De avond van 26 mei 2019 is het meteen duidelijk dat de puzzel voor de vorming van een nieuwe federale regering niet eenvoudig te leggen valt. De 'klassieke' partijen verliezen fors, de winst is voor Vlaams Belang, PVDA en voor de groene partijen.

MR en CD&V verliezen elk zes Kamerzetels. Open Vld, de derde partner binnen het minderheidskabinet in lopende zaken, kan het verlies beperken tot twee zetels. N-VA, die de 'Zweedse' coalitie een half jaar eerder had verlaten na onenigheid over het VN-migratiepact, speelt acht zetels kwijt. Bij de socialisten heeft de oppositiekuur niet geloond. De PS verliest drie zetels, de sp.a vier. Ook de Franstalige christendemocraten van het cdH zakken verder weg.

De grote winnaar in Vlaanderen is Vlaams Belang. Met een winst van maar liefst 15 zetels wordt de uiterst rechtse partij meteen de tweede formatie in Vlaanderen na N-VA. Ook de uiterst linkse PVDA maakt een grote sprong, van twee naar twaalf zetels. De partij haalt nu ook verkozenen in Vlaanderen. Ook de groenen gaan erop vooruit, zij het niet zoveel als ze zelf hadden gehoopt nadat de klimaatspijbelaars het klimaatthema hoog op de agenda hadden geplaatst. Ecolo wint zeven zetels, Groen twee.

De vorming van nieuwe regeringen verloopt op alle niveaus stroef. In Vlaanderen praat N-VA wekenlang met Vlaams Belang, ook al komen deze partijen samen niet aan een meerderheid. Pas eind september raken N-VA, CD&V en Open Vld het uiteindelijk eens over een verderzetting van de centrumrechtse coalitie.

In Wallonië en de Franse Gemeenschap zit de PS eerst samen met PVDA om uiteindelijk in september met MR en Ecolo in zee te gaan. In Brussel gaat het wel vlotter: daar sluiten PS, Ecolo, DéFI, Groen, Open Vld en sp.a in juli een regeerakkoord.

De federale formatie staat al die tijd op een laag pitje. Na een rondje consultaties - waarbij voor het eerst ook Vlaams Belang op het paleis wordt uitgenodigd - geeft de koning Johan Vande Lanotte (sp.a) en Didier Reynders een informatieopdracht. Zij mikken al snel op een paars-gele coalitie met N-VA en PS, omdat die over een meerderheid aan beide kanten van de taalgrens beschikt.

Nadat de deelstaatregeringen zijn gevormd stoppen Reynders en Vande Lanotte ermee. Ze vinden de tijd rijp om PS en N-VA aan zet te brengen. Nochtans is er bij de Franstalige socialisten weinig animo om met de Vlaams-nationalisten in zee te gaan. Toch volgt de koning de raad op van het informateursduo. Hij stuurt N-VA'er Geert Bourgeois en PS'er Rudy Demotte het veld in, evenwel zonder succes. Nog geen maand later kan het preformateursduo enkel vaststellen dat de verschillen tussen hun beider partijen onoverbrugbaar zijn. Paars-geel lijkt een eerste keer dood en begraven.

De regering in lopende zaken wisselt intussen van kapitein. Charles Michel maakt zich op om aan zijn nieuwe taak als Europees raadsvoorzitter te beginnen en geeft de sleutels van de Wetstraat 16 door aan zijn partijgenote Sophie Wilmès. Hoelang zij nog op de winkel zal moeten passen, is dan nog niet duidelijk.

Begin november, ruim vijf maanden na de verkiezingen, stelt de koning PS-voorzitter Paul Magnette aan als informateur. Hij stuurt aan op een paars-groene coalitie, die over een krappe meerderheid van 76 zetels beschikt.

Binnen Open Vld is er verdeeldheid over deelname aan zijn constellatie. Egbert Lachaert, toen nog Kamerfractieleider, wordt het gezicht van het interne verzet tegen de piste die Magnette voor ogen heeft. De periode zorgt voor een serieuze vertroebeling in de verhouding tussen N-VA en Open Vld. N-VA-voorzitter Bart De Wever laat geen gelegenheid passeren om de liberalen ervan te betichten hun ziel te verkopen voor postjes. De paarsgroene piste bloedt uiteindelijk dood.

Na een nieuw rondje consultaties kiest de koning dan voor een nieuw duo, de kersverse voorzitters van CD&V en MR, Joachim Coens en Georges-Louis Bouchez. Al snel loopt de zaak opnieuw vast op de keuze tussen een coalitie met of zonder N-VA. CD&V dringt aan op zo'n paars-gele constructie, omdat die over een Vlaamse meerderheid beschikt. De PS wil er echter niet van weten en stuurt aan op een Vivaldi-coalitie, een paars-groene coalitie met CD&V. Velen verwachten een bocht van de Vlaamse christendemocraten, maar die komt er niet. Integendeel, CD&V klampt zich steeds harder vast aan de 'meerderheid in beide taalgroepen'.

