De coronacrisis stelt onze mobiliteit in het algemeen en het gebruik van het openbaar vervoer in het bijzonder voor een uitdaging. Tijdens de lockdown viel het aantal reizigers op bussen en trams terug met 92 procent. Nu de maatregelen versoepeld worden en ons dagelijks leven herneemt, rijst de vraag welke rol ons openbaar vervoer nog kan spelen? Openbaar vervoer dient om grotere stromen mensen van A naar B te brengen maar kan dit nog veilig in deze coronatijden?

De Nationale Veiligheidsraad verplicht het dragen van een mondmasker en raadt bijkomend aan om de afstandsregels na te leven. Ze roept daarnaast op om zoveel mogelijk voor alternatieven te kiezen: voor de fiets en voor verplaatsingen te voet. Zo willen ze het openbaar vervoer voorbehouden voor diegenen die het echt nodig hebben. Of zoals De Lijn het in haar nieuwsbrief vertaalt: 'Reis alleen met ons als je écht geen andere keuze hebt.' Alsof een kapper tegen zijn klanten zou zeggen om maar beter de haren zelf te knippen.

Stop met de oproep om bussen en trams van De Lijn te vermijden.

Is er echt geen andere weg mogelijk? Meer mensen op de fiets en meer telewerken zijn een deel van de oplossing. Maar ook het openbaar vervoer zal een belangrijke rol moeten spelen, willen we ons niet opnieuw met z'n allen vastrijden wanneer het 'normale' leven herneemt.

In China verdubbelde het autogebruik ten opzichte van voor de coronacrisis, met langere files dan ooit tevoren. Het is dus geen goede boodschap om het openbaar vervoer alleen voor te behouden voor diegenen die echt geen alternatief hebben. Het is belangrijk om reizigers ook vandaag te overtuigen dat het openbaar vervoer veilig is en nog steeds, of misschien meer dan ooit, een goede vervoersoplossing. Alleen als de reiziger vertrouwen heeft in het openbaar vervoer zal het nog een rol van betekenis kunnen spelen na de lockdown.

Het openbaar vervoer zal zich anders moeten organiseren dan het vandaag het geval is wil ze die rol opnemen. Het zal eindelijk de 21ste eeuw moeten binnenstappen en zich klantgericht moeten organiseren. Een speler die de vraag kent en die zijn aanbod daar snel en flexibel kan op afstemmen.

Zo is het onbegrijpelijk dat De Lijn nog steeds niet kan zeggen hoeveel reizigers precies de tram of bus nemen. Was de maatschappij erin geslaagd de vraag real time te monitoren, dan reden de afgelopen weken niet voortdurend lege gelede bussen rond, kon de capaciteit daar ingezet worden waar ze het meest nodig was en moest men de reizigers niet oproepen om vooral niet bus of tram te nemen.

Er bestaat een zekere weerstand tegen reservatiesystemen. Ze voeren een extra drempel in en ze zijn vooral voor de meest kwetsbaren in onze samenleving een hindernis. Het (tijdelijk) werken met een reserveringssysteem kan nochtans soelaas bieden. Met de huidige technologie kan dit eenvoudig en real time via een app. Waarom niet met zuilen aan bushokjes gecombineerd met barcodes op de abonnementen of tickets? De reiziger heeft de garantie van een zitplaats en van een veilige verplaatsing. De openbaar vervoersmaatschappijen krijgen op hun beurt een beter zicht op de behoeften en kunnen hun middelen efficiënter inzetten. Het maakt de openbaar vervoersmaatschappijen ook future proof. Ze nemen een voorafname op het tijdperk van de zelfrijdende wagen waarbij het openbaar vervoer kan ingepast worden in de logaritmes die de trajecten van reizigers uittekenen.

Ook het rollend materieel kan vraaggerichter worden ingezet. Kleinere busjes voor die ritten waar slechts enkele personen van gebruik willen maken. Gelede bussen op drukke trajecten waarvan men weet dat de vraag systematisch hoog is. Kan men De Lijn met andere woorden niet 'Uberiseren' waarbij reizigersstromen in kaart worden gebracht en vervoer op maat wordt aangeboden? U vraagt, wij draaien.

