Studente Froukje (21) helpt jongeren die dak- en thuisloos zijn: ‘Zonder enige begeleiding val je diep’ 

Froukje Obbink werkt bij vzw Betonne Jeugd en wil uitzichtloze jongeren perspectief te bieden. © France Durieux 

Froukje Obbink werkt bij vzw Betonne Jeugd in Antwerpen. Daar geeft ze alles om uitzichtloze jongeren perspectief te bieden. De nood is groot, want in Antwerpen zijn maar liefst 910 kinderen en 397 jongvolwassenen dak- en thuisloos. Zij voelen de winter extra hard aankomen. ‘Ik heb even aan sofasurfen gedaan, maar na een tijd raakten de vrienden met sofa’s op.’

Pal naast de Antwerpse ring in het district Deurne zit vzw Betonne Jeugd. Een halfuur voordat de dagwerking begint staat Froukje voor de deur, klaar om kwetsbare jongeren een luisterend oor te bieden en verder te helpen in het leven. 

‘Hier help ik jongeren van nul tot dertig jaar die uit een kwetsbare situatie komen’, vertelt ze. Een specifieke groep die ze veel ziet passeren zijn dak- en thuisloze jongeren, die nu extra kwetsbaar zijn: temperaturen rond het nulpunt leiden onverbiddelijk de winter in. 

Froukje ziet een groot pijnpunt in de jeugdwerking rond dak- en thuisloze jongeren: ‘De nazorg is in het algemeen heel slecht. Zaken zoals drugsproblemen, trauma’s, het verlaten van een instelling: ze worden achteraf veel te weinig opgevolgd, waardoor jongeren sneller in dak- en thuisloosheid terechtkomen. We zien hier veel van zulke jongeren passeren. Bij ons zijn ze allemaal welkom.’

‘Veel kwetsbare jongeren krijgen het gevoel dat ze hier een thuis hebben.’

Froukje draait al een tijdje mee bij Betonne Jeugd. ‘Ik ben hier enkele jaren geleden begonnen met een stage, en kon daarna doorgroeien als medewerker’, vertelt ze. ‘Zo kan ik mijn studie met werk combineren.’  

Theorie en praktijk komen samen: ‘Ik volgde een orthopedagogische opleiding en schakel nu over naar een studie maatschappelijk werk.’ 

Samen koken 

Kort na de middag gaat de deur van het gebouw open. De jongeren zijn niet gehaast, ze komen in de volgende uren binnengesijpeld. Maar tegen het avondeten heeft er zich een aardig groepje geïnstalleerd.  

‘Vandaag bestaat de groepsactiviteit uit samen koken’, vertelt een medewerker. De ene jongere is al werklustiger dan de andere, maar wat vooral opvalt, is de gemoedelijke sfeer die heerst tussen de aanwezigen. 

‘We proberen in te gaan op de noden van de jongeren door groepsactiviteiten in een veilige sfeer te organiseren’, vertelt Froukje. ‘Samen koken en voetballen zijn klassiekers. Ook gaan we soms op kamp en op weekend. Veel kwetsbare jongeren krijgen het gevoel dat ze hier een thuis hebben. Tijd met hen doorbrengen maakt me gelukkig.’

Slapen onder bruggen 

Maar dat geluk lijken Froukje en haar collega’s ook te creëren: ‘Een thuisgevoel, fijne groepsactiviteiten, en geaccepteerd worden zijn een grote opluchting wanneer het leven buiten erg ruw is’, vertelt J* (26), die al bijna tien jaar lang kind aan huis is bij Betonne Jeugd.  

 J* deelt zijn getuigenis: ‘Ik verbleef een tijdlang onder bruggen en in treinstations.’ © France Durieux 

 

Veel van de jongeren zijn niet happig om over hun situatie te vertellen, maar J* steekt direct van wal: ‘Praten is een goede manier om me te uiten, vroeger greep ik sneller naar agressie door de trauma’s uit mijn jeugd.’ 

Het verhaal van J* is dan ook hard: ‘Ik ben jarenlang dak- en thuisloos geweest. Ik heb even aan sofasurfen gedaan, maar na een tijd raakten de vrienden met sofa’s op. Daarna werd het lastiger, ik verbleef een tijdlang onder bruggen en in treinstations. Vanaf jonge leeftijd op straat leven maakt je noodgedwongen harder, dat heeft gevolgen voor de maatschappij.’

‘We brengen jongeren gericht in contact met specifieke instanties.’ 

 Net als Froukje heeft J* kritiek op de nazorg bij jeugdhulpvoorzieningen: ‘Wanneer je als jongere zonder sociaal opvangnet een tijdlang in een instelling hebt gezeten en dan plots buitenkomt zonder enige begeleiding val je diep.’

 

De cijfers 

Evelien Demaerschalk is onderzoeker bij LUCAS, een interdisciplinair onderzoekscentrum van de KU Leuven dat zich onder meer bezighoudt met dak- en thuisloosheid. Hun onderzoek wijst uit dat er zich in Vlaanderen naar schatting 20.000 dak- en thuisloze personen bevinden. 

