Op de deurbel van Tim Merlier, in een verkaveling in het Oost-Vlaamse Wortegem-Petegem, kleeft naast zijn naam een Belgisch vlaggetje. 'Dat hangt er al van vorig jaar', lacht de renner terwijl hij me binnenlaat. 'Het is nog van de vorige eigenaars.'
...

Op de deurbel van Tim Merlier, in een verkaveling in het Oost-Vlaamse Wortegem-Petegem, kleeft naast zijn naam een Belgisch vlaggetje. 'Dat hangt er al van vorig jaar', lacht de renner terwijl hij me binnenlaat. 'Het is nog van de vorige eigenaars.' Op de bank in de woonkamer zie ik De zeven zussen liggen, de bestseller van Lucinda Riley. Van zijn vriendin, zegt Merlier, hij is geen lezer. Paardensport zegt hem meer. Op de televisie zenden ze de internationale eventingwedstrijd van Arville uit. Al blijft ook die liefde passief: ooit kreeg hij een schop van een paard en sindsdien durft hij niet meer in hun buurt te komen. 'Maar op tv kijk ik er dikwijls naar.' Ook de Ronde van Frankrijk moet hij via de televisie volgen. Merliers ploeg Corendon-Circus was niet uitgenodigd, ook al hebben ze met Mathieu van der Poel een van de sterkste renners van het moment in hun rangen, en met Merlier de regerende kampioen van België. Het knaagt, zegt hij. De dag voor onze ontmoeting zag hij zijn vriend Wout van Aert de tiende rit winnen, met aankomst in Albi. Van Aert was de sterkste in een sprint tegen Elia Viviani, Caleb Ewan, Michael Matthews, Peter Sagan en Jasper Philipsen. De meesten van hen heeft Merlier al geklopt. 'Dan steekt het wel wat. Ik weet dat ik die mannen aankan. Als ik ooit de kans krijg om mee te gaan naar de Tour, zal ik niet twijfelen.' Een stille, introverte jongen, zo omschrijft hij zichzelf. Geen man die snel naast zijn schoenen zal lopen. Na zijn overwinning in het Belgisch kampioenschap, eind juni in Gent, beantwoordde Merlier plichtsgetrouw elke felicitatie. 'Het laatste dat ik zou willen, is dat iemand me ervan zou verdenken het plots hoog in mijn bol te hebben.' In het voorjaar reed hij nog een hele dag op de brommer voor Wout van Aert uit. Als ultieme training voor diens 'heilige' Vlaamse week. Ik zeg dat ik het weinig andere profrenners zie doen. 'Ik voel me daar niet te goed voor', zegt Merlier kalmpjes. 'Integendeel, ik heb soms meer over voor een ander dan voor mezelf.' Dankzij de driekleurige kampioenentrui is het zelfvertrouwen aangescherpt. Merlier mocht op 30 juli meerijden op het natourcriterium van Aalst en neemt van woensdag 31 juli tot zondag 4 augustus deel aan de Tour d'Alsace. Het is zijn laatste voorbereiding op het Europees kampioenschap, dat op zondag 11 augustus plaatsvindt in Alkmaar, in het noorden van Nederland. 'Het parcours is vlak, er liggen kasseien en waarschijnlijk zal er veel wind staan. Drie elementen die in mijn voordeel spelen.' Nog voor het Belgisch kampioenschap had hij het EK als hoofddoel van zijn wegseizoen aangekruist. En nu hij zeker is van zijn deelname, als kopman dan nog, durft Merlier groot te dromen. Ook op de wit-blauwe trui met gele sterren, momenteel nog in het bezit van huidig Europees kampioen Matteo Trentin, heeft hij zijn zinnen gezet. Er is slechts een probleem: 'Welke trui zou ik dan moeten dragen? De Belgische of de Europese? Ik heb er eerlijk gezegd geen idee van.' Van de Belgische kampioenentrui heeft hij voorlopig maar twee exemplaren. De rest van de lading is nog onderweg. Zijn vriendin heeft de trui al dikwijls mogen wassen, zegt hij. Vanochtend droeg hij hem opnieuw, tijdens een trainingstocht van honderdzestig kilometer door dorpjes als Desselgem, Wakken en Nokere. Dan klinkt Albi toch sprookjesachtiger. 'Mijn tijd van grote rondes komt nog wel. Hopelijk toch.' *** De dag van het Belgisch kampioenschap, 30 juni 2019, is een kantelpunt in Merliers leven en carrière. Sindsdien wordt hij op training herkend door wielertoeristen en wil iedereen met hem op de foto. Daarvoor kenden enkel wielerliefhebbers zijn naam, was hij een tijdje zelfs geen prof meer. 'Ik heb dit jaar lang in de shit gezeten, ja.' In het veld won hij net zoals de voorbije winters geen enkele wedstrijd. Zijn ploeg Creafin-Tüv Süd was bij de wielerbond enkel ingeschreven als veldritteam en mocht niet aan wegwedstrijden deelnemen. Merlier bleef hard trainen en reed vijf kermiskoersen als onafhankelijk renner. In een zwarte trui die hij zelf had gekocht. 'De eerste keer was er bijna niemand die me had herkend, maar in de volgende wedstrijden begonnen de vragen te komen: wat is er aan de hand? Zit je zonder ploeg misschien? Flink vervelend vond ik dat. Mijn doel was om in die zwarte trui een koers te winnen, uit revanche, maar dat is me niet gelukt. In Ruddervoorde Koerse werd ik tweede.' Via Thomas De Gendt, met wie hij af en toe langs de Schelde rijdt, werd Merlier getipt bij Lotto-Soudal. Kennelijk namen die zelfs niet de moeite hem even te bellen. Alleen Corendon-Circus van de broers Philip en Christoph Roodhooft toonde concrete interesse. 