Meer van hetzelfde gaat niet langer op. De Lijn moet daarin volgen wil men het openbaar vervoer niet marginaliseren.

De Vlaamse regering heeft vorige legislatuur een nieuw concept van openbaar vervoer bedacht: de basisbereikbaarheid. De bus zal niet langer ellenlange lussen rijden om iedereen op te pikken. Ze zal in rechte lijnen rijden, minder stops maken en zo reizigers sneller op hun bestemming brengen. Naast dat snel 'kernnet' zullen er aanvoerlijnen zijn naar dat kernnet en een zogenaamd vervoer op maat om de blinde vlekken op te vangen. Een dergelijke manier van werken is vraaggestuurd. Of zou dat moeten zijn. Maar dit kan alleen als men innovatief is, erin slaagt om apps en realtime info te verwerken en het aanbod perfect af te stemmen op de vraag. Alleen dan kan het openbaar vervoer concurreren met onze veilige bubbel die onze auto meer dan ooit dreigt te worden.

De overheid moet daarnaast meer dan één tand bijsteken op het vlak van doorstroming door te investeren in verkeerslichtenbeïnvloeding en vrije busbanen. Snellere rondes betekenen op hun beurt een hogere frequentie, wat het mogelijk maakt om reizigers beter te spreiden.

De Lijn en de overheid zouden zich met dergelijke maatregelen innovatief tonen. En dat is wat deze crisis vraagt: investeringen en creatieve oplossingen. 'Never waste a good crisis', zoals Winston Churchill al wist. Laat ons niet oproepen om het openbaar vervoer te vermijden, wel alle zeilen bijzetten om reizigers op een veilige manier te vervoeren. Meer van hetzelfde gaat niet langer op. Dat hebben heel veel ondernemingen begrepen, De Lijn moet daarin nog volgen wil men het openbaar vervoer niet marginaliseren. Dan kan de boodschap zijn: 'Kom, rij met ons mee! Wij brengen je veilig van A naar B!'