De missie van Coens en Bouchez loopt eind januari af met een sisser. Tot verbazing van velen, niet in het minst bij CD&V zelf, stuurt de koning CD&V-vicepremier Koen Geens het veld in. Hij probeert andermaal PS en N-VA rond de tafel te brengen. Maar op Valentijnsdag laat PS-voorzitter Magnette nog eens weten dat zijn partij niet met de N-VA wenst te regeren. Geens geeft zijn opdracht terug aan de koning en spreekt van een 'ezelsstamp' vanwege de PS. De sfeer tussen CD&V en PS, die door de discussie rond de verruiming van de abortuswet al onder druk stond, is zwaar verziekt.

Om de gemoederen te bewaren, wordt vervolgens naar de liberalen gekeken en het paleis geeft dan ook een opdracht aan Patrick Dewael (Open Vld) en Sabine Laruelle (MR). Als voorzitters van Kamer en Senaat worden zij bovendien geacht wat boven het gewoel te staan.

Intussen laat het coronavirus steeds meer van zich spreken. Om de strijd tegen COVID19 krachtdadig te kunnen aanpakken, wordt er achter de schermen gewerkt aan een noodregering. PS-voorzitter Magnette en N-VA-voorzitter De Wever raken het onderling eens over zo'n noodregering, maar die komt er uiteindelijk niet. Magnette wordt teruggefloten door zijn achterban en past voor een regering met N-VA. Op een ultieme vergadering bij de Kamervoorzitter op 15 maart beslist een brede coalitie om de minderheidsregering van Sophie Wilmès tijdelijke volmachten te geven om de coronacrisis te bestrijden.

Die periode van volmachten duurt drie maanden en kan eenmalig worden verlengd. Maar al snel wordt duidelijk dat het enthousiasme voor zo'n verlenging bekoeld is. De partijvoorzitters van PS en sp.a - Paul Magnette en Conner Rousseau - slaan de handen in elkaar en starten een gespreksronde met de tien partijen die de volmachten steunen met het oog op de vorming van een regering. Of dat initiatief tot resultaat zal leiden, moet de komende dagen en weken blijken.

Zoniet komen vervroegde verkiezingen in zicht. Al zijn er ook daartegen bezwaren. Politiek gezien omdat de peilingen niet meteen mooie resultaten vooropstellen voor de meeste partijen. En praktisch, omdat het moeilijk verkiezingen organiseren is of campagne voeren wanneer de regels van de social distancing van toepassing zijn.