Daar springen enkele cijfers uit. ‘31 procent, oftewel 6295 van hen, zijn kinderen die met hun ouders in de dak- en thuisloosheid zitten’, vertelt Demaerschalk. ‘Maar ook onder de volwassenen zijn veel dak- en thuislozen nog relatief jong. Eén vijfde van die groep is jonger dan 25 jaar, en moet de dak- of thuisloosheid zonder ouders zien te trotseren.’

Kinderen en jongvolwassenen maken zo een substantiële groep uit van alle dak- en thuislozen in Vlaanderen.

Maar wie zijn die eenzame jongeren die dak noch thuis hebben? ‘We zien ruwweg drie grote groepen vertegenwoordigd in die statistieken’, stelt Demaerschalck.  

‘Er zijn de jongeren die uit een jeugdhulpvoorziening komen en plots op eigen benen moeten staan, zonder succes. Er zijn jongeren die uit heel moeilijke thuissituaties komen. En dan zijn er jongeren zonder Belgische nationaliteit die vaak een erg traumatisch vluchtproces achter de rug hebben.’

Maar die jongeren zijn meestal niet te zien in het straatbeeld. ‘De meerderheid van deze jongeren doet aan sofasurfen’, vertelt Demaerschalk. ‘Ze gaan van plek tot plek, vaak bij vrienden die hen voor korte tijd een slaapplek kunnen geven.’  

Uit hun penibele situatie raken is moeilijk, zegt Demaerschalk. ‘Velen krijgen van het OCMW wel een leefloon, maar dat is weinig om een gemiddelde huur mee af te betalen. Het zijn budgettair beperkte jongeren, niet bepaald de meest gegeerde groep huurders op de woonmarkt.’

De cijfers van LUCAS tonen ook aan dat het fenomeen vaak voorkomt in kleinere steden en zelfs dorpen. Maar lang niet in alle gemeenten wordt er geteld, algemene cijfers voor Vlaanderen blijven dus schattingen.  

 

Lange termijn 

Naast het organiseren van activiteiten proberen Froukje en haar collega’s de jongeren actief uit de dak- en thuisloosheid te halen: ‘We hebben een breed netwerk in Antwerpen’, vertelt ze.  

 ‘Zo brengen we de jongeren gericht in contact met specifieke instanties die hen individueel beter kunnen begeleiden. Dat kan zijn om een verblijf en werk te vinden, of andere soorten hulp te krijgen.’ 

Een andere moeilijkheid voor dak- en thuisloze jongeren die Froukje opmerkt, is de sociale huurmarkt. ‘Er moet meer ingezet worden op kwaliteitsvolle en goedkopere sociale woningen. De politiek focust nog te veel op de privéwoonmarkt.’

 In het lokaal waar Froukje haar verhaal doet, ligt een folder met beleidsaanbevelingen van de organisatie. Daarin valt te lezen dat Betonne Jeugd pleit voor: meer laagdrempelige en acute nachtopvang, hulpverlening zonder dwang, het geven van een gratis overlevingspakket (met sociale kaart, gsm, internet, belwaarde), een betaalbaar en kwaliteitsvol aanbod op de sociale en private woonmarkt, het optrekken van leeflonen en minimumuitkeringen, verhoogde tegemoetkoming voor gas-elektriciteit-water, en werk dat rekening houdt met de openingsuren bij opvangplaatsen. 

Koude nacht 

Froukje beëindigt het interview op een trieste noot. ‘Wij zien de laatste tijd veel mensen van de oude garde terug. Die zijn in hun situatie gebleven en brengen soms hun kinderen mee. Ze willen hulp, om hun kinderen te behoeden voor hetzelfde lot.’

Wanneer de avond valt, gaan Froukje en enkele jongeren die in de tuin zaten rustig naar binnen, de verwarming staat er aan. In de keuken stelt de medewerker van de kookactiviteit zijn hartige winterschotel voor.  

Aan warmte en gezelligheid geen tekort, maar na acht uur ‘s avonds zit de dag er bij Betonne Jeugd op, en wacht voor enkelen wellicht een koude nacht. 

 

De kookactiviteit bij Betonne Jeugd,  ©  Diego De Ridder 

 

Diego De Ridder (23) werd geboren in Antwerpen en woont al heel zijn leven in Mortsel. Hij studeerde geschiedenis aan de UAntwerpen, en behaalde daar zijn bachelor- en masterdiploma. Hij is onlangs beginnen te werken als freelance journalist.

Belgodyssee

Dit artikel is verschenen in het kader van de Belgodyssee-wedstrijd. Zeven weken lang brengt Knack elke zaterdag een portret van een inspirerende jongere met een boeiend verhaal, een uitzonderlijk talent, een uitgesproken mening. De portretten worden geschreven door studenten journalistiek.

De wedstrijd is een initiatief van het Prins Filipfonds (beheerd door de Koning Boudewijnstichting), de RTBF en de VRT, in samenwerking met Knack en L’Avenir en met steun van de kanselarij van de eerste minister. De beste portretten kunnen een stage bij de deelnemende nieuwsmerken winnen

Lees meer over:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise