Vorige vrijdag, 19 juli, had in de faculteit geesteswetenschappen van Akademia in het Zuid-Afrikaanse Pretoria een lezing plaats van de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge (Vrije Universiteit Amsterdam / Universiteit van die Vrystaat). Verbrugge is ten onzent bekend als initiatiefnemer van BON (Beter Onderwijs Nederlands). De actiegroep startte zoals bekend een rechtszaak tegen Nederlandse universiteiten die zonder ruggenspraak, laat staan een maatschappelijk draagvlak, het Engels als onderwijstaal invoerden. Het kortgeding leidde in maart tot een uitspraak. BON verloor weliswaar de juridische zaak maar haalde toch een belangrijke slag thuis. De Inspectie van het Onderwijs stelde op vraag van de belangenvereniging een onderzoek in naar de vermeende dwingende redenen van hogere onderwijsinstellingen om het Engels als voertaal te implementeren.

Daarvoor blijkt absoluut geen gegronde aanleiding. Integendeel. Volgens Ad Verbrugge zijn hoge onderwijsambtenaren van de Nederlandse overheid zich almaar méér bewust van onderwijs in de moedertaal en het belang van meertaligheid. Naar eigen zeggen wordt thans 'druk gezet' op universitaire besturen. Er zou zich 'een kentering' inzetten. In ieder geval is de aanbeveling van de Inspectie te investeren in meer opleidingen in het Nederlands op hogescholen en aan universiteiten.

Taal is veel meer dan een instrument, ze is een voedingsbodem van identiteit.

Vandaag, zo stelt Verbrugge, zijn meer dan 80 procent, zo niet 90 procent van alle masteropleidingen aan Nederlandse universiteiten eentalig Engels (zonder equivalent in het Nederlands). Het aantal Engelstalige bacheloropleidingen groeit gestaag. De kwaliteit van dat Engels is veelal beroerd. Bijgevolg heeft een nivellering plaats van de inhoud van het onderwijscurriculum.

Wie met weinig finesses een andere taal dan de moedertaal hanteert voor colleges, waar taal net zo een cruciale rol speelt in de communicatie met studenten, is gedoemd om veel nuances terzijde te schuiven. Dat het onderwijs daaronder lijdt, is evident. Het is trouwens een basisrecht - een grondwettelijk bepaald mensenrecht - dat voor iedereen onderwijs in de eigen moedertaal beschikbaar moet zijn. Op welke onderwijsniveau ook.

Akademia, een enclave

Akademia is een jong academisch initiatief vlakbij Pretoria. De plek waar universitaire cursussen in Afrikaans worden aangeboden en academische lezingen plaatshebben, heette tot de afschaffing van apartheid Verwoerdburg. Om evidente redenen is het aan de Nederlandse grondlegger van apartheid refererend toponiem gewijzigd.

Gezien de verdrukking waarin het Afrikaans zich als wetenschapstaal thans bevindt, hebben Afrikaans sprekende academici het plan opgevat een institutie op te richten waar Afrikaans wel degelijk nog de voertaal is. Akademia is opgericht als tegenbeweging.

In tegenstelling tot wat universiteitsbesturen in Pretoria en Stellenbosch ondernemen, met name Afrikaans als academische taal functieloos maken en uiteindelijk bannen uit de auditoria, wordt in Centurion de taal omarmd. Daarbij zijn natuurlijk bedenkingen te maken vanuit het perspectief van culturele diversiteit en meertaligheid. Uit gesprekken met Pieter Duvenage, decaan van de Geesteswetenschappen van Akademia, blijkt dat deze Afrikaanse enclave in het academische landschap beantwoordt aan een behoefte. De verengelsing grijpt wild om zich heen, vooral onder druk van de Zuid-Afrikaanse overheid. Er zijn studenten, ongeacht de etnische achtergrond (het gaat over witte, bruine en zwarte studenten) en doorgaans opgeleid in private scholen met onderricht Afrikaans, die voortgezet onderwijs in hun moedertaal willen volgen. Volgends Duvenage en de financierende Solidariteit-beweging willen Akademia en ook de Afrikaanstalige technische hogeschool SolTech hieraan tegemoetkomen.

Globalisering en taalidentiteit

Naar aanleiding van de geanimeerde lezing van Ad Verbrugge deel ik twee observaties en ik presenteer evenveel reflecties. De titel van het referaat is 'Verengelsing van die universiteit. 'n Nederlandse en Europese perspektief'. Globalisering van universiteiten heeft drastische maatschappelijke gevolgen. De tol van internationalisering is niet alleen taalverschraling (de eenzijdige keuze voor Engels), maar ook de vaststelling dat de kwaliteit van het universitair onderwijs aanzienlijk achteruitgaat.

Universiteitsbesturen en hun managers streven naar een toename van de studentenpopulatie door vooral in het buitenland klanten (studenten) te rekruteren. De kennis van het Engels van die internationale instroom is ook al niet bevorderlijk voor het intellectuele debat. Tel daarbij nog de toenemende huisvestingsproblemen, bijvoorbeeld in Amsterdam.