De avond van 26 mei 2019 is het meteen duidelijk dat de puzzel voor de vorming van een nieuwe federale regering niet eenvoudig te leggen valt. De 'klassieke' partijen verliezen fors, de winst is voor Vlaams Belang, PVDA en voor de groene partijen. MR en CD&V verliezen elk zes Kamerzetels. Open Vld, de derde partner binnen het minderheidskabinet in lopende zaken, kan het verlies beperken tot twee zetels. N-VA, die de 'Zweedse' coalitie een half jaar eerder had verlaten na onenigheid over het VN-migratiepact, speelt acht zetels kwijt. Bij de socialisten heeft de oppositiekuur niet geloond. De PS verliest drie zetels, de sp.a vier. Ook de Franstalige christendemocraten van het cdH zakken verder weg. De grote winnaar in Vlaanderen is Vlaams Belang. Met een winst van maar liefst 15 zetels wordt de uiterst rechtse partij meteen de tweede formatie in Vlaanderen na N-VA. Ook de uiterst linkse PVDA maakt een grote sprong, van twee naar twaalf zetels. De partij haalt nu ook verkozenen in Vlaanderen. Ook de groenen gaan erop vooruit, zij het niet zoveel als ze zelf hadden gehoopt nadat de klimaatspijbelaars het klimaatthema hoog op de agenda hadden geplaatst. Ecolo wint zeven zetels, Groen twee. De vorming van nieuwe regeringen verloopt op alle niveaus stroef. In Vlaanderen praat N-VA wekenlang met Vlaams Belang, ook al komen deze partijen samen niet aan een meerderheid. Pas eind september raken N-VA, CD&V en Open Vld het uiteindelijk eens over een verderzetting van de centrumrechtse coalitie. In Wallonië en de Franse Gemeenschap zit de PS eerst samen met PVDA om uiteindelijk in september met MR en Ecolo in zee te gaan. In Brussel gaat het wel vlotter: daar sluiten PS, Ecolo, DéFI, Groen, Open Vld en sp.a in juli een regeerakkoord. De federale formatie staat al die tijd op een laag pitje. Na een rondje consultaties - waarbij voor het eerst ook Vlaams Belang op het paleis wordt uitgenodigd - geeft de koning Johan Vande Lanotte (sp.a) en Didier Reynders een informatieopdracht. Zij mikken al snel op een paars-gele coalitie met N-VA en PS, omdat die over een meerderheid aan beide kanten van de taalgrens beschikt. Nadat de deelstaatregeringen zijn gevormd stoppen Reynders en Vande Lanotte ermee. Ze vinden de tijd rijp om PS en N-VA aan zet te brengen. Nochtans is er bij de Franstalige socialisten weinig animo om met de Vlaams-nationalisten in zee te gaan. Toch volgt de koning de raad op van het informateursduo. Hij stuurt N-VA'er Geert Bourgeois en PS'er Rudy Demotte het veld in, evenwel zonder succes. Nog geen maand later kan het preformateursduo enkel vaststellen dat de verschillen tussen hun beider partijen onoverbrugbaar zijn. Paars-geel lijkt een eerste keer dood en begraven. De regering in lopende zaken wisselt intussen van kapitein. Charles Michel maakt zich op om aan zijn nieuwe taak als Europees raadsvoorzitter te beginnen en geeft de sleutels van de Wetstraat 16 door aan zijn partijgenote Sophie Wilmès. Hoelang zij nog op de winkel zal moeten passen, is dan nog niet duidelijk. Begin november, ruim vijf maanden na de verkiezingen, stelt de koning PS-voorzitter Paul Magnette aan als informateur. Hij stuurt aan op een paars-groene coalitie, die over een krappe meerderheid van 76 zetels beschikt. Binnen Open Vld is er verdeeldheid over deelname aan zijn constellatie. Egbert Lachaert, toen nog Kamerfractieleider, wordt het gezicht van het interne verzet tegen de piste die Magnette voor ogen heeft. De periode zorgt voor een serieuze vertroebeling in de verhouding tussen N-VA en Open Vld. N-VA-voorzitter Bart De Wever laat geen gelegenheid passeren om de liberalen ervan te betichten hun ziel te verkopen voor postjes. De paarsgroene piste bloedt uiteindelijk dood. Na een nieuw rondje consultaties kiest de koning dan voor een nieuw duo, de kersverse voorzitters van CD&V en MR, Joachim Coens en Georges-Louis Bouchez. Al snel loopt de zaak opnieuw vast op de keuze tussen een coalitie met of zonder N-VA. CD&V dringt aan op zo'n paars-gele constructie, omdat die over een Vlaamse meerderheid beschikt. De PS wil er echter niet van weten en stuurt aan op een Vivaldi-coalitie, een paars-groene coalitie met CD&V. Velen verwachten een bocht van de Vlaamse christendemocraten, maar die komt er niet. Integendeel, CD&V klampt zich steeds harder vast aan de 'meerderheid in beide taalgroepen'. De missie van Coens en Bouchez loopt eind januari af met een sisser. Tot verbazing van velen, niet in het minst bij CD&V zelf, stuurt de koning CD&V-vicepremier Koen Geens het veld in. Hij probeert andermaal PS en N-VA rond de tafel te brengen. Maar op Valentijnsdag laat PS-voorzitter Magnette nog eens weten dat zijn partij niet met de N-VA wenst te regeren. Geens geeft zijn opdracht terug aan de koning en spreekt van een 'ezelsstamp' vanwege de PS. De sfeer tussen CD&V en PS, die door de discussie rond de verruiming van de abortuswet al onder druk stond, is zwaar verziekt. Om de gemoederen te bewaren, wordt vervolgens naar de liberalen gekeken en het paleis geeft dan ook een opdracht aan Patrick Dewael (Open Vld) en Sabine Laruelle (MR). Als voorzitters van Kamer en Senaat worden zij bovendien geacht wat boven het gewoel te staan. Intussen laat het coronavirus steeds meer van zich spreken. Om de strijd tegen COVID19 krachtdadig te kunnen aanpakken, wordt er achter de schermen gewerkt aan een noodregering. PS-voorzitter Magnette en N-VA-voorzitter De Wever raken het onderling eens over zo'n noodregering, maar die komt er uiteindelijk niet. Magnette wordt teruggefloten door zijn achterban en past voor een regering met N-VA. Op een ultieme vergadering bij de Kamervoorzitter op 15 maart beslist een brede coalitie om de minderheidsregering van Sophie Wilmès tijdelijke volmachten te geven om de coronacrisis te bestrijden. Die periode van volmachten duurt drie maanden en kan eenmalig worden verlengd. Maar al snel wordt duidelijk dat het enthousiasme voor zo'n verlenging bekoeld is. De partijvoorzitters van PS en sp.a - Paul Magnette en Conner Rousseau - slaan de handen in elkaar en starten een gespreksronde met de tien partijen die de volmachten steunen met het oog op de vorming van een regering. Of dat initiatief tot resultaat zal leiden, moet de komende dagen en weken blijken. Zoniet komen vervroegde verkiezingen in zicht. Al zijn er ook daartegen bezwaren. Politiek gezien omdat de peilingen niet meteen mooie resultaten vooropstellen voor de meeste partijen. En praktisch, omdat het moeilijk verkiezingen organiseren is of campagne voeren wanneer de regels van de social distancing van toepassing zijn.