We beleven uitzonderlijke tijden. Het is natuurlijk nog gebeurd dat we lange tijd een regering in lopende zaken hadden, waarbij de bevoegdheden beperkt zijn tot het nemen van louter administratieve beslissingen en het regelen van dringende zaken of routineaangelegenheden. Bijvoorbeeld tijdens de 541 dagen die nodig waren om in 2010-2011 de regering-Di Rupo te vormen. Maar toen was er nog een begroting voor 2010 goedgekeurd, zodat alleen in 2011, tot de eedaflegging op 6 december, met zogenoemde voorlopige twaalfden moest worden gewerkt. Nu werkt de restregering in lopende zaken al het hele jaar met voorlopige kredieten. En het einde is nog niet in zicht.

Voorlopige twaalfden moeten de werking van de overheidsdiensten verzekeren. De regering mag dan maandelijkse uitgaven doen die overeenstemmen met een twaalfde van de laatst aangenomen jaarbegroting. Voor het eerst zal dat langer dan één jaar moeten gebeuren. De regering-Michel I viel op 9 december 2018. De begroting voor 2019 werd toen niet in het parlement behandeld en dus ook niet goedgekeurd.

Terwijl het land steeds onbestuurbaarder wordt, kraakt ons parlementaire systeem in zijn voegen.

Ondertussen is duidelijk dat er dit jaar een begrotingstekort van 1,7 procent van het bbp zal zijn. Charles Michel (MR) en zijn partijgenote Sophie Wilmès, zijn toenmalige minister van Begroting en de huidige premier, laten geen kans voorbijgaan om te beweren dat dat het gevolg is van een regering in lopende zaken. Maar dat is een fabel. Zowel de Nationale Bank als de Europese Commissie is duidelijk: het tekort is veroorzaakt door de hervorming van de vennootschapsbelasting en de taxshift. En dat terwijl de uitgaven in de sociale zekerheid (pensioenen en gezondheidszorg) bleven stijgen, want daartegen nam de regering-Michel dan weer géén maatregelen. De begroting ontspoorde dus door het beleid en non-beleid van die regering.

Op 26 mei kregen we een nieuw verkozen parlement. De regering in lopende zaken kan sindsdien terugvallen op amper 38 van de 150 Kamerzetels en is dus een dood vogeltje. Af en toe is er een stuiptrekking, zoals afgelopen week. Toen besliste de ministerraad dat er de volgende tien jaar zo'n 35 miljard zal worden geïnvesteerd in het spoorverkeer. In principe mag een regering in lopende zaken zo'n belangrijke beslissing niet nemen, want het is geen routinezaak en ook niet hoogdringend. En als het parlement het ermee oneens zou zijn, kan het de regering niet wegstemmen, omdat die al ontslagnemend is. Ons systeem van lopende zaken en voorlopige kredieten komt vandaag dan ook zwaar onder druk.

Misschien moet er worden nagedacht over de hervorming van ons kiesstelsel, om partijversnippering tegen te gaan.

Ondertussen gedraagt het parlement zich als een dartel veulen. Er worden naar hartenlust nieuwe meerderheden gevormd, bijvoorbeeld met het oog op de uitbreiding van de abortuswet en de euthanasiewet. Ook op budgettair vlak maakt het parlement gebruik van de volheid van zijn bevoegdheden. Toen de Kamer eind oktober de voorlopige kredieten voor november en december moest goedkeuren, slaagde de PVDA/PTB erin om met de steun van socialisten, groenen en Vlaams Belang een amendement goed te keuren dat in extra geld voorziet voor de zorgsector. Er werd voor november en december ingestemd met een extra uitgave van 67 miljoen, op jaarbasis gaat het om ruim 400 miljoen. We mogen er zeker van zijn: als in de loop van deze maand de voorlopige twaalfden voor de volgende periode moeten worden goedgekeurd, zal de discussie over die (en mogelijk andere) extra uitgaven hervatten. Waar dat geld vandaan moet komen en hoe alles moet passen in een echt begrotingsbeleid, daar trekt het parlement zich niets van aan. Ook dat stelt het stelsel van lopende zaken en voorlopige kredieten danig op de proef.

Na één jaar wordt het duidelijk dat deze situatie niet veel langer kan worden gerekt. Een restregering zonder parlementaire meerderheid die ingrijpende maar niet-dringende beslissingen neemt, is een aanfluiting van onze parlementaire democratie. En een parlement dat van alles beslist zonder enig beleid vloekt met goed bestuur. Terwijl het land steeds onbestuurbaarder wordt, kraakt ons parlementaire systeem in zijn voegen. Daarom moet er misschien eens worden nagedacht over de hervorming van ons kiesstelsel, om partijversnippering tegen te gaan. En ook over wat we doen met de vaststelling dat het noorden en het zuiden van het land zo tegengesteld kiezen. Want ook dat staat een doortastend bestuur in de weg.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.