Internationalisering van het onderwijs betekent om evidente redenen een meerwaarde - zoals de Erasmusprogramma's aantonen - op voorwaarde dat dit méér inhoudt dan verengelsing. Erasmusbeurzen stellen studenten in staat een andere cultuur te leren kennen, gedurende enkele maanden zich te verdiepen in een taal, en dus de brede culturele interesse te bevorderen. Dat is wat anders dan die dwingelandij van de verengelsing. Engels als lingua franca van een gemakzuchtige mindset.

We hebben nu juist meertaligheid nodig, geen toenemende taalarmoede. Als het Bolognadecreet ons iets heeft geleerd, dan is het dat er méér Europa nodig is, meer interculturele dialoog. Dat gesprek heeft in een plejade van talen plaats, niet in een instrumentele taal die op het internationale wetenschappelijk toneel relevant is, maar niet beantwoordt aan de cultureel diverse omgeving waarin studenten in geografische zin functioneren.

Verbrugge stelde daarnaast op grond van een enquête dat Nederlanders reageren op de vraag waaruit hun identiteit bestaat met het verrassende antwoord: 'taal'. Indien Nederlandse staatsburgers zich beroepen op hun taal, dan is het hoger onderwijs dat marktgericht voor Engels kiest de voeling met het maatschappelijk weefsel kwijtgeraakt.

Pieter Duvenage, Zuid-Afrikaans filosoof, spreekt in die context over 'linguïcide': aanval op de moedertaal met als gevolg dat maatschappelijke betrokkenheid bij onderwijs wordt tenietgedaan, het sociale weefsel wordt aangetast.

De verengelsing, doorgaans verkocht als 'internationalisering', heeft een ander nadelig gevolg: de toenemende kloof tussen lager en hoger opgeleiden, de constructie van een elitemaatschappij die door de taalkwestie wordt versterkt. Wie alleen nog een begrippenapparaat ontwikkelt in het Engels, weekt zich los van de eigen (taal)gemeenschap én de moedertaal.

Indien moedertaal niet langer wordt gevoed op academisch niveau, en ongecultiveerd Engels de communicatietaal is, ontstaat een deficit of dus taalverschraling. De behoefte om zich vervolgens in andere talen te verdiepen vloeit weg.

Taalgevoeligheid en meertaligheid

Twee korte beschouwingen. Universiteitsbesturen beseffen nog steeds onvoldoende welke de functie van taal is. Die is veel méér dan louter instrumenteel. Taal zou méér een aandachtspunt moeten zijn.

Ik begrijp bijvoorbeeld niet aan mijn alma mater waarom de Directie Communicatie en Marketing volgende maand een focusgroep bijeenbrengt en nadrukkelijk stelt dat de voertaal Engels is. Waarom geen Nederlands én Engels? Dit is een lichtzinnig besluit waartegen ik protest aantekende.

Ik wens aan mijn thuisuniversiteit, waar de voertaal Nederlands is, in mijn moedertaal én indien nodig in Duits, Frans en Engels, met collega's te praten over universitaire aangelegenheden. Dat is geen vorm van enggeestig of 'rechts' taalactivisme, dat is een kwestie van liefde voor de eigen moedertaal.

Historici zullen zeggen hoelang de strijd van de Vlaamse beweging heeft aangesleept met het oog op Vlaamse taalemancipatie. Na nog geen eeuw zullen we die verwezenlijkingen toch niet loslaten voor een nieuwe lingua franca: Bad English?

Over het belang van taal en de vergroeiing met ons denken en spreken kunnen we méér lezen bij Aristoteles. Verbrugge sprak in Centurion over het échte spreken, het samengaan van logos, ethos en pathos, het belang van het prosodische en de stemming in de menselijke stem.

Hoewel de taalsituatie aan Vlaamse universiteiten niet zo alarmerend is als in Nederland, waar de verblinding helemaal is doorgeschoten, moeten we alert blijven. Ook onder onze ogen wordt gewrikt aan bepalingen van het taalbeleid, collega's roepen op toegevingen te doen, percentages worden verhoogd (bijvoorbeeld inzake de organisatie van mastervakken in het Engels). Mijn alma mater heeft gelukkig een geschiedenis die collega's en bestuurders taalgevoelig maakt. Maar er zijn ook tegengeluiden.

Laten we taalalert blijven zonder in een particularistisch of nationalistisch discours terecht te komen. Taal is veel meer dan een instrument, ze is een voedingsbodem van identiteit. Meertaligheid en culturele diversiteit die daarvan deel zijn, brengen ons verder in een maakbare wereld dan de laakbare taalverschraling die we om ons heen zien plaatsvinden. De universiteit heeft een intellectuele en sociale opdracht. Door taalopleidingen en de geesteswetenschappen hoger op de agenda te plaatsen komt zij daaraan tegemoet. Iedereen vaart daar uiteindelijk goed bij, waar je in de wereld ook belandt.