Wekenlang heeft de foto van Florent Joostens aan mijn tafel gehangen: een man met woeste negentiende-eeuwse bakkebaarden die ik toevallig had leren kennen. Al maanden zijn ze bezig met de heraanleg van mijn straat. Al even lang vloek ik op die ellendige bulldozers die me elke morgen om zeven uur wekken en de muren van mijn appartement doen trillen.
...

Wekenlang heeft de foto van Florent Joostens aan mijn tafel gehangen: een man met woeste negentiende-eeuwse bakkebaarden die ik toevallig had leren kennen. Al maanden zijn ze bezig met de heraanleg van mijn straat. Al even lang vloek ik op die ellendige bulldozers die me elke morgen om zeven uur wekken en de muren van mijn appartement doen trillen. Een paar weken geleden waren ze eindelijk voor mijn deur beland. Ze braken het asfalt, waar ik zo vaak over gelopen heb, open en begonnen te graven. Uit het grondwater verscheen, tot mijn verbijstering, een soort Atlantis: de resten van de Begijnenpoort uit 1577, ooit de meest zuidelijke ingang tot de stad Antwerpen. 's Nachts, net voor de avondklok luidde, wandelde ik over de werf. Het geklots van het grondwater doorbrak de stilte. Ik maakte een foto van de ruïnes en vroeg me af of ooit iemand hetzelfde gedaan had, de vorige keer toen de poort onder de grond verdween. Zo kwam Florent Joostens in mijn leven. Honderdvijfenvijftig jaar geleden stond hij op dezelfde plaats als ik met zijn fototoestel. De wereld die hij door zijn lens zag, zag er helemaal anders uit en toch was één ding hetzelfde: ook toen was de stad besmet en trilde de aarde. Ik wilde weten wat Joostens daar deed en mailde naar Herman Van Goethem - de rector van de Universiteit Antwerpen beheert de grootste privécollectie foto's van het negentiende-eeuwse Antwerpen. 'En of ik Florent Joostens ken', mailde hij terug. Een paar dagen later laadt hij drie zware dozen vol foto's uit de koffer van zijn auto. 'JOOSTENS' staat met stift op de zijkant geschreven. 'Het was uitzonderlijk dat iemand in de jaren zestig van de negentiende eeuw al met fotografie bezig was', zegt Van Goethem. 'Ze werkten toen nog met het collodiumprocedé: het was niet alleen heel omslachtig om een foto te maken, maar ook prijzig. Alleen enkelingen uit de burgerij, die een dure hobby wilden, deden het. Joostens was zo iemand. Hij kwam uit een gegoede familie - zijn vader was senator en schepen in Antwerpen geweest.' 'Wat deed hij voor mijn deur?' vraag ik. 'Hij was een reportage aan het maken', zegt Van Goethem. 'Hij wilde de Spaanse omwalling rond Antwerpen fotograferen, die ze toen gingen afbreken. De sinjoren waren daar niet rouwig om - ze stonden aan die stadspoorten toch maar in de file met hun paarden en koetsen. Nochtans was de omwalling in prima staat. In de negentiende eeuw keken ze anders naar het verleden, maar monumentenzorg bestond toch al. Ze waren vooral onder de indruk van de fotografie. "Fotografeer het," zeiden ze, "dan is het bewaard."' Dat doet Joostens. Hij bezoekt alle Antwerpse poorten van de Spaanse omwalling en vereeuwigt ze één voor één met zijn fototoestel. Bij de meeste poorten is de afbraak al begonnen: op sommige beelden staan mensen met een schop in hun hand. Verdwaasd turen ze naar de fotograaf, alsof ze een verschijning zien. Daarna wandelt Florent Joostens met zijn fototoestel naar mijn straat, die nog niet bestaat. De Begijnenpoort is op dat moment nog intact. Op de foto, die hij voor mijn deur neemt, staat niemand - de wereld leek die dag wel uitgestorven. Maanden later, ergens in 1866, wordt ook de Begijnenpoort afgebroken. Joostens is dan eenendertig en heeft net een kind verloren. Terwijl ik in oude kranten van dat jaar naar een spoor van hem en zijn dode kind zoek, lees ik: 'De cholera is een reiziger, die op haar officiële rondreis om de wereld, langs elke stad gaat. En soms, wanneer ze tijd heeft, ook de dorpen een bezoek brengt.' Ik sla de pagina om en merk dat ik in de grootste epidemie beland ben die dit land ooit gekend heeft. De ziekte dook wel vaker op in de negentiende eeuw, maar nooit was ze zo moordend als in de zomer van 1866: in een paar maanden nam de blauwe dood 43.400 van de 4.827.833 Belgen mee die er toen waren. In de rest van Europa viel nog eens een miljoen doden. 