Vinden de personages dit keer troost in de verering van het Heilig Hart?
...

Vinden de personages dit keer troost in de verering van het Heilig Hart? Arne Sierens: Helemaal niet. Het stuk heeft niets met religie te maken. Ik ben niet religieus. Mijn vader is van zijn geloof gevallen. Maar 'het Heilig Hart' is een fenomeen, hé? In Parijs kun je de Sacré-Coeur bezoeken, in Gent kun je op het Sint-Annaplein langs het Heilig Hartbeeld wandelen. Die verering is er omdat we geboren worden met het verlangen dat alles goed komt met ons. Maar we zien zo af van alles wat we elkaar en onszelf relationeel aandoen! Dat hakt er snoeihard in. We zijn onze kwetsuren. Zelfs een liefdesbreuk van jaren geleden blijft pijn doen. Hoe kunnen we dat oplossen? Door te zwijgen? Nee. Dus zocht ik met acteurs Robrecht Vanden Thoren, Gilles De Schryver, Anemone Valcke en Linde Carrijn naar mechanismen die een mens uit dat lijden kunnen verlossen. (grinnikt) Twee films inspireerden: de poëtische zwart-witfilm Early Spring (1956) van Yasujiro Ozu en Andrea Arnolds onbeschaamd romantische roadmovie American Honey (2016). Vooral van de soundtrack ben ik zot! Die gebruiken we niet in het stuk, nee. Jazzgitarist Jean-Yves Evrard speelt livemuziek. In de film van Arnold zijn autosnelwegen het decor. Legt uw scenograaf Guido Vrolix weer een stuk tarmac op het toneel, zoals in Altijd prijs uit 2008? Sierens: Guido heeft een waanzinnig schoon decor bedacht. Stel je een liggende draaischijf voor waarop zwarte zuilen staan. Daartussen spelen de acteurs. Ze zijn voortdurend in beweging, want de schijf blijft draaien. Het stopt nooit. Zoals ook de miserie die we elkaar aandoen, nooit stopt. Of het blijven hopen op bevrijding. Als je voor de schijf zit, dan lijkt het alsof er telkens een streepjescode passeert. Dat zijn wij: streepjescodes die zich niet zomaar laten scannen. 'Scant' u uw spelers? Sierens: Ik vraag veel van hen, ja. Zeker dit keer. Het is nogal een bevalling. Een avontuur. Want dit keer pakken we het lyrischer aan. Anders dan bij Poepsimpel en Zingarate vertellen we niet zozeer een verhaal. We herbeleven iets. De personages - twee koppels - zijn verslaafd aan elkaar. Dat is hun lust en hun lijden. Vanaf de eerste repetitiedag stonden de acteurs op de vloer. Ik zit ervoor, geef improvisatieopdrachten en zit met een gigantische radar op mijn hoofd te noteren. Zo groeit de tekst. Een van de eerste zinnen die ik noteerde, was: 'Nu we apart zitten, zijn we meer dan ooit bij elkaar.' Tussen het spelen door bezochten we ook plekken. Het dierenasiel in Gent, bijvoorbeeld. Ik wilde weten hoe alles daar georganiseerd wordt. Een van de verzorgers vermelden we in het stuk. Hij heet Eddy. Eddy staat de dieren bij na wat de mensen hun aandeden... En tijdens dit repetitieproces hebben we veel gedanst. Dansen bevrijdt, hé? Danst u mee? Sierens: Ja! Tijdens de repetities sta ik wel eens tussen de acteurs. Soms sta ik in de weg, soms dans ik of tier ik mijn pijn eruit. Dan sta ik op mijn kwetsbaarst naast mijn spelers. Zo ontlok ik onverwachte bekentenissen. Bij mezelf én bij hen. Maar ik foefel er altijd humor in. Ik wil niet dat mijn acteurs na een repetitie als wrakken naar huis strompelen. Ze maakten iets ingrijpends mee waaraan ze met een goed gevoel moeten kunnen terugdenken. Dat is exact het gevoel dat ik het publiek wil geven. Plus, misschien, een manier om dat hart wat rustiger te maken. Niet heilig, nee. (lacht)