'Mijn maag keert nog elke dag om.' Jan Lauwers haalt grijnzend de schouders op terwijl hij me door de tweede verdieping van MILL loodst. In de ateliers van Needcompany, een oude tabaksfabriek in Molenbeek, pronkt een operamaquette. Eerst bewerkt de theatermaker nog Oorlog en terpentijn van auteur Stefan Hertmans, maar voor de Salzburger Festspiele 2018 neemt hij daarna L'Incoronazione di Poppea onder handen, de laatste opera van Claudio Monteverdi. Opmerkelijk voor iemand die de dure eed had gezworen dat hij zich nooit aan opera zou wagen. Opera, dat was iets voor opgebrande theatermakers die zich één aria per keer naar hun pensioen klauwen - we parafraseren, maar niet zo gek veel. 'Ik probeer mijn weerzin nu toch te overwinnen, speciaal voor intendant Markus Hinterhaüser. Het is vechten met Monteverdi, en als theatermaker verlies je die strijd sowieso. Maar ik ben ondertussen oud genoeg om met plezier te verliezen.'
...

'Mijn maag keert nog elke dag om.' Jan Lauwers haalt grijnzend de schouders op terwijl hij me door de tweede verdieping van MILL loodst. In de ateliers van Needcompany, een oude tabaksfabriek in Molenbeek, pronkt een operamaquette. Eerst bewerkt de theatermaker nog Oorlog en terpentijn van auteur Stefan Hertmans, maar voor de Salzburger Festspiele 2018 neemt hij daarna L'Incoronazione di Poppea onder handen, de laatste opera van Claudio Monteverdi. Opmerkelijk voor iemand die de dure eed had gezworen dat hij zich nooit aan opera zou wagen. Opera, dat was iets voor opgebrande theatermakers die zich één aria per keer naar hun pensioen klauwen - we parafraseren, maar niet zo gek veel. 'Ik probeer mijn weerzin nu toch te overwinnen, speciaal voor intendant Markus Hinterhaüser. Het is vechten met Monteverdi, en als theatermaker verlies je die strijd sowieso. Maar ik ben ondertussen oud genoeg om met plezier te verliezen.' Hij leidt me naar de vergadertafel en gaat een fles wijn en zijn 22-jarige dochter zoeken in de keuken. Ook Romy's gezelschap, Kuiperskaai, verhuisde vanuit Gent mee naar MILL. Momenteel toeren ze met het stuk 1095, en komend voorjaar speelt ze de hoofdrol in Het leven is vurrukkulluk naar het boek van Remco Campert. 'Sorry Romy, maar ik heb iemand nodig die het lijden niet zo hard speelt.' Uit de keuken komen flarden van een discussie aanwaaien. 'Maar papa, ik speel toch licht?' De vader herneemt binnenkort het bejubelde De kamer van Isabella uit 2002, en de dochter lijkt te hengelen naar een rol. Tevergeefs. 'Al is het vooral een beetje plagen', glimlacht Romy. 'Ik moet telkens doen alsof ik het verpletterend erg vind. Ik weet dat mijn enthousiasme hem kan inspireren, en daar vloeit misschien een andere rol uit voort.' Ik noteer dat Needcompany niet aan nepotisme doet. En dat Romy het lijden te hard speelt. Jan Lauwers: Romy's glimlach is van nature een beetje donker, wat van haar een heel interessante actrice maakt, maar niet voor deze rol. Als vader is het niet altijd evident om haar objectief te benaderen. Grace (choreografe, danseres en actrice Grace Ellen Barkey, ndvr.), haar moeder en een van de grootste podiummensen die ik ken, is al dertig jaar mijn muze, maar ik merk dat ik tegenwoordig bijna even gefascineerd ben door Romy. Levert die samenwerking nooit conflicten op? Tegen bloed kun je soms net harder zijn. Jan: Wij zijn een saai gezin dat amper conflicten heeft. We zijn allemaal met kunst bezig, al hebben we onze kinderen nooit in die richting geduwd. Ik