twee weken geleden waarschuwde u voor de chaos in de Vlaamse woonzorgcentra. Hoe is de situatie daar nu? Cloet: De oprichting van de Vlaamse taskforce heeft ondertussen meer duidelijkheid en rust gebracht. Nu verloopt het overleg, waarbij ook wij worden betrokken, al heel wat gestructureerder. Maar dat neemt niet weg dat veel woonzorgcentra nog in een heel kritieke fase zitten. Nog altijd komt het virus er binnen en worden er nieuwe uitbraken gemeld. Net nog hoorde ik een zorgwekkend verhaal van een directeur: op vrijdag leken al zijn bewoners nog gezond, vierentwintig uur later waren er zes van hen overleden. Waar ik ook ongerust over ben, is dat er in de woonzorgcentra weer een tekort aan beschermingsmateriaal dreigt. Niet zozeer aan mondmaskers dit keer, maar wel aan schorten en brillen. Toch heb ik het moeilijk met het doembeeld dat onder meer in de Pano-reportage van vorige week werd opgehangen. Onze woonzorgcentra zijn echt geen oorlogsgebieden waar bewoners permanent van kamer moeten veranderen en omringd worden door personeel dat in totale paniek is. De situatie is ernstig, maar er gebeuren ook heel mooie dingen. Eind maart al riepen geriaters op om besmette bewoners die al erg verzwakt zijn niet meer naar een ziekenhuis te brengen. Hebt u daar begrip voor? Cloet: Dat advies heeft niet alleen voor verwarring gezorgd, maar ook ongewenste gevolgen gehad. In heel wat woonzorgcentra worden vandaag veel minder bewoners gehospitaliseerd dan normaal. Van een directeur hoorde ik dat er nu 20 van zijn 220 bewoners in het ziekenhuis liggen, tegenover 80 in dezelfde periode vorig jaar. En dat terwijl we midden in een grote gezondheidscrisis zitten. Ondertussen hebben de ziekenhuizen duidelijk gezegd dat zieke bewoners van woonzorgcentra er wel degelijk welkom zijn, maar veel heeft dat niet geholpen. Nog altijd worden veel te weinig mensen vanuit woonzorgcentra naar de ziekenhuizen gebracht. Op dat vlak is de communicatie echt fout gelopen. Bovendien zijn er blijkbaar mensen die vinden dat je nu eenmaal naar een woonzorgcentrum verhuist om er te sterven en dat je er dus ook maar moet blijven als je met het coronavirus wordt besmet. Dat vind ik best choquerend. Vorige week werd het plan om weer één bezoeker per rusthuisbewoner toe te laten meteen afgevoerd. Hoelang duurt het nog voor de woonzorg-centra hun deuren weer op een kier mogen zetten? Cloet:Het probleem is dat we op dit moment niet weten of de piek van de epidemie in de woonzorgcentra al achter ons ligt. Zolang daar niet meer zekerheid over is en we het schip dus voor een stuk blind moeten besturen, zal het moeilijk blijven om bezoek toe te laten. Zeker als de buitenwereld straks weer een versnelling hoger schakelt. Natuurlijk besef ik dat het zowel voor de bewoners als voor hun familie heel zwaar is om zolang van elkaar gescheiden te zijn. Contact via een scherm of van een grote afstand kan onmogelijk fysiek contact vervangen. We moeten de mensen hoop kunnen geven, maar op dit moment zie ik in alle eerlijkheid niet wanneer we eruit zullen raken. Ondertussen zijn ook veel personeelsleden van woonzorgcentra besmet. Vormt dat een probleem voor de werking? Cloet: Er zijn woonzorgcentra waar 40 tot 50 procent van het personeel is uitgevallen. Sommigen zijn ziek, maar er zijn ook mensen die te bang zijn om nog naar hun werk te gaan. Waarschijnlijk nemen artsen soms het zekere voor het onzekere en laten ze die personeelsleden thuisblijven als ze merken dat ze de situatie niet meer aankunnen. Op zich heb ik daar begrip voor, maar zo wordt de druk in de sector natuurlijk nog opgedreven. Zeker omdat de personeelsnorm er voor de crisis al laag lag. Gelukkig steken veel verpleegkundigen uit de ziekenhuizen en de thuiszorg nu een handje toe. Zullen woonzorgcentra ooit nog hetzelfde zijn als voor de crisis? Cloet: Dat denk ik niet. Zoals het nu gaat, kunnen we niet verder. Na de crisis moeten we alles op alles zetten om de kwaliteit nog te verbeteren. Dat zal grote inspanningen vergen van de sector, maar ook van de overheid. U verwacht dat de overheid extra geld zal vrijmaken voor de residentiële ouderenzorg? Cloet: Er zal in elk geval fors in de sector moeten worden geïnvesteerd, want zonder extra mensen en middelen zal het niet lukken. Het zal niet evident zijn om daar het nodige budget voor te vinden, maar er is geen andere keuze. Desnoods moet men de capaciteit in woonzorgcentra wat afbouwen en de vrijgekomen middelen gebruiken om de kwaliteit op te trekken en