Dat stelt minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) in een persbericht van de FOD. Waterstof lijkt op dit moment geen realistisch alternatief.

In opdracht van de FOD Mobiliteit en Vervoer voerde het studiebureau Transport & Mobility Leuven (TML) een studie uit naar mogelijke oplossingen voor het beperkt aantal niet-geëlektrificeerde spoorlijnen op het Belgische spoorwegnet.

Drie opties werden grondig overwogen. De eerste optie, een volledige elektrificatie van de overige diesellijnen in België, lijkt op termijn het meeste voordeel op te leveren voor de maatschappij. Ook al vraagt deze optie de hoogste investering op vlak van infrastructuur, toch blijft de gebruikskost van elektrische treinen de laagste, zowel in onderhoud als energie. Een puur elektrische trein heeft ook de laagste milieukosten.

Batterijtreinen

Voor bepaalde trajecten kunnen batterijtreinen een interessanter alternatief bieden, zeker wanneer het gaat om een stuk lijn dat verderop wel geëlektrificeerd is. Deze treinen moeten namelijk altijd een bepaalde tijd onder een bovenleiding rijden, of stilstaan, om op te laden. De onderhouds- en gebruikskost ligt wel hoger, onder andere omdat de batterijen regelmatig moeten vervangen worden.

Waterstoftreinen, ten slotte, lijken op dit moment de meest risicovolle investering, en bieden dus voorlopig geen realistisch alternatief. 'Enkel in optimale omstandigheden en in bepaalde situaties zullen ze goed scoren', klinkt het in het persbericht. De technologie is nog in volle ontwikkeling, maar moet wel verder opgevolgd worden, zo wordt benadrukt. Minister van Mobiliteit Gilkinet heeft aan NMBS en Infrabel de opdracht gegeven om de resultaten van de studie verder uit te werken. 'Nog milieuvriendelijker spoorvervoer is een prioriteit voor mij', aldus de minister.

Dat stelt minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) in een persbericht van de FOD. Waterstof lijkt op dit moment geen realistisch alternatief.In opdracht van de FOD Mobiliteit en Vervoer voerde het studiebureau Transport & Mobility Leuven (TML) een studie uit naar mogelijke oplossingen voor het beperkt aantal niet-geëlektrificeerde spoorlijnen op het Belgische spoorwegnet. Drie opties werden grondig overwogen. De eerste optie, een volledige elektrificatie van de overige diesellijnen in België, lijkt op termijn het meeste voordeel op te leveren voor de maatschappij. Ook al vraagt deze optie de hoogste investering op vlak van infrastructuur, toch blijft de gebruikskost van elektrische treinen de laagste, zowel in onderhoud als energie. Een puur elektrische trein heeft ook de laagste milieukosten. Voor bepaalde trajecten kunnen batterijtreinen een interessanter alternatief bieden, zeker wanneer het gaat om een stuk lijn dat verderop wel geëlektrificeerd is. Deze treinen moeten namelijk altijd een bepaalde tijd onder een bovenleiding rijden, of stilstaan, om op te laden. De onderhouds- en gebruikskost ligt wel hoger, onder andere omdat de batterijen regelmatig moeten vervangen worden. Waterstoftreinen, ten slotte, lijken op dit moment de meest risicovolle investering, en bieden dus voorlopig geen realistisch alternatief. 'Enkel in optimale omstandigheden en in bepaalde situaties zullen ze goed scoren', klinkt het in het persbericht. De technologie is nog in volle ontwikkeling, maar moet wel verder opgevolgd worden, zo wordt benadrukt. Minister van Mobiliteit Gilkinet heeft aan NMBS en Infrabel de opdracht gegeven om de resultaten van de studie verder uit te werken. 'Nog milieuvriendelijker spoorvervoer is een prioriteit voor mij', aldus de minister.