geloof ook dat opvoeding eerder en stoemelings gebeurt, wanneer je de kamer uitgaat en niet wanneer je de kamer binnenkomt. Romy Louise Lauwers: Papa en ik botsen maar zelden. Mama en ik hebben al samengewerkt, maar ze heeft me nog nooit geregisseerd. Ik ben er zeker van dat het vonken zou geven. Jan: Grace is strenger voor jou. Voor iedereen, eigenlijk. Als danseres kijkt ze objectiever en vertrekt ze vanuit een bepaalde vorm, terwijl ik liever verliefd word op mijn performers en daar inspiratie uit put. Ik kan Grace en Romy ook nauwelijks regisseren: het is veeleer achteruitleunen en toekijken wat er ontstaat. Ze weten het vaak gewoon beter dan ik. Als ik Romy tijdens een repetitie vraag om links te gaan staan, gaat ze rechts zitten. Niet uit rebellie, maar omdat ze altijd verder denkt en vaak tien stappen voor zit op mij. Ze heeft ontzettend veel natuurlijk metier. En dan te bedenken dat ik ervan uitging dat ze nooit voor mijn wereld zou kiezen. Romy: Hoezo? Ik heb nooit iets anders gewild. Naar verluidt zeurde ik op mijn twaalfde al zo hard om mee te mogen spelen dat mijn ouders er gek van werden. Als kind kon ik ook niet vatten waarom ze dat niet toelieten - ik wilde daar ook staan - , dus ging ik het maar elders zoeken. Ik deed op mijn twaalfde auditie bij Inne Goris (LOD), en ik ben nooit meer gestopt. Jan, herken je vooral jezelf in Romy, of toch veeleer in Grace? Jan: We delen veel, zoals een temperament en koppigheid. Maar terwijl ik me graag omring met mensen kan Romy net gillend van hen weglopen. Ik heb altijd situaties gecreëerd waarin ik voor mensen moest zorgen, zowel voor mijn gezin als voor Needcompany. Romy is veel radicaler. Zij kan plots verdwijnen. Romy: Iedereen moet vluchten, op de een of andere manier. Jij kunt dat in je hoofd: jullie bouwen een verhaal om in te vluchten. Ik moet alles fysiek beleven. Stilzitten is geen optie, en vooraleer ik iets kan verzinnen op de scène moet ik het gezien hebben en het in mijn lichaam hebben gestopt. Maar in wezen doen we net hetzelfde: ons voeden met verhalen. Jan, je lijkt veel liefde te hebben voor Romy's generatie theatermakers. Je zet mee je schouders onder PULS, het initiatief van Toneelhuis waar twintigers stage kunnen lopen bij grote huizen. Jan: Ik merk bij twintigers een enorme drive en vooral geen spatje frustratie. Terwijl de generatie veertigers destijds theater ging maken tégen mensen zoals ik. Omdat wij nogal goed en zeer aanwezig waren, en heel wat veranderd hebben. Die clash was één groot bloedbad. Romy's generatie stelt vast dat alles al gemaakt is en denkt: laten we gewoon in alle vrijheid opnieuw beginnen. Heel interessant allemaal. Ik ben op het punt aangekomen dat ik mijn rol als vader is uitgespeeld: vandaag leer ik net zoveel van Romy als zij van mij. Romy: De discussie of de oudere generatie baan moet ruimen voor jonge wolven is gewoon vervelend. We leven in een tijd waarin ik niet hoef te vousvoyeren, en op dezelfde manier met een twintiger als met een zestiger discussieer. Het is geen geheim dat je de rol van vader eigenlijk nooit wilde opnemen. Was dat vanuit het idee van kunstenares Marina Abramovi? dat kinderen ware kunst in de weg staan en je alles moet opofferen voor de kunsten? Jan: Zij heeft dat natuurlijk niet uitgevonden, maar ik gaf haar wel gelijk. Ik heb het ook proberen vol te houden, maar dat is dus totaal mislukt. Grace stelde me voor het simpele dilemma: 'Kinderen, of ik ben weg.' En nooit meer