'De triomf van de dood', werd die zomer later genoemd. Af en toe zet ik grote ogen op. Hoe verkruimeld de krantenpagina's van 1866 ook zijn, er staan soms dezelfde discussies in als vandaag. Alleen de namen zijn anders. Niet Steven Van Gucht gaf duiding bij de dodenstatistieken, wel dokter Van Der Corput. En Marc Van Ranst heette toen dokter Burggraeve. De ellende begint in mei wanneer op de Agnes, een schip dat vanuit Antwerpen naar New York vertrokken was, de cholera uitbreekt. Het is allemaal de schuld van de migranten die op doorreis waren, schrijft Het Handelsblad. In Doel wordt het schip in quarantaine geplaatst, maar het is te laat: de cholera zit in het water en in het land. Onverwacht is dat niet. Een jaar eerder is de cholerabacterie van India in Mekka beland, en zo in Marseille - waar ze een ravage heeft aangericht. Maar in België zijn de politici er gerust op. Ze hebben zich goed voorbereid: in ziekenhuizen zijn speciale cholera-afdelingen gebouwd, er is in quarantainehuizen voorzien en alle politiekantoren zullen dag en nacht openblijven. In Antwerpen roept burgemeester Jozef-Cornelis Van Put het volk op om 'matig te zijn'. Ook elders in het land spreken burgemeesters hun dorpelingen toe. 'Burgemeesters hadden toen veel te zeggen', zegt Van Goethem. 'Dat is vandaag nog altijd zo - waarom denk je dat al die oud-ministers burgemeester willen worden? Omdat ze dan iets concreet kunnen veranderen. Maar in de negentiende eeuw waren ze nog machtiger. Ook omdat de communicatielijnen met Brussel niet goed waren. De hoofdstad was ver weg, sommigen waren er zelfs nog nooit geweest.' Op 18 mei 1866 neemt de overheid maatregelen. Het land gaat niet plat, maar op affiches en in kranten worden regels aangekondigd. Die klinken bekend: verluchten, hygiënisch zijn, niet overtollig eten en drinken... En voor de rest is 'de kalmte van geest een van de voordeligste voorwaarden van gezondheid'. 'De cholera is geen besmettelijke ziekte', schrijven de kranten op 27 mei. 'Ze zet niet over door aanraking of gemeenschap.' De doodsklokken luiden niet meer, om het volk geen angst aan te jagen. Maar dat volk blijft niet stil. Nadat in de krant de eerste dodenstatistieken zijn verschenen, ontstaat al snel protest tegen het 'onuitlegbare gedrag' van de overheid. Vooral in de overbevolkte stadsbuurten, waar de cholera hard toeslaat, klinkt gemor. 'Als het volk beter ingelicht zou zijn, zouden er minder slachtoffers vallen', schrijft iemand. Ze zijn 'doof voor de klachten van de burgers', fulmineert iemand anders. Het Handelsblad verdedigt het stadsbestuur. 'De liberalen hebben weer iets gevonden om de leiders van onze stad aan te vallen. Ze nemen volgens hen te weinig maatregelen tegen de dreiging van de cholera. (...) "Zie eens hoeveel maatregelen er in Holland genomen worden", zeggen ze. "Daar schaffen ze zelfs de kermissen af." (...) Maar ons bestuur heeft wijs gehandeld: de dingen die ze tot nu toe gedaan hebben, zijn volgens deskundigen voldoende. Onze stad is gezond.' Niet iedereen is het daarmee eens. Een man uit de Molenaarstraat uit Antwerpen stuurt een woeste lezersbrief naar de krant. 'Ik heb gisteren met verwondering gelezen dat mijnheer de burgemeester beweert dat alle maatregelen tegen de vreselijke cholera genomen zijn. Ik acht het mijn plicht om hier vraagtekens bij te plaatsen. Onze straat bevindt zich in zo'n slechte staat dat de mensen van de naburige straten ze vermijden. Bij de minste regen staan we tot onze knieën in het water en de modder. (...) Ik acht de armste evenveel waard als mezelf. (...) Maar het is onrechtvaardig dat men zelfs voor die man maatregelen neemt en ons blootstelt aan de gevaren van die verschrikkelijke ziekte.' w

Verder lezen?

Lees elke maand gratis 3 artikelen

Ik registreer mij

Als Knack-abonnee hebt u:

  • digitale toegang via de website op pc en via de app op smartphone en tablet tot de magazines Knack, Trends (N/F), Sportmagazine (N/F) en Le Vif/L'Express
  • 24/7 volledige toegang tot de websites van de 6 magazines met de +zone (exclusief voor abonnees) en de archieven (tot 20 jaar terug)
  • digitale toegang tot op 3 toestellen tegelijk zodat uw gezinsleden kunnen meegenieten (thuis of op kot)
Ik neem een abonnement Ik ben al abonnee