Wat hebben Barack Obama en Pauline Koch, de moeder van Albert Einstein, gemeenschappelijk? Het zijn allebei master parents, als we The Formula mogen geloven. Daarvoor werden 200 high achievers geïnterviewd over hun opvoeding. Volgens de auteurs is een duidelijk patroon zichtbaar: al hun ouders, los van sociale klasse, achtergrond of opleiding, hadden een plan. Ze hadden nagedacht over de toekomst die ze wilden voor hun kinderen en namen doelbewust stappen om die te bereiken. Een wonderformule, zo u wilt. De kern bestaat uit acht rollen die alle 'meester-ouders' in meer of mindere mate opnemen. De eerste is cruciaal: early learning partner. Dat we het kleine grut van jongs af moeten stimuleren met leuke activiteiten, voorleesmomenten en educatief speelgoed, is bekend. Maar de 'meester-ouders' gaan nog een stap verder: ze wi...

Wat hebben Barack Obama en Pauline Koch, de moeder van Albert Einstein, gemeenschappelijk? Het zijn allebei master parents, als we The Formula mogen geloven. Daarvoor werden 200 high achievers geïnterviewd over hun opvoeding. Volgens de auteurs is een duidelijk patroon zichtbaar: al hun ouders, los van sociale klasse, achtergrond of opleiding, hadden een plan. Ze hadden nagedacht over de toekomst die ze wilden voor hun kinderen en namen doelbewust stappen om die te bereiken. Een wonderformule, zo u wilt. De kern bestaat uit acht rollen die alle 'meester-ouders' in meer of mindere mate opnemen. De eerste is cruciaal: early learning partner. Dat we het kleine grut van jongs af moeten stimuleren met leuke activiteiten, voorleesmomenten en educatief speelgoed, is bekend. Maar de 'meester-ouders' gaan nog een stap verder: ze willen dat hun kind op zijn minst kan lezen en rekenen voor het naar school gaat. Dat leidt tot het early-lead effect: kinderen die in de kleuterklas al kunnen lezen, krijgen van hun leerkrachten extra positieve aandacht. Dat geeft hun zelfvertrouwen een boost en ze zullen er alles aan doen om een uitschieter te blijven. Maar u zit natuurlijk te wachten op de opvoedtips van Barack Obama. Wel, hij wordt gebruikt om een andere rol te illustreren: de flight engineer. Die houdt nauwlettend in de gaten of zijn kind zich, eenmaal op de schoolbanken, optimaal kan ontplooien. Obama heeft naar eigen zeggen geen enkel oudercontact gemist. Hij controleerde ook regelmatig het huiswerk van zijn dochters en nam op tijd en stond zelf contact op met hun leerkrachten.De auteurs van het boek benadrukken regelmatig dat dit geen formule voor hoogopgeleide, rijke ouders is. Zo is er het verhaal van Jarell Lee, die afstudeerde aan de universiteit van Harvard. Zijn moeder, de straatarme Elizabeth Lee, was vastberaden om haar zoon naar de middenklasse te katapulteren. Toen Jarell amper drie was, zat ze samen met hem in de daklozenopvang te oefenen op cijfers, woorden, kleuren en vormen. En dan is er nog Albert Einstein. Die werd als kind niet bepaald geniaal bevonden: zijn klasgenoten en leerkrachten vonden hem een 'ongemanierde, verveelde, domme freak'. Maar thuis bloeide hij open, met dank aan 'meester-moeder' Pauline Koch. Zij leerde hem al op jonge leeftijd viool spelen, stimuleerde hem om veel te lezen, naar muziek te luisteren en de wereld te ontdekken: op zijn vierde mocht hij al in zijn eentje de straat op. En toen hij als vijfjarige ziek in bed lag, kreeg hij een kompas: hij kon zelf uitvlooien hoe dat ding werkte. Mama Pauline kon zich helemaal uitleven in haar rol als revealer: ze stelde haar kind bewust bloot aan nieuwe ideeën. En dan zijn er nog de vijf andere rollen die meester-ouders uitoefenen: fixer (altijd op zoek naar de beste oplossingen), philosopher (deelt zijn wereldbeeld), model (geeft het goede voorbeeld), negotiator (leert voor zichzelf op te komen) en GPS (deelt zijn goede raad). Volgens pedagoog Hans Van Crombrugge (Odisee) klinkt die Formula goed, maar is het een illusie dat we onze kinderen zomaar in de gewenste richting kunnen duwen. 'Ruim twintig jaar geleden verscheen een belangrijk én wetenschappelijk onderbouwd werk van Judith Rich Harris: Het misverstand opvoeding. Dat stelt dat ouders zeer weinig invloed hebben op hun kinderen. Het meeste ligt genetisch vast, en ook externe factoren spelen een grote rol. Onder wetenschappers leeft al heel lang de discussie of we kinderen nu moeten sturen, of vanzelf laten groeien. Af en toe slaat de slinger volledig om, en daar is dit boek een goed voorbeeld van. Op zich zijn bepaalde inzichten zinvol: ja, het is belangrijk om jonge kinderen te stimuleren, met hen te filosoferen en het goede voorbeeld te geven. Maar puur wetenschappelijk heb ik toch mijn bedenkingen. Ze hebben enkel succesvolle mensen geïnterviewd. Wat met al die mensen die het níét hebben gemaakt, ondanks de inspanningen van hun ouders? Bovendien bezwijken veel jonge mensen onder prestatiedruk. Daar moet je toch voor opletten, als je per se een "meester-ouder" wilt worden.'