Het moet een aardig onderonsje zijn in het hiernamaals. Schilder Pieter-Paul Rubens en zanger David Bowie, allebei lekker onderuitgezakt in een fauteuil, filosoferend over een van hun favoriete oude meesters: de renaissancekunstschilder Jacopo Tintoretto (1519-1594). Wie had kunnen vermoeden dat uitgerekend zijn werk De Heilige Catharina vanaf 2017 in Rubens' Antwerpse praalwoning zou komen te hangen?
...

Het moet een aardig onderonsje zijn in het hiernamaals. Schilder Pieter-Paul Rubens en zanger David Bowie, allebei lekker onderuitgezakt in een fauteuil, filosoferend over een van hun favoriete oude meesters: de renaissancekunstschilder Jacopo Tintoretto (1519-1594). Wie had kunnen vermoeden dat uitgerekend zijn werk De Heilige Catharina vanaf 2017 in Rubens' Antwerpse praalwoning zou komen te hangen? Rubens (1577-1640) bewonderde de Venetiaan, hij had zelfs verscheidene werken van hem in zijn collectie. Het altaarstuk van Catharina heeft hij vrijwel zeker gezien, tijdens zijn bezoek aan de Dogenstad. Als kunstverzamelaar, voornamelijk van twintigste-eeuwse kunst, bezat David Bowie (1947-2016) maar enkele oude meesters, waaronder dit altaarstuk en een tekening van Tintoretto. De schilder fascineerde de zanger zó dat hij zelfs zijn platenlabel-uitgeverij naar hem noemde. En hij was net zo tuk op Rubens - het Rubenshuis was een van zijn favoriete musea. Maar dat 'zijn' Tintoretto daar ooit zou komen te hangen? Dat had niemand kunnen voorspellen. Toen het werk op 10 november 2016 door Sotheby's in Londen werd geveild, maakte de koper (een buitenlandse verzamelaar met Belgische wortels) al na drie minuten bekend dat hij het in langdurige bruikleen zou geven aan het Rubenshuis. Die verrassing kreeg meteen internationale weerklank. Ook de verkoop van het werk is een onwaarschijnlijk verhaal. De ogen van de hele wereld waren gericht op de veiling van de Bowie-collectie, en tóch ontsnapte dit Venetiaanse schilderij aan de aandacht van de collectioneurs en de musea voor oude kunst. Het werd als enige werk van een oude meester verkocht tussen stukken van Marcel Duchamp, Jean-Michel Basquiat, Damien Hirst en Frank Auerbach. Terwijl de internationale pers zich druk maakte over een plexi visje van Hirst lette niemand op het eeuwenoude altaarstuk. Zelfs de huidige eigenaar niet, die pas enkele uren voor de veiling een telefoontje kreeg van een bevriende veilingmeester in Londen, die hem erop wees dat deze antieke parel verborgen zat in de Bowie-veiling. Normaal wordt er voor een middelgroot werk van Tintoretto makkelijk meer dan 1 miljoen euro neergeteld. Maar doordat er geen aandacht voor was, en er in 2009 in een publicatie even werd gesuggereerd dat het werk samen met Tintoretto's atelier werd geschilderd (wat niet klopt), werd het voor een zachte prijs (220.000 euro) afgehamerd. Met popster David Bowie als extra pedigree haalt het Rubenshuis een kaskraker van topniveau binnen. De hele wereld zal ernaar komen kijken, en het heeft de gemeenschap geen cent gekost. Het werk is in kunsthistorisch opzicht een winning lottery number, zoals kunstverzamelaars een topwerk noemen. Ondertussen werd het grondig onderzocht door de vorsers van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) in Brussel, onder leiding van Christina Currie, die onder verflagen indrukwekkende ondertekeningen ontdekten van Tintoretto's hand. Zo krijgen we een duidelijk inzicht in zijn schilderwijze en de genese van schets tot meesterwerk. Via infraroodopnames werden de basisschetsen met perspectieflijnen duidelijk, net als de verwantschap met zijn andere werken. Currie ontdekte ook heel wat pentimenti, geschilderde correcties die deel uitmaken van het ontstaansproces en ons de hand van de schilder extra goed laten zien. Het onderzoek is nog niet afgerond, en wordt eind dit jaar voortgezet om vooral de wolkenpartij en de architectuur grondiger te bestuderen. Het valt binnenkort allemaal na te lezen in het kunstboek van de Colnaghi Foundation dat over het werk verschijnt, met een voorwoord van de illustere Britse historicus John Julius Norwich, die beroemde boeken schreef over Venetië. De geschiedenis van het altaarstuk spreekt tot de verbeelding. Het komt niet uit een obscure kapel, wel uit de kleine maar bijzonder prestigieuze San Geminianokerk op de Piazza di San Marco in Venetië. De kerk werd in 1557 gebouwd door bouwmeester Jacopo Sansovino, die heel wat ontwierp rond het San Marcoplein, onder meer zijn meesterwerk: de Bibliotica Marciana. Ze prijkt zelfs op de beroemde stadsgezichten van Canaletto en Guardi, en werd eeuwen geleden al geroemd als een hoogtepunt van de late renaissance. Vooral het interieur was bijzonder, zelfs naar Venetiaanse maatstaven. Het was voorzien van twee altaarstukken van Giovanni Bellini en Tintoretto, en van zijn grote rivaal Veronese, die twee orgelluiken beschilderde. Het altaarstuk van Tintoretto werd tussen 1560 en 1570 geschilderd. We mogen er vrijwel van uitgaan dat alle Antwerpse meesters, onder wie Rubens en Van Dyck, het ter plekke hebben bewonderd. Het altaarstuk werd ooit door Van Dyck nagetekend in een schetsboek, en werd later door de achttiende-eeuwse portretschilder Sir Joshua Reynolds tijdens zijn Italiëreis beschreven en becommentarieerd. Maar hoe kon dit werk verdwijnen uit Venetië? Die bedenkelijke eer gaat naar Napoleon. Eind 1807 verbleef hij in de Dogenstad. Hij besliste om de kerk te slopen om vervolgens zijn pied-à-terre op het San Marcoplein uit te breiden met een ontvangstsalon en een monumentale trap, die nu deel uitmaken van het Museo Correr. Het altaarstuk van Tintoretto kwam in verscheidene privécollecties terecht, tot het dertig jaar geleden werd geëxposeerd door de Londense kunsthandel Colnaghi op de tentoonstelling Gothic to Renaissance, en werd verkocht aan David Bowie. 