De coronacrisis stelt onze mobiliteit in het algemeen en het gebruik van het openbaar vervoer in het bijzonder voor een uitdaging. Tijdens de lockdown viel het aantal reizigers op bussen en trams terug met 92 procent. Nu de maatregelen versoepeld worden en ons dagelijks leven herneemt, rijst de vraag welke rol ons openbaar vervoer nog kan spelen? Openbaar vervoer dient om grotere stromen mensen van A naar B te brengen maar kan dit nog veilig in deze coronatijden? De Nationale Veiligheidsraad verplicht het dragen van een mondmasker en raadt bijkomend aan om de afstandsregels na te leven. Ze roept daarnaast op om zoveel mogelijk voor alternatieven te kiezen: voor de fiets en voor verplaatsingen te voet. Zo willen ze het openbaar vervoer voorbehouden voor diegenen die het echt nodig hebben. Of zoals De Lijn het in haar nieuwsbrief vertaalt: 'Reis alleen met ons als je écht geen andere keuze hebt.' Alsof een kapper tegen zijn klanten zou zeggen om maar beter de haren zelf te knippen. Is er echt geen andere weg mogelijk? Meer mensen op de fiets en meer telewerken zijn een deel van de oplossing. Maar ook het openbaar vervoer zal een belangrijke rol moeten spelen, willen we ons niet opnieuw met z'n allen vastrijden wanneer het 'normale' leven herneemt. In China verdubbelde het autogebruik ten opzichte van voor de coronacrisis, met langere files dan ooit tevoren. Het is dus geen goede boodschap om het openbaar vervoer alleen voor te behouden voor diegenen die echt geen alternatief hebben. Het is belangrijk om reizigers ook vandaag te overtuigen dat het openbaar vervoer veilig is en nog steeds, of misschien meer dan ooit, een goede vervoersoplossing. Alleen als de reiziger vertrouwen heeft in het openbaar vervoer zal het nog een rol van betekenis kunnen spelen na de lockdown. Het openbaar vervoer zal zich anders moeten organiseren dan het vandaag het geval is wil ze die rol opnemen. Het zal eindelijk de 21ste eeuw moeten binnenstappen en zich klantgericht moeten organiseren. Een speler die de vraag kent en die zijn aanbod daar snel en flexibel kan op afstemmen. Zo is het onbegrijpelijk dat De Lijn nog steeds niet kan zeggen hoeveel reizigers precies de tram of bus nemen. Was de maatschappij erin geslaagd de vraag real time te monitoren, dan reden de afgelopen weken niet voortdurend lege gelede bussen rond, kon de capaciteit daar ingezet worden waar ze het meest nodig was en moest men de reizigers niet oproepen om vooral niet bus of tram te nemen. Er bestaat een zekere weerstand tegen reservatiesystemen. Ze voeren een extra drempel in en ze zijn vooral voor de meest kwetsbaren in onze samenleving een hindernis. Het (tijdelijk) werken met een reserveringssysteem kan nochtans soelaas bieden. Met de huidige technologie kan dit eenvoudig en real time via een app. Waarom niet met zuilen aan bushokjes gecombineerd met barcodes op de abonnementen of tickets? De reiziger heeft de garantie van een zitplaats en van een veilige verplaatsing. De openbaar vervoersmaatschappijen krijgen op hun beurt een beter zicht op de behoeften en kunnen hun middelen efficiënter inzetten. Het maakt de openbaar vervoersmaatschappijen ook future proof. Ze nemen een voorafname op het tijdperk van de zelfrijdende wagen waarbij het openbaar vervoer kan ingepast worden in de logaritmes die de trajecten van reizigers uittekenen. Ook het rollend materieel kan vraaggerichter worden ingezet. Kleinere busjes voor die ritten waar slechts enkele personen van gebruik willen maken. Gelede bussen op drukke trajecten waarvan men weet dat de vraag systematisch hoog is. Kan men De Lijn met andere woorden niet 'Uberiseren' waarbij reizigersstromen in kaart worden gebracht en vervoer op maat wordt aangeboden? U vraagt, wij draaien. De Vlaamse regering heeft vorige legislatuur een nieuw concept van openbaar vervoer bedacht: de basisbereikbaarheid. De bus zal niet langer ellenlange lussen rijden om iedereen op te pikken. Ze zal in rechte lijnen rijden, minder stops maken en zo reizigers sneller op hun bestemming brengen. Naast dat snel 'kernnet' zullen er aanvoerlijnen zijn naar dat kernnet en een zogenaamd vervoer op maat om de blinde vlekken op te vangen. Een dergelijke manier van werken is vraaggestuurd. Of zou dat moeten zijn. Maar dit kan alleen als men innovatief is, erin slaagt om apps en realtime info te verwerken en het aanbod perfect af te stemmen op de vraag. Alleen dan kan het openbaar vervoer concurreren met onze veilige bubbel die onze auto meer dan ooit dreigt te worden. De overheid moet daarnaast meer dan één tand bijsteken op het vlak van doorstroming door te investeren in verkeerslichtenbeïnvloeding en vrije busbanen. Snellere rondes betekenen op hun beurt een hogere frequentie, wat het mogelijk maakt om reizigers beter te spreiden. De Lijn en de overheid zouden zich met dergelijke maatregelen innovatief tonen. En dat is wat deze crisis vraagt: investeringen en creatieve oplossingen. 'Never waste a good crisis', zoals Winston Churchill al wist. Laat ons niet oproepen om het openbaar vervoer te vermijden, wel alle zeilen bijzetten om reizigers op een veilige manier te vervoeren. Meer van hetzelfde gaat niet langer op. Dat hebben heel veel ondernemingen begrepen, De Lijn moet daarin nog volgen wil men het openbaar vervoer niet marginaliseren. Dan kan de boodschap zijn: 'Kom, rij met ons mee! Wij brengen je veilig van A naar B!'