met die vrouw mogen neuken, leek me wel heel erg. (grijnst)Romy: (zucht) Jij platte boer! Jan: Romy en Victor hebben mijn leven gered. Vandaag denk ik dat kunstenaars zonder kinderen het leven niet echt begrijpen. Wat heb jij jouw vader zoal geleerd, Romy? Romy: Reizen in z'n eentje. Jan: Me in alle eenzaamheid terugtrekken, ik heb dat nooit gekund. Als ik een mooi schilderij zie, wil ik dat meteen delen. Maar dankzij Romy trek ik er nu af en toe alleen opuit. Een paar dagen, meer niet. Dan ga ik naar Parijs en zit ik een hele dag in de Rubenszaal van het Louvre. Dan denk ik: Jan, je moet nu veel trager kijken. Terwijl ik vroeger zoals élke curator was die ik ooit ontmoet heb: een flitsende boy die door elke tentoonstelling vloog, zonder eigenlijk iets te zien. Mijn kinderen hebben me geleerd te vertragen. Vertragen lijkt me heilzaam, gezien de hoge productiviteit in het gezin Lauwers. Zowel bij Kuiperskaai als bij Needcompany. Jan: We maken samen drie of vier producties tegelijk, en houden om de drie maanden een première. Eén van ons vieren zit altijd wel in overdrive. Als Victor aan een tekst werkt, wordt hij onuitstaanbaar. Romy wordt hysterisch in de laatste bocht. Ik ben dan ook vreselijk vervelend, en Grace is nog erger dan ik. We doen heel veel, en dus verlang ik steeds meer naar traagheid. Romy: Ik ben net heel onrustig, het gaat allemaal te snel. Ik kom nog maar net kijken, maar ik voel me vaak 35 jaar. Ik wist meteen wat ik wilde doen, we hebben meteen Kuiperskaai opgericht en meteen alles bloedserieus genomen. Romy: Dat gezegd, ik ben ongelooflijk onbezonnen en naïef. (lacht) Ik mag me dan vaak 35 jaar voelen, in wezen probeer ik altijd 17 te blijven. Als we het dan toch over mentale leeftijd hebben: Jan, jij hebt je altijd 50 jaar gevoeld. Jan: Ik was al 50 op mijn 12e. En toen ik echt 50 werd, ging het alleen maar bergaf. Sinds ik onlangs 60 werd, ben ik weer aan het trainen geslagen, want ik barst van de plannen en ik moet nog minstens twintig jaar mee. Gelukkig wijzen Grace en Romy me er constant op dat ik geen oude zak mag zijn. Romy: Jij lijkt net meer energie te hebben dan ik. Ik kan niet wat jij allemaal doet. Jan: Toen ik 22 was, werkte ik 12 uur per dag en sleutelde ik een jaar aan een voorstelling van anderhalf uur. Nu weet ik dat het met 7 uur per dag en maximaal 56 repetitiedagen ook lukt. Het was Ritsaert ten Cate, mijn mentor en de oprichter van theater Mickery, die me bezwoer: 'Ooit wordt het rustiger in jouw kop, en toch zul je extreem werk blijven maken.' Heel veel theatermakers van mijn generatie hebben het niet gehaald omdat de stress hen simpelweg te veel werd. Het lijkt alsof ik veel energie heb, maar het is pure zen: stop elk probleem in een laden, en zet nooit alle lades tegelijk open of je brandt op. Romy: Ik voel dat we bij Kuiperskaai al rustiger worden. We durven er soms al kantooruren opna te houden. Jan:(geamuseerd) Je bent nu al bezig met routine! Romy: Papa, niet lachen! Ik ben doodsbenauwd dat ik die rusteloosheid zal verliezen. Tegenwoordig sta ik niet langer over alles in de fik, en dat is ongelooflijk eng. Ik word gek als ik niet onrustig ben: dan denk ik dat ik leegloop, dat ik klaar ben met mijn theatercarrière. 