'De band tussen de Vlaamse schilders en de tenoren van de Venetiaanse School, zoals Titiaan en Tintoretto, was bijzonder intens', zegt Ben van Beneden, directeur van het Rubenshuis. 'Rubens heeft die Italiaanse erfenis geabsorbeerd en verwerkt, en Tintoretto's zin voor dramatiek en beweging sprak hem aan. Sommige Rubensfiguren lijken zo weggeplukt uit zijn tableaus. Je merkt dat hij tot het eind van zijn carrière voort werkte op de inventies van de Venetiaan. Het werk van Tintoretto is in onze collectie extra belangrijk omdat het in de periode werd geschilderd dat hij aan zijn grootste meesterwerk werkte voor de Scuola Grande di San Rocco.' Tintoretto (zijn naam betekent 'textielververtje', verwijzend naar het beroep van zijn vader) werd op zijn vijftiende even een leerling van Titiaan. In zijn vroege jaren stond hij onder invloed van Parmigiano en Michelangelo. Later zou hij het theatrale element in zijn kunst versterken en werden licht en schaduw, en de bewegende figuren die vanuit verschillende hoeken werden geschilderd, belangrijk - dat merk je ook aan De Heilige Catharina. Hij kondigde de barok aan, wat Rubens bijzonder inspireerde. In zijn atelier waren er Vlaamse medewerkers actief, wat de banden met de kunst van de Lage Landen in de verf zet, en de huidige tentoonstelling in het Rubenshuis vrijwel vanzelfsprekend maakt. In ons land pochen we graag met onze rijke museumcollecties. 'Maar die zijn rijk en arm tegelijk', zegt Ben van Beneden. 'Er zitten heel wat hiaten in. We hebben amper grote Italiaanse meesters uit de renaissance in huis. Er is de Michelangelo in Brugge, een Titiaan en een Antonello da Messina in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel, en een mooie Tintoretto in het Museum voor Schone Kunsten van Gent, maar dan zijn we ongeveer rond. We hebben ook geen grote Spaanse meesters, denk aan Zurbaran of Pedro De Mena. Dat komt deels doordat men er heel lang niet naar op zoek ging.' Zulke werken zijn belangrijk in een collectie: ze helpen om de Vlaamse tenoren kunsthistorisch beter te kaderen. Om deze collecties aan te vullen, voert Ben van Beneden al jaren een 'bruikleenbeleid van lange duur'. 'We zorgen niet alleen voor de werken, we laten ze ook aan het publiek zien en onderzoeken ze. Zo groeit er een band met de particuliere verzamelaars. De bruiklenen zijn goed voor lange periodes van tien, vijftien à twintig jaar, en versterken de collectie enorm. Ze kunnen ook leiden tot schenkingen. Ik merk dat veel particulieren graag hun bezit delen met de gemeenschap. Zo ongewoon is dat niet, in het buitenland werken heel wat musea met zo'n systeem.' Het beleid werpt vruchten af. Zo werd het Rubenshuis de laatste jaren verrijkt met onder meer werken van Rubens, Van Dyck, Cariani, Maerten de Vos en Frans Pourbus. Er zitten ronkende vondsten bij, zoals de Anthony van Dyck die in 2013 werd ontdekt in het BBC-programma Antique Roadshow. Het werk werd in 2015 door het Rubenshuis uitgeleend aan de New Yorkse Frick Collection voor een tentoonstelling over Van Dyck, en hangt nu in het Rubenshuis op de Wapper. Zo'n samenwerking versterkt de band met de grote buitenlandse musea en tilt ook de collectie van het Rubenshuis zelf naar een nog hoger niveau. Ook indrukwekkend zijn het zelfportret van Anthony van Dyck, en Rubens' portret van Clara Serena. Natuurlijk droomt Ben van Beneden ervan om zijn collectie verder uit te breiden. Veronese staat hoog op zijn verlanglijstje. Op die manier wil de directeur de hele kunstcollectie van Rubens, inclusief zijn Romeinse antiquiteiten, min of meer reconstrueren. Het succesverhaal van Bowies Tintoretto begint pas. Het is kunsthistorisch zó inspirerend voor de banden tussen Antwerpen en Venetië dat er een tentoonstellingsproject wordt opgezet tijdens de Biënnale van Venetië in 2019. Het zal focussen op de verdwenen kerk, het oeuvre van Sansovino, Tintoretto, Bellini, Veronese, de grote Vlaamse meesters Rubens, Maerten de Vos en Van Dyck, én de plunderingen van Napoleon. Het altaarstuk van Tintoretto wordt zelfs even teruggebracht naar de plek waar het eeuwenlang hing. En in één beweging krijgt Rubens de mooiste hommage van het Rubensjaar 2018. In zijn eigen huis dan nog, met Tintoretto, naar wie hij zo opkeek en met wie hij zelfs in 2019 in Venetië zal samenhangen. David Bowie had het allemaal geweldig gevonden.