'Het best bewaarde geheim van België', noemden ze hem. In de Baloise Belgium Tour toonde Merlier meteen waarom: hij werd tweede in de eerste etappe en derde in de tweede. Een week later won hij de Elfstedenronde in Brugge, nog eens een week later het BK in Gent. Aan zijn zwarte trui voegde hij zo twee kleuren toe. Van een intrede gesproken. 'Sinds begin dit jaar train ik specifiek op mijn sprint. Ik volg al enkele maanden een speciaal krachtprogramma om mijn buik- en rugspieren te versterken, die in vergelijking met mijn onderstel wat minder ontwikkeld zijn. Ik voel duidelijk het verschil: ik ben explosiever en begin frisser aan de laatste tien, vijftien kilometer.' Pas enkele dagen voor ons gesprek bekeek Merlier zijn kampioenensprint opnieuw. Hij bespeurde vooral kleine fouten, reed aan de Gentse Watersportbaan naar eigen zeggen een verre van perfecte sprint. 'Op het moment dat ik uit het pak kwam, voelde ik dat ik een grote kans maakte op de overwinning. Ineens sloeg de twijfel toe: fuck, wat is dat hier? Langer dan een halve seconde heeft het niet geduurd en het had er ook mee te maken dat ik bang was om ingesloten te raken, maar het is typerend voor wie ik ben, ja. Ik twijfel nogal snel aan mezelf. Dat zit nu eenmaal in mijn karakter.' Aan een mental coach heeft hij al gedacht, zeker als hij ziet welke resultaten Wout van Aert onder meer dankzij de mentale ondersteuning behaalt. Maar vooralsnog houdt hij het bij puur lichamelijke training. 'Als ik het echt nodig denk te hebben, zal ik er zeker een beroep op doen. Nu nog niet.' *** Hoe het voor Merlier allemaal begon, mag zijn moeder Heidi vertellen. Al bijna dertig jaar houdt ze café op het Sint-Arnolduspleintje bij de kerk van Wortegem-Petegem. Op de radio speelt een liedje van Fleetwood Mac. Heidi is met haar iPad in de weer: ze wil een kleinere wedstrijd volgen van haar jongste zoon Braam. Het café is leeg, de laatste resten van de dagschotel zijn net opgeruimd. 'Als klein ventje was Tim altijd in den hof aan het fietsen', vertelt ze. 'Een echte acrobaat, hij was voortdurend aan het draaien en keren. Hij was nog maar zestien maanden of hij reed al op een fietsje zonder zijwielen. Eerst is hij gaan voetballen, bij Sparta Petegem hier achter de kerk, maar op zijn tiende kwam hij ineens naar mij: "Ma, ik moet iets zeggen. Ik wil beginnen te koersen." Ik heb hem geantwoord dat hij moest wachten tot na zijn plechtige communie, om te zien of het geen bevlieging was. Niets van, hij bleef er maar over bezig. Voor zijn twaalfde verjaardag heb ik hem een fiets en een helm gekocht, en hop, hij was vertrokken.' ' Onzen Tim springt zeker nog drie keer per dag binnen en als het druk is, steekt hij een handje toe. Of hij weet hoe je een pint moet tappen? Ge moogt gerust zijn. ' *** Aan die wordingsgeschiedenis voegt Merlier zelf nog toe dat hij ook motorcross even heeft uitgeprobeerd. Zijn vader heeft nog als amateur in het circuit meegedraaid. 'Maar dat mocht mijn moeder toen niet weten.' In het Vrij Technisch Instituut van Waregem volgde hij een opleiding tot lasser. Samen met zijn trainingskompaan Bert Van Lerberghe, prof bij het Franse Cofidis, werkt hij nu aan een tafel voor in de tuin: de ideale afleiding na alle hectiek van de voorbije weken. Vlak na het BK ging hij samen met zijn vriendin en zijn moeder uitblazen op het feesteiland Ibiza. Naar eigen zeggen is het een 'heel rustig' verlof geweest. Merlier stond niet in de vroege uurtjes met zijn nationale trui in de Pacha Ibiza te dansen, liet de dj-sets van Dimitri Vegas & Like Mike met plezier voor wat ze waren. 'Na het crossseizoen durf ik wel eens stevig door te zakken, maar nu was het daar niet het juiste moment voor. Ik heb vijf dagen letterlijk niets gedaan. Het deed deugd.' Ondertussen komt hij stilaan weer onder stoom. Klaar voor een nieuw hoofdstuk in zijn wielercarrière, voor het eerst volop in de spotlights. Te beginnen bij het EK in Alkmaar, en al zachtjes dromend van volgend voorjaar. 'Kuurne-Brussel-Kuurne, de Scheldeprijs, Nokere Koerse, Dwars Door Vlaanderen, Gent-Wevelgem: op die koersen wil ik focussen, daar eindigt het meestal in een sprint. De Ronde of Roubaix is voor mij zo goed als onmogelijk. Behalve een keer bij de jeugd ben ik nog nooit solo aangekomen.' In de coulissen wordt er gewerkt aan een fusie van zijn ploeg Corendon-Circus met Katusha Alpecin. Hoe dan ook ligt Merlier nog een jaar onder contract. Vanzelfsprekend zal hij ook deze winter in het veld te zien zijn. 'De cross ligt me te na aan het hart om er nu mee te stoppen. En een hele winter op de weg trainen, lijkt me ook maar saai. In het veld rij je een uur aan een stuk van kick naar kick. Bij elke bocht die je juist aansnijdt, zo dicht bij het publiek, voel je de opwinding. Dat wil ik voor geen geld ter wereld missen.'