ervoor te zorgen dat er meer personeel per bewoner is. Nogal wat mensen beweren dat de bevolking het voortaan niet meer zal pikken dat de overheid op de zorgsector bespaart. Bent u even optimistisch? Cloet: Ik probeer altijd optimistisch te zijn, maar ik weet ook hoe kort het geheugen vaak is. Vandaag lijkt niemand nog aan het belang van de zorgsector te twijfelen, en hopelijk zien we dat straks terug in de herstelplannen en andere beslissingen van de overheid. Maar die middelen zullen wel ergens vandaan moeten komen. Een denkspoor is dan om de bijdragen voor de Vlaamse zorgverzekering op te trekken en inkomensgerelateerd te maken. Hoe dan ook moeten we er dringend voor zorgen dat de link tussen de belastingen, socialezekerheidsbijdragen en zorgpremies die burgers betalen en de gezondheidszorg die ze ervoor terugkrijgen weer duidelijk wordt. Ik pleit dus voor betere communicatie, hervormingen, investeringen en wil vooral geen blinde besparingen meer. Onlangs laakte u dat de wildgroei aan commissies en adviesorganen de besluitvoering de voorbije weken danig vertraagde. Cloet: Klopt. Vaak komt dat door de versnipperde bevoegdheden, waardoor verschillende bestuursniveaus hun zeg moeten hebben. Aangezien de ziekenhuizen een federale bevoegdheid zijn en de woonzorgcentra Vlaams, kostte het bijvoorbeeld veel tijd om een samenwerking op te zetten. Gelukkig hebben de ziekenhuizen daar niet op gewacht en zijn ze de woonzorgcentra spontaan bijgesprongen. In elk geval kunnen we er bij een volgende epidemie maar beter voor zorgen dat er een soort eenheid van commando is. Natuurlijk moet er overleg zijn tussen het federale niveau, de regio's en de provincies, maar ergens moet dat allemaal samenkomen. Anders struikelen de burgers over de richtlijnen van de verschillende overheden, zoals we nu zien gebeuren. Het lijkt me dus aangewezen om na te denken over een betere staatsstructuur voor zulke omstandigheden. Hebt u door uw ervaring als kabinetschef van de vorige Vlaamse minister van Welzijn, Jo Vandeurzen (CD&V), dan niet meer begrip voor degenen die nu het beleid uittekenen? Cloet: In de tweeënhalf jaar dat ik ondertussen bij Zorgnet-Icuro werk, ben ik weer dichter tegen de sector aangekropen en ben ik ook kritischer naar het beleid gaan kijken. Vandaar ook dat ik een paar maanden geleden met mijn kritiek op de Vlaamse regering naar buiten ben gekomen. Toen die regering werd gevormd, schoof ze een gigantisch investeringsplan naar voren. De sector was haast euforisch. Maar toen we de begroting konden inkijken, bleek dat daar zware besparingen tegenover stonden. Zeg dat dan liever meteen. En geef de sector vooral inspraak. De vorige Vlaamse regering pakte dat toch beter aan: besparingen werden zo veel mogelijk in samenspraak met de betrokken sector doorgevoerd én gecommuniceerd. Toch kijkt men ervan op dat u zo scherp durft in te gaan tegen het beleid van een CD&V-minister. Cloet: Het blijft me verbazen dat ik altijd weer als lid van de christelijke zuil wordt weggezet. Ja, ik heb op een CD&V-kabinet gewerkt, maar nu leid ik Zorgnet-Icuro, waarbij álle Vlaamse ziekenhuizen zijn aangesloten. En toch zijn er vandaag mensen die me verwijten dat ik zou zijn vergeten 'waar ik vandaan kom'. Dat begrijp ik echt niet. Toen ik hoorde dat de overheid weer bezoek in de woonzorgcentra wilde toelaten, ben ik echt niet eerst beginnen na te denken over wiens gevoelens ik moest sparen. Ik heb gewoon mijn gezond verstand gebruikt en ben op de bres gesprongen voor de sector die ik vertegenwoordig. Nooit zal ik iets onder de mat vegen omdat ik rekening zou moeten houden met bepaalde ideologieën. Wouter Beke zie ik ook niet in de eerste plaats als iemand van CD&V, maar wel als een vakminister die zijn best moet doen voor de sector. Ondertussen zwelt de kritiek op minister Beke aan. Terecht? Cloet: Ik heb de kritiek op het beleid voor een stuk mee gevoed en dus heb ik er ook begrip voor. Maar ik heb nooit Wouter Beke willen viseren. Uiteindelijk moet hij in uiterst moeilijke omstandigheden functioneren. De nieuwe Vlaamse regering heeft pas in oktober de eed afgelegd, vervolgens moesten de kabinetten nog worden samengesteld en nog voor de medewerkers op elkaar waren ingespeeld, barstte de coronacrisis al los. Bovendien heeft Wouter Beke nog niet het stevige palmares van Jo Vandeurzen, die tien jaar minister van Welzijn was. Daar moeten we als samenleving toch wat begrip voor kunnen opbrengen. Wat mij betreft, is hij in elk geval niet afgeschreven.