'Romy is op.' Als het een troost mag zijn: toen hij in de twintig was, dacht je vader ook dat hij klaar was met theater. Jan: Dat was anders. Ik was als beeldend kunstenaar en performancekunstenaar in het theater terechtgekomen, en dat leek werkelijk nergens naar in de jaren zeventig. Deze flauwekul mag ik niet te lang doen, dacht ik, want dan wordt het gevaarlijk. Vandaag besef ik dat ik die flauwekul nodig had om ergens toe te komen. Ik noem me tegenwoordig zelfs met trots een theatermaker, terwijl ik jarenlang tegen de titel heb gevochten. 'Jongens, ik ben een beeldend kunstenaar!' Nu zal het me worst wezen. Ook dankzij Kuiperskaai: daar gebeuren gewoon veel spannender dingen dan op de meeste tentoonstellingen. Romy: Herkenbaar. Ik noem mezelf ook een theatermaker, geen filmactrice. Maar die arrogantie is tegenwoordig niet meer gepermitteerd. In mijn vaders dagen kon je als kunstenaar met je grote epauletten en je sigaret in de hand neuzelen dat alles ongelooflijk kut was. Als ik vandaag zeg dat ik theater interessanter vind dan film word ik door niemand nog gevraagd. Mijn generatie is verplicht bescheiden. Het wordt niet meer gepikt dat je hoog van de toren blaast. Vroeger vond men arrogantie geil, vandaag is arrogantie gewoon arrogant. Slagen jullie erin Molenbeek in jullie verhaal te betrekken? Jan: We zijn er nog wat zwak in, maar ik reken op de jonge generatie. Al is het ook niet evident: Kuiperskaai werkt nu aan Hamlet. Hoe ga je met de buurt over Hamlet praten? Ik weet het nog niet. Romy ontving deze zomer de Sylvia Kristel-prijs, voor actrices met 'een uitzonderlijke persoonlijkheid'. Romy: Ik wist niet wie Sylvia Kristel was - ik ben echt een sukkel op het vlak van acteurs en theatermakers. Ik weet veel meer over beeldende kunst. Papa en ik waren heel verbaasd. Omdat we Kristel toch vooral onthouden van haar hoofdrol in Emmanuelle, de eerste mainstream softpornofilm uit 1974? Niet meteen de eerste prijs waarmee een vader zijn dochter bekroond wil zien. Romy: Die prijs is net in het leven geroepen om te beklemtonen dat Kristel meer heeft betekend dan dat. Jan: Kristel was voor mij nooit een grote actrice, maar ze was een cultfiguur. Ze betekende voor de jaren zeventig wat de heupen van Elvis betekenden voor de jaren vijftig. Ze is beroemd geworden door een foto in een rieten stoel, en heeft daar de rest van haar leven een kruis voor gedragen. En jawel, ik was een trotse vader, want die prijs is echt iets voor Romy. Hoe Kuiperskaai met porno omgaat, dat had ik nooit aangedurfd. 1095 is inderdaad een vrij pornografische voorstelling. Niet meteen één die Molenbeekse moslims naar de zaal zal trekken. Jan: Ik zei het nog tegen Lisaboa Houbrechts (regisseur van Kuiperskaai en vriendin van Victor Lauwers, nvdr.): verwacht voor 1095 geen uitnodigingen van buitenlandse festivals. Ze schrok daarvan, maar het is de realiteit: we zijn weer puriteinser geworden. Jammer, want de scène tussen Romy en Lobke Leirens is fantastisch, en is werd geregisseerd door een vrouw... Romy: Maar? Jan: Het is een anale fistfuckscène, Romy. Romy: Och, papa. Een vingertje! Jan: (onverstoorbaar) We leven in interessante tijden. Enerzijds krijg je #MeToo, waar er ineens een nieuw blik conservatisme wordt opengetrokken en alles op één hoopje wordt gegooid. Anderzijds zie ik een voorstelling als 1095, kijk ik plots door de bril van de tijd, en kan ik alleen maar denken hoe straf die in elkaar zit. Tegelijk is het ook wel grappig: de multiculturele organisaties van festivals zijn pro vrouwenrechten, maar ze zullen deze voorstelling - geregisseerd door een vrouw - nooit boeken. Romy, in hoeverre ben je met Kuiperskaai bereid toegevingen te doen aan je publiek? Romy: