'Mijn moeder ligt niet meer op sterven. Ze is het vergeten, denk ik. Ze ligt ook niet meer in het ziekenhuis maar thuis in een ziekenhuisbed. Dat leg ik haar niet meer uit want voor haar is er volstrekt niets veranderd. Blij en verloren houd ik haar hand vast en vraag me af hoe het verder moet. We kijken in de tuin naar dezelfde vogel maar denken aan iets anders. Ik denk: in het oog van de dood was de liefde levend. Maar nu leven we en sterven we langzaam uit elkaar.'
...