De regeringsvorming heeft in Nederland 208 dagen geduurd, maar ze staat er nu: onder leiding van premier Mark Rutte vormen zijn liberale VVD, het christendemocratische CDA, de links-liberale D66 en de ChristenUnie de regering-Rutte III. Ze heeft de krapst denkbare meerderheid, en de coalitiepartners hebben een zeer uiteenlopende visie: de vraag is of Rutte III een lang leven beschoren zal zijn. Maar het regeerakkoord oogt in elk geval ambitieus. En de fiscale plannen in dat akkoord zijn ook voor ons van belang.
...

De regeringsvorming heeft in Nederland 208 dagen geduurd, maar ze staat er nu: onder leiding van premier Mark Rutte vormen zijn liberale VVD, het christendemocratische CDA, de links-liberale D66 en de ChristenUnie de regering-Rutte III. Ze heeft de krapst denkbare meerderheid, en de coalitiepartners hebben een zeer uiteenlopende visie: de vraag is of Rutte III een lang leven beschoren zal zijn. Maar het regeerakkoord oogt in elk geval ambitieus. En de fiscale plannen in dat akkoord zijn ook voor ons van belang. In haar regeerakkoord heeft de regering-Michel veel in het ongewisse gelaten. Hoe bijvoorbeeld de taxshift er zou uitzien, was onduidelijk; van een verlaging van de vennootschapsbelasting was zelfs geen sprake. Het gevolg daarvan hebben we al gezien: nachtelijke vergaderingen waarop onze topministers onderhandelen alsof ze in de Grote Bazaar van Istanbul zitten. Het akkoord dat ze vervolgens afsluiten, blijkt vaak vaag en in ieder geval voor meerdere interpretaties vatbaar. Dus volgen níéuwe nachtelijke krachtmetingen, terwijl de bevolking vertwijfeld toekijkt. Zo voer je geen coherent en daadkrachtig beleid. Hoe anders is het in Nederland. Het regeerakkoord van Rutte III is helder, er schuilt een visie achter. Het opmerkelijkste zijn de ruim 60 fiscale maatregelen die erin opgesomd staan. Het gaat zowel om lagere lasten (19,1 miljard euro) als om hogere lasten (12,5 miljard). Dat moet in 2021 leiden tot een lastenverlaging van 6,6 miljard. Tot de meest ingrijpende maatregelen behoort het verlagen van het aantal schijven in de inkomensbelasting, van vier naar twee: 36,9 procent voor mensen die minder dan 68.600 euro verdienen, 49,5 procent voor de hogere inkomens. Onze regering heeft de inkomensbelasting nog wat ingewikkelder gemaakt, de Nederlandse bewijst dat het anders kan. In het Nederlandse regeerakkoord staat voorts dat de vennootschapsbelasting op de winst vanaf 2019 zal dalen: voor kleine bedrijven van 20 procent naar 16 procent, voor grote bedrijven van 25 naar 21 procent. En bij ons? In het Zomerakkoord is beslist om het tarief van 33,99 procent in twee stappen te verlagen: naar 29,58 in 2018 en naar 25 procent in 2020. Voor KMO's daalt het tarief naar 20 procent. Nederland steekt ons dus de loef af in snelheid en tarieven. En terwijl in België de belasting op dividenden in vijf jaar tijd verdubbeld is tot 30 procent, schrappen onze noorderburen ze. Ook dat is slecht voor onze concurrentiepositie: het wordt voor buitenlanders aantrekkelijker om in Nederlandse bedrijven te investeren. Nog opvallend in het regeerakkoord van Rutte III is, ten slotte, de verhoging van het laagste btw-tarief van 6 naar 9 procent, onder meer voor voedings- en geneesmiddelen en boeken. Tegen die maatregel is bij onze noorderburen al heel wat protest gerezen, maar hij is ook in ons land al door veel specialisten voren geschoven. Ons basistarief is 21 procent, maar daarop bestaan, zoals dat hier gaat, heel wat uitzonderingen. Op levensnoodzakelijke producten, zoals voedings- en geneesmiddelen, betaal je 6 procent btw. Er bestaat ook een tussentarief van 12 procent, onder andere voor steenkool, banden voor landbouwmachines en tractoren, fytofarmaceutische producten, sociale huisvesting en margarine. De belasting op consumptie is bij ons al even ingewikkeld als de andere belastingen. Een vereenvoudiging van het btw-stelsel - met bijvoorbeeld een samensmelting van de tarieven van 6 en 12 procent tot 9 procent, in ruil voor meer nettoloon - dringt zich al lang op. De regering-Michel heeft die kans laten schieten. Fiscaal wordt de Belgische regering dus op zowat alle vlakken ingehaald door de Nederlandse. Daarbij moet gezegd dat de Nederlandse economie er veel beter voor staat dan de onze. De Nederlandse begroting heeft dit jaar een overschot, de staatsschuld zal er onder de 60 procent van het bbp dalen. Wij kampen met een tekort en met een schuld van 106 procent. De werkloosheid bij onze noorderburen is 4,4 procent en bij ons 7,6 procent. De Nederlandse overheid geeft maar 43 procent van het bbp uit, de onze 52 procent. Of hoe het aanhoudende geïmproviseer en geknutsel van onze regering ons geld en welvaart kost.