Toegevingen binnen de kunst? (hoofdschuddend) Ik wil niet provoceren - tijdens de repetities zijn er fragmenten gesneuveld die te heftig waren. Maar alles ontstaat vanuit een noodzaak, vanuit een schoonheid, vanuit het verhaal dat je wilt vertellen. Daar valt niet op af te dingen. Kuiperskaai staat open voor iedereen, maar niemand wordt gedwongen om te komen kijken. Jan: Het gaat niet over radicaliteit of niet, het gaat over de presentatie van je werk. Dat fascineert mij. Denk ook aan die muurschilderingen in Brussel, zoals de masturberende vrouw aan het Kanaal. Geniaal, maar je bespeelt de publieke ruimte wel op een zeer radicale manier. Dat wordt toegelaten, uit luiaardij, denk ik. Maar in China, waar ik ook gewerkt heb, is dat verboden. Daardoor ben ik me vragen gaan stellen. Is een muurschildering van een kut die naar Molenbeek is gericht een extreemrechtse uiting of een liberaal standpunt? Ik weet het op den duur niet meer. Maar de vraag wat je moet doen om de wereld een beetje te verbeteren - schofferen of bruggen bouwen? - is heel interessant. Wat doet Oorlog en terpentijn: schofferen of bouwen? Jan: Het roept vooral veel vragen op. Niet het minst: hoe kun je als acteur een brandend kontgat spelen? Moet je naakt tonen of niet? Daarenboven is Oorlog en terpentijn een verdomd mannenboek, en is het van een diepe zwartheid. Stefan Hertmans protesteerde toen ik hem dat vertelde, maar dat boek gaat alléén over mannen. Door in ons stuk Viviane De Muynck op te voeren als vrouwelijke verteller proef je plots de pudeur van die hoofdrol. Tegelijk moet je denken voor wie je de voorstelling maakt. Het verschil met mijn dochter is dat ik daar tegenwoordig wél mee bezig ben. In tegenstelling tot vroeger, toen Needcompany levende kippen opvrat op het podium. Jan: Nogal wat mensen snappen niet waarom ik per se met dat boek aan de slag wilde. Maar Stefan Hertmans is in korte tijd geëvolueerd van een marginale tot een wereldberoemde schrijver, omdat hij met al zijn kennis en virtuositeit een groot verhaal heeft verteld. Ik kan Oorlog en terpentijn nu maken, maar dertig jaar geleden had ik dat ongelooflijk saai gevonden. Grace is is nog niet zover, merk ik. (grinnikt) We hebben momenteel een conflict, omdat ik haar de maagd Maria als verpleegster laat spelen. Ogenschijnlijk een heel saaie rol, maar volgens mij de moeilijkste die ze ooit zal spelen. Er zit ook zoveel schoonheid in die saaie maagd, in dat katholieke... Romy: Jij bent gewoon veel katholieker opgevoed dan wij. Jij vindt dat mooi, wij snappen er niets van. Jan: Ik ben cultureel gezien enorm gefascineerd door het katholicisme. Goede kunst vertrekt vanuit een schuldgevoel, en Vlaamse katholieken hebben daarvan een dubbel portie meegekregen. Maar als ik dat zeg, lachen Grace en Romy me uit. Heb je er spijt van dat je je kinderen vrijzinnig hebt opgevoed? Jan: Ik had ze meer rituelen moeten meegeven. Zodat ze die daarna kritisch konden benaderen. Romy: Ik vind het heel dubbel dat we een hoop tradities verliezen. Er moet toch iets in de plaats komen? Sinds Stonehenge vragen we ons al af wat we hier precies doen, en vandaag gooien we werkelijk alles weg in de overtuiging dat we wel zonder kunnen. Ik zie het niet goed komen. Akkoord, de Bijbel en de Koran hebben hun vervaldatum overschreden, maar ik wil dan wel een nieuw boekje. Ik denk niet dat we compleet zonder boekje kunnen. Jan:(grinnikt) Ben je nu religieus aan het worden, Romy? Hou daar eens mee op!